1,355,366 research outputs found
Dear Customer, You've Got Mail. A closer look at discourse moves, discursive legitimation, and the effects of interpersonal strategies in email responses to customer complaints
Item does not contain fulltextGhent University, 30 april 2021Promotor : Decock, S. Co-promotor : De Clerck, B.232 p
Waalse burgemeesters steken kurk op de fles tijdens jeugdkampen
A ls aperitief op de zomermaanden stellen vier Waalse gemeenten (Andenne, Bouillon, Chinu en Florenville) een alcoholverbod voorop tijdens kampen van jeugdbewegingen. De betrokken gemeentebesturen geven aan dat er al enkele jaren problemen zijn met het gedrag van de leiding van jeugdbewegingen. Het zou daarbij voornamelijk gaan om problemen met verdovende middelen (alcohol en drugs). Door het gebruik van verdovende middelen zou volgens de lokale besturen de veiligheid van de kinderen in het gedrang kunnen komen. De maatregel bestaat er bijgevolg in om de kinderen die deelnemen aan het kamp te beschermen en hen de nodige veiligheid te bieden. Uiteraard is dat een terechte doelstelling. Het beschermen van kinderen die op kamp zijn, is de eerste prioriteit. De vraag is evenwel op welke manier die doelstelling het best kan worden bereikt en of er een juridische grondslag bestaat op basis waarvan lokale besturen een verbod kunnen instellen voor een specifieke categorie (kampen van jeugdverenigingen) op voornamelijk privégronden. Indien een Vlaams lokaal bestuur zo'n verbodsmaatregel wil nemen, dan lijkt de (enige) juridische basis zich te situeren in de nieuwe gemeentewet. Artikel 135 van de nieuwe gemeentewet geeft de gemeente de taak om te voorzien in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Zo moeten gemeenten overeenkomstig dit artikel de nodige maatregelen nemen, inclusief politieverorde-ningen, om alle vormen van openbare overlast tegen te gaan, en dienen gemeenten ervoor te zorgen dat er geen inbreuken zijn op de openbare rust, zoals vechtpar-tijen en verstoring van de nachtrust. Een maatregel om dat te voorkomen, kan bijvoorbeeld worden opgenomen in het politiereglement. Daarnaast kan de burgemeester, als er zich tijdens een kamp van een jeugdbeweging een feit zou voordoen, ook met toepassing van artikel 134 van de nieuwe gemeentewet een hoogdringende maatregel nemen die nadien ter bekrachtiging aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Een andere juridische basis om zo'n verbod op te baseren, lijkt niet aanwezig te zijn. Het alcoholverbod dient ook te voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder de motiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Het is evenwel de vraag op welke wijze zo'n verregaand verbod kan worden ingeschreven. Zo was er tijdens de coronacrisis wel een verbod op alcohol op het openbaar do-mein in bepaalde lokale besturen (bijvoor-beeld Leuven, Gent en Dendermonde). Dat verbod was beperkt in tijd (bijvoorbeeld na 22u en voor 6u) en was specifiek voorzien om overlast en samenscholingen in coro-natijden te vermijden. De motivering van zulke verboden kadert binnen het tegen-gaan van de verdere verspreiding van het coronavirus. Het is maar de vraag in welke mate het verbod van alcohol op jeugdkam-pen daarmee te vergelijken valt. Kan er een algemeen verbod worden ingesteld dat tot een specifieke categorie gericht is voor specifieke activiteiten? Wat opvalt is dat artikel 135, § 2 van de nieuwe gemeentewet ordeverstoringen en openbare overlast lijkt te viseren die zich op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen voordoen. Kenmer-kend aan jeugdkampen is dat deze echter dikwijls op privaat