1,732,481 research outputs found
Beesd Achterstraat 44
Van maandag 13 tot en met woensdag 15 november 2006 heeft ACVU-HBS een archeologisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied Beesd-Achterstraat 44 met een oppervlakte van 136 m2. De opdrachtgever is dhr. J. van Hoeven. Het onderzoek is in eerste instantie gestart als een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven. In overleg met het bevoegd gezag is overgegaan tot een opgraving.
Aanleiding van het onderzoek is geplande woningbouw. Vooronderzoek had uitgewezen dat
de kans op bewoningssporen uit het verleden reëel was. Het archeologische onderzoek van ACVU-HBS heeft heel wat bewoningssporen en vondsten opgeleverd uit de Volle Middeleeuwen. Grote structuren zoals huizen zijn niet aangetroffen of konden
niet herkend worden door de beperkte oppervlakte. Zes paalkuilen behoren mogelijk tot een hooimijt. In totaal zijn 636 vondsten gedaan. De grootste vondstcategorieën zijn het aardewerk, het dierlijk bot, het metaal en het natuursteen. De hoofdmoot van het aardewerk is te dateren van de tweede helft van de 9de eeuw tot de 11de eeuw na Chr. Dit aardewerkspectrum sluit goed aan met het beeld dat we hebben van rurale woonplaatsen in deze archeoregio. Ouder aardewerk - IJzertijd, Romeinse tijd en Merovingische tijd - is aanwezig maar kan als zwerfvuil geïnterpreteerd worden. Twee botanische
monsters zijn gewaardeerd en bleken arm te zijn aan macrobotanische resten
ZAN 53
In het najaar van 2005 heeft het ACVU-HBS in opdracht van ProRail B.V. een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd in de gemeente Houten. De aanleiding vormde de geplande spooruitbreiding in het kader van het project “Verbreding spoorwegtraject Vleuten - Geldermalsen/Randstadspoor (VleuGel/RSS)”. Vooronderzoek had immers uitgewezen dat spoorwegverbreding verschillende archeologische vindplaatsen zou aansnijden.
De resultaten kunnen als volgt samengevat worden : een woonplaats uit de Vroege en Midden Bronstijd (vindplaats 20), een sporencluster uit de vroeg-Romeinse tijd (vindplaats 19-1) en enkele archeologische sporen die als perifere fenomenen uit de Late IJzertijd - Romeinse tijd te interpreteren zijn (vindplaats 19-2 en 21).
Uit de waardering van de verschillende vindplaatsen is geconcludeerd dat enkel vindplaats 20 behoudenswaardig is. Hier wordt dan ook vervolgonderzoek geadviseerd. De andere vindplaatsen bieden de mogelijkheid om een zicht te krijgen op de periferie van de verschillende woonplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse tijd in Houten-Zuid. Hier wordt een intensieve tracébegeleiding geadviseerd
ZAN 110
De gemeente Geldermalsen ontwikkelt momenteel een 13,5 hectare groot gebied te Geldermalsen, genoemd Stationslocatie. Hier zal nieuwbouw worden gerealiseerd. In opdracht van de gemeente heeft ACVU-HBS hier een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van proefsleuven uitgevoerd. In totaal is een oppervlakte van 2484 m2 onderzocht. Tijdens het onderzoek zijn sporen gevonden van een rurale middeleeuwse nederzetting. Deze vindplaats heeft een geschat oppervlak van 0,91 hectare en is behoudenswaardig. Aan het bevoegd gezag wordt geadviseerd wanneer duurzame bescherming in situ niet mogelijk is, een opgraving uit te laten voeren. Alleen het deel waar de middeleeuwse sporen zijn aangetroffen (met een oppervlakte van 0,91 hectare) komt in aanmerking voor een opgraving
Echteld Broedershof, proefsleuven
