1,555 research outputs found

    Sexbierum, Hearewei, Gemeente Waadhoeke (Fr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). Karterende Fase.: 2019-09/04

    No full text
    Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Hearewei in Sexbierum, gemeente Waadhoeke, provincie Fryslân. In het plangebied zullen nieuwe woningen worden gebouwd, waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan nodig is. De geplande verstoringsdiepte bedraagt tussen de 80 en 100 centimeter onder het maaiveld. Het is echter mogelijk dat een aantal woningen wordt voorzien van een kelder. In dat geval wordt de bodem dieper verstoord. Het plangebied ligt ten noordoosten van de terp van Sexbierum. Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE), de archeologische beleidskaart van de provincie Fryslân, ligt het in een zone waar karterend onderzoek 2 (middeleeuwen) is voorgeschreven. Archeologische resten uit deze periode kunnen worden verwacht in het plangebied. Het doel van het archeologisch onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van dergelijke archeologische waarden. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een middelhoge verwachting voor resten uit de vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd die samenhangen met terpbewoning. Dergelijke vindplaatsen worden gekenmerkt door al dan niet afgedekte vondstlagen die vaak bestaan uit met archeologische indicatoren vervuilde klei. Dergelijke indicatoren kunnen ook voorkomen in de bouwvoor. Voor het plangebied geldt geen onderzoeksverplichting voor vindplaatsen uit de steentijd en de bronstijd omdat deze hier gezien de landschapsontwikkeling niet verwacht worden. Om de archeologische verwachting te toetsen zijn in het plangebied veertien gutsboringen geplaatst. Uit de resultaten hiervan blijkt dat in het plangebied oorspronkelijk een bouwvoor van humusrijke klei aanwezig was op een dunne laag zand met daaronder getijdenafzettingen die naar beneden toe steeds meer uit zand bestaan. Het milieu waarin deze getijdenafzettingen zijn gevormd, was niet geschikt voor bewoning. Op elf van de veertien boorpunten bleek de bodem tot onder de bouwvoor vergraven te zijn voorafgaande aan de huidige inrichting van het terrein. Plaatselijk loopt de diepte van de bodemverstoring op tot meer dan een meter beneden het maaiveld. In geen van de boringen zijn relevante archeologische indicatoren gevonden. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-prospector) De in de ondergrond aangetroffen afzettingen zijn gevormd in een milieu dat niet geschikt was voor bewoning. De hierboven gelegen afzettingen zijn grotendeels verloren gegaan tijdens de ontwikkeling van het terrein in de tweede helft van de twintigste eeuw. Nergens zijn dan ook relevante archeologische indicatoren gevonden of lagen die verband zouden kunnen houden met bewoning in het (verre) verleden. In verband hiermee geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. In alle gevallen geldt dat als bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 en artikel 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Waadhoeke en bij de provinciaal archeoloog, dhr. G. de Langen, tel: 058-2925487. De gemeente Waadhoeke (dhr. W. Terpstra, beleidsmedewerker omgeving) heeft dit rapport laten toetsen door Steunpunt Monumentenzorg Fryslân en heeft op 3 februari 2020 laten weten bovenstaand selectieadvies over te nemen

