1,721,238 research outputs found
Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende en gedeeltelijk karterende fase)
In opdracht van de provincie Noord-Brabant heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in augustus en september 2007 een bureau- en inventarisarend veldonderzoek (verkennende en gedeeltelijk karterende fase) uitgevoerd in verband met geplande grondwerkzaamheden in de Overdiepse Polder in de gemeenten Waalwijk en Geertruidenberg (figuur 1). De grondwerkzaamheden zijn gepland in het kader van het voornemen om de Overdiepse Polder in te richten als een overlaatgebied. De zuidelijke dijk (kade) van de Overdiepse Polder zal hiervoor op deltahoogte worden gebracht, hetgeen gepaard zal gaan met een verbreding en verhoging van de dijk.
Tevens zal het dijktracé enigszins in noordelijke richting verschuiven. Hiervoor wordt een cunet van 0,5 m diepte, een breedte van 50 m en een lengte van circa 6 km ontgraven. De achterblijvende boerderijen in de Overdiepse Polder worden verplaatst naar 9 aan te leggen terpen. Tevens wordt de Dussensche Gantel mogelijk gedeeltelijk gereconstrueerd en ten zuiden van de aan te leggen dijk wordt een bestaande Ecologische Verbindingszone uitgebreid.
Doel van het onderzoek is het vaststellen of in het plangebied binnen 1,5 m -Mv archeologische resten voorkomen of verwacht worden, die bedreigd worden door de voorgenomen bodemingrepen. Teneinde een goed afgewogen beslissing (selectiebesluit) door het bevoegd gezag mogelijk te maken, diende het onderzoek zich tevens te richten op de kwaliteit (gaafheid en conservering), omvang, diepteligging, aard en datering van eventuele archeologische resten.
Resultaten
Het plangebied ligt in het benedenrivierengebied dat een complexe landschappelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt in het Holoceen, wat tot een gecompliceerde archeologische verwachting voor het plangebied heeft geleid. De dijken langs de Bergsche Maas en de Kille (plaatselijk bekend als het ‘Oude Maasje’ zijn als bijzondere historisch-geografische elementen hoog gewaardeerd. De bedijkte getijoeverwallen zijn als fossiele terreinvorm van hoge aardkundige waarde en daarom eveneens hoog gewaardeerd.
Het inventariserend archeologisch onderzoek heeft een flink aantal archeologische indicatoren binnen 1,5 m -Mv opgeleverd die zijn gegroepeerd in 10 clusters. Alle vondsten zijn aangetroffen in een fluviatiel pakket van na de St. Elisabethsvloed (1421 na Chr.) en kunnen worden verklaard als verspoeld, opgebracht met bemesting of zijn mogelijk tijdens ruilverkavelings- of egalisatiewerkzaamheden op de percelen beland. Ze wijzen derhalve niet op bewoning ter plaatse en houden geen verband met behoudenswaardig archeologische vindplaatsen.
De verschillende archeologische verwachtingen, zoals die tijdens het bureauonderzoek zijn geformuleerd, konden op basis van het verkennend booronderzoek verder worden verfijnd. In het plangebied (verticale begrenzing op 1,5 m -Mv) komen alleen afzettingen van na 1421 (St. Elisabethsvloed) voor. Oudere afzettingen met eventuele archeologische resten bevinden zich dieper dan 1,5 m -Mv en vallen derhalve in verticale zin buiten het plangebied. Op basis van de landschappelijke ontwikkeling, het historisch grondgebruik en de resultaten van het booronderzoek is de archeologische verwachting laag voor het plangebied. Er is geen grote variatie en er zijn geen wezenlijke verschillen in de landschappelijke ontwikkeling in het tracé van de geplande dijk. Ook de landschappelijke ontwikkeling van terplocatie 3 is op hoofdlijnen identiek aan die van het aangrenzende geplande tracé van de dijk. Daarom wordt er van uitgegaan dat de bijgestelde archeologische verwachting van terplocatie 3 exemplarisch is voor de overige terplocaties 1, 2 en 4 t/m 7.
