1,721,066 research outputs found

    Op zoek naar hofstede Amstelland: ADC rapport 5167

    No full text
    ADC ArcheoProjecten heeft op 27 en 28 november 2019 een Archeologische Opgraving, variant Archeologische Begeleiding, uitgevoerd voor het plangebied Amsteldijk Noord 56 te Amstelveen, in het kader van de te realiseren nieuwbouw, in de vorm van een woonhuis met ondergrondse kelder. Vanwege de kelder zal de bodem in het plangebied tot op een diepte van 3 meter onder maaiveld afgegraven worden. Op deze locatie heeft zich in het verleden de historische boerderij, de hofstede Amstelland, bevonden. Het archeologische onderzoek heeft enkele vondsten en sporen opgeleverd, waaronder een oude sloot en twee funderingen van muren. Op basis van het vondstmateriaal is de opvulling van de sloot in de tweede helft van de 17e tot in de eerste helft van de 18e eeuw te plaatsen. Nadat deze gedempt was is daaroverheen een muur gebouwd die gefundeerd is op turfblokken. Een funderingstechniek die in de Nieuwe tijd uit de omgeving bekend is, maar van zichzelf niet nauwkeurig te dateren is. De andere muur en de waterput zijn toe te schrijven aan de meest recente bebouwing. Het baksteenformaat komt overeen met bakstenen zoals die in 19e en 20e-eeuwse muren op het nabijgelegen landgoed Tulpenburg aangetroffen zijn. De funderingswijze op houten heipalen en planken evenals de houten beschoeiing van de waterput, komt in de regio vaker voor, bij Tulpenburg wordt deze al voor funderingen uit de 17e-18e eeuw verondersteld. Het is waarschijnlijk dat zich buiten het onderzoeksgebied nog meer funderingen en archeologische resten bevinden, die aan de oudere bewoning van deze locatie te relateren zijn, zoals de hofstede Amstelland

    Een kelder in het veen: Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, variant Archeologische Begeleiding, aan de Bovenkerkweg 33b te Giessenburg, gemeente Molenlanden

    No full text
    ADC ArcheoProjecten heeft een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) in de vorm van proefsleuven, variant archeologische begeleiding (KNA 4.1 protocol 4003), uitgevoerd voor het plangebied Bovenkerkseweg 33b te Giessenburg, in het kader van de geplande nieuwbouw. In het plangebied zal een nieuwe onderkelderde woning worden gebouwd. Vooronderzoek heeft aangetoond dat zich op deze locatie een oude oeverwal bevindt, die tijdens de IJzertijd, Romeinse tijd of Middeleeuwen bewoond kan zijn geweest. Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 1250 m2 en was voor aanvang van de sloopwerkzaamheden bebouwd. Het veldwerk is uitgevoerd op 1 oktober 2019. De verwachtingen die op grond van het vooronderzoek zijn gesteld, kunnen op basis van het huidige onderzoek niet worden bevestigd. Het kleipakket met de vegetatiehorizont is tijdens het proefsleuvenonderzoek niet aangetroffen. Dit heeft ermee te maken dat de uitgegraven kelder precies onder de locatie van de voormalige woning was gelegen. Daardoor was dit pakket op deze locatie verdwenen, bij de bouw of sloop van deze woning. In het veenpakket onder de puinlaag zijn geen archeologische resten aangetroffen. Vanwege het feit dat de vegetatiehorizont elders in het plangebied nog wel aanwezig is kan de archeologische verwachting niet getoetst worden en is het niet mogelijk om op basis van dit onderzoek de verwachting aan te passen

    Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven aan het Melkpad 6-10

    No full text
    ADC ArcheoProjecten heeft een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van een nieuwe woonwijk aan het Melkpad in de gemeente Hilversum. Het onderzoeksgebied heeft een oppervlakte van ca. 4.350 m² en was vóór de sloop in gebruik als bedrijventerrein. Het gebied ligt ingeklemd tussen de hedendaagse bebouwing en wordt begrensd door het Melkpad in het zuiden. De verwachtingen die op grond van het vooronderzoek zijn gesteld, kunnen op basis van het huidige onderzoek worden aangepast. De verwachting op bewoningssporen uit de 19e eeuw klopt hoewel deze sporen grotendeels verstoord waren. Het proefsleuvenonderzoek aan het Melkpad 6- 10 te Hilversum heeft twee sporen van, waarschijnlijk 19e-eeuwse bebouwing, opgeleverd. Deze sporen liggen op de locatie waarop op de Bonnekaart uit de late 19e eeuw reeds bebouwing aangegeven staat. De aangetroffen sporen bestaan uit de onderkant van een muur en een waterput. Deze muur is vier stenen breed en mortelresten op de stenen impliceren dat de muur hoger gemetseld is geweest. De waterput heeft een diameter van 85 cm en is gemaakt van gestapelde gehalveerde bakstenen. De exacte aard en functie van de bebouwing kan op basis van de archeologische resten niet bepaald worden. De proefsleuven op de rest van het terrein hebben geen archeologische resten opgeleverd. De natuurlijke bodem was grotendeels intact binnen het plangebied, alleen onder de gesloopte autogarage en benzinepomp was deze tot op diepte verstoord, deels tot in het archeologische vlak. De bodemopbouw bestaat uit een podzolbodem met een verstoorde bovenkant. De bovenste horizonten waren reeds in de bouwvoor opgenomen alleen B-horizont, de overgang van de B- naar de C-horizont en de C-horizont waren intact

