1,721,085 research outputs found

    Plangebied Ecologische verbindingszone Lopikerwaard, gemeente Lopik; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase).

    No full text
    Coordinaten:noord: 123.080/445.780, zuid: 123.540/444.580 Datum einde onderzoek:16-06-2009, rapportage:11-08-2009 Projectmedewerkers:D. Coppens, T.E. Lyklema Complextype(n):xxx Datering:xxx Diversen: Coppens, C.F.H. , Plangebied Ecologische verbindingszone Lopikerwaard, gemeente Lopik; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase). RAAPnotitie 3225 (WEESP, 2009

    RAAP-RAPPORT 2053

    No full text
    RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in augustus 2009 de karterende fase van het inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat de werkzaamheden voor de reconstructie van de N236, ter hoogte van de Hilversumse Meent, en de daarmee samenhangende aanleg van een natuurverbinding tussen het Naardermeer en de Ankeveenseplassen in de gemeente Hilversum, zouden kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Tijdens het veldonderzoek zijn in het plangebied geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen kan worden geconcludeerd dat bij de uitvoering van de werkzaamheden ten behoeve van de Faunapassage N236 geen archeologische waarden zullen worden verstoord. Op basis hiervan wordt aanbevolen om in het plangebied geen aanvullend archeologisch onderzoek te laten verrichten

    Kleine uitbreiding recreatieplas Cattenbroek, gemeente Woerden; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase)

    No full text
    Coordinaten:De RD-coördinaat (XY) van het meest noordelijke punt van het plangebied is circa 123.326/455.711 en van het meest zuidelijke circa 123.536/455.363 Datum einde onderzoek: augustus 2009, rapportage: 5 oktober 2009 Projectmedewerkers:drs. J.E. van Eijk & J. van Roemburg BA Complextype(n):xxx Datering:NEO- LME Diversen:Coppens, C.F.H., Kleine uitbreiding recreatieplas Cattenbroek, gemeente Woerden; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase), RAAPrapport2011 (WEESP, 2009) In verband met voorgenomen graafwerkzaamheden, die eventueel aanwezige archeologische waarden zouden kunnen verstoren, voert RAAP een archeologisch vooronderzoek uit

    RAAP-rapport 2138

    No full text
    Het betreft een beperkt aanvullend bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek (karterende en waarderende fase). RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in maart en april 2010 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met voorgenomen bouwwerkzaamheden en daarmee samenhangende bodemingrepen in het plangebied Zijdebalen in de gemeente Utrecht. De resultaten van het veldwerk leveren een mooie doorsnede op van de geschiedenis van het plangebied waarbij verschillende geo(morfo)logische eenheden worden herkend. De bodem vertoont van boven naar beneden over het algemeen de volgende opbouw: • een laag die door recente activiteiten is verstoord; • een middeleeuws ophogingspakket; • de restanten van de tuin van de buitenplaats Zijdebalen in het noordelijke deel van het plangebied; • de natuurlijke afzettingen van de Vecht (oever- op bedding- en/of geulafzettingen). Tijdens het veldonderzoek zijn in boringen verspreid over het gehele plangebied in de laag met recente verstoringen en het middeleeuwse ophogingspakket fragmenten aardewerk en rood baksteenpuin, kachelslik, leisteen, mortel en bot aangetroffen. Deze resten boden over het algemeen, vanwege hun omvang en verweringsgraad, onvoldoende houvast om exact te kunnen worden gedetermineerd. Op grond van de in het veld vastgestelde (intacte) bodemopbouw, de aangetroffen archeologische indicatoren en niveaus en de ligging binnen de historische stadskern van Utrecht, worden archeologische resten binnen het bereik van de voorgenomen ingrepen verwacht

    A 12 BRAVO projectgebied 3 en 4

    No full text
    In opdracht van de gemeente Woerden heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in juli en augustus 2008 een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd in de vorm van een waarderend booronderzoek. Dit onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat de realisatie van de A12 BRAVO (Brede Regionale Aanpak Voorkomt Oponthoud) infrastructuurprojecten archeologische waarden zouden kunnen verstoren. Onderdeel van deze projecten zijn projectgebied 3 (Zuidelijke randweg) en projectgebied 4 (Westelijke randweg) te Woerden. Tijdens voorgaand verkennend en karterend onderzoek van RAAP in 2005 en 2007 zijn een zestal vermoedelijke vindplaatsen aangetroffen in projectgebieden 3 en 4. De bevindingen van het voorafgaand onderzoek, met betrekking tot de archeologische vindplaatsen, hebben geleid tot een besluit van de provinciaal archeoloog van de provincie Utrecht (dhr. R. Kok) om een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een waarderend booronderzoek

