34 research outputs found
Opposisjon til foredrag om debut av levnadsvanor
I detta inlägg gör Grete Botten en kritisk analys av Per-Olof Sjödens föregående bidrag. Dessutom utvecklar hon sina egna teorier om vad det är som bestämmer våra levnadsvanor.
 
Health care priority setting in Norway a multicriteria decision analysis
Background
Priority setting in population health is increasingly based on explicitly formulated values. The Patients Rights Act of the Norwegian tax-based health service guaranties all citizens health care in case of a severe illness, a proven health benefit, and proportionality between need and treatment. This study compares the values of the country's health policy makers with these three official principles.
Methods
In total 34 policy makers participated in a discrete choice experiment, weighting the relative value of six policy criteria. We used multi-variate logistic regression with selection as dependent valuable to derive odds ratios for each criterion. Next, we constructed a composite league table - based on the sum score for the probability of selection - to rank potential interventions in five major disease areas.
Results
The group considered cost effectiveness, large individual benefits and severity of disease as the most important criteria in decision making. Priority interventions are those related to cardiovascular diseases and respiratory diseases. Less attractive interventions rank those related to mental health.
Conclusions
Norwegian policy makers' values are in agreement with principles formulated in national health laws. Multi-criteria decision approaches may provide a tool to support explicit allocation decisions
Pasientbehandling innenlands eller utenlands? En analyse av ressursbruk i Pasientbroen
I etterkant av Stortingets vedtak om å bevilge 1 milliard kroner til behandling av pasienter i utlandet (Pasientbroen), inviterte Rikstrygdeverkets prosjektorganisasjon ”Kjøp av Helsetjenester i Utlandet” flere forsknings- og utredningsinstitusjoner til å komme med innspill til problemstillinger for en evaluering av ordningen. Denne rapporten utgjør andre del av et prosjekt som er blitt utført av Senter for helseadministrasjon ved Universitet i Oslo. Del 1 av prosjektet kartla sykehuslegers holdninger til Pasientbroen (Botten, Nerland og Hagen 2002). Dette arbeidet baserer seg hovedsakelig på tallmateriale som er levert av Rikstrygdeverket og spørreskjema som har blitt sendt til private helseinstitusjoner i Norge og til elektive avdelinger ved et utvalg av norske offentlige sykehus, samt data om behandling av pasienter i Norge. Formålet med rapporten er å presentere ulike kostnader forbundet med Pasientbroen i 2001, og å vurdere hvorvidt og til hvilke kostnader den samme pasientgruppen kunne blitt behandlet ved norske behandlingsinstitusjoner det samme året. Hovedutfordringen har vært å tilveiebringe tilstrekkelig informasjon om den pasientgruppen som ble behandlet i Pasientbroen i løpet av 2001, og å få tilstrekkelig med tilbakemeldinger på spørreskjemaene til private og offentlige helseinstitusjoner i Norge. Prosjektets ambisjonsnivå er noe redusert i forhold til den opprinnelige prosjektbeskrivelsen, og ferdigstillelsen av rapporten har tatt noe lenger tid enn først planlagt. Dette skyldes delvis at antallet pasienter som ble behandlet i Pasientbroen i 2001 ble færre enn man forventet seg i prosjektets startfase, delvis at responsen på de utsendte spørreskjemaene var lav, og delvis at det tok betydelig lengre tid enn forventet å få oversendt et anvendbart datagrunnlag fra Rikstrygdeverket.Pasientbroen; behandlingskostnader; pasientbehandling
Debut av levnadsvanor: Från samband till mekanismer
Denna artikel är en bearbetning av riksbankssymposiets inledande föredrag där professor Per Olow Sjöden från Centrum för omvårdnadsvetenskap, Uppsala universitet, tar upp den centrala frågan om vilka mekanismer som förklarar debuten av våra levnadsvanor med fokusering på matvanor hos barn- och ungdom. Sjödens bidrag kommenteras i nästa artikel av professor Grete Botten
Local Action Groups in Prevention of Child Accidents
