177,955 research outputs found

    2017-03/04

    No full text
    Door De Steekproef bv is een plangebied onderzocht aan de Roptawei 4 te Metslawier in de gemeente Dongeradeel. Het terrein ligt in de noordwesthoek van het aardappelveredelingsbedrijf dat hier is gevestigd. Ten behoeve van de nieuwbouw hiervan is reeds in 2009 door De Steekproef bv een inventariserend archeologisch veldonderzoek verricht. Hierop is in 2014 door De Steekproef een aanvulling verricht in de vorm van booronderzoek. Het huidige onderzoek vormt wederom een uitbreiding in de vorm van booronderzoek voor een ander deel van het terrein. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van het kantorencomplex van het bedrijf. Het huidige plangebied betreft de zone direct ten noordwesten van het terrein waarop in 2009 onderzoek is gedaan en direct ten noorden van het terrein waarop in 2014 booronderzoek is gedaan. Het booronderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit onderzoek is uitgevoerd op 16 maart 2017. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een middelhoge tot hoge kans op de aanwezigheid van resten die samenhangen met de uit de late middeleeuwen daterende Roptastate. Voor resten uit eerdere perioden geldt in verband met de vormingsgeschiedenis van het landschap, een lage archeologische verwachting. Om de archeologische verwachting te toetsen zijn in het plangebied twaalf gutsboringen geplaatst. De resultaten van het booronderzoek bevestigen dat het plangebied van oorsprong in een getijdelandschap lag dat tweemaal per etmaal onder water liep. Hierdoor is een gelaagd pakket ontstaan dat bestaat uit zand met kleilaagjes of klei met zandlaagjes. De bovenste twintig tot veertig centimeter van de bodem bestaat uit een moderne tuinlaag of uit opgebracht zand. Tussen deze toplaag en de natuurlijke getijden-afzettingen is een zandig kleipakket aanwezig met een rommelige opbouw. In dit kleipakket zijn brokjes oranje baksteenpuin aanwezig die waarschijnlijk afkomstig zijn van de sloop van de Roptastate. Het betreft sloopresten die waarschijnlijk afkomstig zijn van het terrein ten oosten van het voorliggende onderzoekgebied waarop volgens historische kaarten de Roptastate gestaan heeft. Juist ter plaatse van de locatie van de voorgenomen kantooruitbreiding, ontbreken dergelijke sloopresten in drie van de vier op dit terreindeel uitgevoerde boringen. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door drs. R.P. Exaltus, senior-prospector De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. Geadviseerd wordt om het terrein vrij te geven