Uit het bureauonderzoek blijkt dat de Dussensche Gantel een restant is van een inbraakkreek die tijdens de St. Elisabethsvloed is gevormd. Uit het veldonderzoek blijkt dat de bodem langs de Overdiepse Kade tot minimaal circa 1,8 m -Mv inderdaad uit het Merwededek bestaat. Bovendien zou, indien zich ter hoogte van de Dussensche Gantel een opduiking van dekzand of oeverwal zou bevinden, dit zeer waarschijnlijk zijn sporen nalaten aan het oppervlak en zich aftekenen op het AHN.
Vanwege bovenstaande redenen is het reëel om te veronderstellen dat dit pakket zich in noordelijke richting doorzet en ook hier het bovenste deel van de bodem (minimaal ca. 1,5 m) uit het Merwededek bestaat. Het wordt echter benadrukt dat aan deze verwachting een grotere onzekerheid moet worden toegekend naarmate de afstand tot het daadwerkelijk onderzochte gebied groter wordt.
Aanbevelingen
Vanwege de resultaten van het bureauonderzoek en het booronderzoek wordt archeologisch vervolgonderzoek op de terplocaties 1, 2 en 4 t/m 7 alsmede de mogelijk te revitaliseren Dussensche Gantel niet noodzakelijk geacht mits bodemingrepen niet dieper dan 1,5 m -Mv plaatsvinden. Bij diepere bodemingrepen wordt voor alle te verstoren delen in het kader van planontwikkeling een (intensief) verkennend booronderzoek aanbevolen. Het verkennend onderzoek is gericht op het in kaart brengen van de landschappelijke ontwikkeling en de archeologische verwachting nader vast te stellen. Het onderzoek dient te worden uitgevoerd volgens de ‘Minimumeisen Provincie Noord-Brabant t.b.v. de rapportage van archeologisch vooronderzoek in de vorm van een inventariserend en waarderend booronderzoek’
ZM 28 Weerdverlaging Hout-Blerick Romeinenweerd
In de periode maart-april 1999 heeft RAAP een Aanvullende Archeologische Inventarisatie op de Romeinenweerd te Hout-Blerick uitgevoerd in het kader van het Zandmaasproject, de Maaswerken.
In een deel van het gebied (11,2 ha) kon geen onderzoek worden uitgevoerd omdat dit terrein in 1996 tot tenminste tot 2,5 -Mv is afgegraven in het kader van de Deltawet Grote Rivieren.
De bevindingen van het onderzoek komen in grote lijnen overeen met de archeologische potentiekaart.
De twee ontdekte vindplaatsen zijn gelegen op de hogere delen van het terrassenlandschap in het zuidelijke deelgebied.
De bodemkaart (en daarmee de archeologische potentiekaart) schiet tekort in de exacte begrenzing van de potentiezones. In het veld bleken bodemkundige eenheden een grotere omvang te hebben dan op de bodemkaart staat aangegeven.
Vindplaats 1 omvat vondsten die duiden op bewoning van het oudste terras en de flank daarvan vanaf vermoedelijk het Mesolithicum tot en met de Ijzertijd.
Ook aan vindplaats 2 kan op grond van de vondsten slechts een zeer globale datering worden toegekend: vanaf het Mesolithicum tot en met de Ijzertijd. De meeste vondsten uit boringen bevinden zich in de top van de oude klei.
Naar aanleiding van de resultaten van de AAI is door het PTA een selectievoorstel opgesteld waarin wordt voorgesteld een aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren op de twee aangetroffen vindplaatsen. Dit advies is op 11-12-2000 d.m.v. een selectiebesluit overgenomen door de ROB.