    Een archeologische begeleiding in de Dijkpolder, gemeente Maassluis

    No full text
    ADC ArcheoProjecten heeft een Archeologische Begeleiding (conform protocol Opgraven) uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van een weg met naastgelegen watergang op de locatie Dijkpolder in de gemeente Maassluis. De Archeologische Begeleiding behelsde het toezicht houden op het uitgraven van de watergang. Het onderzoeksgebied heeft een oppervlakte van ca. 375 m² en was vóór het graafwerk in gebruik als agrarische grond. Het gebied ligt ten zuidwesten van de A20 en wordt begrensd door de Weverskade. Tijdens de begeleiding is een tweetal sporen in de vorm van perceleringsloten uit de Nieuwe tijd aangetroffen. In dit gebied komen dergelijke resten veelvuldig voor, zoals te zien is op historisch kaartmateriaal (o.a. Kaart van Kruikius uit 1712). Eén van de sloten is echter recent, wat op te maken valt uit het vondstmateriaal en dat verderop in het landschap de sloot nog aanwezig is. Deze sloot bevatte een beschoeiing in de vorm van houten staakjes. De sloot heeft wel dezelfde oriëntatie als de andere sloot en zou een opvolger kunnen zijn. De andere sloot komt overeen met één van de sloten die zijn aangegeven op de kaart van Kruikius. Het vondstmateriaal dateert uit dezelfde periode als waarin de kaart is opgemaakt. Het vondstmateriaal betreft drie scherven van een roodbakkende, geglazuurde kom of vergiet. Dit soort aardewerk komt voor vanaf de 17e eeuw. De archeologische verwachting behelsde het aantreffen van bewoningsresten uit deze periode, maar het onderzoek heeft aangetoond dat deze, naast de perceleringsloten, niet aanwezig zijn op deze locatie. De bovenste 40-80 cm is verstoord door een weg, waardoor eventuele ondiepe sporen niet bewaard zijn gebleven

    Een archeologische opgraving van een vindplaats uit de Midden-IJzertijd te Schagen – De Nes Noord

    No full text
    Van 12 tot en met 27 september 2011 is een archeologische opgraving uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten in het plangebied De Nes Noord. In het plangebied zal nieuwbouw worden ontwikkeld. Deze nieuwbouw bedreigt de aanwezige vindplaatsen. Van de in het vooronderzoek vastgestelde vindplaatsen is locatie 2 opgegraven en deze rapportage behandeld alleen die vindplaats. Het landschap in de Bronstijd In de Bronstijd bestond het plangebied en haar directe omgeving uit een wad/kweldergebied waarop de zee directe invloed had. Uit deze periode zijn geen archeologische resten aangetroffen. Verbrande vondsten op de ijzertijdkwelder In de IJzertijd is deze directe invloed van de zee aanzienlijk afgenomen. Door de verminderde invloed van de zee wordt het landschap wat zoeter/brakker. De aangetroffen resten uit de Midden-IJzertijd op de kwelder bestaan uit een brandlaag waarin veel vondstmateriaal bewaard is gebleven. Deze donkerzwarte brandlaag, die voorheen vaak geïnterpreteerd is al het restant van een veenlaag, is op deze locatie via meerdere methoden onderzocht. Met name de micromorfologie wijst uit dat deze laag geen veen betreft maar een opeenhoping van brandlagen. Net zoals in de andere noordelijke provincies is te Schagen op reguliere basis de kweldervegetatie in de brand gestoken om zo de vegetatie te verjongen en de begrazingomstandigheden voor het vee te verbeteren. Het feit dat deze laag hier geen veenlaag betreft is echter geen reden om aan te nemen dat in en rond Schagen geen veen gelegen was. In het pollenspectrum en op een vindplaats op enkele kilometers afstand zijn respectievelijk pollen aangetroffen die op veengroei wijzen en verslagen stukken veen. Met deze jaarlijkse verbranding van de vegetatie is meteen het afval verbrand. Hierdoor is in de brandlaag zeer veel vondstmateriaal bewaard gebleven. Een duidelijk onderscheid is te maken tussen de vondsten die bewust in kuilen gedumpt zijn. Deze zijn over het algemeen completer, minder gefragmenteerd en hebben niet blootgestaan aan verbranding. Waar het vondstmateriaal uit de brandlaag juist sporen van verbranding vertoont. Het vondstmateriaal dateert deze activiteiten tussen het midden van de 4e tot in de late 3e eeuw v. Chr. Een greppelsysteem uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd Na de IJzertijd is het terrein lange tijd niet in gebruik geweest waardoor een dik overstromingspakket zich het kunnen afzetten. Pas in de 13e eeuw n. Chr. zijn de eerste volgende sporen van menselijke activiteit te dateren. In die tijd wordt Schagen bedreigd door het zeewater dat het land overstroomt en de bewoning wegvaagt. Om deze overstromingen tegen te gaan wordt de Nesdijk aangelegd. Haaks op deze dijk worden ontwateringgreppels gegraven. Een aantal van deze greppels zijn in het plangebied aangetroffen. Op basis van het aardewerk uit de greppels is duidelijk dat deze in meerdere fasen aangelegd zijn. De eerste greppels ten tijde van de aanleg van de dijk en een tweede groep greppels een eeuw later. Het merendeel van de greppels is in gebruik gebleven tot in de 15e–16e eeuw n. Chr. Eén van de greppels is in gebruik gebleven tot ver in de 20e eeuw n. Chr. In deze greppel is in de late 17e eeuw n. Chr. een houten dam aangelegd. Deze dam is in gebruik gebleven tot in de vroege 19e eeuw n. Chr. waarna de dam in onbruik raakte maar de rest van de greppel tot subrecente tijd open heeft gelegen

    Munten uit de Romeinse tijd

    No full text

    Archeozoologisch onderzoek

    No full text
    corecore