43 research outputs found
Storage and transfer of fluid products
Dit rapport over de op- en overslag van vloeibare produkten is gepubliceerd binnen het Samenwerkingsproject Procesbeschrijvingen Industrie Nederland (SPIN). In het kader van dit project is informatie verzameld over industriele bedrijven of industriele processen ter ondersteuning van het overheidsbeleid op het gebied van emissiereductie. Dit rapport bevat informatie over de processen, bronnen van emissie, emissies naar lucht en water, afval, emissiefactoren, het gebruik van energie en energiefactoren, emissiereductie, onderzoek naar schone processen en normstelling en vergunningssituatie.This document on the storage and transfer of fluid products has been published within the SPIN project. In this project information has been collected on industrial plants or industrial processes to afford support to governmental policy on emission reduction. This document contains information on the processes, emission sources, emissions to air and water, waste, emission factors, use of energy and energy factors, emission reduction, energy conservation, research on clean technology and standards and licences.DGM/IO
Cement production
This document on cement production has been published within the SPIN project. In this project information has been collected on industrial plants or industrial processes to afford support to governmental policy on emission reduction. This document contains information on the processes, emission sources, emissions to air and water, waste, emission factors, use of energy and energy factors, emission reduction, energy conservation, research on clean technology and standards and licences.Dit rapport over de produktie van cement is gepubliceerd binnen het Samenwerkingsproject Procesbeschrijvingen Industrie Nederland (SPIN). In het kader van dit project is informatie verzameld over industriele bedrijven of industriele processen ter ondersteuning van het overheidsbeleid op het gebied van emissiereductie. Dit rapport bevat informatie over de processen, bronnen van emissie, emissies naar lucht en water, afval, emissiefactoren, het gebruik van energie en energiefactoren, emissiereductie, onderzoek naar schone processen en normstelling en regelgeving
Cement production
Dit rapport over de produktie van cement is gepubliceerd binnen het Samenwerkingsproject Procesbeschrijvingen Industrie Nederland (SPIN). In het kader van dit project is informatie verzameld over industriele bedrijven of industriele processen ter ondersteuning van het overheidsbeleid op het gebied van emissiereductie. Dit rapport bevat informatie over de processen, bronnen van emissie, emissies naar lucht en water, afval, emissiefactoren, het gebruik van energie en energiefactoren, emissiereductie, onderzoek naar schone processen en normstelling en regelgeving.This document on cement production has been published within the SPIN project. In this project information has been collected on industrial plants or industrial processes to afford support to governmental policy on emission reduction. This document contains information on the processes, emission sources, emissions to air and water, waste, emission factors, use of energy and energy factors, emission reduction, energy conservation, research on clean technology and standards and licences.DGM/IO
Coarse ceramics industry
This document on the coarse ceramics industry has been published within the SPIN project. In this project information has been collected on industrial plants or industrial processes to afford support to governmental policy on emission reduction. This document contains information on the processes, emission sources, emissions to air and water, waste, emission factors, use of energy and energy factors, emission reduction, energy conservation, research on clean technology and standards and licences.Dit rapport over de grofkeramische industrie is gepubliceerd binnen het Samenwerkingsproject Procesbeschrijvingen Industrie Nederland (SPIN). In het kader van dit project is informatie verzameld over industriele bedrijven of industriele processen ter ondersteuning van het overheidsbeleid op het gebied van emissiereductie. Dit rapport bevat informatie over de processen, bronnen van emissie, emissies naar lucht en water, afval, emissiefactoren, het gebruik van energie en energiefactoren, emissiereductie, onderzoek naar schone processen en normstelling en vergunningssituatie
Assesment of the emissions of polyester producing plants in the Northern part of the Netherlands
