172,302 research outputs found
The development and validation of a shortened version of the Eating Disorder Examination Questionnaire (EDE-Q)
Aims: The aim of this study was to develop and validate a short version of the Eating Disorder Examination Questionnaire (EDE-Q) for sessional outcome assessment, which is sensitive to clinical change. Method: A principal component analysis was conducted to determine the factor structure of 489 EDE-Qs completed by individuals with a range of eating disorders. Rasch analysis was carried out on each identified factor. The statistical information and expert ratings (N=10) informed the inclusion/exclusion criteria for each EDE-Q item. The EDE-Q's response scale properties were also investigated using the Rasch model. Data from people with (N=54) and without eating disorders (N=503) were collected through an online survey to assess the reliability, validity and sensitivity of the new measure. Results: A 12-item short version, the Eating Disorder Examination Questionnaire Short (EDE-QS) was developed. Initial psychometric evaluation showed that the EDE-QS is a reliable, valid and sensitive questionnaire. Conclusions: The EDE-QS appears suitable for the use as a brief and user-friendly sessional outcome measure
Horapark, Ede, gemeente Ede
ADC ArcheoProjecten heeft een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Horapark 4, 6, 7 en 9 (locaties Achterberg en Bruil) in Ede, gemeente Ede. In het plangebied gold een hoge verwachting vanwege de ligging op een gordeldekzandglooiing. Teneinde deze verwachting te toetsen in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). In de top van de natuurlijke ondergrond zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming aanwezig. De bovengrond bestaat uit een omgewerkt en deels opgebracht pakket. Gezien het ontbreken van aanwijzingen voor bodemvorming en de aanwezigheid van een omgewerkt pakket boven de C-horizont wordt geconcludeerd dat de bodem is verstoord tot in de C-horizont. Deze verstoring reikt tot minimaal 50 en maximaal 150 cm –mv. Naar verwachting zijn in het plangebied geen archeologische waarden meer aanwezig
Horapark, Ede, gemeente Ede
ADC ArcheoProjecten heeft een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Horapark 4, 6, 7 en 9 (locaties Achterberg en Bruil) in Ede, gemeente Ede. In het plangebied gold een hoge verwachting vanwege de ligging op een gordeldekzandglooiing. Teneinde deze verwachting te toetsen in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). In de top van de natuurlijke ondergrond zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming aanwezig. De bovengrond bestaat uit een omgewerkt en deels opgebracht pakket. Gezien het ontbreken van aanwijzingen voor bodemvorming en de aanwezigheid van een omgewerkt pakket boven de C-horizont wordt geconcludeerd dat de bodem is verstoord tot in de C-horizont. Deze verstoring reikt tot minimaal 50 en maximaal 150 cm –mv. Naar verwachting zijn in het plangebied geen archeologische waarden meer aanwezig
Grotestraat, Ede Gemeente Ede: Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase
In opdracht van Zon-Transitie Support heeft IDDS Archeologie in december 2020 een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Grotestraat in Ede, gemeente Ede. Door de gemeente Ede (M. van Domburg, adviseur archeologie) is vastgesteld dat in het plangebied een verkennend booronderzoek plaats moet vinden. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Aanbevelingen IDDS Archeologie Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in het plangebied één potentieel archeologisch niveau aanwezig is. Dat niveau betreft de top van de C-horizont. Hoewel dit niveau verstoord is, kunnen hierin nog resten van diepere sporen aanwezig zijn. De verwachting wordt bovendien hoog geacht vanwege de ligging in de historische dorpskern en de nabijheid van een Merovingische vindplaats. