417 research outputs found
Freda Linde Collection index
This index describes the Freda Linde collection consists of material of Freda Linde, journalist, editor, translator and author of children's books. The collection contains correspondence ; manuscripts ; diaries ; notebooks ; translations ; personalia ; pamphlets ; research material ; illustrations ; reviews ; articles ; newspaper clippings ; photos compiled in 70 pamphlet boxes
An In Vitro Pilot Fermentation Study on the Impact of Chlorella pyrenoidosa on Gut Microbiome Composition and Metabolites in Healthy and Coeliac Subjects
© 2021 C. van der Linde, M. Barone, S. Turroni, P. Brigidi, E. Keleszade, J. Swann, A. Costabile. This is an open-access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution 4.0 International License (CC BY 4.0), which permits unrestricted use, distribution, and reproduction in any medium, provided the original author and source are credited. See http://creativecommons.org/licenses/by/4.0
ADVERTISING IN THE COMPANY LINDE GAS D.O.O. - LPG
V teoretičnem delu diplomske naloge sem predstavil pojem oglaševanja ter korake oglaševalskega programa, v praktičnem delu pa sem predstavil konkretne aktivnosti oglaševanja utekočinjenega naftnega plina v podjetju Linde plin d. o. o., v katerem sem zaposlen.Theoretical part of graduation thesis defines the concept of advertising and presents the steps
of advertising program. Practical part presents actual activities on advertising of liquid gas in
company Linde plin d.o.o. where the author is employed
Opvolging en optimalisatie van een geïnoculeerde bioreactor voor zuivering van grondwater verontreinigd met MTBE/TBA
Methyl tert-butyl ether (MTBE) is een synthetisch additief van benzine, dat aan Europese benzine wordt toegevoegd met een maximale concentratie van 22% v/v (EU, 2009). De aanwezigheid van MTBE in benzine heeft in het verleden herhaaldelijk geleid tot grondwatervervuiling, voornamelijk ten gevolge van lekkende ondergrondse opslagtanks van benzine, bijvoorbeeld in de omgeving van tankstations. Omdat MTBE een relatief hoge oplosbaarheid en een hoge stabiliteit in water heeft, kan de concentratie aan MTBE in vervuild grondwater hoog oplopen. Tert-butyl alcohol (TBA), een intermediair in de biologische afbraak van MTBE, en BTEX componenten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen) zijn componenten die vaak voorkomen in associatie met MTBE-vervuiling van grondwater. De aanwezigheid van MTBE in grondwater vormt een reële bedreiging voor drinkwaterbronnen, omwille van de hoge mobiliteit van MTBE in grondwater en de zeer lage geur- en smaakdrempel voor MTBE in drinkwater. Wegens deze problemen met MTBE in het grondwater werd in een aantal Europese landen MTBE intussen vervangen door alternatieve benzine-additieven, waaronder ethyl tert-butyl ether (ETBE). Het probleem van de grondwatervervuiling met MTBE blijft echter bestaan, en het gaat vaak over vervuilingen met MTBE waarvan de concentraties hoger zijn dan de wettelijke maximumconcentratie aan MTBE in grondwater, waardoor het grondwater wettelijk gezien gesaneerd moeten worden. Mogelijk kan bioremediatie hier een uitkomst bieden. Bioremediatie kan de fysische methodes vervangen die momenteel toegepast worden voor sanering van met MTBE vervuild grondwater maar die inefficiënt zijn voor het saneren van grondwater dat vervuild is met MTBE en/of TBA. Voorafgaand aan dit onderzoek werd bij VITO een microbieel consortium, het M-consortium, aangerijkt uit een met MTBE vervuilde bodem (Moreels et al., 2004). Dit consortium kan groeien met MTBE, TBA en BTEX-componenten als enige bron van koolstof en energie. Deze studie focust op de toepassing van het M-consortium voor bioremediatie van MTBE-vervuild grondwater, met behulp van een geïnoculeerde bioreactor. Een zeer belangrijk gegeven in verband met bioremediatie van MTBE is dat MTBE door de gebruikte cultuur volledig wordt afgebroken, zonder opstapeling van toxische afbraakproducten, zoals TBA, formaldehyde (HCHO) of 2-hydroxy-isoboterzuur (HIBA). Daarom hebben we tijdens dit onderzoek de afbraak en de afbraaksnelheid van TBA, HCHO en HIBA door het consortium