    Steekproefrapport 2018-11/01

    No full text
    In november 2018 is een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, uitgevoerd voor plangebied Noodweg 32 te Hilversum, gemeente Hilversum, Noord-Holland (Figuren 1 & 2). De aanleiding voor het archeologisch en geomorfologisch onderzoek is de geplande sloop en nieuwbouw van het woonhuis en enkele bijgebouwen op de kavel. Het gebied bevindt zich in een zone met hoge archeologische verwachting en op een aardkundig monument. Het plangebied is circa 9000 vierkante meter groot en het onderzoeksgebied 3500 vierkante meter. De geplande verstoringsdiepte is maximaal 3,30 meter onder maaiveld. Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch bureauonderzoek en archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Hieruit blijkt dat het plangebied, vanwege verschillende meldingen van archeologische vondsten uit de omgeving, een hoge trefkans voor archeologische waarden heeft. Daarnaast is er bij meerdere booronderzoeken een gedeeltelijk intacte podzolbodem aangetroffen. Het gebied ligt op een glaciale rug (stuwwal; een aardkundige waarde). Dergelijke ruggen waren in het verleden vanwege hun hogere ligging in het landschap voor mensen aantrekkelijke plekken om zich te vestigen. Het plangebied ligt op het lage deel van de stuwwal die tot in het begin van de twintigste eeuw ver van de bebouwing van Hilversum lag. Het gebied bestond uit heide en later uit bos. In de twintigste eeuw is op het terrein een woning met bijgebouwen gebouwd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied zeven boringen uitgevoerd met een zandguts en een megaboor. Wat betreft de geomorfologie in het plangebied blijkt uit de opbouw en de hoogteligging van de boringen dat het gebied in zijn geheel op een van noord naar zuid geleidelijk aan aflopende stuwwal ligt. Daarnaast blijkt dat de bodem oorspronkelijk uit (haar)podzolgronden bestond. Resten hiervan zijn nog slechts op twee van de zeven boorpunten aangetroffen. Op vier van de zeven boorpunten is de bodem tot 0,7 à 1,6 meter diepte verstoord. Op de overige drie boorpunten is de verstoringsdiepte slechts 0,3 tot 0,45 meter. Op deze voor archeologie meest kansrijke boorpunten is daarom nageboord met een megaboor waarbij het opgeboorde zand is gezeefd. Selectieadvies door senior KNA prospector drs. R. Exaltus Ondanks het zeven van het met een megaboor opgeboorde zand op de boorpunten met een relatief geringe verstoringsdiepte, zijn hier geen relevante archeologische indicatoren gevonden. In verband hiermee, alsmede in verband met de diepe bodemverstoring op de overige boorpunten, geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. De glaciale rug, een aardkundie waarde, zal door de voorgenomen werkzaamheden in geringe mate worden aangetast. Gezien het feit dat de bodem in het plangebied al merendeels verstoord is adviseren wij ook op dit gebied geen beperkende maatregelen op te leggen bij uitvoering volgens het huidige bouwplan (Figuur 3). In alle gevallen blijft onverminderd van kracht dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Hilversum en bij de provinciaal archeoloog

    Steekproefrapport 2018-10/02

    No full text
    In verband met de herinrichting tot een Ecologische VerbindingsZone (EVZ) is een terrein onderzocht langs de Lits in Eastermar (zie Figuur 1). De hiertoe benodigde graafwerkzaamheden zouden tot aantasting van archeologische waarden kunnen leiden. Het onderzoek had tot doel om vast te stellen of dergelijke waarden aanwezig (kunnen) zijn. Het plangebied ligt in een deel van het dekzandlandschap dat aan het einde van het neolithicum in een veenmoeras veranderde. Vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum liggen vaak op relatief hooggelegen delen van het dekzandlandschap in de nabijheid van water. Voor het gebied geldt daarom een middelhoge verwachting voor resten van nederzettingen van jagers-verzamelaars uit de steentijd op dekzandkoppen. Voor resten uit latere perioden geldt hooguit een middelhoge verwachting voor resten van veenontginningsactiviteiten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied 28 gutsboringen geplaatst in vier noordwest-zuidoost gerichte boorraaien. Uit de resultaten hiervan blijkt dat een afgedekt dekzandlandschap aanwezig is waarvan de top tussen 1,7 en 2,8 meter beneden NAP ligt. Op het noordelijke deel van het plangebied ligt de top van het dekzand ongeveer een meter lager ligt dan op de overige delen. De top van het dekzand is overal doorworteld en ongeoxideerd. Het dekzand vertoont geen sporen van podzolvorming en is daarom nooit geschikt geweest voor bewoning. Bovenop het dekzand ligt een pakket veen van maximaal bijna twee meter dikte waarvan de bovenste dertig centimeter (de toplaag van de bodem) is veraard. Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door drs. R.P. Exaltus (senior KNA Prospector) Geen van de in de boringen aanwezige afzettingen lijken in het (verre) verleden geschikt te zijn geweest voor bewoning. Nergens in het plangebied zijn relevante archeologische indicatoren gevonden. In verband hiermee geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn archeologische resten gevonden waarmee tijdens de verdere planvorming rekening zou moeten worden gehouden. Geadviseerd wordt om het terrein vrij te geven. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Tytsjerksteradiel en bij de provinciaal archeoloog, dr. G. de Langen (tel: 058-2925487)

