2,112,454 research outputs found
Geo-Logical-reeks GEO-LOGICAL-reeks 42
Perceel aan de C.G. Roosweg tussen de nummer 24 en 26 te Schoonhoven. Het perceel is in gebruik geweest als kwekerij en tuincentrum. In de toekomst zal woningbouw plaatsevinden. Hier of in de directe omgeving worden de resten van een klooster "De Hem" verwacht dat in de 80-jarige oorlog is verwoest (is nog niet teruggevonden)
GEO-LOGICAL-reeks 28
Het noordoostelijk deel van het plangebied heeft een verhoogde kans op de aanwezigheid van archeologische waarden, die met de historie van de haven en de bebouwing daarlangs verband kunnen houden. Op grond van de gespecificeerde hoge en middelhoge archeologische verwachting voor respectievelijk de Nieuwe Tijd en Late Middeleeuwen wordt in het noordelijk deel van het plangebied, voorafgaande aan de planontwikkeling, een non-destructief veldonderzoek in de vorm van bijv. een weerstandsmetingsonderzoek aanbevolen.
De bodem van de oude gedempte haven in het zuidwestelijk deel bevat (mogelijk vervuild) slib, waarin eventuele archeologische resten zijn weggezakt. In situ sporen worden hier niet meer verwacht doordat de haven destijds tot een diepte van 2 tot 3 meter is uitgegraven, waardoor verstoring van het bodemarchief heeft plaatsgevonden
GEO-LOGICAL-reeks 37
Het zuidelijke deel van het plangebied heeft een verhoogde kans op de aanwezigheid van archeologische waarden, die met de historie van de haven en de bebouwing daarlangs verband kunnen houden.
Voor het noordelijk deel wordt archeologisch vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht, gezien de aangegeven verstoring die hier tot in de oude havenbodem heeft plaatsgevonden. De bodem van de oude gedempte haven in het noordelijk deel bevat (mogelijk vervuild) slib, waarin eventuele archeologische resten zijn weggezakt. In situ sporen worden hier niet meer verwacht doordat de haven destijds tot een diepte van 2 tot 3 meter is uitgegraven, waarbij verstoring van het bodemarchief tot in de oude havenbodem heeft plaatsgevonden
GEO-LOGICAL-reeks 39
Gezien de verstoorde staat van de bovenste 1,5 tot 2,5 meter van de bodem kan de archeologische verwachting voor de Romeinse Tijd tot aan de Nieuw Tijd naar beneden toe bijgesteld worden tot een lage verwachting voor deze perioden. De middelhoge verwachting voor sporen uit het Laat-Mesolithicum en Neolithicum blijft bestaan gezien de diepteligging. Gezien de procentueel zeer beperkte verstoring door heipalen die op een grote diepteligging van zeven meter beneden maaiveld zal optreden wordt geconcludeerd dat archeologische waarden op die diepte, indien aanwezig, niet of zeer beperkt verstoord zullen worden door de voorgenomen bouwplannen. Op grond van deze conclusie wordt geadviseerd om geen verder archeologisch onderzoek in het plangebied uit te voeren
GEO-LOGICAL reeks 70
Voor vier gemeenten, verspreid door het land en met verschillende bodemtypen en verschillende soorten teelt, is een pilot opgezet: Mag het een onsje minder zijn? Binnen deze pilot wordt getracht een landelijk toepasbare methodiek te ontwikkelen waarmee de bodemverstoringen ten gevolge van agrarisch landgebruik en bodembewerking systematisch kunnen worden geïnventariseerd, geïnterpreteerd en doorvertaald naar het archeologische verwachtingsmodel. De gemeenten die in de pilot worden onderzocht zijn Neder-Betuwe, Midden-Drenthe, Eersel en Teylingen. Elk van deze gemeenten kent een specifieke soort teelt, die kan leiden tot een specifieke soort bodemverstoring.