getest. Alle deze componenten werden als enige koolstof- en energiebron door het consortium gebruikt en volledig afgebroken. Ook hebben we de bacteriële samenstelling van het M-consortium bepaald met behulp van een combinatie van moleculaire technieken, gebaseerd op de 16S rRNA sequenties die aanwezig waren in de cultuur, en isolatie van 7 pure culturen. Daaruit bleek dat het M-consortium voornamelijk uit ß-Proteobacteriën bestaat. Verder hebben we aangetoond dat zowel Methylibium sp. LD3, Hydrogenophaga sp. LD1 als Mycobacterium sp. LD6 een bijdrageleveren aan de afbraak van MTBE door het M-consortium. Namelijk, Methylibium sp. LD3 breekt MTBE volledig af, Hydrogenophaga sp. LD1 groeide op TBA, HIBA en HCHO en Mycobacterium sp. LD6 kan HCHO als koolstof- en energiebron gebruiken. Om een betrouwbare bioreactor te ontwikkelen, is het zeer belangrijk om een goed beeld van de randvoorwaarden voor MTBE/TBA afbraak door en groei van het M-consortium te hebben. Tijdens dit onderzoek werden batchtesten uitgevoerd onder gestandaardiseerde omstandigheden, met als doel het bepalen van de afbraaksnelheid van MTBE, de tijdelijke opstapeling van TBA, de groeisnelheid en de opbrengstfactor van het M-consortium in functie van diverse omgevingsfactoren. De ideale omstandigheden voor bioremediatie van MTBE in functie van de initiële MTBE of TBA concentratie, temperatuur, pH, opgeloste zuurstofconcentratie, van drie concentraties aan nutriënten (ammonium, nitraat en fosfaat) en MTBE/BTEX mengsels werden bepaald. Het M-consortium breekt MTBE en TBA af voor initiële concentraties van 2 tot en met minstens 120 mg/L en voor 0.34 tot en met 80 mg/L BTEX. Het consortium heeft een relatief hoge groeisnelheid en een hoge opbrengstfactor voor groei op MTBE en TBA, zelfs bij lage nutriëntenconcentraties (0.34−3.4 mg/L N en P), hetgeen noodzakelijk is voor de succesvolle toepassing van het M-consortium in de geïnoculeerde bioreactor. Het consortium kan gebruikt worden voor biologische afbraak van MTBE onder verschillende omstandigheden, zoals deze die typisch zijn voor aquifers, namelijk een lage temperatuur en een lage opgeloste zuurstofconcentratie, maar ook voor de condities in de geïnoculeerde bioreactor, namelijk bij kamertemperatuur, neutrale pH, hoge opgeloste zuurstof-concentraties en lage nutrientenconcentraties. Momenteel bestaan er slechts een paar studies die resultaten publiceerd hebben van geïnoculeerde bioreactoren voor grondwaterremediatie van MTBE. Toepassingen op grote schaal zijn zeldzaam, zeker in Europa, terwijl er in de VS een aantal reactoren beschreven zijn (Chang et al., 2000; OConnell and Weaver, 2001; Zein et al., 2006). Bij VITO werd een pilootschaal bioreactor ontwikkeld voor pump-and-treat van MTBE-vervuild grondwater. Dit wil zeggen dat het vervuild grondwater opgepompt wordt en ter plaatse behandeld wordt, bijvoorbeeld met een bioreactor. Om op grote schaal MTBE te kunnen remediëren is er echter meer informatie nodig, bijvoorbeeld, over de minimale verblijftijd van het grondwater in de reactor (HRT), de maximale verwijderingssnelheid van MTBE die gehaald kan worden en het maximale verwijderingspercentage van MTBE uit het grondwater met onze specifieke opzet en bacteriële cultuur. Tijdens dit onderzoek werd daarom een labo-schaal bioreactor gebruikt voor de biologische zuivering van vervuild grondwater afkomstig van een tankstation (5 mg/L MTBE). Op basis van de verkregen resultaten is een minimale HRT van 1.6 uur genoeg voor verwijdering van MTBE tot beneden de Vlaamse lozingsnorm van 100 μg/L MTBE. De maximale verwijderingssnelheid van MTBE die gemeten werd was 2.5 mg MTBE/L h bij een hydraulische verblijftijd van 1.6 uur en een influentconcentratie van 5 mg/L MTBE. Ook lagere MTBE concentraties, namelijk influentconcentraties tussen 0.1 en 1 mg/L MTBE, werden volledig verwijderd uit het grondwater door onze bioreactor (>99% verwijdering van MTBE). De reactor herstelde snel na een plotse verhoging van de influentconcentratie en we konden aantonen dat de verwijdering van MTBE in de reactor volledig biologisch gebeurde. Fluorescent in situ hybridization (FISH) werd gebruikt voor het detecteren