    2017-03/04

    No full text
    Door De Steekproef bv is een plangebied onderzocht aan de Roptawei 4 te Metslawier in de gemeente Dongeradeel. Het terrein ligt in de noordwesthoek van het aardappelveredelingsbedrijf dat hier is gevestigd. Ten behoeve van de nieuwbouw hiervan is reeds in 2009 door De Steekproef bv een inventariserend archeologisch veldonderzoek verricht. Hierop is in 2014 door De Steekproef een aanvulling verricht in de vorm van booronderzoek. Het huidige onderzoek vormt wederom een uitbreiding in de vorm van booronderzoek voor een ander deel van het terrein. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van het kantorencomplex van het bedrijf. Het huidige plangebied betreft de zone direct ten noordwesten van het terrein waarop in 2009 onderzoek is gedaan en direct ten noorden van het terrein waarop in 2014 booronderzoek is gedaan. Het booronderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit onderzoek is uitgevoerd op 16 maart 2017. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een middelhoge tot hoge kans op de aanwezigheid van resten die samenhangen met de uit de late middeleeuwen daterende Roptastate. Voor resten uit eerdere perioden geldt in verband met de vormingsgeschiedenis van het landschap, een lage archeologische verwachting. Om de archeologische verwachting te toetsen zijn in het plangebied twaalf gutsboringen geplaatst. De resultaten van het booronderzoek bevestigen dat het plangebied van oorsprong in een getijdelandschap lag dat tweemaal per etmaal onder water liep. Hierdoor is een gelaagd pakket ontstaan dat bestaat uit zand met kleilaagjes of klei met zandlaagjes. De bovenste twintig tot veertig centimeter van de bodem bestaat uit een moderne tuinlaag of uit opgebracht zand. Tussen deze toplaag en de natuurlijke getijden-afzettingen is een zandig kleipakket aanwezig met een rommelige opbouw. In dit kleipakket zijn brokjes oranje baksteenpuin aanwezig die waarschijnlijk afkomstig zijn van de sloop van de Roptastate. Het betreft sloopresten die waarschijnlijk afkomstig zijn van het terrein ten oosten van het voorliggende onderzoekgebied waarop volgens historische kaarten de Roptastate gestaan heeft. Juist ter plaatse van de locatie van de voorgenomen kantooruitbreiding, ontbreken dergelijke sloopresten in drie van de vier op dit terreindeel uitgevoerde boringen. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door drs. R.P. Exaltus, senior-prospector De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. Geadviseerd wordt om het terrein vrij te geven

    Joure, Wyldehoarne (Fase 2) (Gemeente De Fryske Marren, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Karterend Veldonderzoek

    No full text
    Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat recente bodembewerking op veruit de meeste boorpunten tot in het schone gele dekzand van de C-horizont heeft gereikt. Sporadisch komen over het gehele plangebied resten van veenvorming voor. Een aaneengesloten veenpakket is echter nog slechts aangetroffen op het zuidoostelijke deel van het plangebied. Dit veenpakket is slechts tien centimeter dik. Voorafgaande aan de afdekking met veen lijkt, tenminste plaatselijk, podzolvorming te hebben plaatsgevonden. Resten hiervan zijn aangetroffen in een relatief smalle strook die over het zuidelijke deel van het plangebied loopt en die in de breedte nooit meer dan twee naastliggende boorpunten beslaat. Het betreft in totaal zeven boorpunten. Op deze boorpunten is nageboord met een megaboor. Ondanks het zeven van het hiermee opgeboorde zand, zijn er geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen die zouden kunnen wijzen op bewoning in de steentijd. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-prospector) De bodem is in het grootste deel van het plangebied verstoord tot in de C-horizont. Daar waar resten van podzolvorming aanwezig waren is grond met een edelman opgeboord en gezeefd. Hierbij zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Gezien het bovenstaande geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. De gemeente neemt dit advies over

