1,720,996 research outputs found
Samenvattend rapport analyse van de EPC databank. Resultaten t.e.m. 2014
Dit is het tweede samenvattend rapport over de EPC databank. Het geeft een overzicht van de gemiddelde energieprestatie en de energetische karakteristieken van de Vlaamse woningen met energieprestatiecertificaat zoals die aanwezig waren in de databank op 14 oktober 2014. Dit rapport kadert binnen het onderzoek uitgevoerd binnen het Steunpunt Wonen.
Aan de hand van het totaal van 724 345 certificaten die op 14 oktober 2014 in de EPC databank zaten, is een grondige analyse gemaakt van de gemiddelde energieprestatie van de woningvoorraad met EPC, de aanwezigheid van energiebesparende maatregelen (isolatie, dubbele beglazing, ventilatiesystemen, verwarmingssystemen, hernieuwbare energiesystemen) bij deze woningen en de relatie met bouwjaar, locatie, eigendomsstatuut, type woning, ..
Samenvattend rapport analyse van de EPC databank. Resultaten t.e.m. 2014
Dit is het tweede samenvattend rapport over de EPC databank. Het geeft een overzicht van de gemiddelde energieprestatie en de energetische karakteristieken van de Vlaamse woningen met energieprestatiecertificaat zoals die aanwezig waren in de databank op 14 oktober 2014. Dit rapport kadert binnen het onderzoek uitgevoerd binnen het Steunpunt Wonen.
Aan de hand van het totaal van 724 345 certificaten die op 14 oktober 2014 in de EPC databank zaten, is een grondige analyse gemaakt van de gemiddelde energieprestatie van de woningvoorraad met EPC, de aanwezigheid van energiebesparende maatregelen (isolatie, dubbele beglazing, ventilatiesystemen, verwarmingssystemen, hernieuwbare energiesystemen) bij deze woningen en de relatie met bouwjaar, locatie, eigendomsstatuut, type woning, ..
The evolution of the energy efficiency of dwellings in Flanders and the impact of socio-economic household characteristics
Under impulse of the EU many efforts have been done in the last decade to improve the energy quality of Flemish dwellings, through legislation, renovation programs and subsidies. The Flemish authority itself through the Flemish Energy Agency regularly controls the evolution of the energy performance of new and existing dwellings. This evolution is positive, in a sense that new dwellings are on average more energy efficient and that the energy consumption per dwelling and per household in Flanders is systematically decreasing since 2003. However, these results do not give information on the progress of the different socio-economic groups with regard to energy efficient housing. Therefore this paper presents, based on the results of the Housing survey 2005 and the Large Housing Research 2013, the evolution of the energy efficiency of Flemish dwellings, subdivided for income, educational level, household type and ownership. This shows that there is a clear progress, not only for the socio-economic stronger groups, but also for the weaker groups.
The largest progress is achieved for insulated glazing and roof/attic insulation. For wall and floor insulation the progress is less and here the arrear is larger for socio-economic weaker groups, despite the fact that wall and floor insulation are essential components of an energy efficient house. Also in the application of renewable energy there is a clear gap between stronger and weaker groups, with a progression for the strongest households and a status quo for the weaker households. With regard to efficient heating systems, the difference between house owners and renters can be considered as an indication that also here stronger households make more use of it than weaker households. Furthermore, the results clearly show that financial support measures are much less used by households that need them the most, even when they have executed energy saving measures. This can be an indication that the communication and administration related to financial support measures is still too complex and should be improved
De isolatie-index: evaluatie en herziening van een indicator voor het isolatieniveau
Het Steunpunt Ruimte en Wonen werkte naar aanleiding van de Woonsurvey 2005 een methode uit om op basis van de informatie in de survey over de vier voornaamste isolatiemaatregelen (beglazing,vloer‐, muur‐, en dakisolatie) een isolatie‐index op te stellen. De isolatie‐index werd opgesteld als een gewogen score, die rekening houdt met het effect van elke maatregel inzake energiebesparing, met verhoudingen tussen bouwonderdelen voor verschillende types van woningen en met de mate waarin de respondenten aangeven dat de isolatie aanwezig is.
