1,721,097 research outputs found

    Network density and diene conversion in peroxide-cured gumstock EPDM rubbers : a solid-state NMR study

    No full text
    Peroxide-cross-linked EPM and EPDM rubbers have been investigated with magic-angle spinning 1H NMR spectroscopy and static 1H NMR relaxometry. The results yield a consistent nanoscale picture of the chemical and physical network properties in terms of chemical cross-links formed via macro-radical combination, chemical cross-links formed via addition to the double bonds, and physical cross-links resulting from chain entanglements

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Full text link
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Variations on the Author

    Full text link
    “Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    Full text link
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis

    Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts

    Full text link
    We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more sophisticated methods

    Author Index

    No full text
    Nao informado

    koamabayili/VECTRON-author-checklist: VECTRON author checklist

    No full text
    We have done our best to complete the author checklist relating to the use of animals in the hut study. Note that the objective for the hut study was to evaluate the IRS treatment applications for residual efficacy against Anopheles mosquitoes, including the local An. coluzzii mosquito population. Cows were only used to attract mosquitoes into the huts and no tests were carried out directly on the cows. The author checklist is intended for use with studies where experiments are carried out on animals, which is why we have had such difficulty in completing this for the hut study, as many of the questions do not relate to how the cows were used

    Thermoplastic vulcanizates : the rubber particle size to control the properties-processing balance

