3,518 research outputs found

    Het nieuwe gebouw van de Universiteitsbibliotheek Leiden /

    No full text
    Gedeeltelijk eerder verschenen in Open en Mare.Bevat: Woord vooraf / J.R. de Groot. Over boeken en structuralisme / Bart van Kasteel. Een nieuw gebouw voor de Universiteitsbibliotheek Leiden / J.L. de Vries. Universiteitsbibliotheek stelt bij verhuizing orde op zaken / M. van Lith

    Romans en marge: les trois premières fictions de J.R. Léveillé

    No full text
    Lors de la publication des trois premières fictions de J.R. Léveillé: Tombeau (1968), La disparate (1975) et Plage (1984) – qui ont été rééditées dans l’oeuvre intitulée Romans –, la critique littéraire avait souligné le caractère d’avant-garde innovateur du style d’écriture de l’écrivain franco-manitobain. Issu d’un milieu minoritaire, et proposant des textes en marge du mainstream, J.R. Léveillé incarne, à notre avis, l’artiste postmoderne par excellence qui conçoit chaque «projet d’écriture» sous un nouvel angle expérimental. À l’instar de Rimbaud, J.R. Léveillé déploie différentes stratégies pour dérégler non seulement les sens, mais aussi «le sens», ou la cohérence attendue d’un récit. Une étude des procédés mis en oeuvre dans ces trois fictions nous permettra de voir, d’une part, comment le matériau premier du texte, à savoir les mots et les images, est manipulé par l’auteur et quel impact ces manipulations ont sur la cohérence attendue d’un récit. Nous espérons, d’autre part, pouvoir dégager la portée d’une telle écriture qui se renouvelle avec chaque nouveau titre en explorant la richesse de la marge, voire de «l’extrême marge».When the first three fictional works of Franco-Manitoban writer J.R. Léveillé were published (Tombeau, 1968, La disparate, 1975, and Plage, 1984, reissued in a single collection entitled Romans in 1995), literary critics pointed up the innovative, avant-garde character of Léveillé’s writing. J.R. Léveillé, a member of the French-speaking minority who produces writing that keeps resolutely to the fringes, is, in our opinion, the epitome of a post-modern artist, conceiving each new writing project from a new, experimental angle. Like Rimbaud, J.R. Léveillé deploys a variety of strategies to muddle not only the senses, but the meaning, direction, and coherency expected from a story. By examining the processes used in these three works of fiction, we will show, first of all, how the raw materials of the text—namely, the words and the images—are handled by the author, along with the impact that this handling has on the coherency expected from the story. Subsequently, we hope to flesh out the scope of such writing, which redefines itself with each new title, exploring the rich territory of the fringes, nay, the outer limits of the fringes

    Social Housing in Aruba: Transforming the social housing sector in Aruba, to make it feasible and sustainable for the future

    No full text
    Op Aruba is een woningcorporatie actief op het gebied van sociale woningbouw, de FCCA. Sociale woningbouw projecten worden steeds minder financieel haalbaar. Echter blijft de vraag naar deze woningen in verhouding groot. Dit onderzoek gaat op zoek naar een nieuw financiele systeem dat projecten in de toekomst weer haalbaar maakt.Real Estate & HousingArchitectur

    De invloed van coupling agents op de stijfheid en sterkte van poly(l-lactide)/hydroxyapatiet composieten