In de periode van oktober tot en met november 1994 is in opdracht van de Regionale Inspectie van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiene Noord (RIMH-Noord) in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe een onderzoek uitgevoerd naar de luchtemissies bij negen polyesterverwerkende bedrijven. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met TAUW Milieu BV en het RIVM. De doelstellingen van het emissieonderzoek zijn:-Het verkrijgen van inzicht in de emissies naar de lucht van de polyesterverwerkende industrie in de drie noordelijke provincies. - Toetsing van de gevonden emissiewaarden aan de Nederlandse Emissie Richtlijnen (NER). - Evaluatie van de invloed van de verschillende maatregelen (o.a. KWS2000) en technieken op de emissies. Op basis van het onderzoek is gebleken dat de bedrijven naast een substantiele styreenemissie tevens een emissie aan reinigingsmiddelen (aceton en dichloormethaan) hebben, die in dezelfde orde van grootte ligt als die van styreen. De emissies van de vluchtige organische stoffen styreen, dichloormethaan en aceton varieren, afhankelijk van de bedrijfsgrootte en activiteiten, van circa 1 tot 100 kg/uur. Uit berekeningen op basis van de meetresultaten blijkt dat de emissie-richtlijnen uit de NER voor styreen bij de meeste bedrijven (7 van de 9) worden overschreden. De emissies van dichloormethaan (DCM) en aceton blijven in het algemeen onder de grensmassastroom uit de NER. Daar echter de sommatiebepaling uit de NER van toepassing is, kan worden geconcludeerd, dat alleen bij kleine bedrijven de emissievrachten lager zijn dan de richtlijnen uit de NER. Het gebruik van Lage styreen emissie (LSE)-hars, als enige "zekere" KWS2000 maatregel lijkt slechts van beperkt belang bij het verder terugdringen van de styreenemissies. De grootste vracht aan styreen komt vrij tijdens de fase van het aanbrengen van de hars. In dit stadium heeft het gebruik van LSE-hars slechts weinig invloed. Met de huidige harssoorten lijkt de grootste winst te kunnen worden behaald door de overgang naar andere technieken van aanbrengen (waarbij met name gedacht moet worden aan gesloten technieken) en door middel van "good-housekeeping". Met betrekking tot het gebruik van reinigingsmiddelen kan worden geconcludeerd, dat sinds 1989 bij de meeste bedrijven slechts zeer weinig vooruitgang is geboekt bij het terugdringen van de emissies naar de lucht. De resultaten van het onderzoek wijzen erop, dat het in overeenstemming brengen van de emissies bij de polyesterverwerkende industrie met de richtlijnen uit de NER een aanzienlijke inspanning zal vergen. Hierbij dient te worden aangetekend, dat het huidige pakket maatregelen op basis van de beschikbare gegevens onvoldoende lijkt om op termijn te kunnen voldoen aan de richtlijnen uit de NER, dan wel aan de emissiereductie doelstellingen zoals opgenomen in KWS2000. Uit indicatieve metingen welke op de werkplek zijn uitgevoerd wordt geconcludeerd, dat bij verschillende bedrijven overschrijding van de MAC-waarde voor styreen kan plaatsvinden. Aangezien de MAC-waarde binnenkort verder zal worden verlaagd, is de arbeidshygienische situatie binnen de polyesterverwerkende industrie een punt van aandacht. Op grond van het onderzoek kunnen de volgende aanbevelingen worden gedaan: - Het begrip "LSE-hars" blijkt onvoldoende eenduidig gedefinieerd. Aangezien het gebruik van LSE-hars als een van de belangrijkste maatregelen is opgenomen in de afspraken die door de branche in het kader van KWS2000 zijn gemaakt verdient het aanbeveling te komen tot een kwaliteitscertificering van LSE-hars, op basis van de efficiency van beperking van styreenemissie in aanbreng- en uithardingsfase. - Toepassing van gesloten technieken kan de styreenemissie waarschijnlijk sterk terugdringen, maar deze technieken worden niet in alle gevallen toepasbaar geacht. Onderzoek naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van de toepassing van gesloten technieken lijkt zinvol - Er dient een plan van aanpak te komen voor het terugdringen van het gebruik van reinigingsmiddelen binnen de polyesterverwerkende industrie.In October and November 1994 nine polyester producing plants in the northern part of Holland were visited to assess the emissions of styrene, acetone and dichloromethane. The results of the measurements were compared with the NER-guidelines. On the basis of the results emissionfactors were calculated. The NER-guidelines were met by only 2 of the 9 plants. The use of the present types of 'Low Styrene Emittant Resins' appeared to be insufficient to meet the NER-guidelines. Moreover a more strict definition of 'LSE resins' in which the level of styrene emission is included appeared to be useful. To achieve an important reduction of the emission of styrene however, other measures will be necessary, like closed production techniques, 'good housekeeping' and the development and use of LSE-resins which give a reduced styrene emission not only during the period of drying, but also during the production.RIMH/Gr-Fr-
