1,720,978 research outputs found
De opkoopbescherming: wat beschermen we nu eigenlijk? Een onderzoek naar het nut en de noodzaak van het instrument opkoopbescherming bij vijf gemeenten in Nederland
De woonruimte in Nederland is beperkt. Een van de instrumenten die gemeenten wordt geboden om die ruimte te beheren is de opkoopbescherming. Met behulp van de opkoopbescherming kunnen gemeenten de woningmarkt lokaal reguleren om starters en middeninkomens meer kans te geven op betaalbare koopwoningen ten opzichte van beleggers. Omdat de opkoopbescherming maar een deel is van het totale woonruimtevoorraadbeheer-systeem, is het individuele effect van het instrument echter lastig te meten.
In dit onderzoek zijn daarom vijf gemeenten van verschillende groottes vergeleken om mechanismen te kunnen achterhalen die effect hebben op de opkoopbescherming. Hieruit bleek dat de context van een gemeente er belangrijk is. Het preventieve effect van de opkoopbescherming geldt bij gratie dat het er is, waardoor het geen dure maatregel hóeft te zijn. De kosten van de maatregel zitten vooral in de onderbouwing om de opkoopbescherming te kunnen invoeren (aantoonbare schaarste of leefbaarheidsproblemen), in het opstellen van het vergunningsstelsel en in de handhaving van de maatregel. Hoe veel geld een gemeente kwijt wil zijn aan handhaving, blijft een politieke afweging.
De zichtbaarheid van de opkoopbescherming, de onderlinge coördinatie in een gemeente en de waargenomen druk op de woningmarkt zijn belangrijke mechanismen die zorgen voor het beoogde preventieve effect
Experimenteren als opdrachtgever en partner in een spanningsveld: een evaluatief onderzoek van het verminderen van spanningsvelden binnen de Pilot Duurzaam Partnerschap van de gemeente Wageningen
De gemeente Wageningen staat voor uitdagingen in de jeugdhulp, met groeiende vraag en budgettekorten. Ze experimenteren met de Pilot Duurzaam Partnerschap Jeugd om deze problemen aan te pakken, maar dit creëert spanning tussen opdrachtgeverschap en partnerschap. Een kwalitatieve casestudy onderzoekt hoe deze pilot deze spanning vermindert. Resultaten tonen dat het delen van informatie cruciaal is, en een iteratieve aanpak helpt bij het verminderen van spanning tussen het beschermen van de onderhandelingspositie van de gemeente en samenwerking. De ondersteunende houding van de gemeente bevordert vertrouwen en focus op pilotdoelen. Hoewel vooruitgang is geboekt in facilitering en transparantie, zijn er nog uitdagingen rond besluitvorming en gelijkwaardigheid in onderhandelingen. Desondanks is er sterke motivatie binnen de gemeente en jeugdhulpaanbieders om jeugdhulp te verbeteren voor elke jongere
Het centrum en het netwerk. Een sociale netwerkanalyse van het netwerk omtrent de hulpverlening voor slachtoffers van seksueel geweld in de regio Nijmegen
Dit onderzoek richt zich op het in kaart brengen van het netwerk dat zich in de regio Nijmegen bezighoudt met de hulpverlening voor slachtoffers van seksueel geweld, ten einde aanbevelingen te doen met het oog op de doorontwikkeling van het netwerk. Organisatietheorie is gebruikt om dit netwerk te onderzoeken. Er is geanalyseerd hoe het netwerk de vier problemen van georganiseerd handelen oplost en bij welke netwerkvorm dit het beste past. Er zijn dertien semigestructureerde interviews gehouden met professionals van de organisaties die betrokken zijn bij het Centrum Seksueel Geweld. Door middel van sociale netwerkanalyse is het netwerk gevisualiseerd. De manier waarop het netwerk de vier problemen van georganiseerd handelen oplost past bij de netwerkvorm heterarchie. Bovendien blijken de contingentiefactoren (vertrouwen, aantal deelnemers, doelconsensus en behoefte aan netwerkcompetenties) ook van belang bij de effectiviteit van het netwerk. Aangezien de netwerkvorm heterarchie is toegevoegd aan de drie netwerkvormen van Provan en Kenis, is getracht een opzet te maken voor de contingentiefactoren van heterarchieën. Naast deze factoren kwamen tijdens de interviews een aantal andere factoren naar voren die van invloed zijn op de effectiviteit van het netwerk: verwachtingsmanagement, capaciteitsproblemen, tijdgebrek, wachtlijsten en de financiële drempel voor slachtoffers van seksueel geweld
De verbindende actor. Een onderzoek naar de bijdrage van Regionale Informatie- en Expertisecentra aan een integrale samenwerking bij de aanpak van ondermijning in Noord-Brabant en Zeeland