Naar aanleiding van het Grote Woononderzoek 2013 als opvolging van de Woonsurvey 2005 is deze indicator voor het isolatieniveau van bestaande woningen geëvalueerd en herbekeken. Hierbij is enerzijds nagegaan hoe het isolatieniveau van woningen tussen 2005 en 2013 is geëvolueerd in functie van type eigenaar. Daarnaast was er de vaststelling dat de isolatie‐index, zoals eerder opgesteld, geen aansluiting heeft bij andere energieprestatie‐indicatoren zoals die binnen de energie‐
prestatiewetgeving worden gebruikt. Hierbij was er de vraag of er een indicator voor het isolatieniveau kan worden opgesteld, op basis van een gelijkaardige methodiek als de isolatie‐index, maar qua concept beter aansluitend op bestaande indicatoren voor het isolatieniveau van woningen of delen van woningen zoals de U‐waarde en het K‐peil. Onderliggend rapport maakt in dit kader een evaluatie van de isolatie‐index en stelt een verbeterde isolatie‐indicator voor
The evolution of the energy efficiency of dwellings in Flanders and the impact of socio-economic household characteristics
Under impulse of the EU many efforts have been done in the last decade to improve the energy quality of Flemish dwellings, through legislation, renovation programs and subsidies. The Flemish authority itself through the Flemish Energy Agency regularly controls the evolution of the energy performance of new and existing dwellings. This evolution is positive, in a sense that new dwellings are on average more energy efficient and that the energy consumption per dwelling and per household in Flanders is systematically decreasing since 2003. However, these results do not give information on the progress of the different socio-economic groups with regard to energy efficient housing. Therefore this paper presents, based on the results of the Housing survey 2005 and the Large Housing Research 2013, the evolution of the energy efficiency of Flemish dwellings, subdivided for income, educational level, household type and ownership. This shows that there is a clear progress, not only for the socio-economic stronger groups, but also for the weaker groups.
The largest progress is achieved for insulated glazing and roof/attic insulation. For wall and floor insulation the progress is less and here the arrear is larger for socio-economic weaker groups, despite the fact that wall and floor insulation are essential components of an energy efficient house. Also in the application of renewable energy there is a clear gap between stronger and weaker groups, with a progression for the strongest households and a status quo for the weaker households. With regard to efficient heating systems, the difference between house owners and renters can be considered as an indication that also here stronger households make more use of it than weaker households. Furthermore, the results clearly show that financial support measures are much less used by households that need them the most, even when they have executed energy saving measures. This can be an indication that the communication and administration related to financial support measures is still too complex and should be improved
De isolatie-index: evaluatie en herziening van een indicator voor het isolatieniveau
Het Steunpunt Ruimte en Wonen werkte naar aanleiding van de Woonsurvey 2005 een methode uit om op basis van de informatie in de survey over de vier voornaamste isolatiemaatregelen (beglazing,vloer‐, muur‐, en dakisolatie) een isolatie‐index op te stellen. De isolatie‐index werd opgesteld als een gewogen score, die rekening houdt met het effect van elke maatregel inzake energiebesparing, met verhoudingen tussen bouwonderdelen voor verschillende types van woningen en met de mate waarin de respondenten aangeven dat de isolatie aanwezig is.