Local action groups, organized by public health nurses, were formed in eight municipalities of Norway in order to prevent childhood accidents. The process of establishing such action groups and their way of operating are reported. The study revealed a potential for local activities in health promotion and yielded experience worth considering when starting similar projects. A project should be designed locally and priorities based upon locally felt needs. Formal channels for transferring knowledge from the health sector to other sectors in the municipality need to be established. An action group consisting of both lay people and professionals seems to be the most efficient means. </jats:p
What is best and at what cost? Cross-national differences in the treatment of ageing-related diseases Norwegian perspective from a comparative OECD-project
Aggregated medical spending differs widely across countries and large variations exist in the frequency and the mix of medical services provided, as well as the type of technology applied. The outcomes (mostly measured as survival rates) do not, however vary to the same extent as the spending. Policy makers in many countries compare their spending to each other, with no clear consensus about how systems are effective in treating patients. In each of these debates the issue of what medical care is buying arises: When countries spend more or less on health care, how does that affect resource allocation in the medical sector and ultimately the health outcomes? The goal of the project1 was to examine how different medical care systems will affect the allocation of resources in the medical sector. As the existing available macro data at an international level does not allow for satisfactory answers to such questions, this project wanted to use a microeconomic approach. An international comparison of treatments of conditions in older populations that lead to high expenditures could help to identify treatments that might be more effective in improving outcomes at lower cost. Therefore the project focused on international comparisons of treatments for a spectrum of conditions in older populations with high aggregate medical spending, well identified episodes of care, high prevalence and high policy relevance. Norway participated in studies on myocardial infarction and breast cancer 2. The choice of focus on older patients was partly motivated by the fact that in the future the elderly will probably take an increasingly proportion of the total spending in the health care sector. See documentation from the main project: http://www.oecd.org/EN/document/0,,EN-document-194-5-no-27-32316-0,00.htmlMedical care; allocation of resources; acute myocardial infarction; breast cancer; international comparisons of treatments
Zieke vis en spuisluizen: Onderzoek naar ziekte bij bot (Platichthys flesus) vóór en achter de Afsluitdijk
In de zomer van 1987 sloegen sport- en beroepsvissers alarm over regelmatige vangsten van zieke botten (Platichthys flesus) in de Waddenzee bij Den Oever. Naar aanleiding hiervan kreeg het RIKZ van de Rijkswaterstaatdirecties Noord-Nederland en Noord-Holland de opdracht tot inventarisatie van visziektes in de Waddenzee, en dan met name rondom de spuisluizen in de Afsluitdijk. Men veronderstelde namelijk een verband tussen de visziekte en de sterke zoet-zoutschommelingen bij de spuisluizen. Doel van de inventarisatie was: 1. Huidzweren en andere aandoeningen bij bot in kaart te brengen en in de tijd te volgen; 2. De meest waarschijnlijke oorzaken van de ziekte-uitbraak bij de spuisluizen vast te stellen; 3. Het effect van genomen beheersmaatregelen te bepalen; 4. Aanbevelingen te doen voor het inpassen van visziekte bij toekomstige monitoring. Het onderzoek werd tussen 1988 en 2001 uitgevoerd, en omvatte ziekte-inventarisaties bij bot en bacteriologisch, histologisch en chemisch onderzoek in bot, water en/of sediment. Dit rapport is een eindanalyse van de inventarisaties, en bevat de resultaten van zowel eerder gepubliceerd (1988, 1994 en 1996) als nieuw onderzoek (uit 1999 en 2000). In totaal zijn 24.692 botten op gezondheidsparameters gescreend: 9.711 botten rond de spuisluizen in de Afsluitdijk (1988-2000) en 14.981 botten elders in de Waddenzee (1988-1996). De ziektecijfers bevestigden de alarmerende observaties van de