Assesment of the emissions of polyester producing plants in the Northern part of the Netherlands
In October and November 1994 nine polyester producing plants in the northern part of Holland were visited to assess the emissions of styrene, acetone and dichloromethane. The results of the measurements were compared with the NER-guidelines. On the basis of the results emissionfactors were calculated. The NER-guidelines were met by only 2 of the 9 plants. The use of the present types of 'Low Styrene Emittant Resins' appeared to be insufficient to meet the NER-guidelines. Moreover a more strict definition of 'LSE resins' in which the level of styrene emission is included appeared to be useful. To achieve an important reduction of the emission of styrene however, other measures will be necessary, like closed production techniques, 'good housekeeping' and the development and use of LSE-resins which give a reduced styrene emission not only during the period of drying, but also during the production.In de periode van oktober tot en met november 1994 is in opdracht van de Regionale Inspectie van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiene Noord (RIMH-Noord) in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe een onderzoek uitgevoerd naar de luchtemissies bij negen polyesterverwerkende bedrijven. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met TAUW Milieu BV en het RIVM. De doelstellingen van het emissieonderzoek zijn:-Het verkrijgen van inzicht in de emissies naar de lucht van de polyesterverwerkende industrie in de drie noordelijke provincies. - Toetsing van de gevonden emissiewaarden aan de Nederlandse Emissie Richtlijnen (NER). - Evaluatie van de invloed van de verschillende maatregelen (o.a. KWS2000) en technieken op de emissies. Op basis van het onderzoek is gebleken dat de bedrijven naast een substantiele styreenemissie tevens een emissie aan reinigingsmiddelen (aceton en dichloormethaan) hebben, die in dezelfde orde van grootte ligt als die van styreen. De emissies van de vluchtige organische stoffen styreen, dichloormethaan en aceton varieren, afhankelijk van de bedrijfsgrootte en activiteiten, van circa 1 tot 100 kg/uur. Uit berekeningen op basis van de meetresultaten blijkt dat de emissie-richtlijnen uit de NER voor styreen bij de meeste bedrijven (7 van de 9) worden overschreden. De emissies van dichloormethaan (DCM) en aceton blijven in het algemeen onder de grensmassastroom uit de NER. Daar echter de sommatiebepaling uit de NER van toepassing is, kan worden geconcludeerd, dat alleen bij kleine bedrijven de emissievrachten lager zijn dan de richtlijnen uit de NER. Het gebruik van Lage styreen emissie (LSE)-hars, als enige "zekere" KWS2000 maatregel lijkt slechts van beperkt belang bij het verder terugdringen van de styreenemissies. De grootste vracht aan styreen komt vrij tijdens de fase van het aanbrengen van de hars. In dit stadium heeft het gebruik van LSE-hars slechts weinig invloed. Met de huidige harssoorten lijkt de grootste winst te kunnen worden behaald door de overgang naar andere technieken van aanbrengen (waarbij met name gedacht moet worden aan gesloten technieken) en door middel van "good-housekeeping". Met betrekking tot het gebruik van reinigingsmiddelen kan worden geconcludeerd, dat sinds 1989 bij de meeste bedrijven slechts zeer weinig vooruitgang is geboekt bij het terugdringen van de emissies naar de lucht. De resultaten van het onderzoek wijzen erop, dat het in overeenstemming brengen van de emissies bij de polyesterverwerkende industrie met de richtlijnen uit de NER een aanzienlijke inspanning zal vergen. Hierbij dient te worden aangetekend, dat het huidige pakket maatregelen op basis van de beschikbare gegevens onvoldoende lijkt om op termijn te kunnen voldoen aan de richtlijnen uit de NER, dan wel aan de emissiereductie doelstellingen zoals opgenomen in KWS2000. Uit indicatieve metingen welke op de werkplek zijn uitgevoerd wordt geconcludeerd, dat bij verschillende bedrijven overschrijding van de MAC-waarde voor styreen kan plaatsvinden. Aangezien de MAC-waarde binnenkort verder zal worden verlaagd, is de arbeidshygienische situatie binnen de polyesterverwerkende industrie een punt van aandacht. Op grond van het onderzoek kunnen de volgende aanbevelingen worden gedaan: - Het begrip "LSE-hars" blijkt onvoldoende eenduidig gedefinieerd. Aangezien het gebruik van LSE-hars als een van de belangrijkste maatregelen is opgenomen in de afspraken die door de branche in het kader van KWS2000 zijn gemaakt verdient het aanbeveling te komen tot een kwaliteitscertificering van LSE-hars, op basis van de efficiency van beperking van styreenemissie in aanbreng- en uithardingsfase. - Toepassing van gesloten technieken kan de styreenemissie waarschijnlijk sterk terugdringen, maar deze technieken worden niet in alle gevallen toepasbaar geacht. Onderzoek naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van de toepassing van gesloten technieken lijkt zinvol - Er dient een plan van aanpak te komen voor het terugdringen van het gebruik van reinigingsmiddelen binnen de polyesterverwerkende industrie