domein plaatsvinden. Kan een gemeente een alcoholverbod ook op privégrond invoeren en afdwingen? Het lijkt erop van wel. Naar Belgisch recht behoren ook ordeverstoring die zich op een privaat domein bevinden, maar zich veruitwendigen op de openbare orde, tot het openbare orderecht. De Raad van State oordeelde al ten aanzien van een camping dat die-ondanks op private grond geëxploiteerd-toch 'openbaar' is in de zin van artikel 135, §2 van de nieuw gemeentewet omdat de camping toegankelijk is voor huurders en bezoekers (arrest RvS 13 december 2012, nr. 221.751). Dat het verregaande initiatief van de Waalse burgemeesters niet bij iedereen in goede aarde valt, is duidelijk. In het Vlaams parlement werden er op 22 juni verschillende vragen gesteld over het alcoholverbod op Vlaamse jeugdkampen. Noties als 'pestmaatregel', 'schijn-en symboolmaatregel', 'wantrouwen' en 'gemiste kans' werden in de mond genomen. Ook Pierre-Yves Jeholet (MR), minister-president van de Franse Gemeenschap, en Benjamin Dalle (CD&V), Vlaams minister van Jeugd, noemen het alcoholverbod onnodig stigmatiserend en disproportioneel. Breder opgevat roept de juridisering van meerdere aspecten in de samenleving vragen op. Is een algemeen verbod op alcohol tijdens kampen voor jeugdbewegin-gen een noodzakelijke en/of proportionele maatregel om het doel te bereiken? De lokale besturen hadden kunnen opteren voor een overleg met de koepels van de jeugdbewegingen. De koepels zouden dan de mogelijkheid hebben gehad om hun eigen maatregelen toe te lichten die er zijn om het gebruik van alcohol op kampen te regelen en de veiligheid van de leden te verzekeren. Op basis van dat over-leg hadden onderlinge afspraken al meer kunnen oplossen dan een algemeen verbod. Naast overleg, kunnen de gemeenten uiteraard ook zelf ingrijpen zonder daarbij terug te moeten grijpen naar het gemeentelijk reglement via een verbod en mogelijke boete. Als het wangedrag van de leiding aan de oorzaak ligt van het verbod, kan een gemeentelijke sensibiliseringscampagne eveneens tot de mogelijkheden behoren. Tot slot kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij het feit dat het alcoholverbod enkel kampen van jeugdbewegingen treft, terwijl er ongetwijfeld nog andere kampen (bijvoorbeeld sportkampen) op het gemeentelijk grondgebied worden georganiseerd. Mochten er-in navolging van de Waalse variant-zulke verboden worden aangenomen door lokale besturen in het Vlaamse gewest, dan kan er tegen zo'n reglement waarin het verbod is opgenomen een klacht wordt ingediend bij de toezichthoudende overheid en/of de Raad van State. Op 1 juli zal er in ieder geval op initiatief van de Luxemburgse gouverneur een overleg plaatsvinden tussen de betrokken lokale besturen, de bevoegde ministers van Jeugd, de Waalse minister van Lokale besturen en de vertegenwoordigers van de Belgische federaties van jeugdbewegingen. Het valt af te wachten wat dat overleg brengt. Marie DeCock is universitair docent bestuursrecht (Universiteit Maastricht) en vrijwillig wetenschappelijk medewerker (UGent en UHasselt). Stef Keunen is vrijwillig wetenschappelijk medewerker (UHasselt) en praktijkassistent administratief recht (KULeuven). Vier Waalse gemeenten stellen een alcoholverbod in tijdens kampen van jeugdbewegingen. De doelstelling van het verbod is om beter te kunnen ingrijpen als er overlast zou zijn. De vraag die daarbij rijst, is of lokale besturen bevoegd zijn om een dergelijk verbod in te stellen. Bovendien gaan deze kampen van jeugdbewegingen voornamelijk door op privégronden. Verhindert dit dat een verbod kan worden ingesteld? Marie DeCock en Stef Keunen geven de nodige toelichting bij