Teylingen is een gemeente met een zeer hoge dichtheid aan (bloem)bollenteelt. Het aanplanten, verplanten en rooien van bollen heeft impact op de bodem en kan leiden tot een verstoring in de bovenlaag. Daarnaast kent het gebied een langdurige geschiedenis van ontzanden en ‘omzanden’. Om meer inzicht te krijgen in deze verstoringen, is binnen de pilot een veldtoets uitgevoerd. In het veld zijn 80 bodemprofielputten gegraven, verspreid over 20 percelen. Per profielput is de bodemopbouw en -samenstelling beschreven en de mate en diepte van (zichtbare) bodemverstoringen bepaald. In aanvulling op de profielputten is op een groot aantal percelen ook een profielopname met de zuigerboor gemaakt, met als doel de werkelijke (maximale) diepte van een mogelijke verstoring te kunnen specificeren.
Op grond van de resultaten van het bodemonderzoek in profielputten en zuigboringen in de ondergrond van de gemeente Teylingen kan vastgesteld worden dat de oorspronkelijke bodem in zeer veel gevallen tot meer dan één meter beneden maaiveld, en soms ook nog veel dieper, verstoord is
GEO-LOGICAL-reeks nr. 20
Op grond van de gespecificeerde hoge archeologische verwachting voor de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd en de middelhoge verwachting voor de IJzertijd en Bronstijd wordt archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Voor het centrale open deel van het plangebied (parkeerplaats) wordt een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. Voor het inventariserend veldonderzoek gelden de minimumeisen voor proefsleuvenonderzoek van de Provincie Noord-Brabant dan wel de gemeentelijke archeologische verwachtings- en advieskaart. Er dient voor dit proefsleuvenonderzoek een programma van eisen opgesteld te worden dat goedgekeurd moet worden door het bevoegd gezag. Indien het vervolgonderzoek aangeeft dat er op grond van waarderingscriteria sprake is van een behoudenswaardige vindplaats dient voor de rest van het plangebied bij de sloop van de huidige gebouwen een archeologische begeleiding uitgevoerd te worden. Ook hiervoor is een programma van eisen vereist
GEO-LOGICAL-reeks nr. 33
Op grond van de gespecificeerde hoge archeologische verwachting voor de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd alsmede voor het het Neo-, Meso en Paleolithicum en de middelhoge verwachting voor de Romeinse Tijd, IJzertijd en Bronstijd wordt archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Voor het plangebied wordt een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. Voor het inventariserend veldonderzoek gelden de minimumeisen voor proefsleuvenonderzoek van de Provincie Noord-Brabant dan wel de gemeentelijke archeologische verwachtings- en advieskaart (in concept). Er dient voor dit proefsleuvenonderzoek een programma van eisen opgesteld te worden dat goedgekeurd moet worden door het bevoegd gezag. Een advies voor booronderzoek wordt niet zinvol geacht, tenzij bij aangetoonde verstoring van het esdek en de onderliggende bodem het plangebied afgewaardeerd kan worden. Bij een intact esdek blijft het advies voor proefsleuven relevant. Het bureauonderzoek heeft geen aanwijzingen voor (recente) bodem verstoringen opgeleverd, waardoor het advies op proefsleuven is gesteld
GEO-LOGICAL reeks 73
Voor vier gemeenten, verspreid door het land en met verschillende bodemtypen en verschillende soorten teelt, is een pilot opgezet: Mag het een onsje minder zijn? Binnen deze pilot wordt getracht een landelijk toepasbare methodiek te ontwikkelen waarmee de bodemverstoringen ten gevolge van agrarisch landgebruik en bodembewerking systematisch kunnen worden geïnventariseerd, geïnterpreteerd en doorvertaald naar het archeologische verwachtingsmodel. De gemeenten die in de pilot worden onderzocht zijn Neder-Betuwe, Midden-Drenthe, Eersel en Teylingen. Elk van deze gemeenten kent een specifieke soort teelt, die leidt tot een specifieke soort bodemverstoring.