Het onderwerp ‘ondermijning’ heeft de laatste tien jaar een steeds prominentere plek verkregen in zowel het publieke debat als het veiligheidsbeleid van verschillende overheidsinstanties. Steeds wordt er gehamerd op een integrale wijze van samenwerking als dé ideale manier om deze ontwrichtende vorm van criminaliteit aan te pakken. Om een geïntegreerde aanpak van ondermijning te kunnen realiseren zijn verschillende Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC) opgericht. De taak van deze RIEC’s is het stimuleren van een brede beweging binnen overheid en samenleving om weerbaarder te worden tegen de invloed van criminele krachten in het dagelijks leven. In dit onderzoek wordt gekeken in hoeverre het de RIEC’s lukt een bijdrage te leveren aan een integrale aanpak. Voor dit onderzoek is dan ook de volgende hoofdvraag opgesteld: In hoeverre dragen de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) bij aan een integrale samenwerking tussen partners in de aanpak van ondermijning? Deze vraag is beantwoord door middel van interviews met betrokkenen bij de samenwerking binnen het RIEC-verband. Daarnaast is aanvullend gebruik gemaakt van een documentenanalyse. Op basis van de interviews en de documentenanalyse kunnen het RIEC Oost-Brabant en het RIEC Zeeland West-Brabant worden beschouwd als goed functionerende collaboratieve platformorganisaties. Alle vier de structuur- en procesvariabelen die volgens de inzichten van Ansell en Gash (2017) in een collaboratieve platformorganisatie aanwezig moeten zijn om goed te kunnen functioneren, komen veelvuldig naar voren in de interviews en de geanalyseerde documenten. Het tweede deel van de resultaten beschrijft in welke mate de RIEC’s beschikken over de vier factoren die bijdragen aan het bereiken van een integrale samenwerking. De factoren ‘face-to-face interactie’, ‘afstemming deskundigheden en manieren van werken’ en ‘het opstellen van gezamenlijke doelen’ komen veelvuldig naar voren. De factor ‘vertrouwen’ is minder duidelijk aanwezig, voornamelijk op het gebied van informatiedeling. Uit de interviews en documentenanalyse blijkt dat er sprake is van een beperkte bereidheid tot volledige informatiedeling. Dit vormt een probleem, aangezien volledige informatiedeling een van de belangrijkste pijlers van de samenwerking via het RIEC is. Op basis van de resultaten en de reflectie op het uitgevoerde onderzoek zijn verschillende aanbevelingen geformuleerd, zowel voor vervolgonderzoek als voor de RIEC’s. De aanbevelingen voor de RIEC’s richten zich op de beperkte aanwezigheid van de factor ‘vertrouwen’ en op twee terugkoppelingseffecten die nog onvoldoende worden nagestreefd door het RIEC als collaboratief platform zijnde. De aanbeveling voor vervolgonderzoek heeft betrekking op de beperkte tijd en toegang van dit onderzoek
Opening the black box: where does throughput legitimacy hide? A case study research on the National Energy and Climate Plans of Austria and Ireland to examine whether the European Union safeguards and guarantees the democratic legitimacy
Democratic legitimacy within the topic of climate change in the European Union is a major concern for institutions and individuals. National Energy and Climate Plans of Member States need to measure up to the requirements which the European Commission set up. The goal of this research was to analyse whether the European Union’s governance system allows for citizen representation that operates responsively and responsible with creating proper outcomes effectively through the criteria of accountability, transparency, inclusiveness, and openness. The research used literature on input, output, and throughput legitimacy as theoretical framework. Throughput legitimacy can be divided into two discourses, namely the coordinative discourse and the communicative discourse which can be linked to respectively output legitimacy and input legitimacy. The legitimising mechanisms of input, output and throughput are also divided between the level of the EU and the national level which is called split-level legitimacy (Schmidt, 2020, p. 56). The central question of this research is ‘How does the European Union guarantee and safeguard the democratic legitimacy and solve the split-level legitimacy problem in the context of the National Energy and Climate Plans?’. To answer the central question, this research executed a content analysis with two case studies being the NECPs of Austria and Ireland. The analysis revealed that the European Union guarantees and safeguards the democratic legitimacy by thoroughly monitoring the Member States and giving them recommendations on how they should improve and implement the National Energy and Climate Plans. We gained more insight into democratic legitimacy within the split-level legitimacy design, but it is complex to draw a strict conclusion on how the European Union will solve the split-level legitimacy problem. This research showed that it is important to uncover throughput legitimacy in order to comprehend the split-level legitimacy
Digitale dienstverlening voor ondernemers in gemeente Beesel Een onderzoek naar het verbeteren en het zichtbaarder maken van de digitale dienstverlening voor ondernemers in gemeente Beesel