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek, in combinatie met een veiligheidsmarge van 0,3 m, adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren bij alle bodemverstorende werkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 m –mv. Op basis van de ondiepe ligging van het potentiële archeologisch niveau zou een proefsleuvenonderzoek de beste manier zijn om na te gaan of er archeologische waarden aanwezig zijn. Bovendien adviseert IDDS Archeologie om het vervolgonderzoek te laten uitvoeren direct voorafgaand aan de aanleg van het warmtenet zodat de straat niet extra hoeft te worden opgebroken. Voor het vervolgonderzoek dient rekening te worden gehouden met de aanleg van één vlak op het niveau waarop sporen zichtbaar worden, in de top van de C-horizont op ca. 0,8 m -mv. Advies adviseur archeologie gemeente Ede De aanbevelingen van IDDS Archeologie zijn gecontroleerd en beoordeeld door de bevoegde overheid, in dit geval de Gemeente Ede (pers. com. mevr. M. van Domburg, d.d. 23 – 2 – 2021). De adviseur archeologie van de gemeente Ede begrijpt het advies van IDDS Archeologie aangezien er een (gedegen) bureauonderzoek mist om een andere beoordeling te kunnen geven. Toch wijkt de adviseur archeologie af van het advies van IDDS Archeologie op basis van informatie uit de nabije omgeving en ervaringen uit het verleden in de gemeente Ede. De adviseur archeologie van de gemeente Ede adviseert dat archeologisch vervolgonderzoek op de locatie Grotestraat (tussen de Verlengde Amsterdamseweg en de Posthoornstraat) niet noodzakelijk is. Wél vragen wij de opdrachtgever / uitvoerder contact op te nemen met mevr. M. van Domburg over de uitvoeringsperiode van de aanleg van het warmtenet op deze locatie. Wij zouden graag één van onze gemeente-archeologen een kijkje willen laten nemen om de bodemopbouw en omvang van de verstoringen in dit deel van Ede te bekijken. Hiervoor zullen geen kosten in rekening worden gebracht en er zal geen rapport worden opgesteld
Telefoonweg, Ede Gemeente Ede: Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase
In opdracht van Warmtebedrijf Ede Zakelijk BV heeft IDDS Archeologie in oktober-december 2020 een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Telefoonweg in Ede, gemeente Ede. Door de gemeente Ede (M. van Domburg, adviseur archeologie) is vastgesteld dat een verkennend booronderzoek plaats moet vinden in het grootste deel van het plangebied, namelijk het tracé Telefoonweg – Toermalijnpad. Voor het deel van het tracé vanaf de Verlengde Maanderweg (kruispunt met de Schaapsweg) tot en met de Brinkweg, is door de gemeente Ede vastgesteld dat er geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in het plangebied één potentieel archeologisch niveau aanwezig is. Dat niveau betreft de top van de C-horizont. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek, in combinatie met een veiligheidsmarge van 0,3 m, adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren bij alle bodemverstorende werkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 m –mv. Op basis van de ondiepe ligging van het potentiële archeologisch niveau zou een proefsleuvenonderzoek de beste manier zijn om na te gaan of er archeologische waarden aanwezig zijn. Bovendien adviseert IDDS Archeologie om het vervolgonderzoek te laten uitvoeren direct voorafgaand aan de aanleg van het warmtenet en riolering zodat de straat niet extra hoeft te worden opgebroken. Indien het niet mogelijk is om het vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek, vanwege de ligging van de werkzaamheden in de openbare weg, adviseert IDDS Archeologie om de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden archeologisch te begeleiden. Voor het vervolgonderzoek dient rekening te worden gehouden met de aanleg van één vlak op het niveau waarop sporen zichtbaar worden, in de top van de C-horizont. Dit niveau bevindt zich, rekening houdend met een veiligheidsmarge van 0,3 m, op ca. 0,5 m -mv
Ede Kernhem Vlek B
Het plangebied Kernhem in de gemeente Ede wordt ontwikkeld voor woningbouw. Archeologisch vooronderzoek heeft binnen dit plangebied twee mesolithische vindplaatsen aangetoond. Omdat de geplande werkzaamheden deze archeologische resten zullen verstoren is in de periode mei-juni 2007 de eerste fase van een definitief archeologisch onderzoek (opgraving) uitgevoerd door ACVU-HBS. Dit onderzoek verzamelt gegevens die van belang zijn voor het bepalen van de omvang van de tweede fase van de opgraving. De opdrachtgever, de gemeente Ede, acht aanvullende kennis van de vindplaats noodzakelijk om tot een goede onderbouwing van het Programma van Eisen voor deze eindfase te komen.