Op grond van de resultaten van het bodemonderzoek in profielputten in de ondergrond van de gemeente Eersel kan vastgesteld worden dat de oorspronkelijke bodem ten minste van 10 tot 40 cm –mv en ten maximale van 35 tot 110 cm –mv verstoord is.
Dit verslag betreft het uitgevoerde bodemkundige onderzoek in de gemeente Eersel. Eersel is een gemeente met een hoge dichtheid aan akkerbouwers. Het aanplanten, verplanten en rooien van gewassen (o.a aardappelen en maïs) alsmede de hierbij behorende bodembewerking heeft impact op de bodem en kan leiden tot een verstoring in de bovenlaag. Om meer inzicht te krijgen in mogelijke verstoringen zijn in het veld 80 bodemprofielputten gegraven, verspreid over 20 percelen. Per profielput is de bodemopbouw en -samenstelling beschreven en de mate en diepte van (zichtbare) bodemverstoringen bepaald
GEO-LOGICAL-reeks 35
Op grond van de gespecificeerde hoge archeologische verwachting voor respectievelijk de Nieuwe Tijd en Late Middeleeuwen wordt geadviseerd om archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van een booronderzoek uit te laten voeren in het plangebied. Voordat de bouwplannen hun doorgang kunnen vinden dient eerst een inventariserend veldonderzoek d.m.v. grondboringen uitgevoerd te worden.
Het booronderzoek zal uit kunnen wijzen en of er:
a) aanwijzingen zijn voor de intactheid van het esdek,
b) aanwijzingen zijn voor Nieuwe Tijds of Laat-Middeleeuwse archeologische sporen,
c) aanwijzingen zijn voor de opbouw van het dekzand onder het esdek,
d) eventuele aanwijzingen zijn voor Romeinse en/of prehistorische sporen
Bodemverstoringsonderzoek door middel van 80 bodemprofielputten, gemeente Neder-Betuwe (Gld.): GEO-LOGICAL reeks 67
Voor vier gemeenten, verspreid door het land en met verschillende bodemtypen en verschillende soorten teelt, is een pilot opgezet: Mag het een onsje minder zijn? Binnen deze pilot wordt getracht een landelijk toepasbare methodiek te ontwikkelen waarmee de bodemverstoringen ten gevolge van agrarisch landgebruik en bodembewerking systematisch kunnen worden geïnventariseerd, geïnterpreteerd en doorvertaald naar het archeologische verwachtingsmodel. De gemeenten die in de pilot worden onderzocht zijn Neder-Betuwe, Midden-Drenthe, Eersel en Teylingen. Elk van deze gemeenten kent een specifieke soort teelt, die kan leiden tot een specifieke soort bodemverstoring.
Dit verslag betreft het uitgevoerde bodemkundige onderzoek in de gemeente Neder-Betuwe. Neder-Betuwe is een gemeente met een zeer hoge dichtheid aan boomkwekers. Het aanplanten, verplanten en rooien van bomen alsmede de hierbij behorende bodembewerking heeft impact op de bodem en kan leiden tot een verstoring in de bovenlaag. Om meer inzicht te krijgen in mogelijke verstoringen zijn in het veld 80 bodemprofielputten gegraven, verspreid over 20 percelen. Per profielput is de bodemopbouw en bodemsamenstelling beschreven en de mate en diepte van (zichtbare) bodemverstoringen bepaald.
De resultaten van het profielputtenonderzoek in de gemeente Neder-Betuwe laten zien dat er verschillende typen van bodemverstoringen in de ondergrond te onderscheiden zijn.De volgende drie typen van verstoringen zijn in dit onderzoek in Neder-Betuwe aangetroffen: a. Spitten of graven; b. Ploegen of omwoelen; c. Openritsen van de bodem
- …