    2019-09/04

    No full text
    Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied aan de Hearewei in Sexbierum, gemeente Waadhoeke, provincie Fryslân. In het plangebied zullen nieuwe woningen worden gebouwd, waarvoor een wijziging van het bestemmingsplan nodig is. De geplande verstoringsdiepte bedraagt tussen de 80 en 100 centimeter onder het maaiveld. Het is echter mogelijk dat een aantal woningen wordt voorzien van een kelder. In dat geval wordt de bodem dieper verstoord. Het plangebied ligt ten noordoosten van de terp van Sexbierum. Op de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE), de archeologische beleidskaart van de provincie Fryslân, ligt het in een zone waar karterend onderzoek 2 (middeleeuwen) is voorgeschreven. Archeologische resten uit deze periode kunnen worden verwacht in het plangebied. Het doel van het archeologisch onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van dergelijke archeologische waarden. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een middelhoge verwachting voor resten uit de vroege middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd die samenhangen met terpbewoning. Dergelijke vindplaatsen worden gekenmerkt door al dan niet afgedekte vondstlagen die vaak bestaan uit met archeologische indicatoren vervuilde klei. Dergelijke indicatoren kunnen ook voorkomen in de bouwvoor. Voor het plangebied geldt geen onderzoeksverplichting voor vindplaatsen uit de steentijd en de bronstijd omdat deze hier gezien de landschapsontwikkeling niet verwacht worden. Om de archeologische verwachting te toetsen zijn in het plangebied veertien gutsboringen geplaatst. Uit de resultaten hiervan blijkt dat in het plangebied oorspronkelijk een bouwvoor van humusrijke klei aanwezig was op een dunne laag zand met daaronder getijdenafzettingen die naar beneden toe steeds meer uit zand bestaan. Het milieu waarin deze getijdenafzettingen zijn gevormd, was niet geschikt voor bewoning. Op elf van de veertien boorpunten bleek de bodem tot onder de bouwvoor vergraven te zijn voorafgaande aan de huidige inrichting van het terrein. Plaatselijk loopt de diepte van de bodemverstoring op tot meer dan een meter beneden het maaiveld. In geen van de boringen zijn relevante archeologische indicatoren gevonden. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-prospector) De in de ondergrond aangetroffen afzettingen zijn gevormd in een milieu dat niet geschikt was voor bewoning. De hierboven gelegen afzettingen zijn grotendeels verloren gegaan tijdens de ontwikkeling van het terrein in de tweede helft van de twintigste eeuw. Nergens zijn dan ook relevante archeologische indicatoren gevonden of lagen die verband zouden kunnen houden met bewoning in het (verre) verleden. In verband hiermee geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. In alle gevallen geldt dat als bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, daarvan direct melding dient te worden gemaakt conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 en artikel 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Waadhoeke en bij de provinciaal archeoloog, dhr. G. de Langen, tel: 058-2925487. De gemeente Waadhoeke (dhr. W. Terpstra, beleidsmedewerker omgeving) heeft dit rapport laten toetsen door Steunpunt Monumentenzorg Fryslân en heeft op 3 februari 2020 laten weten bovenstaand selectieadvies over te nemen

    Franeker, Bochtverruiming (Gemeente Waadhoeke, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase

    No full text
    In opdracht van de Provinsje Fryslân is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Bochtverruiming te Franeker, gemeente Waadhoeke, provincie Fryslân (Figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek is een voorgenomen bestemmingsplanwijziging voor het gebied. De exacte oppervlakte en diepte van de voorgenomen ingrepen is nog niet bekend. Eventuele graafwerkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van in de ondergrond aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is vast te stellen wat de kans is op archeologische waarden in het plangebied. Voor een deel van het plangebied is in 2022 al een booronderzoek uitgevoerd (Rap & Exaltus 2022; Figuur 8). Het destijds uitgevoerde bureauonderzoek en booronderzoek zal in dit onderzoek worden aangevuld. Het rode deel in Figuur 1 vormt het volledige plangebied, het blauw omlijnde deel vormt het onderzoeksgebied met aanvullende boringen. Gezien de archeologische vondsten en onderzoeken uit de omgeving is er een middelhoge verwachting voor archeologische waarden uit de ijzertijd tot en met middeleeuwen. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het onderzoeksgebied van 2023 14 aanvullende gutsboringen op het booronderzoek uit 2022 gezet. Daarmee zijn op de locatie in totaal 27 gutsboringen uitgevoerd, waarvan 24 boringen zich bevinden in het voorliggend plangebied. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de ondergrond van het plangebied is gevormd in een getijdenlandschap dat tweemaal per etmaal onder water liep. Hierdoor is een door zandlaagjes onderbroken kleipakket ontstaan. Op elf boorpunten bleek onder een toplaag van opgebracht zand, een ondoordringbare laag aanwezig te zijn. Het materiaal waaruit deze laag bestaat voelde tijdens het boren aan als puin, maar leverde geen resten op in de guts. Dit is met baksteenpuin gewoonlijk wel het geval. Het lijkt derhalve om tamelijk modern puin te gaan. Wel is ondoordringbaar baksteen aangetroffen op drie van de overige boringen. In twee hiervan lijkt het om in situ liggend baksteen te gaan. Op vijf boorpunten is op geringe diepte onder het maaiveld of direct vanaf het maaiveld humeuze klei aangetroffen met daarin vaak enkele spikkels baksteenpuin. Op één boorpunt is de vulling van een voormalige depressie aangetroffen met onderin eveneens baksteenpuin. Elk van deze zes boorpunten ligt in de delen van het plangebied die volgens historische kaarten vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw niet meer in agrarisch gebruik waren. De aangetroffen met puinresten vermengde humeuze klei betreft derhalve waarschijnlijk resten van de bebouwing en het gebruik van deze delen van het plangebied die vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw dateren

