1,721,021 research outputs found

    Sad stars? Court reporting of murder cases in Flemish newspapers

    No full text
    In ons doctoraatsonderzoek “Trieste vedetten? Assisenverslaggeving in Vlaamse kranten” gingen we na of enkele aantijgingen aan het adres van gerechtsverslaggeving ook echt opgaan. Critici stellen immers dat gerechtsverslaggeving almaar toeneemt en sensationeler wordt waardoor er sprake is van ‘tabloid justice’: het lijkt alsof de pers bepaalt wie schuldig is en wie niet. De schokkende en sappige aspecten van de misdaden worden volgens hen overbelicht waardoor de ontspanningsfunctie van de pers de bovenhand haalt en de informatieve rol naar het achterplan verdwijnt. In ons onderzoek zoomden we in op de zwaarste misdrijven: de misdaden die in België behandeld worden door de volksjury en magistraten van het hof van assisen. Het overgrote deel van het publiek heeft geen persoonlijke ervaring met misdaad of de gerechtelijke wereld. Net in die situatie zijn mensen aangewezen op mediavoorstellingen. Wij gingen na of er effectief sprake is van een toenemende persaandacht en of er een stijlverandering valt op te tekenen in de krantenberichtgeving over assisen doorheen de tijd. Hiervoor voerden we een kwantitatieve inhoudsanalyse (1919-1999) uit, analyseerden het metafoorgebruik in deze nieuwsartikels en namen diepte-interviews af met assisenverslaggevers. Om een vergelijking doorheen de tijd en tussen kranten mogelijk te maken, kozen we in ons onderzoek voor vijf jaartallen (1919, 1939, 1959, 1979 en 1999) en zeven nu nog bestaande Vlaamse algemene dagbladen (Gazet van Antwerpen, De Morgen, De Standaard Het Belang van Limburg, Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en Het Volk). Per jaartal kozen we vijf van de gemiddeld 25 assisenprocessen die er per jaar plaatsvinden in Vlaanderen. Op toevallige wijze werd telkens één proces per Vlaams hof van assisen geselecteerd. Dit leverde ons uiteindelijk 578 geanalyseerde assisenartikels op. Achtereenvolgens bekeken we de algemene persaandacht voor assisen, de manier van verslaggeving, de kenmerken van een proces en de betrokkenen in relatie met de persaandacht en ten slotte vergeleken we de aanpak van de verschillende kranten. We concludeerden dat er geen algemene “tabloid justice”-tendens vast te stellen valt binnen de Vlaamse pers tussen 1919 en 1999. Heel wat vormaspecten wijzen in de richting van tabloidisering (meer foto’s, grotere titels, meer kleur in 1999) maar andere vormkenmerken (bv geen krimpende tekstoppervlakte) en vooral inhoudelijke aspecten volgen niet. Eerst en vooral springt in het oog dat er geen rechtlijnige bewijzen zijn voor alle deelvragen binnen de hypothese “Hoe recenter het jaartal, hoe meer persaandacht er gaat naar assisen”. Als we kijken naar het aantal gepubliceerde assisenverslagen, zien we het grootste aantal verschijnen in 1959. Dit jaartal spant ook de kroon als we kijken naar de tekstoppervlakte en de algemene oppervlakte van artikels, al is er wat dit laatste betreft geen verschil met 1999 door toegenomen ruimte voor titels en foto’s. Het is ook niet zo dat de recentste verslagen het vaakst details over de privacy van de beschuldigde of het slachtoffer weergeven. Ook wanneer we kijken naar de manier van verslaggeving kunnen we stellen dat we de tabloid justice-aspecten binnen de Vlaamse pers niet mogen overroepen. De toon van de assisenberichten is niet sterk intentioneler geworden in de loop der jaren en er zijn limieten aan het weergeven van bloederige details over een misdaad. Het aandeel assisenverslagen dat de feiten van de misdaad in vaak letterlijk bloederige details weergeeft, neemt toe tot in 1979 om vanaf dan op hetzelfde peil te blijven hangen. Deze stabilisatie toont aan dat het verwijt dat kranten de afgelopen jaren gekenmerkt worden door een toenemende zucht naar sensatie in dit verband niet opgaat. In diepte-interviews benadrukken assisenverslaggevers dat ze voor zichzelf duidelijk grenzen trekken zowel bij het beschrijven van gruwelijke feiten als in het weergeven van details uit iemands leven. Volgens hen druipt het bloed nu niet meer van de pagina’s en schijnt de mening van de journalist ook minder door in de artikels dan vroeger gebruikelijk was. De tijd van assisenverslaggeving met écht scherpe kanten is dus voorbij. Kranten tonen in 1999 ook merkelijk meer begrip voor de situatie van de beschuldigde dan de jaren tevoren en reflecteren vaker over de beweegredenen van de misdaad