251 research outputs found

    Hexagon-analyse met KUNST GRIDAN

    No full text
    Hexagon-analyse, in gewoon Nederlands ‘zeshoek-analyse’, is bedoeld om personen die met de ZKM een zelfonderzoek doen een overzicht te geven van de affectieve kant van hun (gehele) waarderingssysteem (Van Geel, 2000; Van Geel & De Mey, 2004). Hierbij wordt op basis van de affectprofielen van waardegebieden een tweedimensionele afbeelding gemaakt waarbij typologisch gelijksoortige waardegebieden (als punten) dicht bij elkaar worden geplaatst en ongelijksoortige ver uit elkaar. Hierdoor worden clusters van gelijksoortige waarderingen zichtbaar en worden contrasterende groepjes tegenover elkaar geplaatst: +A tegenover –Z , –A tegenover +Z, en –LL tegenover +HH. Het algoritme dat we in dit artikel bespreken hebben we hexagon-analyse genoemd omdat hiermee waardegebieden geprojecteerd worden binnen de grenzen van een (flexibele of gefixeerde) zeshoek. De hoekpunten van deze zeshoek bestaan uit de theoretisch meest extreme representanten van elk van de zes meestvoorkomende typen waardegebieden. De orientatie is zo gekozen dat, cf. het model van Hermans en Hermans-Jansen (1995), +A types rechtsboven worden gepositioneerd, –A types rechtonder, –LL geheel onderaan , –Z types linksonder, +Z types linksboven en +HH types geheel bovenaan. Met KUNST GRIDAN (Thissen-Pennings, Bendermacher, Van Geel & De Mey, 2003) kan een hexagon-analyse worden uitgevoerd (zie verder). Verondersteld wordt dat de zeshoek een bruikbaar referentiekader biedt bij het bestuderen van het waarderingssysteem

    VERBONDENHEID, ZELFBEVESTIGING EN MACHT: EEN PSYCHOMETRISCHE STUDIE NAAR ZKM-GEDRAGSSCHALEN

    No full text
    In dit artikel wordt ingegaan op de schaalvorming van items uit de lijst met 30 gedragingen, zoals opgenomen in ZKM-programmatuur van de Stichting W&Z (2007, zie Tabel 1). Het artikel bestaat uit drie onderdelen. Na een korte achtergrondschets over de plaats van affect en gedrag in ZKM-zelfonderzoek, wordt een psychometrische studie gepresenteerd van de 30-lijst. Hieruit blijkt o.a. dat Positief Gedrag niet te onderscheiden is van Gedrag dat Verbondenheid uitdrukt. De drie negatieve gedragsschalen (Directe, Indirecte en Passieve Macht) zijn redelijk goed te onderscheiden van elkaar; Directe Macht vertoont echter een wat lage interne consistentie. In een tweede empirische studie worden ZKM-gedragsschalen (en items) geprojecteerd tegen de achtergrond van een interpersoonlijk circumplex. Er worden suggesties gegeven om schalen te verbeteren

    De invloed van een rechtvaardige bejegening en een zekere hechtingsstijl op de betrokkenheid van scholieren

