1,720,991 research outputs found

    It's not only about the baby! Understanding reproductive career and fertility among HIV infected Indian women and its implications

    No full text
    De invloed van een hiv-besmetting op de vruchtbaarheid van vrouwen is groot. Zowel wat betreft biologische effecten als veranderingen in het gedrag, stelt Shirish Darak. Hij sprak voor zijn onderzoek ruim 600 met hiv-besmette Indiase vrouwen. ‘Behandelaars hebben nog veel te weinig aandacht voor de specifieke problemen waartegen deze vrouwen aanlopen. De reproductieve rechten van met hiv-besmette vrouwen blijven onderbelicht’, concludeert Darak. Hij promoveerde op 21 november aan de Rijksuniversiteit Groningen. De vrouwen die Darak sprak zijn tussen de 15 en 40 jaar oud en waren ooit gehuwd. Darak bracht nauwkeurig het vruchtbare leven van deze vrouwen in kaart, zowel vóór als nadat bekend werd dat ze waren besmet met hiv. Hieruit bleek dat hiv biologisch gezien een significante invloed heeft op de vruchtbaarheid, omdat het de zwangerschapsuitkomst beïnvloedt: besmetting met het hiv-virus kan leiden tot spontane abortus of doodgeboorte. Gedragsverandering Bij vrouwen en hun partners die zich bewust waren geworden van hun besmetting, daalde bovendien het aantal zwangerschappen en nam het aantal abortussen toe. De meeste stellen gebruikten dan wel - zoals aanbevolen - condooms, maar uit de analyse bleek dat alleen condoomgebruik onvoldoende is om ongewenste zwangerschappen te voorkomen. Darak: ‘De mogelijkheden om te testen op hiv nemen snel toe in India. Vrouwen zullen zich dus op een vroeger tijdstip bewust worden van hun hiv-besmetting. Dit soort effecten op het gedrag zullen de komende jaren dus duidelijker zichtbaar worden. Dat maakt het nog belangrijker om hiv-programma’s op korte termijn aan te passen.’ Reproductieve rechten Darak: ‘Tot nu toe richtten hiv-programma’s zich niet op zwangerschapspreventie bij vrouwen. Er zijn programma’s waar zwangere vrouwen heen kunnen om te voorkomen dat hun kind besmet raakt, maar deze nemen de seksuele en reproductieve rechten van de vrouwen onvoldoende in acht. Het ‘moederschap’ van de vrouwen wordt weliswaar in aanmerking genomen, maar er wordt te weinig aandacht besteed aan hun ‘vrouw-zijn’. Ik pleit voor specifieke interventies, gericht op de reproductieve rechten van met hiv-besmette vrouwen. De voorlichting en zorg concentreert zich nu heel eenzijdig op het kind, terwijl het enorm belangrijk is om je te richten op alle vrouwen, of ze nu zwanger zijn of niet.’ Kinderwens De kinderwens van vrouwen wordt aanzienlijk kleiner als zij positief testen op hiv, maar veel vrouwen uit het onderzoek bleken toch graag (meer) kinderen te willen. Darak: ‘Zij lopen tegen veel problemen aan. De angst om de besmetting over te dragen op hun kinderen bijvoorbeeld. Maar ze zijn vaak ook bang voor de toekomst van hun kinderen. Wie neemt bijvoorbeeld de opvoeding van het kind op zich, als zijzelf ziek worden? Voor dit soort problemen is bij behandelaars nauwelijks aandacht. En dat terwijl het heel onrealistisch is dat vrouwen die vraagstukken helemaal alleen kunnen oplossen.’ Behandelprogramma’s aangepast Darak werkte nauw samen met een kliniek van de Prayas Health Group in Pune Maharasthtra (India). ‘Dat was ook expliciet het doel van mijn onderzoek. Ik wilde niet alleen wetenschappelijk onderzoek doen vanuit een ivoren toren, maar voor ten minste 80 procent aanwezig zijn in het veld. Het resultaat van het onderzoek moest een concreet resultaat opleveren voor de vrouwen die aan het onderzoek hebben deelgenomen.’ In die opzet is Darak geslaagd. De onderzoeksresultaten zijn direct meegenomen in de behandelprogramma’s en bovendien verwerkt in een voorlichtingsboekje. Geen folder met medische verhandelingen, maar een overzicht van verhalen over het leven met een hiv-besmetting. Over relaties, vruchtbaarheidsproblemen of seksualiteit bijvoorbeeld. Darak: ‘De kern van dat boekje is dat ook vrouwen met hiv het recht hebben om zelf te kiezen. Daar moeten behandelaars, maar ook de vrouwen zelf, veel meer oog voor krijgen.