van de twee voornaamste species in het M-consortium, namelijk Methylibium spp. en Hydrogenophaga spp. in een extract van het dragermateriaal van de reactoren. Methylibium spp. bleken dominant in de biofilmstalen uit de reactoren.Wiskundige modellering kan een relevante bijdrage leveren aan een reactorontwerp en aan reactorcontrole, omdat bijvoorbeeld de biomassaconcentratie, MTBE verwijderingssnelheden en MTBE effluentconcentraties van de reactor voorspeld kunnen worden met behulp van een betrouwbaar model. Dit model moet uiteraard aangepast zijn aan de reactoropzet en aan het gebruikte inoculum. Een model dat bioremediatie beschrijft voor onze specifieke opzet veronderstelt grondige kennis van de snelheden van MTBE en TBA afbraak van het M-consortium. Gebaseerd op de data van de afbraaktesten van MTBE en TBA met het M-consortium werd een relatief eenvoudig wiskundig model opgesteld dat de biologische afbraak van MTBE en TBA door het M-consortium beschrijft en ook de groei voorspelt. De omzetting van MTBE naar TBA werd onafhankelijk van groei benaderd, terwijl aanmaak van biomassa afkomstig van de afbraak van TBA werd beschreven met de Monod vergelijking. De resultaten van de modellering gaven een goede correllatie tussen het model en de gemeten MTBE en TBA afbraak door- en groei van het consortium, ook voor onafhankelijke validatietesten onder identieke, gestandaardiseerde omstandigheden. Dit onderzoek toont aan dat het M-consortium meerdere bacteriën bevat die bijdragen tot de afbraak van MTBE of een of meerdere van de afbraakproducten van MTBE (TBA, HIBA en/of HCHO). We hebben ook aangetoond dat het M- consortium gebruikt kan worden voor bioremediatie van grondwater vervuild met MTBE met behulp van een geïnoculeerde bioreactor. De reactor bereikte hoge verwijderingssnelheden en een hoog verwijderings-percentage voor MTBE bij een relatief lage hydraulische verblijftijd, zonder dat TBA in het effluent gemeten werd. Daarom is bioremediatie van MTBE een goed alternatief voor de welliswaar goedkopere maar minder efficiëntie abiotische methodes die momenteel gebruikt worden voor behandeling van grondwater dat vervuild is met MTBE.Chang, D., E. Schroeder, K. Scow, B. Converse, J. Scarano, N. Watanabe, and K. Romstad (2000). Experience with laboratory and field-scale ex situ biodegradation of MTBE. In: Proceedings of the Environmental Protection Agency/American Petroleum Institute MTBE Biodegradation Workshop, Cincinnati, Feb. 1 − 3, 2000.EU (2009). Directive 2009/30/EC - amendment to Directive 98/70/EC on environmental quality standards for fuel (Fuel Quality Directive). Technical report, European Parliament and council. Moreels, D., L. Bastiaens, F. Ollevier, R. Merckx, L. Diels, and D. Springael (2004). Evaluation of the intrinsic methyl tert-butyl ether (MTBE) biodegradation potential of hydrocarbon contaminated subsurface soils in batch microcosm systems. FEMS Microbiology Ecology 49 (1), 121128.OConnell, J. E. and D. Weaver (2001). Fluidized bed bioreactor for MTBE and TBA in water. Biodegradation of MTBE in pilot-scale biofilter. In Sixth International In Situ and On-Site Bioremediation Symposium, San Diego, CA.Zein, M. M., M. T. Suidan, and A. D. Venosa (2006). Bioremediation of groundwater contaminated with gasoline hydrocarbons and oxygenates using a membrane-based reactor. Environmental Science and Technology 40 (6), 19972003.status: Publishe
Inspection of the Polish Intelligentsia after the November Insurrection. Kazimierz Brodziński and Samuel Bogumił Linde
Opinions for the representative of the Polish Kingdom, Ivan Paskevich about Kazimierz Brodziński and Samuel Bogumił Linde, as well as about their activities in the times of the November Insurrection written by Aleksander Krassowski in the year 1833, and by Leon Rogalski in the year 1836; a 1833 opinion about Kazimierz Brodziński written by Samuel Bogumił Linde; Samuel Bogumił Linde as an author and editor of the document Sprawozdanie o urzędnikach pod dyrekcją Wydziału Wychowania w 1833 [A Report about Civil Servants Conducted by the Department of Education]
Internship Report On Working Capital Management of Linde Bangladesh Ltd.