    No full text
    Het composiet van pofy(L-lactide) en hydroxyapatiet is een veelbelovend materiaal om te dienen als breukfixerend implantaat in de ortophaedische chirurgie. De mechanische eigenschappen laten echter nog te wensen over. Om inzicht te krijgen in de variabelen en fenomenen die de stijfheid en sterkte van dit composiet bepalen werden een groot aantal experimenteel bepaalde sterkten en moduli vergeleken met de theorie. Uit deze vergelijking bleken de trek- en buigsterkten van het composiet lineair toe te nemen met de molecuulmassa van het polymeer. Omdat de adhesie tussen de vulstof en het matrixmateriaal de oorzaak van de slechte mechanische eigenschappen bleek te zijn werd een onderzoek gedaan naar de invloed van coupling agents op deze hechting. Het hydroxyapatiet werd gecoat met methacryloxypropyltrimethoxysïlaan (MPS), met vinyltrimethoxysilaan (VTMS) en met aminopropyltriethoxysilaan (APS). De coating bestaat uit zowel covalent aan het oppervlak gebonden silaanmoleculen als fysisch gebonden lagen van siloxanen. Deze dikke laag silaan verbetert de adhesie niet. Wel beïnvloeden de silanen de polymerisatie. Het VTMS hindert de initiatie waardoor niet omgezet monomeer achterblijft dat de struktuur van het polymeer verzwakt. Het APS kan door omestering ketens aan elkaar koppelen waardoor de gewichtsgemiddelde molecuulmassa en de dispersiteit van het polymeer sterk toenemen. Het in dit onderzoek gebruikte hydroxyapatiet heeft een specifiek oppervlak van 1.34 m2/g en bestaat voor de helft uit grote clusters. Verder onderzoek moet zich daarom niet alleen richten op het beter beheersen van de silaanlaag maar ook op het oppervlak en de dispersiegraad van de hydroxyapatietdeeltjes in het polymeer.Applied SciencesScheikundige Technologie en der MateriaalkundeTechnologie van Macromoleculaire Stoffe

    De kracht van de verleiding - Natuurtransferia als investering in kwaliteit natuurgebieden

    No full text
    Natuurtransferia dragen bij aan de recreatieve kwaliteit van natuurgebieden, maar kunnen ook de natuurlijke kwaliteit ervan versterken. De 'Veluwetransferia' zijn nu al een groot succes. Alleen al vanwege de sociale veiligheid laten bezoekers hun auto graag op het parkeerterrein staa

    Clinical, electrophysiological and structural aspects of atrial remodeling: Lessons from thoracoscopic ablation of atrial fibrillation

    No full text
    Boezemfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis, die steeds meer voor zal komen door de vergrijzing van onze samenleving. Behandelingen voor boezemfibrilleren oefenen daardoor een toenemende druk uit op de zorg en de kosten van de zorg. Effectieve behandeling van boezemfibrilleren is daarom van groot belang. Echter, de mechanismes van boezemfibrilleren, en van recidieven van boezemfibrilleren na een behandeling worden nog niet volledig begrepen. Daarom beschrijf ik in dit proefschrift verschillende factoren die het succes van de behandeling kunnen bepalen. Daarvoor hebben we onderzoek gedaan naar patiënten die een zogenaamde thoracoscopische ablatie voor boezemfibrilleren krijgen. Dit stelde ons in staat om klinische factoren te onderzoeken die een relatie hebben met een succesvolle of niet succesvolle ablatie. Vervolgens hebben we deze karakteristieken gerelateerd aan structurele kenmerken van het hartspierweefsel, de elektrische geleiding van het hartspierweefsel, en de uitkomst na de behandeling. Deze combinatie van klinische, structurele en elektrofysiologische kenmerken geven belangrijke nieuwe inzichten in de mechanismes van boezemfibrilleren, en die van recidieven na een behandeling

    Clinical, electrophysiological and structural aspects of atrial remodeling: Lessons from thoracoscopic ablation of atrial fibrillation

    No full text
    Boezemfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornis, die steeds meer voor zal komen door de vergrijzing van onze samenleving. Behandelingen voor boezemfibrilleren oefenen daardoor een toenemende druk uit op de zorg en de kosten van de zorg. Effectieve behandeling van boezemfibrilleren is daarom van groot belang. Echter, de mechanismes van boezemfibrilleren, en van recidieven van boezemfibrilleren na een behandeling worden nog niet volledig begrepen. Daarom beschrijf ik in dit proefschrift verschillende factoren die het succes van de behandeling kunnen bepalen. Daarvoor hebben we onderzoek gedaan naar patiënten die een zogenaamde thoracoscopische ablatie voor boezemfibrilleren krijgen. Dit stelde ons in staat om klinische factoren te onderzoeken die een relatie hebben met een succesvolle of niet succesvolle ablatie. Vervolgens hebben we deze karakteristieken gerelateerd aan structurele kenmerken van het hartspierweefsel, de elektrische geleiding van het hartspierweefsel, en de uitkomst na de behandeling. Deze combinatie van klinische, structurele en elektrofysiologische kenmerken geven belangrijke nieuwe inzichten in de mechanismes van boezemfibrilleren, en die van recidieven na een behandeling