    It's not only about the baby! Understanding reproductive career and fertility among HIV infected Indian women and its implications

    No full text
    De invloed van een hiv-besmetting op de vruchtbaarheid van vrouwen is groot. Zowel wat betreft biologische effecten als veranderingen in het gedrag, stelt Shirish Darak. Hij sprak voor zijn onderzoek ruim 600 met hiv-besmette Indiase vrouwen. ‘Behandelaars hebben nog veel te weinig aandacht voor de specifieke problemen waartegen deze vrouwen aanlopen. De reproductieve rechten van met hiv-besmette vrouwen blijven onderbelicht’, concludeert Darak. Hij promoveerde op 21 november aan de Rijksuniversiteit Groningen. De vrouwen die Darak sprak zijn tussen de 15 en 40 jaar oud en waren ooit gehuwd. Darak bracht nauwkeurig het vruchtbare leven van deze vrouwen in kaart, zowel vóór als nadat bekend werd dat ze waren besmet met hiv. Hieruit bleek dat hiv biologisch gezien een significante invloed heeft op de vruchtbaarheid, omdat het de zwangerschapsuitkomst beïnvloedt: besmetting met het hiv-virus kan leiden tot spontane abortus of doodgeboorte. Gedragsverandering Bij vrouwen en hun partners die zich bewust waren geworden van hun besmetting, daalde bovendien het aantal zwangerschappen en nam het aantal abortussen toe. De meeste stellen gebruikten dan wel - zoals aanbevolen - condooms, maar uit de analyse bleek dat alleen condoomgebruik onvoldoende is om ongewenste zwangerschappen te voorkomen. Darak: ‘De mogelijkheden om te testen op hiv nemen snel toe in India. Vrouwen zullen zich dus op een vroeger tijdstip bewust worden van hun hiv-besmetting. Dit soort effecten op het gedrag zullen de komende jaren dus duidelijker zichtbaar worden. Dat maakt het nog belangrijker om hiv-programma’s op korte termijn aan te passen.’ Reproductieve rechten Darak: ‘Tot nu toe richtten hiv-programma’s zich niet op zwangerschapspreventie bij vrouwen. Er zijn programma’s waar zwangere vrouwen heen kunnen om te voorkomen dat hun kind besmet raakt, maar deze nemen de seksuele en reproductieve rechten van de vrouwen onvoldoende in acht. Het ‘moederschap’ van de vrouwen wordt weliswaar in aanmerking genomen, maar er wordt te weinig aandacht besteed aan hun ‘vrouw-zijn’. Ik pleit voor specifieke interventies, gericht op de reproductieve rechten van met hiv-besmette vrouwen. De voorlichting en zorg concentreert zich nu heel eenzijdig op het kind, terwijl het enorm belangrijk is om je te richten op alle vrouwen, of ze nu zwanger zijn of niet.’ Kinderwens De kinderwens van vrouwen wordt aanzienlijk kleiner als zij positief testen op hiv, maar veel vrouwen uit het onderzoek bleken toch graag (meer) kinderen te willen. Darak: ‘Zij lopen tegen veel problemen aan. De angst om de besmetting over te dragen op hun kinderen bijvoorbeeld. Maar ze zijn vaak ook bang voor de toekomst van hun kinderen. Wie neemt bijvoorbeeld de opvoeding van het kind op zich, als zijzelf ziek worden? Voor dit soort problemen is bij behandelaars nauwelijks aandacht. En dat terwijl het heel onrealistisch is dat vrouwen die vraagstukken helemaal alleen kunnen oplossen.’ Behandelprogramma’s aangepast Darak werkte nauw samen met een kliniek van de Prayas Health Group in Pune Maharasthtra (India). ‘Dat was ook expliciet het doel van mijn onderzoek. Ik wilde niet alleen wetenschappelijk onderzoek doen vanuit een ivoren toren, maar voor ten minste 80 procent aanwezig zijn in het veld. Het resultaat van het onderzoek moest een concreet resultaat opleveren voor de vrouwen die aan het onderzoek hebben deelgenomen.’ In die opzet is Darak geslaagd. De onderzoeksresultaten zijn direct meegenomen in de behandelprogramma’s en bovendien verwerkt in een voorlichtingsboekje. Geen folder met medische verhandelingen, maar een overzicht van verhalen over het leven met een hiv-besmetting. Over relaties, vruchtbaarheidsproblemen of seksualiteit bijvoorbeeld. Darak: ‘De kern van dat boekje is dat ook vrouwen met hiv het recht hebben om zelf te kiezen. Daar moeten behandelaars, maar ook de vrouwen zelf, veel meer oog voor krijgen.

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Full text link
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Variations on the Author

    Full text link
    “Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    Full text link
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis

    Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts

    Full text link
    We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more sophisticated methods

    Author Index

    No full text
    Nao informado

    koamabayili/VECTRON-author-checklist: VECTRON author checklist

    No full text
    We have done our best to complete the author checklist relating to the use of animals in the hut study. Note that the objective for the hut study was to evaluate the IRS treatment applications for residual efficacy against Anopheles mosquitoes, including the local An. coluzzii mosquito population. Cows were only used to attract mosquitoes into the huts and no tests were carried out directly on the cows. The author checklist is intended for use with studies where experiments are carried out on animals, which is why we have had such difficulty in completing this for the hut study, as many of the questions do not relate to how the cows were used
    corecore