    2018-10/03

    No full text
    Naar aanleiding van een voorgenomen natuurontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd in plangebied De Falom tussen de Centrale As en de Nije Feart, gemeente Dantumadiel, provincie Fryslân. De hiertoe benodigde bodemingrepen kunnen leiden tot aantasting van in de ondergrond aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een karterend veldonderzoek. Het plangebied ligt in een deel van het dekzandlandschap dat aan het einde van het neolithicum in een veenmoeras veranderde. Vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum liggen vaak op relatief hoog gelegen delen van het dekzandlandschap in de nabijheid van water. Voor het plangebied geldt een middelhoge verwachting voor resten van nederzettingen van jagers-verzamelaars uit de steentijd. Voor resten uit latere perioden geldt in verband met de ligging in veengebied een lage verwachting. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied 73 boringen geplaatst in een netwerk van twaalf boringen per hectare. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de hoogteligging van de top van het dekzandlandschap varieert van 0,9 tot 1,65 meter beneden NAP. De top van het dekzand is doorworteld in de beginfase van de veenvorming. Hieronder zijn geen sporen van podzolvorming waargenomen. Het dekzand wordt afgedekt door een veenpakket van doorgaans enkele decimeters dikte. Plaatselijk loopt deze dikte op tot een halve meter of meer, met een maximale dikte van 75 centimeter. Nergens in het plangebied zijn vergravingen aangetroffen die zouden kunnen wijzen op (voormalige) petgaten in het plangebied. Selectie-advies door senior KNA-prospector drs. R.P. Exaltus: de dekzandbodem is overal in het plangebied te nat geweest voor bewoning in de steentijd. In de top hiervan zijn dan ook geen archeologische indicatoren gevonden, zelfs houtskoolspikkels ontbreken volledig. In verband met de ongeschiktheid voor bewoning in de steentijd en het volledig ontbreken van archeologische indicatoren geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding tot het adviseren van nader archeologisch onderzoek. Geadviseerd wordt het terrein vrij te geven voor de geplande werkzaamheden

    2017-07/08

    No full text
    In verband met geplande nieuwbouw van een loods is een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd aan de Slagenweg 5 te Anerveen in de gemeente Hardenberg, provincie Overijssel. Voor de nieuwbouw is graafwerk nodig zoals voor de aanleg van funderingen. De bodemingrepen betekenen mogelijk een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het inventariserend onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (protocol 4002) en een veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O; protocol 4003). Bij het bureauonderzoek zijn bronnen geraadpleegd op het gebied van fysische geografie, archeologie en historische geografie. belangrijkste resultaten Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel kunnen er in het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn uit het paleolithicum tot de midden-bronstijd en uit de nieuwe tijd. In de tussengelegen periode lag hier een veengebied dat geen aantrekkelijke vestigingsplek zal zijn geweest voor de mens. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied negen boringen gezet met een zandguts en een megaboor. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat in het plangebied nooit droge omstandigheden hebben geheerst die tot de vorming van podzolbodems hebben geleid. In plaats daarvan bestaat de bodem uit zwak geoxideerd zand dat nog deels bedekt is met veen. Ondanks het op elk van de negen boorpunten naboren met een megaboor en het zeven van het hiermee opgeboorde zand, zijn in geen van de boringen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. selectie-advies door senior KNA-prospector drs. R. Exaltus Aangezien het plangebied nooit erg aantrekkelijk is geweest voor menselijke bewoning en in geen van de boringen archeologische indicatoren zijn aangetroffen, kan de archeologische verwachting in het plangebied worden bijgesteld tot laag voor bewoningsresten uit alle perioden. De Steekproef adviseert derhalve om geen nader archeologisch onderzoek te ondernemen en het terrein vrij te geven. Wel geldt onverminderd dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische resten worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, deze direct gemeld dienen te worden conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Hardenberg

    Ureterp, De Wylp gemeente Opsterland, Fr. Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Karterende en Waarderende Fase