Het plangebied Echteld-Broedershof, gemeente Nederbetuwe, wordt ontwikkeld voor woningbouw. Omdat de geplande werkzaamheden mogelijk archeologische resten verstoren is in mei 2007 een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd. Het onderzoek is verricht door ACVU-HBS in opdracht van Gebr. Van Wanrooij Projectontwikkeling. Er zijn 8 proefsleuven uitgegraven met een totaal oppervlak van 1440 m2. Binnen het plangebied is een vindplaats aangetroffen. Het betreft nederzettingssporen uit de Romeinse tijd en Middeleeuwen in het noordelijk deel van het plangebied
ZAN 80
Op donderdag 29 juni 2006 is er een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd in het plangebied Ede-Pascalstraat. Dit onderzoek is verricht door de Hendrik Brunsting Stichting van het Archeologisch Centrum van de Vrije Universiteit (ACVU-HBS) in opdracht van de gemeente Ede. In totaal is 5% (ruim 225 m2) van het 4500 m2 grote plangebied onderzocht. Vooraf waren diverse vondsten bekend uit het laat-Neolithicum, Bronstijd en IJzertijd. De hoge verwachting ten aanzien van de archeologische waarde is bevestigd. De aanwezigheid van sporen is aangetoond en vondsten zijn gedateerd in het Mesolithicum en mogelijk de IJzertijd. De vindplaats is gewaardeerd en behoudenswaardig bevonden.
Het plangebied heeft als bestemming de nieuwbouwlocatie voor het Medisch Centrum Ede. Graafwerkzaamheden hiervoor zullen de archeologische resten ernstig of geheel vernietigen. Aan het Bevoegd gezag wordt geadviseerd de vindplaats duurzaam te beschermen of wanneer dit niet mogelijk is een opgraving uit te voeren. Verplaatsing van het bouwvlak binnen het plangebied is niet zinvol. De sporen zijn verspreid aangetroffen over het hele plangebied
ZAN 49
In een ca. 1,35 ha groot plangebied aan de Prinses Marijkeweg te Geldermalsen is de bouw voorzien van een winkelcentrum en enkele woningen. Een recent bureauonderzoek leverde voor dit plangebied een middelhoge archeologische verwachting voor met name bewoningssporen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.
In opdracht van de gemeente Geldermalsen voerde ACVU-HBS hier op 26 en 27 oktober 2005 een Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen uit. Daartoe werden, verspreid over het terrein, 9 grondboringen verricht. Slechts op 1 plaats werd een archeologische indicator aangetroffen: een houtskooldeeltje in natuurlijke afzettingen. Dit vormt echter onvoldoende aanwijzing voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen ter plekke.
Nader onderzoek naar de archeologische waarden in het plangebied wordt niet noodzakelijk geacht. Aanbevolen wordt om de locatie vrij te geven voor verdere ontwikkeling
Ede Pascalstraat proefsleuven
Op donderdag 29 juni 2006 is er een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd in het plangebied Ede-Pascalstraat. Dit onderzoek is verricht door de Hendrik Brunsting Stichting van het Archeologisch Centrum van de Vrije Universiteit (ACVU-HBS) in opdracht van de gemeente Ede. In totaal is 5% (ruim 225 m²) van het 4500 m² grote plangebied onderzocht. Vooraf waren diverse vondsten bekend uit het laat-Neolithicum, Bronstijd en IJzertijd. De hoge verwachting ten aanzien van de archeologische waarde is bevestigd. De aanwezigheid van sporen is aangetoond en vondsten zijn gedateerd in het Mesolithicum en mogelijk de IJzertijd. De vindplaats is gewaardeerd en behoudenswaardig bevonden.
Het plangebied heeft als bestemming de nieuwbouwlocatie voor het Medisch Centrum Ede. Graafwerkzaamheden hiervoor zullen de archeologische resten ernstig of geheel vernietigen. Aan het Bevoegd gezag wordt geadviseerd de vindplaats duurzaam te beschermen of wanneer dit niet mogelijk is een opgraving uit te voeren. Verplaatsing van het bouwvlak binnen het plangebied is niet zinvol. De sporen zijn verspreid aangetroffen over het hele plangebied.