vissers: de botpopulatie in de Waddenzee was door diverse huidaandoeningen aangetast. Huidzweren werden het vaakst aangetroffen, en dan vooral buiten de spuisluizen. Bij de Afsluitdijk ging het om 20 tot 50% van de botten. Bij de afwateringssluizen van het Lauwersmeer, Harlingen en de Dollard was 5% van de botten aangetast: nog steeds significant meer dan in natuurlijke estuaria en in zout of zoet water, waar minder dan 2% huidzweren bleek te hebben. Andere visziekten werden minder vaak aangetroffen, maar vertoonden een vergelijkbaar patroon. Sinds 1988 is de situatie echter sterk verbeterd. Het percentage botten met huidzweren voor de spuisluizen van de Afsluitdijk is teruggelopen van ongeveer 30% naar 10%, al was er in 1996 sprake van een tijdelijke verhoging. Andere onderzochte huidziekten zijn bijna tot een natuurlijk niveau teruggekeerd (<0,5%) of zelfs zo goed als verdwenen. Een verklaring hiervoor is dat de kwaliteit van het leefmilieu van de bot in de bewuste periode is verbeterd. Ook aangepast spuibeheer heeft vrucht afgeworpen \u96 in 1994 bleek uit onderzoek dat het aantal zieke vissen bij Den Oever en Kornwerderzand verder was gereduceerd door tussen 1991 en 1993 aangepast spuibeheer te hanteren. Hoewel visziekten inmiddels veel minder vaak voorkomen, lijden botten buiten de spuisluizen in de Afsluitdijk nog steeds duidelijk vaker aan huidzweren dan botten achter de Afsluitdijk. Ook lijden ze vaker aan inwendige aandoeningen, verkeren ze vaker in een slechte voedingsconditie en bevatten ze hogere gehalten aan bepaalde microverontreinigingen \u96 ook als gehalten in sedimenten binnen én buiten de sluizen gelijk zijn (of zelfs lager zijn bínnen de sluizen). Statistisch onderzoek heeft uitgewezen dat er een positief verband bestaat tussen het optreden van huidzweren bij botten en de interne gehalten van bepaalde milieuverontreinigingen. Specifieke leveraandoeningen in bot worden waarschijnlijk veroorzaakt door bepaalde milieucontaminanten. Oorzaak van de ziekte-uitbraak bij botpopulaties vóór de spuisluizen van de Afsluitdijk, is waarschijnlijk een opeenhoping van stressveroorzakende factoren. Dit tast het afweersysteem van de vis aan, waardoor de vis vatbaarder wordt voor allerlei ziekten. De kans is daardoor groter dat verhoogde concentraties bacteriën in het water huidzweren veroorzaken. De belangrijkste stressveroorzakende factoren zijn: 1. Intrekbelemmering. Als de bot gedwongen wordt langdurig in het ongunstige water aan de buitenkant van de spuisluizen te verblijven, verzwakt zijn conditie en afweersysteem en neemt de kans op zweren en andere aandoeningen toe; 2. Continue abrupte en extreme schommelingen in zoutgehalten. Deze gaan gepaard met osmotische stress en aantasting van het immuunsysteem; 3. Slechte water- en bodemkwaliteit in de spuikom en omgeving, met verhoogde concentraties bacteriën en milieuverontreinigingen, een beperkt voedselaanbod, en mogelijk zuurstofloze perioden; 4. Beschadiging van de (beschermende) slijmlaag van de vis door de plaatselijke visserij (\u91discard\u92) en de spoelkokers in de spuisluis. Mogelijke maatregelen tegen visziekten bij de spuisluizen in de Afsluitdijk zijn dan ook: 1. Het verbeteren van de (in)trekmogelijkheden voor bot; 2. Het voorkomen van abrupte, extreme zoet-zoutwisselingen bij het spuibeheer; 3. Het verbeteren van de milieucondities in de spuikommen en de directe omgeving ervan. Omdat uit dit onderzoek geen duidelijke relatie blijkt tussen de interne gehalten van bepaalde milieuverontreinigingen in bot en de gehalten van dezelfde verontreiniging in sediment, is het daarnaast raadzaam gericht onderzoek uit te voeren naar de mogelijke invloed die zoetzoutschommelingen op het gedrag van stoffen hebben. Geadviseerd wordt ten slotte om ook in de toekomst visziekten bij spuilocaties regelmatig te monitoren. Huidzweren en de bijbehorende littekens bij bot zijn een goede indicatie van de intreksituatie door de spuicomplexen in de Afsluitdijk. De kwaliteit van het leefmilieu in de omgeving van spuisluizen kan mede worden beoordeeld door huidzweren, andere huidziekten en leveraandoeningen te monitoren. Ook kan met zulke monitoring worden getoetst of genomen beheersmaatregelen effect hebben.GRADIËNTE