    No full text
    Binnen Nederland en ook in andere Europese landen spreekt men steeds meer de zorg uit over jongeren die voortijdig hun school verlaten. Deze zorg is onder andere gebaseerd op de mogelijke nadelige gevolgen voor hun kansen op de arbeidsmarkt en maatschappelijke participatie (Van der Steeg & Webbink, 2006). Om goed te kunnen participeren op de arbeidsmarkt en om in het ergste geval onder andere sociaal isolement, uitsluiting, armoede, werkeloosheid en ongezondheid te vermijden heeft men een startkwalificatie nodig (Eimers, 2006). Met een startkwalificatie wordt het minimale niveau bedoeld, dat nodig is om met voldoende bagage de arbeidsmarkt te kunnen betreden en zich verder te kunnen ontwikkelen (Ministerie van OCW, 1993). Cijfers van het CFI (onderdeel Ministerie van Onderwijs) geven aan dat in het schooljaar 2007/2008 ruim 48 duizend leerlingen voortijdig de school hebben verlaten (Van den Berg, 2009). In relatie tot het voortijdig verlaten van school zijn er twee groepen risicofactoren en een groep beschermende factoren te onderscheiden (voor een overzicht zie Holter, 2008). De eerste groep risicofactoren bestaat uit persoonlijkheidsfactoren zoals sekse, leeftijd, etniciteit, cognitieve prestaties, handicaps en stoornissen, en persoonlijkheidskenmerken. De tweede groep omvat omgevingsfactoren zoals gezinskenmerken, leeftijdgenoten en schoolkenmerken (Herweijer, 2008; Traag & Van der Velden, 2008). Deze risicofactoren staan in wisselwerking met een groep beschermende factoren zoals een warme en ondersteunende ouder-kindrelatie, een effectieve ondersteuningsstructuur in de sociale omgeving, goede sociale vaardigheden en een goede relatie tussen een leerling en leerkracht (Junger-Tas, 2002).De onderzoeksvraag waar deze studie zich op richt is waarom relatief veel leerlingen weinig gemotiveerd zijn om hun opleiding af te maken. Waarom ontwikkelen sommige jongeren een positieve houding tegenover het succesvol afronden van hun opleiding en anderen niet? Meer inzicht in de factoren die deze houding beïnvloeden kan bijdragen aan het bedenken van strategieën voor scholen en leerkrachten om de schooluitval terug te dringen. In aanvulling op bovengenoemde risico- en succesfactoren onderzoeken we in dit artikel of de door de leerlingen ervaren (on)rechtvaardigheid in het contact met de leerkrachten en de school invloed heeft op de betrokkenheid bij de school en of deze invloed afhangt van de mate van zekere hechting van deze jongeren

    Max-plus algebra en een toepassing in de luchtvaart

    No full text
    Dit bacheloreindverslag gaat over Max-plus Algebra. Dit is een algebraïsche structuur die gebruikt kan worden om roosterplanning te modelleren. In plaats van de normale optelling en vermenigvuldiging worden de operaties 'maximum nemen' en optellen gebruikt. Wanneer Max-plus Algebra wordt gebruikt in matrices, spelen de eigenwaarden en eigenvectoren van deze matrices een rol. Dit alles wordt toegepast in een voorbeeld in de luchtvaart, waar de max-plus algebra wordt gebruikt om een optimale dienstregeling te vinden in een netwerk met twee hubs op verschillende contintenten

    Historische rivierkundige parameters: Maas, Merwede, Hollandsch Diep en Haringvliet

    No full text
    Dit werkdocument is een achtergronddocument bij de studie naar de morfologische potenties van het rivierengebied, zoals die in opdracht van het hoofdkantoor (WONS-inrichting, vanaf 2003 Stuurboord) wordt uitgevoerd. In het eindrapport van deze studie: Kansrijkdom voor rivierecotopen van historisch en geomorfologisch perspectief (Middelkoop et al. 2003) worden van een aantal trajecten langs de Rijntakken, de Maas en het Benedenrivierengebied historische rivierkundige parameters gebruikt. Daarmee wordt in beeld gebracht hoe de riviertrajecten in de 19e eeuw onderling verschilden, wat voor veranderingen er sindsdien hebben plaatsgevonden en hoe de huidige verschillen aanleiding kunnen geven tot differentiatie in beleid en beheer langs de verschillende riviertrajecten. Doelstelling van dit werkdocument is de documentatie van de berekening van historische rivierkundige parameters van de Merwede, Grensmaas, Maaskant, Afgedamde Maas, Hollands Diep en Haringvliet. De berekening van historische rivierkundige parameters van de Waal en de Boven-IJssel is reeds gepubliceerd door Maas et al (1997). De historische profielen van de Lek en de Beneden IJssel zijn eerder gepubliceerd door Lambeek & Mosselman (1998). De historische rivierkundige parameters van de Oude Maas staan vermeld in Middelkoop (2001). De trajecten langs de Maas (Grensmaas, Roerdalslenkmaas, Maaskant en Heusdense Maas) zijn uitgewerkt door Rolf van der Veen. Het traject langs Merwede is uitgewerkt door Margriet Schoor en de trajecten langs Hollands Diep en Haringvliet zijn uitgewerkt door Esther Stouthamer met assistentie van Leo van Hal. De rapportage is verzorgd door Margriet Schoor