    RAAP-rapport 2272

    No full text
    RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in maart 2011 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen (her) ontwikkeling van Park ’t Nieuwelant in de gemeente Vlaardingen. Op basis van het bureauonderzoek gold een hoge tot zeer hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen de IJzertijd, Romeinse tijd en Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. Tijdens het veldonderzoek zijn 100 boringen verricht in een grid van 25 bij 25 m in 12 noord-zuid georiënteerde raaien. Er is geboord tot maximaal 6,0 m -Mv; de gemiddelde boordiepte bedroeg circa 5,7 m -Mv (ca. 7,7 m -NAP). Tijdens het booronderzoek is in het hele plangebied de bodemopbouw aangetroffen zoals die werd verwacht. Van boven naar beneden komen achtereenvolgens voor: een recent verstoorde laag, het Vlaardingendek, komafzettingen (klei en veen), geulafzettingen op wadafzettingen. In het noordelijk en zuidelijk deel van het plangebied zijn direct onder het Vlaardingendek 2 duidelijk ontwikkelde geulsystemen aangetroffen die mogelijk aansluiten op geulsystemen in de directe omgeving van het plangebied. In het centrale deel van het plangebied komen ondiepere geulen voor. Daarnaast is in het noordelijk deel van het plangebied een dieper, ouder geulsysteem aangetroffen vanaf circa 2,5 m -Mv

    archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende en deels karterende fase )

    No full text
    RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in februari en in april 2011 een aanvullend bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende en deels karterende fase) uitgevoerd in verband met het bestemmingsplan Lekboulevard - Hoogzandveld. Op basis van het bureauonderzoek gold bij aanvang van het veldonderzoek een middelhoge verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten in het plangebied uit het Laat Mesolithicum t/m Midden Neolithicum. Op basis van de natte bodemgesteldheid en ligging in het komgebied tussen de Hollandse IJssel en de Lek gold in het plangebied een lage verwachting voor het aantreffen van archeologische resten uit de periode vanaf het Laat Neolithicum. Het booronderzoek heeft een meer gedetailleerd beeld van de bodemopbouw opgeleverd en bestaat van boven naar beneden uit: verstoorde en opgebrachte grond, komafzettingen van de Lek en/of Hollandse IJssel, veen op afzettingen van de Benschop stroomgordel. In de verstoorde bovengrond en in de top van de hieronder liggende komafzettingen zijn archeologisch mogelijk relevante indicatoren waargenomen. Omdat deze zijn waargenomen in de geroerde bovengrond, vormen deze indicatoren geen aanleiding om de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied te vermoeden

    Zijperdijk en Kruiszwinsloot

    No full text
    In opdracht van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau in september en oktober 2008 een bureauen inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd. Dit in verband met de voorgenomen bodemingrepen in plangebied Zijperdijk en Kruiszwinsloot in de gemeente Anna Paulowna. De voorgenomen bodemingrepen omvatte onder andere natuurontwikkeling en de aanleg van twee mogelijke waterbergingslocaties. Dit onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Gezien de geo(morfo)logie van het plangebied wordt de mogelijke aanwezigheid van (veraard) veen in de ondergrond van het plangebied verwacht. Niet het gehele veengebied is bewoonbaar. Het gaat met name om die delen van het veen die natuurlijk ontwaterd werden. Hiervoor geldt een middelmatige verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de Late IJzertijd tot circa 1200 na Chr. Het kan gaan om (resten van) nederzettingsterreinen/grafvelden/akkerlagen en/of gebruiksvoorwerpen. Indien daadwerkelijk aanwezig, bevinden dergelijke archeologische resten zich waarschijnlijk in de top van het (veraarde) veen naar verwachting binnen 2 m -Mv. Door de overstromingen in de Late Middeleeuwen/ Nieuwe tijd is het oudere landschap, en daarmee de eventuele bewoningssporen uit eerdere perioden, bedekt geraakt door zanden/of kleisedimenten dan wel (deels) geërodeerd. Indien erosie heeft plaats gevonden dient de middelmatige verwachting naar beneden te worden bijgesteld. Deze middelmatige archeologische verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten uit de Late IJzertijd tot circa 1200 na Chr. kan door middel van een verkennend booronderzoek worden getoetst. Het verkennend booronderzoek zal er dan op gericht zijn om te toetsen of de archeologisch relevante laag (in deze plangebieden het door een middeleeuws kleien zanddek afgedekte veen) bewoonbaar is geweest. Tijdens het veldonderzoek zijn in deelgebied Zijperdijk lagunaire zanden kleiafzettingen (getijafzettingen) aangetroffen op een veenpakket. In het deelgebied hebben getijkreekafzettingen het veen geërodeerd. Er is geen veraard veen aangetroffen. Onder het veenpakket komen kleiafzettingen voor, die behoren tot het Laagpakket van Wormer, gerelateerd aan het zeegat van Bergen. Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen (paragraaf 1.3), kan worden geconcludeerd dat bij de realisering van de plannen in deelgebied Zijperdijk geen archeologische waarden zullen worden verstoord. De bodem in het deelgebied Kruiszwinsloot vertoont een vergelijkbare opbouw als in deelgebied Zijperdijk. In de boringen 1, 2, 37, 38, 40, 68 en 69 is echter veraard veen aangetroffen op circa 1,9 m tot 3,2 m -NAP. Het eventueel bewoonbare niveau, waarop in de Romeinse tijd en Middeleeuwen mogelijk bewoning heeft plaatsgevonden, is intact. Op basis van de onderzoeksresultaten en de voorgenomen bodemingrepen (paragraaf 1.3), kan worden geconcludeerd dat bij de realisering van de plannen rondom de boringen waar veraard veen is aangetroffen, archeologische waarden zullen worden verstoord. In het overige deel zullen bij de voorgenomen werkzaamheden geen archeologische waarden worden verstoord. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt geadviseerd in deelgebied Kruiszwinsloot, rondom de boringen waar veraard veen is aangetroffen, geen werkzaamheden te laten plaatsvinden die dieper reiken dan circa 1,5 m -NAP (boringen 37, 38, 40, 68 en 69) of dieper dan 2,0 m -NAP (boringen 1, 2). Wellicht kan voor het gebied rondom boringen 1 en 2 een planaanpassing worden doorgevoerd zodat de geplande afgraving minder diep reikt. Indien er geen mogelijkheden zijn tot planaanpassing zal voorafgaand aan de werkzaamheden een zoeksleuvenonderzoek (karterende fase) moeten worden uitgevoerd in het gebied rondom de boringen waar veraard veen is aangetroffen. Het zoeksleuvenonderzoek moet inzicht geven in de mogelijke aanwezigheid van een archeologische vindplaats en, indien mogelijk, in de aard, omvang, diepteligging, datering en kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische vindplaatsen. Voor het uitvoeren van een zoeksleuvenonderzoek dient eerst een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Dit PvE moet worden goedgekeurd door het bevoegd gezag. In het overige deel van deelgebied Kruiszwinsloot en in het gehele deelgebied Zijperdijk wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 53 van de Wet op de archeologische monumentenzorg 2007 aanmelding van de betreffende vondsten bij het bevoegd gezag (gemeente Anna Paulowna) verplicht. Met betrekking tot de bevindingen van onderhavig onderzoek dient contact opgenomen te worden met de gemeente Anna Paulowna