en hoe het zo ver is kunnen komen. In de oudste onderzochte assisenverslagen is hier duidelijk geen plaats voor. Het uitleggen van juridische termen en aspecten is onderhevig aan schommelingen doorheen de tijd. In 1919 is er nauwelijks plaats voor, in 1939 en 1959 is het aandeel fel gestegen om een maximum te bereiken in 1979. Opmerkelijk is de terugval naar het erg lage niveau van 1919 dat we constateren in 1999. Vooral oudere assisenverslaggevers merken de afgenomen aandacht voor juridische uitleg op en betreuren deze trend. Heel wat van onze resultaten ondersteunen de deviantietheorie. Vooral statistisch deviante feiten krijgen meer persaandacht. Zo zien we dat boven artikels over vrouwelijke beschuldigden grotere titels prijken en er meer foto’s bij het stuk staan dan wanneer het verhaal gaat over een mannelijke beschuldigde. Vrouwen staan immers merkelijk minder vaak terecht voor assisen dan mannen. Krantenartikels over mannelijke slachtoffers hebben dan weer grotere titels dan wanneer het verslag melding maakt van vrouwelijke slachtoffers. Wanneer we de assisenberichtgeving van de zeven door ons onderzochte kranten bekijken, stellen we eerst en vooral vast dat kranten op inhoudelijk vlak binnen eenzelfde onderzochte tijdsperiode opmerkelijk gelijklopende keuzes maken zowel wat de manier van de verslaggeving als de selectiecriteria en het verband met de algemene persaandacht betreft. Een tweede algemene vaststelling vinden we als we inzoomen op vormelijke aspecten zoals artikelsoort, plaatsing binnen de krant, kleurgebruik en aantal foto’s. Hier merken we wel verschillen op tussen kranten binnen dezelfde tijdsperiode. Samengevat vertoont eenzelfde krant een andere aanpak van assisenberichtgeving doorheen de tijd maar binnen hetzelfde jaar lijken kranten inhoudelijk verrassend sterk op elkaar terwijl de vormgeving uiteenloopt. Wat eveneens niet is toegenomen, maar een hardnekkige constante blijft doorheen de tijd, is het weergeven van een algemeen beeld dat in onze maatschappij leeft over beschuldigden. Metaforen formuleren op een gebalde manier hoe we over anderen denken, ze zijn compacte kennisoverdragers. In dit geval gaat het beeld van de beschuldigde als duivel, beest, machine en komediant/toneelspeler al decennia lang mee. Negatieve portretteringen halen hier de bovenhand en de pers citeert vooral aanklagers. Positief gekleurde metaforen raken duidelijk niet systematisch door de selectiefilter. Door de optie voor negatieve primary definers bakent de pers de grenzen af voor volgende discussies en tekent ze een kader uit voor argumenten die al dan niet passen binnen dit opgeroepen beeld. Verschillen in woordgebruik kunnen voor een ander totaalbeeld zorgen bij het publiek. De precieze bewoording in berichtgeving is daarom belangrijk, zeker binnen een domein als assisen. De overgrote meerderheid van het publiek heeft immers geen persoonlijke ervaring met de werking van dit rechtshof en is daarom voor zijn informatie hoofdzakelijk afhankelijk van wat de media bericht. Zelfs al kijken we niet naar een bepaalde assisenzaak op zich, dan nog bestaat het publiek uit potentiële juryleden die mogelijk ooit moeten oordelen over een beschuldigde. Naast directe media-invloed op specifieke rechtszaken is er ook zoiets als een cumulatief media-effect. Mensen pikken onbewust een algemeen beeld op over de realiteit die via de media geconstrueerd wordt. Die sociale constructie bepaalt mee wie we verantwoordelijk stellen voor gebeurtenissen (bv ligt de schuld volledig bij een beschuldigde of is de maatschappelijke omkadering ook in gebreke gebleven). Onderzoekers zijn het oneens over de media-invloed op de uitkomst van rechtszaken waarbij een jury is betrokken. Maar zelfs als we dit rechtstreekse effect buiten beschouwing laten, is het bekijken van de hoeveelheid en stijl van assisenverslaggeving interessant. Assisenverslaggevers geven immers zelf aan dat de pers eerder een invloed kan hebben op wat het lezerspubliek denkt over een beschuldigde dan op wat juryleden denken. Het lezerspubliek zit niet in de rechtszaal en kan niet anders dan zich baseren op wat journalisten al dan niet in de verf zetten in hun krantenartikels. Op die manier wordt in de loop der jaren een algemeen patroon opgebouwd van de “doorsnee beschuldigde”. Ons onderzoek naar metafoorgebruik geeft aan dat kleurrijke taal in assisenberichtgeving niet nieuw is en steeds weer dezelfde negatieve beelden over beschuldigden oproept.status: Publishe