    Bifidobacteria on the spot: a genomics approach on population dynamaics and interactions in the intestinal tract

    No full text
    This thesis combines comprehensive microarray-based studies contributing to a better understanding of the role of bifidobacteria in relation to the human host. It reviews recently described modes of interaction between bifidobacteria and human gastrointestinal cells and highlights the unique characteristics of the genus Bifidobacterium that are indicative for its role in our gut. A microarray platform has been developed that enables genomic comparison of Bifidobacterium species originating from our gastrointestinal tract (GIT). Based on the obtained high-resolution data, species-unique genomic sequences could be identified. A large fraction of these predicted genes encode proteins belonging to the bifidobacterial glycobiome. An unique ability of the microarray platform is to zoom in on the strain level. Direct mapping of genomic hybridization patterns was applied on different B. breve isolates. This revealed a relatively high genomic variation, testifying for the existence of various subspecies within the species B. breve. Clustering of the same hybridization patterns resulted in clear grouping of isolates originating from the same infant, indicating specific niche adaption. Additionally, DNA extracts from Bifidobacterium populations from different infant fecal samples were analyzed. This enabled the analysis of the bifidobacterial population dynamics in breast- and formula-fed infants. The applied microarray platform showed the potential to monitor temporal development and effects of dietary regimens. The observed differences in the composition of bifidobacterial populations could be linked to dietary effects. Additionally, mapping of hybridization patterns enabled monitoring shifts in genomic content within one bifidobacterial species in time. Sequence analysis of DNA fragments showing discriminating hybridization characteristics, resulted in the selection of genes that are either conserved or strain-specific within the species B. breve. Next to studying genomic variation, transcript profiling experiments in both bifidobacterial cells and human intestinal epithelial cell lines were performed. Analysis of bifidobacterial transcriptional responses provided clear proof of transcriptional activity in bifidobacterial cells isolated from infant feces. To the best of our knowledge, this is the first demonstration of in situ activity of bifidobacteria in the human GIT. Furthermore, our results indicate a link between transcription patterns and the infants’ diet, as bifidobacteria in fecal samples from breast-fed infants showed differential transcriptional responses in comparison to those in fecal samples from formula-fed infants. Additionally, transcript sequence analysis revealed expression of genes that are homologous to genes known to be involved in folate production, testifying for the production of this important vitamin in early life. Finally, transcriptome analysis on human intestinal epithelial cells (HIECs) showed species-specific suppression by B. breve M-16V of genes upregulated by TNF-α. Other B. breve strains showed an extreme mild or no effect on TNF-α stimulation. Although we did not observe complete suppression of the TNF effect, we could show that apoptotic and immune regulatory pathways were affected by incubation with cells of B. breve M-16V. In conclusion, the work presented in the thesis, which formed part of a larger IOP Genomics project, contributed to an advanced insight in the interaction between bifidobacteria and the human host. Furthermore, it resulted in the development of genome-based molecular platforms suited for analyzing genomic diversity between and within species, as well as population dynamics in complex microbial communities. We anticipate that the molecular approaches pioneered in this thesis will be instrumental in the further elucidation of the host-microbe interactions in the GIT of human an other animals. <br/

    The role of dockless shared-bikes in Delft: From a user perspective

    No full text
    This thesis provides an insight into the role of dockless shared-bikes (Mobike) in Delft. The objective of is to fill the knowledge gap about the users of shared-bicycles and their motivations to use shared-bikes in Delft. A survey is and finally gained 91 useful results. 76% of respondents are students, and in general, people are highly educated. 46% of respondents are commuters who work/study in Delft, 5% are tourists, and the other half are living in Delft. Most of the Delft’s inhabitants also own a bike; they are classified as ‘casual’, occasional Mobike users with the main reason to use Mobike as a temporary replacement for their own bike. Most of the commuters, who live outside of Delft, do not own a bike in and use Mobike every (week)day. Their main motivator to use Mobike is out of convenience. All this information finally leads to the main conclusion about the role of dockless shared-bike in sustainable mobility in Delft. From this research, it turned out that 98% of Mobike trips is replacing trips made with other sustainable transport modes such as walking, other forms of cycling and public transport.Bachelor Graduation ProjectCivil Engineering | Transport and Plannin
    corecore