Nederlandse broeikasgasemissies. 1990-2000. Nationaal Inventarisatie Rapport 2002
This report documents the 2002 Netherlands' annual submission of its greenhouse gas emission inventory in accordance with the United Nation's Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) and the European Union's Greenhouse Gas Monitoring Mechanism. The report comprises explanations of observed trends in emissions; a description of an assessment of key sources and their uncertainty; documentation of methods, data sources and emission factors applied; and a description of the quality assurance system and the verification activities performed on the data. From the inventory it can be concluded that total CO2-equivalent emissions of the six greenhouse gases together increased in 2000 by about 3% relative to 1990 (1995 for fluorinated gases). This increase would be a half per cent less when comparing temperature-corrected emissions. Without policy measures emissions in 2000 would have been about 10% higher. Emissions of CO2 and N2O have increased from 1990 to 2000 by about 9% and 3%, respectively, while in the same period CH4 emissions have decreased by 24%. Of the fluorinated greenhouse gases, for which 1995 is the reference year, emissions of HFCs and PFCs decreased by 34 and 18% in 2000, respectively, while SF6 emissions (completely recalculated) decreased by about 9%.Een Nederlandse inventarisatie van broeikasgasemissies is geschreven om te voldoen aan de nationale rapportageverplichtingen in 2002 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UN-FCCC) en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie. Er worden trendanalyses gegeven voor de emissies van broeikasgas in de periode 1990-2000; een analyse van zgn. sleutelbronnen en de onzekerheid in hun emissies volgens de zgn. 'Tier 1' methodiek van het IPCC-rapport over Good Practice Guidance; documentatie van gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren; en een overzicht van het kwaliteitssysteem en de verificatie van de emissiecijfers voor de Nederlandse Emissie-Registratie. De totale netto CO2-eq.-emissies waren in 2000 3% hoger dan in 1990 (1995 voor de F-gassen). Dit wordt een half procent minder na temperatuurcorrectie. Zonder beleidsmaatregelen zouden de emissies in 2000 ca. 10% hoger zijn geweest. In deze periode zijn de emissies van CO2 en N2O met resp. 9% en 3% gestegen, terwijl de CH4-emissies met 24% daalden. Van de zgn. F-gassen, waarvoor 1995 het referentiejaar is, daalden de HFK- en PFK-emissies met resp. 34% and 18% in 2000 ten opzichte van 1995, terwijl de emissies van SF6 met 9% daalden
Nederlandse broeikasgasemissies. 1990-1999. Nationaal Inventarisatie Rapport
This report documents the 2001 Netherlands' annual submission of its greenhouse gas emission inventory in accordance with the United Nation's Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) and the European Union's Greenhouse Gas Monitoring Mechanism. The report comprises explanations of observed trends in emissions; a description of a first assessment of key sources and their uncertainty; documentation of methods, data sources and emission factors applied; and a description of the quality assurance system and the verification activities performed on the data. From the inventory it can be concluded that total CO2-equivalent emissions of the six greenhouse gases together increased in 1999 by about 6% relative to 1990 (1995 for fluorinated gases). This increase would be a half per cent less when comparing temperature-corrected emissions. Emissions of CO2 and N2O have increased from 1990 to 1999 by about 8% and 15%, respectively, while in the same period CH4 emissions have decreased by 20%, effectively to a level 0.5% point below N2O emissions. Of the fluorinated greenhouse gases, for which 1995 is the reference year, emissions of HFCs and PFCs increased by 20 and 40% in 1999, respectively, while SF6 emissions (completely recalculated) decreased by about 20%.Dit rapport over de Nederlandse inventarisatie van broeikasgasemissies is geschreven om te voldoen aan de nationale rapportageverplichtingen in 2001 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UN-FCCC) en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie. Dit rapport bevat trendanalyses voor de emissies van broeikasgas in de periode 1990-1999; een eerste analyse van zgn. sleutelbronnen en de onzekerheid in hun emissies volgens de zgn. 