Waalse burgemeesters steken kurk op de fles tijdens jeugdkampen
A ls aperitief op de zomermaanden stellen vier Waalse gemeenten (Andenne, Bouillon, Chinu en Florenville) een alcoholverbod voorop tijdens kampen van jeugdbewegingen. De betrokken gemeentebesturen geven aan dat er al enkele jaren problemen zijn met het gedrag van de leiding van jeugdbewegingen. Het zou daarbij voornamelijk gaan om problemen met verdovende middelen (alcohol en drugs). Door het gebruik van verdovende middelen zou volgens de lokale besturen de veiligheid van de kinderen in het gedrang kunnen komen. De maatregel bestaat er bijgevolg in om de kinderen die deelnemen aan het kamp te beschermen en hen de nodige veiligheid te bieden. Uiteraard is dat een terechte doelstelling. Het beschermen van kinderen die op kamp zijn, is de eerste prioriteit. De vraag is evenwel op welke manier die doelstelling het best kan worden bereikt en of er een juridische grondslag bestaat op basis waarvan lokale besturen een verbod kunnen instellen voor een specifieke categorie (kampen van jeugdverenigingen) op voornamelijk privégronden. Indien een Vlaams lokaal bestuur zo'n verbodsmaatregel wil nemen, dan lijkt de (enige) juridische basis zich te situeren in de nieuwe gemeentewet. Artikel 135 van de nieuwe gemeentewet geeft de gemeente de taak om te voorzien in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Zo moeten gemeenten overeenkomstig dit artikel de nodige maatregelen nemen, inclusief politieverorde-ningen, om alle vormen van openbare overlast tegen te gaan, en dienen gemeenten ervoor te zorgen dat er geen inbreuken zijn op de openbare rust, zoals vechtpar-tijen en verstoring van de nachtrust. Een maatregel om dat te voorkomen, kan bijvoorbeeld worden opgenomen in het politiereglement. Daarnaast kan de burgemeester, als er zich tijdens een kamp van een jeugdbeweging een feit zou voordoen, ook met toepassing van artikel 134 van de nieuwe gemeentewet een hoogdringende maatregel nemen die nadien ter bekrachtiging aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Een andere juridische basis om zo'n verbod op te baseren, lijkt niet aanwezig te zijn. Het alcoholverbod dient ook te voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder de motiveringsplicht, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Het is evenwel de vraag op welke wijze zo'n verregaand verbod kan worden ingeschreven. Zo was er tijdens de coronacrisis wel een verbod op alcohol op het openbaar do-mein in bepaalde lokale besturen (bijvoor-beeld Leuven, Gent en Dendermonde). Dat verbod was beperkt in tijd (bijvoorbeeld na 22u en voor 6u) en was specifiek voorzien om overlast en samenscholingen in coro-natijden te vermijden. De motivering van zulke verboden kadert binnen het tegen-gaan van de verdere verspreiding van het coronavirus. Het is maar de vraag in welke mate het verbod van alcohol op jeugdkam-pen daarmee te vergelijken valt. Kan er een algemeen verbod worden ingesteld dat tot een specifieke categorie gericht is voor specifieke activiteiten? Wat opvalt is dat artikel 135, § 2 van de nieuwe gemeentewet ordeverstoringen en openbare overlast lijkt te viseren die zich op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen voordoen. Kenmer-kend aan jeugdkampen is dat deze echter dikwijls op privaat domein plaatsvinden. Kan een gemeente een alcoholverbod ook op privégrond invoeren en afdwingen? Het lijkt erop van wel. Naar Belgisch recht behoren ook ordeverstoring die zich op een privaat domein bevinden, maar zich veruitwendigen op de openbare orde, tot het openbare