The writing has tried to connect the theoratcal evalution with the help of emperical data in terms of Working capital Practise in the specified organization. Linde bangladesh Inc. is the chosen organization here as the author was the internee there for 4 months period. With the application of a set of ratios over the data of number of years, the approach of WCM, liquidity condition , CCC, operating cycle has been assesed for getting an idea of the Working Capital Management in Lindee Banglades
Samuel Bogumił Linde and the Russian culture and science (on the basis of the periodicals in the early 19th century)
The beginning of the 19th century is the period of a gradual development of the Polish- Russian cultural and scientific relations in the area of the periodical press. Samuel Bogumił Linde (1771-1847), a linguist, author of the Dictionary of the Polish Language, translator, bibliographer and librarian, was one of the main representatives of the Polish science at that time. The article consists of four parts: 1. Opening remarks (Linde and Alexander Vostokov, Linde and Jakov Galinkovsky; review of the Polish and Russian periodicals in the early 19th century); 2. Linde and Vasily Anastasyevich (materials on the Polish culture in the periodical „Uley"); 3. Linde and Vasily Sopikov (about the Russian literature in the periodical „Pamiętnik Warszawski"); 4. About Linde in the periodical „Moskwitianin" (instead of conclusion) (the article about Linde by Jan Papłoński, around the correspondence of Evfimy Bolkhovitinov and Vasily Anasta- syevich). Vasily Anastasyevich (1775-1845) was a translator, bibliographer, publisher of the periodical „Uley”. Vasily Sopikov (1765-1818) was a bibliographer and librarian
Differentation of short and long vowels for 2nd grade students with phonematic disorders
Diplomdarba temats „Īso un garo patskaņu atšķiršana 2. klases skolēniem ar fonemātiskiem traucējumiem”. Diplomdarba autore – Gita Linde. Darba vadītāja – Mg.paed. Ilze Vilka. Diplomdarbs izstrādāts ar mērķi teorētiski izzināt un izveidot tādus uzdevumus, kas sekmētu īso un garo patskaņu atšķiršanu 2. klases skolēniem ar fonemātiskiem traucējumiem. Šī ir aktuāla problēma, ar ko saskaras daudzi skolu skolotāji mūsdienās. Balstoties uz teorētiskajā daļā analizētajām dažādu autoru atziņām par 2. klases skolēnu attīstību veselumā un fonemātisko uztveri, diplomdarba autore secina, ka runa skolēnam ir saistīta ar uztveri un domāšanu, kā arī sociālo labklājību. Praktiskajā darbībā tika veikts pētījums par 2. klases skolēniem ar fonemātiskiem traucējumiem. Darba autore izstrādāja fonemātiskās uztveres pārbaudes kritērijus un veica kā sākotnējo, tā arī beigu pārbaudi. Pēc koriģējoši attīstošās darbības, atkārtotā fonemātiskās uztveres pārbaude parāda, ka skolēniem ir vērojams progress. Apkopoti un analizēti pētījuma rezultāti. Darbs sastāv no ievada, trīs nodaļām un apakšnodaļām un secinājumiem. Darbā iekļautas 5 tabulas, 10 attēli, 70 izmantotās literatūras avoti un 20 pielikumi. Atslēgas vārdi: otrās klases skolēni, īsie un garie patskaņi, fonemātiskie traucējumi un fonemātiskā uztvere.The theme of the diploma paper – Differentiation of short and long vowels by 2nd grade students with phonemic disorders. Author – Gita Linde. Advisor – Mg.paed. Ilze Vilka. The diploma paper is written with the purpose to find out and to create such exercises that would promote the differentiation of short and long vowels by 2nd grade students with phonemic disorders. This is an actual problem in schools nowadays. Based on the ideas of different authors about 2nd grade students’ development and their phonemic perception, author concludes that students’ speech is connected to perception and thinking, as well as to their social wellbeing. Empirical part reveals a research about 2nd grade students with phonemic disorders. Author developed the criteria for the testing of phonemic perception and made both beginning and final tests. After corrective and developing activities author repeated the test of phonemic perception for 2nd grade students and the results show that students have progress. The results of the research were summarized and the conclusions about it drawn. The paper consists of an introduction, three chapters and their subdivisions and some conclusions. There are 5 tables, 10 pictures, 70 sources of literature and 20 addendums included in this diploma paper. Key words: second grade students, short and long vowels, phonemic disorder and phonemic perceptio
- …