Op basis van vooronderzoek zijn twee vindplaatsen, 2a en 2b, aangeduid binnen het onderzoeksgebied. Op beide locaties is vuursteen aangetroffen dat indicatief is voor het Mesolithicum. Op basis van het beperkte aantal en de locatie van de vondsten gevonden in vindplaats 2b is de aanduiding als aparte vindplaats twijfelachtig. Bij vindplaats 2a is binnen de proefsleuven een duidelijke horizontale verspreiding van vondsten aangetroffen van ca 24 x 38 m. Vindplaats 2a kan op basis van gevonden spitstypen in combinatie met het beeld van de complete dataset gedateerd worden in het Midden- en Laat-Mesolithicum. Er zijn geen aanwijzingen voor menselijke activiteiten in latere perioden totdat het terrein in de (Late) Middeleeuwen en daarna wordt gebruikt voor de landbouw.
De vindplaats is goed bewaard gebleven. Het bodemprofiel is grotendeels onverstoord en de
conservering van de bovengenoemde vondsten is goed. Op de hoge kop van het dekzand is de B- en C-horizont intact en op sommige plaatsen is onder de bouwvoor en het plaggendek zelfs het oude loopvlak en de E-horizont nog herkenbaar aanwezig. Door deze gunstige omstandigheden geeft de verspreiding van de vondsten een reëel beeld van de oorspronkelijke activiteitsgebieden en is de kans op het aantreffen van grondsporen groot. Tijdens het onderzoek zijn grondsporen geïdentificeerd waarvan de aard, natuurlijk of antropogeen, bij het merendeel echter niet vastgesteld kon worden. De enkele
sporen die zijn herkend als het resultaat van menselijk handelen zijn subrecent. In diverse sporen is vuursteen aangetroffen maar hierbij lijkt het voornamelijk te gaan om sporen van natuurlijke aard zoals boomvallen, wortelgangen en andere natuurlijke fenomenen. De aanwezigheid van antropogene sporen die contemporain zijn met de stenen artefacten is niet uitgesloten maar kon tijdens dit onderzoek niet goed onderzocht worden
Telefoonweg, Ede Gemeente Ede: Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase
In opdracht van Warmtebedrijf Ede Zakelijk BV heeft IDDS Archeologie in oktober-december 2020 een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Telefoonweg in Ede, gemeente Ede. Door de gemeente Ede (M. van Domburg, adviseur archeologie) is vastgesteld dat een verkennend booronderzoek plaats moet vinden in het grootste deel van het plangebied, namelijk het tracé Telefoonweg – Toermalijnpad. Voor het deel van het tracé vanaf de Verlengde Maanderweg (kruispunt met de Schaapsweg) tot en met de Brinkweg, is door de gemeente Ede vastgesteld dat er geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in het plangebied één potentieel archeologisch niveau aanwezig is. Dat niveau betreft de top van de C-horizont. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek, in combinatie met een veiligheidsmarge van 0,3 m, adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren bij alle bodemverstorende werkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 m –mv. Op basis van de ondiepe ligging van het potentiële archeologisch niveau zou een proefsleuvenonderzoek de beste manier zijn om na te gaan of er archeologische waarden aanwezig zijn. Bovendien adviseert IDDS Archeologie om het vervolgonderzoek te laten uitvoeren direct voorafgaand aan de aanleg van het warmtenet en riolering zodat de straat niet extra hoeft te worden opgebroken. Indien het niet mogelijk is om het vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek, vanwege de ligging van de werkzaamheden in de openbare weg, adviseert IDDS Archeologie om de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden archeologisch te begeleiden. Voor het vervolgonderzoek dient rekening te worden gehouden met de aanleg van één vlak op het niveau waarop sporen zichtbaar worden, in de top van de C-horizont. Dit niveau bevindt zich, rekening houdend met een veiligheidsmarge van 0,3 m, op ca. 0,5 m -mv
Proefsleuvenonderzoek - variant Archeologische Begeleiding Leendert van Zoelenlaan, Ede Gemeente Ede
In opdracht van de gemeente Ede is op 26 september en 17 oktober 2022 een Proefsleuvenonderzoek – variant Archeologische Begeleiding uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Leendert van Zoelenlaan in Ede, gemeente Ede.
Het doel van het proefsleuvenonderzoek variant begeleiding is het aanvullen en toetsen van het in het PvE opgenomen gespecificeerde verwachtingsmodel.