orderecht. De Raad van State oordeelde al ten aanzien van een camping dat die-ondanks op private grond geëxploiteerd-toch 'openbaar' is in de zin van artikel 135, §2 van de nieuw gemeentewet omdat de camping toegankelijk is voor huurders en bezoekers (arrest RvS 13 december 2012, nr. 221.751). Dat het verregaande initiatief van de Waalse burgemeesters niet bij iedereen in goede aarde valt, is duidelijk. In het Vlaams parlement werden er op 22 juni verschillende vragen gesteld over het alcoholverbod op Vlaamse jeugdkampen. Noties als 'pestmaatregel', 'schijn-en symboolmaatregel', 'wantrouwen' en 'gemiste kans' werden in de mond genomen. Ook Pierre-Yves Jeholet (MR), minister-president van de Franse Gemeenschap, en Benjamin Dalle (CD&V), Vlaams minister van Jeugd, noemen het alcoholverbod onnodig stigmatiserend en disproportioneel. Breder opgevat roept de juridisering van meerdere aspecten in de samenleving vragen op. Is een algemeen verbod op alcohol tijdens kampen voor jeugdbewegin-gen een noodzakelijke en/of proportionele maatregel om het doel te bereiken? De lokale besturen hadden kunnen opteren voor een overleg met de koepels van de jeugdbewegingen. De koepels zouden dan de mogelijkheid hebben gehad om hun eigen maatregelen toe te lichten die er zijn om het gebruik van alcohol op kampen te regelen en de veiligheid van de leden te verzekeren. Op basis van dat over-leg hadden onderlinge afspraken al meer kunnen oplossen dan een algemeen verbod. Naast overleg, kunnen de gemeenten uiteraard ook zelf ingrijpen zonder daarbij terug te moeten grijpen naar het gemeentelijk reglement via een verbod en mogelijke boete. Als het wangedrag van de leiding aan de oorzaak ligt van het verbod, kan een gemeentelijke sensibiliseringscampagne eveneens tot de mogelijkheden behoren. Tot slot kunnen er vraagtekens worden geplaatst bij het feit dat het alcoholverbod enkel kampen van jeugdbewegingen treft, terwijl er ongetwijfeld nog andere kampen (bijvoorbeeld sportkampen) op het gemeentelijk grondgebied worden georganiseerd. Mochten er-in navolging van de Waalse variant-zulke verboden worden aangenomen door lokale besturen in het Vlaamse gewest, dan kan er tegen zo'n reglement waarin het verbod is opgenomen een klacht wordt ingediend bij de toezichthoudende overheid en/of de Raad van State. Op 1 juli zal er in ieder geval op initiatief van de Luxemburgse gouverneur een overleg plaatsvinden tussen de betrokken lokale besturen, de bevoegde ministers van Jeugd, de Waalse minister van Lokale besturen en de vertegenwoordigers van de Belgische federaties van jeugdbewegingen. Het valt af te wachten wat dat overleg brengt. Marie DeCock is universitair docent bestuursrecht (Universiteit Maastricht) en vrijwillig wetenschappelijk medewerker (UGent en UHasselt). Stef Keunen is vrijwillig wetenschappelijk medewerker (UHasselt) en praktijkassistent administratief recht (KULeuven). Vier Waalse gemeenten stellen een alcoholverbod in tijdens kampen van jeugdbewegingen. De doelstelling van het verbod is om beter te kunnen ingrijpen als er overlast zou zijn. De vraag die daarbij rijst, is of lokale besturen bevoegd zijn om een dergelijk verbod in te stellen. Bovendien gaan deze kampen van jeugdbewegingen voornamelijk door op privégronden. Verhindert dit dat een verbod kan worden ingesteld? Marie DeCock en Stef Keunen geven de nodige toelichting bij
The rise of inter-municipal cooperation in the technology sector: easy activity update or noiseless nesting of a virus?
The rise of inter-municipal cooperation in the technology sector: easy activity update or noiseless nesting of a virus?