    De basiskustlijn: Een technisch/morfologische uitwerking

    No full text
    In de nota "Kustverdediging na 1990" worden enkele nieuwe instrumenten geïntroduceerd: de momentane kustlijn, de basiskustlijn, de trend en de marges. Het gebruik hiervan is voor twee doelen van belang: a. De momentane kustlijn, de basiskustlijn en de trend zijn van belang voor het structureel handhaven van de kustlijn. b. De marges zijn van belang voor de vaststelling van de waterkering in de duinen en voor andere belangen in de duinen en op het strand. In bijgaande nota "De Basiskustlijn, een technisch/morfologische benadering" van de Dienst Getijdewateren worden de momentane kustlijn, de basiskustlijn en de trend geconcretiseerd. Over de marges zal in de loop van 1992 worden gerapporteerd. Deze volgorde stemt overeen met de volgorde die in de nota "Kustverdediging na 1990" wordt aangehouden. Er is voorrang gegeven aan de instrumenten die van belang zijn voor de structurele handhaving van de kustlijn.KWP-collectio

    J.R. Léveillé, 45th Annual ODU Literary Festival

    No full text
    J. R. Léveillé is a renowned figure in Franco-Manitoban and francophone literature. He is the author of over thirty interdisciplinary works of poetry, fiction, television documentaries and theater. He is included in many anthologies and his work is studied in many Canadian schools. His 2001 novel, The Setting Lake Sun (Le soleil du lac qui se couche) won the Prix Rue-Deschambault prize in 2002 and was selected for the 2020 edition of Le Combat des Livres. Some of his recent works include New York Trip (2003); Pierre Lardon (2011); Poème, Pierre, Prière (Poeme, Rock, Prayer, 2011); L\u27Invocation de Rutebeuf et the Villion (2012); Ganiishomong, ou l\u27extase du temps (2020) and Ex-Nihilo in 2021 with E.D. Blodgett. He was awarded the Manitoba Arts Council\u27s Award of Distinction in 2012

    Estudio anatómico de la madera de la parte posterior del retablo de los Reyes de la Catedral Metropolitana. Antropología. Boletín Oficial del Instituto Nacional de Antropología e Historia. Num. 73 Nueva Época (2004) enero-marzo

    No full text
    Barajas M., J.R. Echenique M. y T. Carmona, La madera y su uso en la construcción, Jalapa, Veracruz, Instituto Nacional de Investigaciones sobre Recursos Bióticos / Laboratorio de Ciencia y Tecnología de la Madera, 1946, 70 pp.Carrillo, A.; Técnica de la pintura de la Nueva España, México, Imprenta Universitaria de la UNAM-Instituto de Investigaciones Estéticas, 1946, 203 pp.De la Paz Pérez, O.C. y P. Olvera, “Anatomía de la madera de 16 especies de coníferas”, en Boletín Técnico del Instituto Nacional de Investigaciones Forestales, núm. 69, México, D. F., 1981, 111 pp.———; “La madera y su uso”, en Características anatómicas de la madera de 14 especies de coníferas, México, Instituto de Ecología, A.C. /Laboratorio de Ciencia y Tecnología de la Madera / UAM -Azcapotzalco, 64 pp.Huerta, J., Anatomía de 12 especies de coníferas mexicanas, México, Instituto Nacional de Investigaciones Forestales, 1978, 56 pp.Martínez, M., Los pinos mexicanos, 2 ed., México, Botas, 1948, 361 pp.Munsell Color Company, Munsell soil color charts, Baltimore, Maryland, Color Company, Inc., 1954, 17 pp.Rzedowski, J. y G. Rzedowski, Flora fanerogámica del Valle de México, CECSA, 1979, 403 pp.Tovar y de Teresa, G. y J. Ortiz Lajous, Catedral de México. Retablo de los Reyes: historia y restauración, México, Sedue, 1985, 109 pp
    corecore