Naar aanleiding van het Grote Woononderzoek 2013 als opvolging van de Woonsurvey 2005 is deze indicator voor het isolatieniveau van bestaande woningen geëvalueerd en herbekeken. Hierbij is enerzijds nagegaan hoe het isolatieniveau van woningen tussen 2005 en 2013 is geëvolueerd in functie van type eigenaar. Daarnaast was er de vaststelling dat de isolatie‐index, zoals eerder opgesteld, geen aansluiting heeft bij andere energieprestatie‐indicatoren zoals die binnen de energie‐
prestatiewetgeving worden gebruikt. Hierbij was er de vraag of er een indicator voor het isolatieniveau kan worden opgesteld, op basis van een gelijkaardige methodiek als de isolatie‐index, maar qua concept beter aansluitend op bestaande indicatoren voor het isolatieniveau van woningen of delen van woningen zoals de U‐waarde en het K‐peil. Onderliggend rapport maakt in dit kader een evaluatie van de isolatie‐index en stelt een verbeterde isolatie‐indicator voor
Groot Woononderzoek 2013. Deel 6. Energie
Het Grote Woononderzoek 2013 is een grootschalig onderzoek naar de woonsituatie van Vlaamse huishoudens dat gebeurde op initiatief van de Vlaamse overheid. Tussen september 2012 en
december 2013 werd een interview betreffende de woonsituatie afgenomen bij 10 000 huishoudens en vond een objectieve screening plaats van de binnen‐ en buitenkant van 5 000 woningen. Het
Steunpunt Wonen stond in voor de inhoudelijke en wetenschappelijke vormgeving van het onderzoek, de opvolging van het veldwerk en de analyse van de resultaten. In dit rapport brengen we verslag uit over de resultaten met betrekking tot de energetische kenmerken van de woningen. Eerst wordt de aanwezigheid van dakisolatie, muurisolatie, vloerisolatie,leidingisolatie en isolerend glas besproken in functie van de woningkenmerken van de woningen en de socio‐economische kenmerken van de bewoners. Deze analyses zijn gebaseerd op de bevraging van de 10 000 huishoudens. Vervolgens worden de aanwezigheid en kenmerken van de installaties voor verwarming en hernieuwbare energie besproken. Deze analyses zijn gebaseerd op de objectieve screening van 5 000 woningen.
Dit rapport bevat ook een analyse van de kennis en toepassing van Vlaamse beleidsinstrumenten met betrekking tot energie. Hiervoor wordt eerst het gebruik van premies en subsidies voor energiebesparende investeringen geanalyseerd en gerelateerd aan de socio‐economische kenmerken van de bewoners. Daarnaast wordt de kennis en het gebruik van het energieprestatiecertificaat (EPC)geanalyseerd. Deze analyses zijn gebaseerd op de bevraging van 10 000 huishoudens, maar hebben slechts betrekking op een beperkt deel van deze huishoudens, aangezien niet elk bevraagd huishouden gebruik heeft gemaakt van premies en subsidies en ook niet elk huishouden al in contact is gekomen met een EPC
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Buitengevelisolatie bij renovatie: vereisten en uitvoeringsmogelijkheden
De titel luidt 'Buitengevelisolatie bij renovatie: vereisten en uitvoeringsmoeilijkheden', uitgevoerd door Sven Segers en Philip Cox. De promoteren zijn ing. W. Ceulemans van de Universiteit Hasselt en ir. arch. W. Hilderson van Passiefhuis-Platform vzw.
Een mogelijke maatregel bij een duurzame renovatie is buitengevelisolatie. De masterproef richt zich binnen dit gebied op de volgende onderzoeksvragen:
- Wanneer is buitengevelisolatie bij duurzame renovatie zinvol?
- Wat zijn de vereisten?
- Welke moeilijkheden doen zich voor?
In het onderzoek worden case studies uitgevoerd voor gebouwen deel uitmakend van een relevant deel van de gebouwmarkt. Het gebouwtype is een vrijstaande woning gebouwd rond 1990, hiervoor zijn twee woningen geselecteerd. In elke case study worden scenario's uitgewerkt waarbij telkens een verschillend systeem wordt toegepast. Er werd een onderscheid gemaakt tussen zes systemen. De scenario's worden tot slot beoordeeld volgens zes vastgelegde criteria.
Buitengevelisolatie is zinvol als eerst de zwakke schakels in de gebouwschil worden aangepakt. De vereisten zijn een aantal maatregelen en werkzaamheden die op voorhand uitgevoerd moeten worden. Bij de ene woning veroorzaakt de oprit plaatsgebrek waardoor het buitenspouwblad al dan niet afgebroken moet worden afhankelijk van de gewenste thermische prestaties. Bij de andere woning is het buitenspouwblad behouden. De moeilijkheden situeren zich bij de plaatsing, de uitvoering van de aansluitingen en specifiek bij de buitentrap, het terras en de vera
- …