Going undercover? Female bodies and clothes under scrutiny in travel literature
Sofie Decock examines the social semiotics of body and clothing practices in the depiction of intercultural encounters in Ella Maillart's and Annemarie Schwarzenbach's travel writing on Afghanistan. Decock demonstrates the importance of these practices in intercultural impression management, relationship building, power dynamics, and the strategic negotiation of social norms. The chapter shows how the female narrator in Maillart's The Cruel Way (1947) reflects on and experiences the gendered performance of herself and her travel companion's bodies and clothes in a foreign environment and how ‘going undercover’ in their case seems to be neither possible nor desirable. They transgress traditional gender norms by strategically exploiting them to their advantage, but, at the same time, both gender ambiguity and a clear female identity have the potential of bringing them into uncomfortable situations in which their bodies are objectified. Secondly, the focus shifts to various instances of ‘othering’ in descriptions of local women by the European female narrators in Maillart's and Schwarzenbach's texts. In this power constellation, the narrators construct themselves as wearing trousers, while the depiction of Afghan women concentrates on (the absence of) veiling practices and body postures associated with them. Central to this ‘othering’ is the dichotomy between tradition and modernity and the norm transgressions regarding this dichotomy
Inter-municipal Companies and Their Subsidiaries in Comparative Law Perspective: The Need for Public Law Applicability and Democratic Control
This paper explores the increasing trend whereby local governments create private legal entities to deliver public services or purely commercial activities. This phenomenon is known as ‘corporatization’. In relation specifically to inter-municipal cooperation, this tendency to resort to subsidiaries and participation in legal entities under private law results in an opaque tangle of subsidiaries and participations whose legal position is unclear. The study examines the challenges arising from these complex inter-municipal structures in relation to transparency, applicability of public law mechanisms, and democratic control, particularly in Belgium and the Netherlands. The paper parallels broader corporatization trends in the UK and France, where public authorities utilize private law instruments and contracts, leading to potential issues of democratic accountability and of balancing profit-making with the public interest. The paper argues that in a state governed by the rule of law, public law mechanisms are crucial for democratic oversight, even when legal entities created by private law are involved in public service provision. Using the private contractual route cannot exclude, therefore, the application of public law principles, given that both the ‘nature of the power’ and the ‘public function’ of the private legal entity can trigger the application of administrative law, administrative law principles, and judicial review
Report on constitutional reform in Belgium (2022)
The International Review of Constitutional Reform (IRCR) is a first-of-its-kind scholarly effort to gather jurisdictional reports--written by scholars and judges, often in collaboration--on all forms of constitutional revision around the world over the past year.
This edition contains over 80 jurisdictional reports. Each report explains and contextualizes events in constitutional reform over the previous year in a given jurisdiction. Constitutional reform is defined broadly to include constitutional amendment, constitutional dismemberment, constitutional mutation, constitutional replacement and other events in constitutional reform, including the judicial review of constitutional amendments
Proposal to conserve the name Perenniporia against Physisporus with a conserved type (Basidiomycota)
Decock & Stalpers discuss the current
taxonomic situation in Perenniporia and the subsequent
nomenclatural problems in detail. The current lectotype
of Perenniporia, Polyporus unitus Pers., long considered
to be identical with Boletus medulla-panis Jacq., is neither
conspecific nor congeneric with the latter. Hence the
current, well-known concept of Perenniporia, developed
around Perenniporia medulla-panis (Jacq. : Fr.) Donk, does
not include the actual type of the generic name
Inter-municipal Companies and Their Subsidiaries in Comparative Law Perspective: The Need for Public Law Applicability and Democratic Control
This paper explores the increasing trend whereby local governments create private legal entities to deliver public services or purely commercial activities. This phenomenon is known as ‘corporatization’. In relation specifically to inter-municipal cooperation, this tendency to resort to subsidiaries and participation in legal entities under private law results in an opaque tangle of subsidiaries and participations whose legal position is unclear. The study examines the challenges arising from these complex inter-municipal structures in relation to transparency, applicability of public law mechanisms, and democratic control, particularly in Belgium and the Netherlands. The paper parallels broader corporatization trends in the UK and France, where public authorities utilize private law instruments and contracts, leading to potential issues of democratic accountability and of balancing profit-making with the public interest. The paper argues that in a state governed by the rule of law, public law mechanisms are crucial for democratic oversight, even when legal entities created by private law are involved in public service provision. Using the private contractual route cannot exclude, therefore, the application of public law principles, given that both the ‘nature of the power’ and the ‘public function’ of the private legal entity can trigger the application of administrative law, administrative law principles, and judicial review
- …