    Mag het iets meer zijn? Verslaggeving over het proces Van Themsche

    No full text
    status: Publishe

    Twitter as a journalistic or (self - ) promotional tool for news rooms : Case studies from Flanders, the Netherlands, the UK and USA

    No full text
    Twitter as a journalistic or (self-)promotional tool for news rooms Case studies from Flanders, the Netherlands, the UK and USA In a journalistic world in which competition is fierce, market shares are increasingly important for commercial and public broadcasting companies as well, while operating in a rapidly changing digital environment that demands constant alertness, social media in general and Twitter in particular can fulfill multiple roles within the communication process of news makers and their online news consumers. Next to using Twitter as 1) a news gathering tool in answer to the ‘what’s happening’ question (Bruns, 2008; Palser, 2009) and as reflected in the concept of ambient news (Hermida, 2010), Twitter operates as 2) a news diffusion tool (news channel, Bruns, 2012; Farhi, 2009), but the medium may simultaneously serve as a 3) promotional tool for a news channel, news brand, news program or its journalists as well (Emmett, 2008; Moylan, 2013; Standley, 2013). Seen from this perspective, the line between journalistic content and (self-)promotion becomes blurred. In combination with an attempt to interact more intensely with news users/consumers, specific call-to-actions are used in news tweets in order to turn the relationship into a reciprocal one instead of the pre-web 2.0 one-way communication direction. In our exploratory research on the journalistic and promotional use of Twitter, we studied 6 cases and analysed 1477 tweets from Flanders (content from the twitter accounts of VRT and VTM news and Reyers laat), UK (BBC), USA (Fox News) and the Netherlands (DWDD). Intercoder reliability was measured (alpha’s) for 10% of the material. Our results show that interactivity is quite low on all these accounts, the level of promotional content varies between 1/6th to 2/5th of the twitter content. Calls-to action, finally, are widely used (call for material, sharing, polling etc.).status: Publishe

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Get PDF
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Variations on the Author

    Get PDF
    “Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship

    Children's News Online. Website Analysis and Usability Study Results (the United Kingdom, Belgium and the Netherlands)

    No full text
    In this study, we combine an analysis of the toolsets of children’s online news sites in three countries (the United Kingdom, Belgium, and the Netherlands) with a usability study of two of these news sites for children aged nine to 12 years old. Results show that especially nine-year-olds find it difficult to navigate through the sites and are faced with reading and comprehension difficulties. Not only nine-year-olds but also 12-year-olds with a higher reading proficiency level run into a lot of difficulties during the usability test. According to the Flesch and Flesch-Douma reading ease calculations, the text material on the sites is too difficult for the age group.status: Publishe

    Problematisch internetgebruik in Vlaanderen

    No full text
    status: Publishe
    corecore