23,245 research outputs found
Convergence of real-time and retrospective assessments: A systematic investigation of naturally occurring and experimentally induced intrusions
DOI: https://doi.org/10.1016/j.jbtep.2024.101981
Published Article:
Peters, J., Freund, I. M., Kindt, M., Visser, R. M., & van Emmerik, A. A. (2024). Convergence of real-time and retrospective assessments: A systematic investigation of naturally occurring and experimentally induced intrusions. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry, 85, 101981
Convergence of real-time and retrospective assessments: A systematic investigation of naturally occurring and experimentally induced intrusions
DOI: https://doi.org/10.1016/j.jbtep.2024.101981
Published Article:
Peters, J., Freund, I. M., Kindt, M., Visser, R. M., & van Emmerik, A. A. (2024). Convergence of real-time and retrospective assessments: A systematic investigation of naturally occurring and experimentally induced intrusions. Journal of Behavior Therapy and Experimental Psychiatry, 85, 101981
Nieuwe Langendijk Delft: Bouwhistorisch en archeologisch onderzoek van de panden 22 t/m 28, deel I, beschrijving van de onderzoeksresultaten
Het voor u liggende in drie deeltjes gebundelde pak papier is het verslag van een bouwhistorisch en archeologisch onderzoeK op de locatie Nieuwe Langendijk 22 t/m 28 - Trompetstraat 31 te Delft. Het onderzochte terrein is eigendom van de Delftse Katholieke Stichting voor Bejaardenzorg (DKSB). Het veldwerk van het onderzoek betrof de periode 10 februari t/m 6 augustus 1982, met uitzondering van de eerste weken van juliArchitectureArchitectur
Verification, Validation and Accreditation (VV&A) Leveraging International Initiatives
With the advent of complex coupled systems and the evolutionary introduction of new technology, the application of Modelling and Simulation (M&S) activities has increased throughout industry, academia and military domains. M&S has flourished as an enabling technology facilitating effective training opportunities from procedural training to full mission rehearsal and has been instrumental in helping decision makers take better account of the complexity, dynamics and uncertainties that pervade modern warfare. The application of M&S within the training domain brings with it an inherent risk associated with the danger of using erroneous or unsuitable models and simulation results. Verification and Validation (V&V) of models and simulations are intended to ensure that only correct and suitable results are used thereby facilitating risk management within the training domain. To address the complexities associated with VV&A, a coordinated effort among various international VV&A working groups such as: NATO Modelling and Simulation Group (NMSG) 19; Simulation Interoperability Standards Organization (SISO): Verification, Validation & Accreditation Overlay to Federation Development Product Development Group (PDG); REVVA 2; and SISO Generic Methodology for VV&A in the M&S domain has been formulated. This paper introduces the coordinated effort of these working groups and how they contribute to the understanding, formalization, and evaluation of the quality of training
Het effect van kribverlaging op de afvoercapaciteit van de Waal ten tijde van hoogwater