    No full text
    Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied op tien van de vijftien boorpunten tot in het schone, geelgrijze zand van de C-horizont is verstoord. Het centrale deel van het plangebied lijkt een natte laagte te hebben gevormd waarin nog altijd resten van veenvorming aanwezig zijn. Deze zijn echter onvoldoende dik om deel uit te kunnen maken van een pingoruïne. Resten van een podzolbodem zijn nergens in het plangebied aangetroffen. Ondanks de zorgvuldige inspectie van de gutskernen, het op alle boorpunten zonder sporen van veenvorming naboren met een megaboor, en het zeven van het hiermee opgeboorde zand, zijn nergens in het plangebied relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Selectie-advies door R. Exaltus (senior KNA-archeoloog/-prospector). Het plangebied is grotendeels tot in de C-horizont verstoord. Daar waar de verstoringen niet tot in de C-hoirzont reiken, betreft het een relatieve laagte waar in het verleden veenvorming heeft plaatsgevonden. In geen van de boorkernen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Gezien het bovenstaande adviseren wij om het plangebied wat betreft de archeologie vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Selectiebesluit bevoegde overheid. Dit rapport is ter toetsing voorgelegd aan de bevoegde overheid, de gemeente Opsterland. Namens deze liet mevr. A. Bonnet-Bekkema, beleidsambtenaar cultureel erfgoed, op 22 augustus 2022 weten bovengenoemd selectie-advies over te nemen

    Dokkum, Bedrijventerrein Betterwird (Gemeente Noardeast-Fryslân, Fr.) Een Inventariserend Archeologisch Bureauonderzoek en Veldonderzoek (IVO-O) Karterende Fase

    No full text
    In het plangebied zijn 117 karterende boringen gezet in een dichtheid van twintig boringen per hectare. In twee boringen binnen de in 2009 vastgestelde zone met plaatselijk houtskool in de top van het dekzand, zijn opnieuw archeologische indicatoren aangetroffen. Naar aanleiding hiervan zijn ter plaatse zes extra boringen gezet. Hierbij zijn in drie boringen fragmenten houtskool aangetroffen, in één boring een fragment houtskool en een klein fragmentje vuursteen, in één boring een bolletje gebakken klei en in één boring meerdere deeltjes en één relatief groot brok houtskool. Al deze vondsten zijn gedaan dicht langs de randen van een brede sloot die is gegraven na het in 2009 verrichte verkennende onderzoek. In de overige karterende boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Hier bestaat het zeefresidu slechts uit natuurlijke grinddeeltjes. Selectie-advies door R. Exaltus (senior KNA-archeoloog/-prospector) De resultaten van het karterend onderzoek geven in een deel van het onderzochte gebied aanleiding tot het adviseren van beschermende maatregelen of eventueel archeologisch vervolgonderzoek. Het betreft de zone rond de boorpunten 57, 72, 119, 121, 122 en 123. Hier is in de top van het dekzand een houtskoolconcentratie aanwezig met enkele andere archeologische indicatoren. Deze zijn aangetroffen op ongeveer anderhalve meter beneden NAP en daarmee op ruim anderhalve meter beneden het maaiveld. Op deze plek bevindt zich mogelijk een kleine activiteitenplaats uit de steentijd. Gezien de geringe diepte van anderhalve meter beneden NAP dateert deze vindplaats waarschijnlijk uit het neolithicum

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    No full text
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis

    Ureterp, De Wylp gemeente Opsterland, Fr. Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Karterende en Waarderende Fase