    Full text link
    Rubbers (elastomeren) zijn zachte en flexibele materialen die worden gekenmerkt door een hoge mate van elasticiteit. De bouwstenen van rubbers zijn, evenals bij andere plastics, lange moleculen. In het geval van rubbers zijn dit flexibele ketens die onderling chemisch met elkaar zijn vernet om afglijding tijdens mechanische belasting te voorkomen. Een belangrijk nadeel van deze chemische vernetting is dat smeltverwerking van rubbers niet mogelijk is. Thermoplastische elastomeren (TPEs) zijn een speciaal soort rubbers waarbij fysische interacties in plaats van chemische interacties aanwezig zijn tussen de ketens, waardoor TPEs zowel elastisch als smeltverwerkbaar zijn. Een aparte subgroep binnen de TPEs wordt gevormd door de zogenaamde thermoplastische vulkanisaten (TPVs), welke bestaan uit vernette rubberdeeltjes gedispergeerd in een thermoplastische matrix. Commerciële TPVs zijn over het algemeen gebaseerd op isotaktisch poly(propeen) (iPP) als matrix en etheen-propeen-dieen (EPDM) rubber als disperse fase en worden geproduceerd via dynamische vulkanisatie, waarbij de rubber selectief vernet wordt tijdens mengen met de thermoplast in de smelt. De verhoging van de viscositeit van de rubberfase tijdens het dynamisch vulkanisatie proces beïnvloedt de continuïteit van de fasen en bevordert fase-inversie, wat ervoor zorgt dat de vernette rubber de disperse fase wordt met afmetingen op de µm-schaal. De dispersie van een grote hoeveelheid vernette rubberdeeltjes in de thermoplastische matrix resulteert in zachte, elastische materialen, waarbij de continue thermoplastische matrix zorgt voor verwerkbaarheid in de smelt. De belangrijkste doelstelling van het eerste deel van dit proefschrift was het verkrijgen van een meer fundamenteel begrip van de invloed van de grootte van de rubberdeeltjes op de mechanische en reologische eigenschappen van commerciële TPVs gebaseerd op iPP en EPDM. Kleine-hoek Röntgenverstrooiing (SAXS) metingen tijdens trektesten lieten zien dat het deformatiemechanisme van de TPVs wordt gedomineerd door vloei van de PP matrix. De vorming van microscheurtjes tussen de lamellen, zoals gebeurt tijdens het deformeren van ongevuld PP, wordt efficiënter onderdrukt bij kleinere rubberdeeltjes. Crazing van de matrix, interne rubbercavitatie en loslating van de deeltjes en de matrix werden niet waargenomen. De significante verbetering van de trekeigenschappen bij afnemende grootte van de rubberdeeltjes kan grotendeels worden toegeschreven aan de onderdrukking van zowel de vorming van interlamellaire microscheurtjes evenals mogelijke coalescentie van de scheurtjes. De kans dat bij falen van een rubberdeeltje de kritische scheurgrootte wordt bereikt daalt met afnemende deeltjesgrootte. De kleinere deeltjes leiden ook tot een verbetering van de elasticiteit, aangezien een afname van de ligamentdikte tussen de deeltjes het terugbuigen van de plastisch gedeformeerde ligamenten na verwijdering van de compressie-spanning vergemakkelijkt. De afname van de ligamentdikte tussen de rubberdeeltjes en de toename van het totale oppervlak van de rubberfase vergroot de fysische interacties tussen de rubberdeeltjes, hetgeen leidt tot een verhoogde smeltviscositeit bij een afname van de deeltjesgrootte. Deze resultaten laten de mogelijkheden van TPVs met sub-µm rubberdispersies zien, aangezien de grootte van de rubberdeeltjes gebruikt kan worden om de balans tussen de eigenschappen en de verwerkbaarheid te sturen. De ondergrens van de deeltjesgrootte van traditionele iPP/EPDM-gebaseerde TPVs geproduceerd via dynamische vulkanisatie is gelimiteerd tot 1-3 µm. Daarom werden alternatieve methoden voor het produceren van sub-µm TPVs onderzocht, welke gebaseerd zijn op een verhoogde compatibiliteit van de thermoplastische fase en de rubber fase. De mogelijkheden van zeer compatibele, niet mengbare thermoplast/rubber mengsels voor de productie van sub-µm TPVs werd onderzocht door middel van dynamische vulkanisatie van copolymeren gebaseerd op ataktisch polypropeen (aPP) en 5-ethylideen-2-norborneen (ENB) (aPP-co-ENB) in combinatie met iPP. De iPP/aPP-co-ENB mengsels vertonen een zeer hoge compatibiliteit, wat leidt tot een verfijning van de morfologie (zowel voor als na dynamische vulkanisatie) in vergelijking tot traditionele mengsels gebaseerd op iPP en EPDM. De TPVs gebaseerd op aPP-co-ENB vertonen een verbetering van de trekeigenschappen, maar de relatief hoge glasovergangstemperatuur (Tg) van de rubberfase vertraagt het elastisch herstel na deformatie op kamertemperatuur. Het toevoegen van olie is daarom noodzakelijk, aangezien de olie zorgt voor een verlaging van de Tg van 10 naar -40 °C waardoor de elasticiteit van de TPVs significant wordt verbeterd. Deze studie toont de ondergrens van de dimensies van de rubberdeeltjes die bereikt kan worden via dynamische vulkanisatie van niet-mengbare mengsels (~ 0.5 µm), aangezien een verdere verhoging van de compatibiliteit zou leiden tot een initieel mengbaar systeem. Hoge rubberfracties van > 0.5 leiden tot grotere rubberdeeltjes en tot een (gedeeltelijk) co-continue morfologie bij onvolledige fase-inversie, wat resulteert in een verslechtering van de trekeigenschappen en de smeltverwerkbaarheid. De doelstelling van het tweede deel van dit proefschrift was het onderzoeken van de mogelijkheden van reactie-geïnduceerde fasescheiding (RIPS) als een nieuwe route voor de productie van sub-µm TPVs. De mengbare systemen die werden bestudeerd waren voornamelijk gebaseerd op poly(e-caprolacton) en poly(etheen) als thermoplastische fasen in combinatie met een laag-moleculaire rubber-precursor met epoxy of methacrylaat eindgroepen, welke alle commercieel beschikbaar zijn. Fasescheiding werd geïnduceerd door de verhoging van de molecuulmassa tijdens het selectief polymeriseren en vernetten van de rubber-precursor, wat resulteerde in producten met een typische TPV morfologie en eigenschappen. Deze aanpak heeft een aantal duidelijke voordelen in vergelijking tot de traditionele dynamische vulkanisatie van niet-mengbare systemen. De belangrijkste voordelen zijn (i) de kleine rubberdeeltjes die verkregen worden (van 50 nm tot een aantal µm’s) over (ii) een heel breed samenstellingsgebied (80-90 gewichtsprocent vernet rubber kon gedispergeerd worden in de thermoplastische matrix) en (iii) de veelzijdigheid van de methode. Dit laatste blijkt uit de verschillende vernettingsmechanismen die gebruikt kunnen worden (bijv. stap of keten-groei reacties), de variatie aan rubber-precursors die gekozen kunnen worden (volledig amorf of gedeeltelijk kristallijn, hoge/lage Tg en hoge/lage functionaliteit) en de verschillende thermoplast/rubber combinaties die gebruikt kunnen worden (bijv. hoog polaire of apolaire TPVs kunnen worden geproduceerd). Er werd aangetoond dat connectiviteit tussen de rubberdeeltjes (wat het gevolg is van de invloed van de start van het vormen van een macroscopisch netwerk van de rubber-precursor op het fasescheidingsproces onder statische vernettingscondities) een negatieve invloed heeft op de mechanische en reologische eigenschappen. Verder zorgen zijreacties tijdens het vernettingsproces (zoals enting en/of vernetting van de matrix) voor veranderingen in het kristallisatiegedrag van de matrix en de mechanische en reologische eigenschappen van de TPV. De sub-µm TPVs vertonen een interessante combinatie van hoge hardheid (Shore D gebied), goede elasticiteit (compressie set waarden variëren van 10 tot 40 %) en goede trekeigenschappen. Hoewel de smeltviscositeit van TPVs toeneemt met afnemende deeltjesgrootte zorgt de afwezigheid van co-continuiteit in de sub-µm TPVs bij hoge rubbergehalten voor smeltverwerkbare materialen met een viscositeit die vergelijkbaar is met de commercieel beschikbare TPVs gebaseerd op iPP en EPDM. De balans tussen de eigenschappen en de verwerkbaarheid kan verder geoptimaliseerd worden door het toevoegen van olie. De mechanische eigenschappen en de smeltverwerkbaarheid van TPVs hangen sterk af van de grootte van de rubberdeeltjes en de connectiviteit tussen de rubberdeeltjes. De productie van sub- µm TPVs via RIPS maakt het mogelijk om de balans tussen de eigenschappen en de verwerkbaarheid te verschuiven naar een gebied dat niet haalbaar is met de op dit moment beschikbare supra-µm TPVs
    corecore