Omdat het plangebied uit pakket 1 van de Maaswerken is geschrapt, is in 2005 aan de Maaswerken een Verklaring van Voltooid Preventief Onderzoek afgegeven. De VVPO geeft aan dat de Maaswerken gezien de huidige stand van planvorming (2005) aan zijn verplichtingen heeft voldaan
Plangebied kasteel Huys ter Horst te Horst, gemeente Horst aan de Maas; archeologisch vooronderzoek: een waarderend booronderzoek
<p> In opdracht van de gemeente Maas heeft RAAP in juni 2021 een archeologisch vooronderzoek
uitgevoerd voor het plangebied kasteel Huys ter Horst te Horst in de gemeente Horst aan de Maas. Het
onderzoek vond plaats in het kader van een vergunningsverlening voor het restaureren en consolideren
van kasteel Huys ter Horst.
<p> Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Horst aan de Maas ligt het plangebied een zone
met een hoge archeologische verwachting. Het gemeentelijk beleid schrijft voor dat bij bodemingrepen
op het kasteel een archeologisch onderzoek dient te worden uitgevoerd.
<p> De gemeente Horst aan de Maas had met Stichting kasteel Huys ter Horst afgesproken dat zij zou
worden ingeseind wanneer (graaf)werkzaamheden aan de brug tussen de voor- en hoofdburcht zouden
worden uitgevoerd, zodat een profielopname van de grond achter beide brugmuren kon worden
genomen. In het kader van consolidatiewerkzaamheden zijn de losse delen van het metselwerk in juni
2021 verwijderd en opnieuw opgemetseld. Doordat de gemeente niet is ingeseind, konden de profielen
niet worden gedocumenteerd. In aanvulling daarop is op 19 juni 2021 een waarderend booronderzoek
naar de bodemopbouw ter plekke uitgevoerd. Dit had als doel de bodemkundige opbouw in een strook
grond grenzend aan de brug tussen de voor- en hoofdburcht van het kasteel in kaart te brengen. Dit is
namelijk de enige strook grond van het kasteel waar nog intacte grachtvullingen aanwezig kunnen zijn,
aangezien de gehele kasteelgracht in 1967-1968 machinaal diep is uitgediept.
<p> De bodemkundige opbouw ter plaatse van de boorraai bestaat uit een veldpodzol die grotendeels is
verstoord door latere graaf-/bouwactiviteiten. Zeer waarschijnlijk is een onbekende voorganger van de
huidige kasteelgracht onder het zuidelijke grachttalud aangeboord. Deze dateert vermoedelijk tussen
de vroege 14e
eeuw en de periode 1661-1664. De aanwezigheid van leisteen- en baksteenpuin in de
grond waarmee de gracht is opgevuld, impliceert dat het kasteel in deze fase (gedeeltelijk) uit baksteen
was opgetrokken en een leistenen dakbedekking had. Verder is gebleken dat de kasteelgracht in 1967-
1968 volledig is uitgediept en geen vullingsresten van deze of oudere grachten bewaard zijn gebleven
onder de huidige gracht. De aanwezigheid van deze oude grachtvulling betekent immers niet alleen dat
de bodem van kasteel Huys ter Horst nog vele geheimen herbergt, maar ook dat de kans aanwezig is
op goed geconserveerde organische resten.
<p> Het wordt opgemerkt dat de manier waarop onderhavig onderzoek tot stand is gekomen in een patroon
past. Het handelen van de Stichting kasteel Huys ter Horst heeft tot direct gevolg dat de afgelopen
jaren veel kansen zijn gemist om informatie over de geschiedenis van het kasteel te verzamelen. De
resultaten van onderhavig onderzoek onderstrepen nog maar eens hoe belangrijk het is om
graafwerkzaamheden op kasteel Huys ter Horst niet zonder enige vorm van archeologisch onderzoek
uit te voeren en dat vastgehouden wordt aan het gemeentelijk beleid dat voorschrijft om bij
bodemingrepen op het kasteel een archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Bovendien is het
kasteel een rijksmonument, waarmee zorgvuldig en voorzichtig dient te worden omgegaan
Plangebied Mill-Havikstraat, gemeente Mill en St. Hubert; een aanvullende archeologische inventarisatie (AAI-1)
- …