    RAAPRAPPORT 104

    No full text
    onderzoeksrappor

    Plangebied Berggierslanden, gemeente Meppel : een aanvullende archeologische inventarisatie

    No full text
    Lit.opg en verklarende woordenlijst

    Westerbork, An de Boerbrink, Gemeente Midden-Drenthe (Dr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, Verkennende Fase (IVO-O).: 2019-11/05

    No full text
    Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het plangebied oorspronkelijk waarschijnlijk enkeerdgronden zijn gevormd. Hiervan is echter slechts op één boorpunt een nog grotendeels intact voorbeeld aangetroffen. Het op dit punt naboren met een megaboor en het zeven van het hiermee opgeboorde zand heeft echter geen archeologische indicatoren opgeleverd. Op de overige boorpunten blijkt de bodem tot in de C-horizont geroerd te zijn. Met name op het langs de Hoofdstraat gelegen deel van het plangebied, waarop recent gebouwen zijn gesloopt, blijkt de bodem sterk verstoord te zijn in de twee hier uitgevoerde boringen. Ook in vier van de vijf overige boringen bleek de bodem tot in de C‑horizont verstoord te zijn. Echter, zoals uit de naast het plangebied uitgevoerde opgraving blijkt, kunnen er ook in een deels verstoorde bodem nog archeologische grondsporen aanwezig zijn. Plaatselijk zijn bij de boringen brokken moerig zand waargenomen die suggereren dat in of nabij het plangebied veenvorming heeft plaatsgevonden. Mogelijk gaat het om de resten van (veen)plaggen. Selectieadvies (KNA 4.1 VS07) door drs. R.P. Exaltus (senior KNA Prospector/KNA Archeoloog) Hoewel de bodem op 7 van de 8 boorpunten is verstoord tot in de C-horizont en er geen archeologische indicatoren zijn gevonden, is de bodemverstoring nergens dermate diep dat de kans op delen van diepere bodemsporen kan worden uitgesloten. Sporen uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zoals opgevulde waterputten, kunnen tot grote diepte reiken en veel archeologische informatie bevatten. Op het aangrenzende perceel ten westen van het voorliggende plangebied zijn in 2015 sporen van vijf boerderijplattegronden uit de late middeleeuwen opgegraven. Op de allesporenkaart van de opgraving is te zien dat de archeologische sporen doorlopen tot buiten het toendertijd opgegraven gedeelte. Daarom adviseren wij om het plangebied te onderzoeken met proefsleuven. Een proefsleuvenonderzoek dient te worden uitgevoerd door een daartoe bevoegd bureau volgens een vooraf door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). De gemeente heeft het selectieadvies overgenomen
    corecore