In november 2006 is door ACVU-HBS een aanvullend inventariserend veldonderzoek (IVO 2) door middel van grondboringen en proefsleuven uitgevoerd in het plangebied Ede-Pascalstraat. Doel van dit onderzoek was het nader waarderen van de vroeg-mesolithische vindplaats zoals die is aangetroffen bij het eerste proefsleuvenonderzoek. Uit het eerste onderzoek was al gebleken dat de vindplaats behoudenswaardig is. De vindplaats is niet in situ te behouden zodat opgraven noodzakelijk is. De bestaande gegevens waren echter niet toereikend om een gedegen opgravingsplan te kunnen maken. Daarom is besloten tot het uitvoeren van een aanvullend onderzoek.
Uit IVO 2 is bevestigd dat de vindplaats behoudenswaardig is en in het gehele plangebied archeologische sporen voorkomen. De mesolithische resten bestaan echter vooral uit grondsporen (kuilhaarden) waarvan de verspreiding zich lijkt te beperken tot de oostkant van het plangebied. Vuursteenconcentraties zijn niet aangetroffen. Daarnaast zijn echter wel bewoningssporen aangetroffen die dateren in de Late Bronstijd, Late IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen en Volle Middeleeuwen. Ook zijn er aanwijzingen voor bewoning in het Laat-Neolithicum en Vroeg IJzertijd. De archeologische resten zijn redelijk geconserveerd.Het advies is om het totale plangebied op te laten graven
Someren Lieropsedijk 21-23 proefsleuven
Van 7 tot en met 8 november 2006 voerde ACVU-HBS een Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven uit in het plangebied Someren-Lieropsedijk 21-23. De bestaande bebouwing - een bedrijfswoning en een stallencomplex - zal verwijderd worden en vervangen door een landhuis, waterpartijen en een park. Het proefsleuvenonderzoek heeft tot doel om tot een waardestelling te komen van de eventueel aanwezige vindplaatsen en het geven van een advies in verband met de verdere archeologische afhandeling.Het onderzoek heeft geen relevante archeologische sporen opgeleverd. Enkel (sub)recente sporen en natuurlijke fenomenen zijn aangetroffen. Het advies luidt dat in het plangebied geen verder archeologisch onderzoek dient uitgevoerd te worden
Beesd Jeugdlaan proefsleuven
Binnen het plangebied Beesd-Jeugdlaan, gemeente Geldermalsen, is een laat-middeleeuwse vindplaats aangetroffen. Dit is het resultaat van een Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd door ACVU-HBS in juli 2007. De vindplaats is volgens de KNA-norm behoudenswaardig bevonden. De aanbeveling is te streven naar een duurzame bescherming van de vindplaats. Indien dit niet mogelijk is dient het deel met de middeleeuwse sporen (een oppervlakte van ca 0,1 ha) te worden opgegraven
Geldermalsen Stationslocatie proefsleuven
De gemeente Geldermalsen ontwikkelt momenteel een 13,5 hectare groot gebied te Geldermalsen, genoemd Stationslocatie. Hier zal nieuwbouw worden gerealiseerd. In opdracht van de gemeente heeft ACVU-HBS hier een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van proefsleuven uitgevoerd. In totaal is een oppervlakte van 2484 m2 onderzocht. Tijdens het onderzoek zijn sporen gevonden van een rurale middeleeuwse nederzetting. Deze vindplaats heeft een geschat oppervlak van 0,91 hectare en
is behoudenswaardig. Aan het bevoegd gezag wordt geadviseerd wanneer duurzame bescherming in situ niet mogelijk is, een opgraving uit te laten voeren. Alleen het deel waar de middeleeuwse sporen zijn aangetroffen (met een oppervlakte van 0,91 hectare) komt in aanmerking voor een opgraving
- …