    Plangebied De Volgerlanden-West, gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase)

    No full text
    RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in december 2010 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en bouwwerkzaamheden in de nieuw woonwijk De Volgerlanden-West in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht. Tijdens het booronderzoek is in het hele plangebied de bodemopbouw aangetroffen zoals die werd verwacht op basis van het bureauonderzoek (Kroes, 2010). Van boven naar beneden komen achtereenvolgens voor: laag met geroerde en/of opgebrachte grond, overslagdek, crevasseafzettingen van de Waal en/of Devel, komklei van de Waal en/of Devel en veen en crevasseafzet tingen van de Zwijndrecht. Het niveau van het ijstijdenlandschap en eventuele donken is niet aangetroffen in het plangebied. Op basis van de tijdens het verkennend booronderzoek aangetroffen geologische opbouw zijn in het plangebied twee kansrijke niveaus aan te wijzen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen (resten)

    archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase)

    No full text
    RAAP Archeologisch Adviesbureau heeft in de zomer van 2010 een inventariserend veldonderzoek (karterende fase) uitgevoerd in verband met de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied de Zwethzone in de gemeente Rijswijk. Tijdens het karterend booronderzoek zijn in totaal 304 boringen uitgevoerd. Er is geboord tot maximaal 6 m -Mv (ca. 6,5 m -NAP) met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een gutsboor met een diameter van 3 of 4 cm. Deelgebied Hoekpolder - Sion In de Gantelafzettingen zijn in dit deelgebied geen aanwijzingen aangetroffen om de aanwezigheid van een vindplaats te vermoeden. In het duinzand zijn op 4 locaties (boringen 1113, 1129, 3001 en 3009) fragmenten houtskool aangetroffen. Hiervan vertonen 3 boringen een intact podzol bodemprofiel (boringen 1113, 3001 en 3009). Het gaat in alle gevallen om (zeer) geringe aantallen fragmenten, die in het zeefresidu zijn aangetroffen. Indien al van een concentratie sprake is, dan bevindt deze zich op het hoogste voorkomen van het duin, tussen de boringen 3001 en 3009. De houtskool, in combinatie met de aanwezigheid van zandig veen, doen de aanwezigheid van een archeologische vindplaats (Vindplaats A) vermoeden. Het kan echter niet uitgesloten worden dat de houtskool een natuurlijke oorsprong heeft.Deelgebied Wilhelminapark Op een aantal locaties in dit deelgebied is een (deels) intacte oude bouwvoor onder de laag met verstoorde grond aangetroffen. Hierin zijn verder geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. In het oostelijke deel van deelgebied Wilhelminapark zijn in de boringen 100 t/m 102 aanwijzingen aangetroffen die op een intact cultuurlandschap direct onder de bouwvoor wijzen. Op een diepte tussen 50 en 80 cm -Mv zijn fragmenten onverbrand bot en een laklaag aangetroffen in goed gerijpte, stevige afzettingen van de Gantel. Vanwege het intacte karakter van het bodemprofiel en de aanwezigheid van archeologische indicatoren wordt de aanwezigheid van een archeologische vindplaats (vindplaats B), het complextype nederzetting, vermoed
    corecore