Conform het Programma van Eisen zijn twee werkputten aangelegd van maximaal 10 m lang. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd in WP1 enkel verstoorde grond waargenomen en in WP2 ook in grote delen van het midden van de sleuf. In WP2 kon aan weerszijden van de sleuf nog wel de natuurlijke bodemopbouw worden waargenomen en bleek een uniforme bodemopbouw aanwezig te zijn. Deze bestond uit een verstoorde zandlaag, gelegen op de A-, B/C- en C-horizont die waren gevormd in de top van het dekzand. Hoewel eventuele archeologische resten zich in de top van de C-horizont hadden kunnen bevinden, zijn deze niet aangetroffen en waren de werkputten al grotendeels verstoord door de oude rioolsleuf.
In het plangebied is geen sprake van een archeologische vindplaats, zodat deze ook niet is gewaardeerd . Op basis van de resultaten van het onderzoek was er geen aanleiding om door te starten naar een opgraving, vandaar dat in overleg met de gemeente geen doorstart is ingezet
Jan Linsestraat, Ede Gemeente Ede: Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase
In opdracht van Zon Transitie Support heeft IDDS Archeologie in mei 2020 een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Jan Linsestraat in Ede, gemeente Ede. Door de gemeente Ede (M. van Domburg, adviseur archeologie) is vastgesteld dat in het plangebied een verkennend booronderzoek plaats moet vinden. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de in het adviesdocument van de gemeente Ede (M. van Domburg, d.d. 01-04-2020) opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting.
Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied verstoord is tot in de C-horizont. Dit betekent dat van eventuele restanten van archeologische sporen alleen de onderzijde van diepreikende sporen aanwezig kunnen zijn. Dergelijke sporen hebben een relatief lage informatiewaarde. Bovendien blijkt dat er slechts een smalle sleuf onder talud zal worden gegraven. Op de diepte van het potentiële archeologische niveau zal de breedte tussen 1,0 en 1,5 m liggen. Door de relatief lage informatiewaarde van eventuele archeologische sporen, in combinatie met de beperkte waarnemingsmogelijkheden bij de aanleg van het smalle leidingsleufje, zal een archeologisch vervolgonderzoek weinig informatief zijn. Hierdoor, en het gegeven dat het naastgelegen proefsleuvenonderzoekonderzoek op de locatie Parkweg 115 geen archeologische resten heeft opgeleverd, is er een lage kans op in situ archeologische waarden met een hoge informatiewaarde.
Op basis van de resultaten van het onderzoek adviseert IDDS Archeologie om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden
Jan Linsestraat, Ede Gemeente Ede: Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase
In opdracht van Zon Transitie Support heeft IDDS Archeologie in mei 2020 een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Jan Linsestraat in Ede, gemeente Ede. Door de gemeente Ede (M. van Domburg, adviseur archeologie) is vastgesteld dat in het plangebied een verkennend booronderzoek plaats moet vinden. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de in het adviesdocument van de gemeente Ede (M. van Domburg, d.d. 01-04-2020) opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting.
Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied verstoord is tot in de C-horizont. Dit betekent dat van eventuele restanten van archeologische sporen alleen de onderzijde van diepreikende sporen aanwezig kunnen zijn. Dergelijke sporen hebben een relatief lage informatiewaarde. Bovendien blijkt dat er slechts een smalle sleuf onder talud zal worden gegraven. Op de diepte van het potentiële archeologische niveau zal de breedte tussen 1,0 en 1,5 m liggen. Door de relatief lage informatiewaarde van eventuele archeologische sporen, in combinatie met de beperkte waarnemingsmogelijkheden bij de aanleg van het smalle leidingsleufje, zal een archeologisch vervolgonderzoek weinig informatief zijn. Hierdoor, en het gegeven dat het naastgelegen proefsleuvenonderzoekonderzoek op de locatie Parkweg 115 geen archeologische resten heeft opgeleverd, is er een lage kans op in situ archeologische waarden met een hoge informatiewaarde.
Op basis van de resultaten van het onderzoek adviseert IDDS Archeologie om het plangebied, voor wat betreft het aspect archeologie, vrij te geven voor de voorgenomen civieltechnische werkzaamheden
- …