Om in de toekomst de veiligheid rondom de Nederlandse rivieren tegen overstromen te waarborgen heeft het kabinet het standpunt "Ruimte voor de Rivier" ingenomen. Hierin staat beschreven dat in 2015 een pakket aan maatregelen ervoor moet zorgen dat een maatgevende Rijnafvoer van 16.000 m³/s binnen de gestelde veiligheidsnormen moet kunnen worden afgevoerd. Deze maatregelen betreffen naast extra dijkverbeteringen projecten die ervoor moeten zorgen dat de ruimte wordt teruggegeven aan de natuur. Een van deze maatregelen is het verlagen van de kribben in de Waal. Door het verlagen van de kribben zal de hydraulische weerstand van de rivier afnemen. Hierdoor wordt de afvoercapaciteit van de rivier vergroot. Het is echter onduidelijk hoeveel de afvoercapaciteit zal toenemen en of kribverlaging een effectieve maatregel tegen de hoogwaterproblematiek is. Doel van dit onderzoek is het bepalen van de toename van de afvoercapaciteit als gevolg van kribverlaging. Om deze doelstelling te verwezenlijken moet de bijdrage die de weerstand van de krib levert aan de hydraulische weerstand van de rivier worden geanalyseerd en gekwantificeerd. De bijdrage die de weerstand van de krib levert aan de hydraulische weerstand van de rivier is onderzocht met behulp van twee eenvoudige eendimensionale modellen. De onzekerheden in deze modellen zijn verkleind met behulp van een 2DV numeriek model. Naar aanleiding van de resultaten van het 2DV model kan geconcludeerd worden dat de beste benadering voor het beschrijven van de stroming over een krib is om te weerstand van de krib te beschouwen als een sleepweerstand. Omdat de stroming bij overstroomde kribben driedimensionaal is, is ook gebruik gemaakt van een numeriek 3D model. Hiermee is bepaald hoe de hydraulische weerstand van de gehele rivier verandert als de kribben worden verlaagd. Uit de modelresultaten kan een goede schatting worden gegeven van de toename van de afvoercapaciteit gerealiseerd door het verlagen van de kribben. Op grond van de resultaten van het model kan worden geconcludeerd dat wanneer de kribben aan weerszijde van de rivier worden verlaagd met 1 meter de afvoercapaciteit kan toenemen met 200-250 m³/s. Een verlaging van 2 meter levert een toename op van 350-400 m³/s. Dit komt overeen met een waterstandsdaling van respectievelijk 7 en 13 cm voor een maatgevende Rijnafvoer van 15.000 m³/s.Civil Engineering and Geoscience
Verslag van de Staatscommissie met de opdracht een onderzoek in te stellen van de buitengewoon hooge waterstanden, tijdens den stormvloed van 13/14 januari 1916: voorgekomen op de in Zuidholland gelegen benedenrivieren, meer bepaaldelijk op den Rotterdamschen Waterweg
Rapport met een analyse van het extreme hoogwater in Rotterdam op 13 januari 1916 waardoor een dijk bij het Mallegat was doorgebroken terwijl de waterhoogte op zee bij Hoek van Holland net zo hoog was als bij de stormvloed tien jaar daarvoor. De concrete vraag was wat de oorzaak was, en of dit vaker kon voorkomen. De leden van de commissie waren deskundigen van Rijkswaterstaat en van het KNMI, maar het ministerie (minister Lely) wilde een ter zake deskundige buitenstaander als voorzitter. De commissie concludeerde dat dit specifieke hoogwater werd veroorzaakt door hoge rivierafvoer en een samenloop van diverse factoren, waaronder de lange duur van de storm. En dat er in principe geen bovengrens aan de waterstand is, maar dat bij geometrie van de waterlopen van dat moment een maximale ontwerpwaterstand van 3,55 m boven N.A.P. te adviseren was. De commissie heeft zeer uitgebreid gerapporteerd, en daarbij onderzoek gedaan naar de wiskunde van de doordringing van stormvloeden in de benedenrivieren. Het rapport bevat tevens een bijlage van 62 blz met een Historisch Overzicht van de hoge vloeden en overstromingen tot en met 1868
Samenwerking in crisisbeheersing
In 2020 vormen de waterschappen een (veer)krachtig partnerschap in crisisbeheersing. Zowel in de voorbereiding als de feitelijke bestrijding van crises. Dit bereiken zij door vergaande samenwerking tussen de waterschappen en door het aangaan van optimale allianties met hun belangrijkste partners in crisisbeheersing: de veiligheidsregio\u92s. Een gezamenlijke aanpak in het opstellen en realiseren van deze visie voor crisisbeheersing door de waterschappen, is uniek. Dat vraagt om draagvlak en betrokkenheid van bestuurders en ambtenaren, die zich bezighouden met crisisbeheersing
- …