    No full text
    Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied op tien van de vijftien boorpunten tot in het schone, geelgrijze zand van de C-horizont is verstoord. Het centrale deel van het plangebied lijkt een natte laagte te hebben gevormd waarin nog altijd resten van veenvorming aanwezig zijn. Deze zijn echter onvoldoende dik om deel uit te kunnen maken van een pingoruïne. Resten van een podzolbodem zijn nergens in het plangebied aangetroffen. Ondanks de zorgvuldige inspectie van de gutskernen, het op alle boorpunten zonder sporen van veenvorming naboren met een megaboor, en het zeven van het hiermee opgeboorde zand, zijn nergens in het plangebied relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Selectie-advies door R. Exaltus (senior KNA-archeoloog/-prospector). Het plangebied is grotendeels tot in de C-horizont verstoord. Daar waar de verstoringen niet tot in de C-hoirzont reiken, betreft het een relatieve laagte waar in het verleden veenvorming heeft plaatsgevonden. In geen van de boorkernen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Gezien het bovenstaande adviseren wij om het plangebied wat betreft de archeologie vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. Selectiebesluit bevoegde overheid. Dit rapport is ter toetsing voorgelegd aan de bevoegde overheid, de gemeente Opsterland. Namens deze liet mevr. A. Bonnet-Bekkema, beleidsambtenaar cultureel erfgoed, op 22 augustus 2022 weten bovengenoemd selectie-advies over te nemen

    Nibbixwoud, Ganker, Gemeente Medemblik (NH.). Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase.: 2020-07/13

    No full text
    Door De Steekproef bv is een terrein onderzocht aan de Ganker te Nibbixwoud in de gemeente Medemblik. Het onderzoek was gericht op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Volgens het geldende bestemmingsplan Dorpskernen IV geldt een archeologische onderzoeksplicht voor grondroerende werkzaamheden die meer dan vijfhonderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan veertig centimeter. In het plangebied zal een supermarkt worden gebouwd met een oppervlakte van vijftienhonderd vierkante meter. Tevens zal de bestaande parkeerplaats worden uitgebreid. Het terrein is nu nog in gebruik parkeerterrein en speelveld. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een veldonderzoek door middel van boringen. Het plangebied ligt van oudsher op akker- en weiland tussen De Wijzend en Nibbixwoud, op relatief grote afstand van historische bebouwing. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied hooguit een middelhoge verwachting voor resten van bewoning uit de bronstijd indien in de ondergrond een in de prehistorie bewoonbare rug aanwezig is. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn in het plangebied zes boringen geplaatst in een dichtheid van zes boringen per hectare. Hierbij is gebruik gemaakt van een guts met een diameter van drie centimeter en een edelmanboor met een diameter van twaalf centimeter. In het plangebied liggen onder een veertig tot tachtig centimeter dik pakket van recent vergraven en/of opgebrachte grond, een afzetting van matig fijn zand die waarschijnlijk inderdaad een inversierug vormt. In geen van de boringen zijn vegetatiehorizonten of vuile lagen waargenomen die op prehistorische bewoning zouden kunnen wijzen. Het naboren tot in de top van het matig fijne zand met een megaboor heeft evenmin relevante archeologische indicatoren opgeleverd. Selectieadvies (KNA 4.1 VS07) door drs. R. Exaltus, senior KNA-archeoloog/-prospector Tijdens het booronderzoek zijn geen vegetatiehorizonten of anderszins vuile lagen aangetroffen die samen zouden kunnen hangen met bewoning in de prehistorie. Evenmin zijn relevante archeologische indicatoren gevonden. Tezamen met de gemiddeld tot ruim een meter beneden NAP verstoorde bodem geven de resultaten van het onderzoek derhalve geen directe aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Dit selectieadvies is inmiddels overgenomen door Archeologie West-Friesland met de volgende toevoeging: Het plangebied heeft een omvang van ca. 0,5 ha. De meeste bodemingrepen blijven binnen de geconstateerde geroerde bovengrond. Alleen de nieuwbouw van de supermarkt en aanleg van kabels en leidingen zal dieper reiken dan de verstoorde bovengrond. Aangezien de omvang van de supermarkt 1500 m2 is, overschrijdt deze de vrijstellingsgrens voor archeologisch onderzoek niet. Indien de (grondroerende) plannen ongewijzigd blijven, is nader archeologisch onderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg niet noodzakelijk. Archeologie West-Friesland adviseert de voorgenomen ingrepen vrij te geven met betrekking tot het aspect archeologie
    corecore