'Tier 1' methodiek van het IPCC-rapport over Good Practice Guidance; documentatie van gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren; en een overzicht van het kwaliteitssysteem en de verificatie van de emissiecijfers voor de Nederlandse Emissie-Registratie. De totale netto CO2-eq.-emissies waren in 1999 6% hoger dan in 1990 (1995 voor de F-gassen). Dit wordt een half procent minder na temperatuurcorrectie. In die periode zijn de emissies van CO2 en N2O zijn met resp. 8% en 15% gestegen, terwijl de CH4-emissies met 20% daalden tot een niveau dat 0.5% onder dat van de N2O-emissies in 1999 ligt. Dit maakt N2O in 1999 tot het tweede broeikasgas van Nederland (afgezien van de onzekerheden). Van de zgn. F-gassen, waarvoor 1995 het referentiejaar is, stegen de HFK- en PFK-emissies met resp. 20% and 40% in 1999 ten opzichte van 1995, terwijl de emissies van SF6 (geheel herberekend) met 20% daalden
Nederlandse broeikasgasemissies. 1990-2001. Nationaal Inventarisatie Rapport 2003
This report documents the 2003 Netherlands' annual submission of its greenhouse gas emission inventory in accordance with the United Nation's Framework Convention on Climate Change (UNFCCC) and the European Union's Greenhouse Gas Monitoring Mechanism. The report comprises explanations of observed trends in emissions; a description of an assessment of key sources and their uncertainty; documentation of methods, data sources and emission factors applied; and a description of the quality assurance system and the verification activities performed on the data. From the inventory it can be concluded that total CO2-equivalent emissions of the six greenhouse gases together increased in 2001 by about 4% relative to 1990 (1995 for fluorinated gases). This increase would be 2%-points less for temperature-corrected emissions. Emissions of CO2 increased from 1990 to 2001 by 13%, while in the same period CH4 and N2O emissions decreased by about 25% and 3%, respectively. For the fluorinated greenhouse gases, for which 1995 is the reference year, total emissions decreased by 60%. Emissions of HFCs and PFCs decreased by 75% and 20% in 2001, respectively, while SF6 emissions increased by about 7%.Dit rapport over de Nederlandse inventarisatie van broeikasgasemissies is geschreven om te voldoen aan de nationale rapportageverplichtingen in 2003 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UN-FCCC) en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie. Dit rapport bevat trendanalyses voor de emissies van broeikasgas in de periode 1990-2001; een analyse van zgn. sleutelbronnen en de onzekerheid in hun emissies; documentatie van gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren; en een overzicht van het kwaliteitssysteem en de verificatie van de emissiecijfers voor de Nederlandse Emissieregistratie. De totale netto CO2-eq.-emissies waren in 2001 4% hoger dan in 1990 (1995 voor de F-gassen). Dit wordt 2%-punt minder na temperatuurcorrectie. In die periode is de emissie van CO2 met 13% toegenomen, terwijl de CH4- en N2O-emissies met resp. 25% en 3% afnamen. Van de zgn. F-gassen, waarvoor 1995 het referentiejaar is, nam de totale emissie met 60% af. De HFK- en PFK-emissies namen met resp. 75% en 20% af, terwijl de SF6 met 7% toenamen in 2001 ten opzichte van 1995
Coarse ceramics industry
Dit rapport over de grofkeramische industrie is gepubliceerd binnen het Samenwerkingsproject Procesbeschrijvingen Industrie Nederland (SPIN). In het kader van dit project is informatie verzameld over industriele bedrijven of industriele processen ter ondersteuning van het overheidsbeleid op het gebied van emissiereductie. Dit rapport bevat informatie over de processen, bronnen van emissie, emissies naar lucht en water, afval, emissiefactoren, het gebruik van energie en energiefactoren, emissiereductie, onderzoek naar schone processen en normstelling en vergunningssituatie.This document on the coarse ceramics industry has been published within the SPIN project. In this project information has been collected on industrial plants or industrial processes to afford support to governmental policy on emission reduction. This document contains information on the processes, emission sources, emissions to air and water, waste, emission factors, use of energy and energy factors, emission reduction, energy conservation, research on clean technology and standards and licences.DGM/IO