Dit onderzoek richt zich op de digitale dienstverlening in de gemeente Beesel en hoe deze verbeterd kan worden. Op dit moment is de digitale dienstverlening niet functioneel, onvolledig en moeilijk vindbaar. Vanuit de theorie is een conceptueel model ontwikkeld waarbij digitale dienstverlening positief beïnvloed kan worden via: levensgebeurtenissen, digitale inclusie en interactie tussen ondernemer & gemeente en one-stop governance. One-stop governance houdt in dat digitale dienstverlening vanuit één beginpunt start en dat vanuit dit beginpunt alle digitale diensten kunnen worden bereikt. Vanuit wetenschappelijke literatuur zijn theoretische ontwerpprincipes geformuleerd. Om dit in de praktijk te onderzoeken is er een kwantitatief onderzoek gedaan naar de ondernemers in de vorm van een survey en een kwalitatief onderzoek naar de medewerkers van de gemeente in de vorm van een interview. Uit deze onderzoeken kwam naar voren dat ondernemers veiligheid & vertrouwen het belangrijkste onderdeel vinden en vormgeving van dienstverlening het minst belangrijk onderdeel. De onderdelen die ondernemers belangrijk vinden waren toegankelijkheid, hulp & ondersteuning en vormgeving van dienstverlening. Vanuit deze onderzoeken zijn praktijkgerichte ontwerpprincipes geformuleerd. Door vervolgens de theoretische en praktijkgerichte ontwerpprincipes met elkaar te vergelijken en verschillen te verklaren zijn er uiteindelijk een vijftal aanbevelingen geformuleerd die de digitale dienstverlening kunnen verbeteren: 1. Introduceer een dienstverlening vormgegeven door levensgebeurtenissen op basis van one-stop governance 2. Verbeter zichtbaarheid en toegankelijkheid voor de ondernemerswebsite, via zowel de algemene website en via de algemene zoekmachines 3. Zorg voor een veilige basis van de website en ben hier transparant over 4. Wees digitaal inclusief, maar behoud het persoonlijke contact 5. Creëer interactie tussen ondernemer en gemeente
Thuis in jouw stad. Een onderzoek naar digitale informatie- en participatieplatforms
Deze masterthesis onderzoekt hoe digitale informatie- en participatieplatforms, met Thuis in Maastricht als casus, kunnen bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van inwoners bij gemeentelijke besluitvorming. De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kunnen digitale platforms, zoals Thuis in Maastricht, de participatie van inwoners vergroten? Het onderzoek is uitgevoerd met een gemengde methodologische aanpak, bestaande uit een enquête onder 1121 inwoners van Maastricht en interviews met medewerkers van vergelijkbare platforms in Nijmegen, Groningen en Zwolle. De resultaten laten zien dat transparantie, gebruiksgemak, terugkoppeling en relevantie van het onderwerp van belang zijn voor actieve participatie. Hoewel Thuis in Maastricht een stevige basis heeft, ontbreken interactieve en motiverende elementen die participatie stimuleren. Inwoners willen vooral weten wat er met hun input gebeurt, zelf kunnen bepalen wanneer ze reageren en participeren op een manier die aansluit bij hun leefwereld. De conclusie luidt dat digitale platforms participatie kunnen vergroten door laagdrempelige, toegankelijke en transparante participatievormen aan te bieden, gecombineerd met fysieke alternatieven. Aanbevelingen zijn onder andere het versterken van communicatie op kleine schaal, het toevoegen van interactieve functies en het verbeteren van visuele aantrekkelijkheid. Vervolgonderzoek wordt aanbevolen in de vorm van focusgroepen en breder onderzoek naar vergelijkende platforms, gericht op het versterken van vertrouwen in participatieprocessen
Terug naar de basis. Het netwerk van organisaties in het voorliggend veld in de gemeente Zevenaar versterken ter bevordeing van de preventieve werking van voorliggende voorzieningen.
Dit onderzoek heeft getracht te ontdekken hoe de verschillende organisaties die actief zijn in het voorliggend veld in de gemeente Zevenaar met elkaar samenwerken. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: hoe kan het netwerk van organisaties in het voorliggend veld versterkt worden ter bevordering van de preventieve werking van het voorliggend veld?
Theoretisch gezien werkt het voorliggend veld preventief omdat het voorzieningen zijn die vroegtijdig laagdrempelige ondersteuning kunnen bieden waardoor zorgvragen niet toenemen of pas later opkomen. Belangrijk is dat zorgvragen vroegtijdig worden gesignaleerd door een goede samenwerking tussen organisaties en partijen. In het voorliggend veld kunnen mensen bovendien contacten opdoen voor hun eigen netwerk, wat hun zelfredzaamheid bevordert doordat ze eventueel kunnen terugvallen op hun sociale netwerk.
Er kan geconcludeerd worden dat de organisaties in het voorliggend veld in de gemeente Zevenaar elkaar niet goed genoeg kennen en niet goed weten wat ze aan elkaar kunnen hebben. Er moet een besef komen van ‘wat kan de ander doen’. Ook hebben ze nauwelijks contacten met verenigingen, wat juist een belangrijke verbinding is om hulvragen vroegtijdig te signaleren. De gemeente Zevenaar moet verbindingen binnen het voorliggend veld stimuleren door ervoor te zorgen dat de organisaties elkaar beter leren kennen
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
- …
