1,720,970 research outputs found

    Risicoanalyse van doortochten: Verkeersveiligheid in de bebouwde omgeving – een literatuurstudie

    No full text
    Dit rapport is het eerste deel van een risico-analyse van de Vlaamse gewestwegen binnen de bebouwde kom. Eerst schetsen we kort de toestand van de verkeersveiligheid op de Vlaamse gewestwegen binnen de bebouwde kom. De bebouwde kom wordt gekenmerkt door een groot wegrisico (ongevallen per km weglengte). Gelukkig is de ernst laag in vergelijking tot wegtypen buiten de bebouwde kom. Vervolgens gaan we na welke elementen de bebouwde omgeving omschrijven. Deze kunnen in een aantal schaalniveaus gegroepeerd worden: de doortocht in een ruimere omgeving, de doortocht als geheel, het dwarsprofiel van de doortocht en de doortocht als aaneenschakeling van puntlocaties. Daarnaast zijn er nog een aantal kenmerken die moeilijk kunnen worden gevat in deze indeling. Deze indeling vormt de basis voor de indeling van het rapport. Per schaalniveau wordt een hoofdstuk besteed aan de verkeersveiligheideffecten van de verschillende kenmerken en ingrepen. Hiertoe wordt de internationale literatuur geraadpleegd. Waar mogelijk worden ook richtcijfers voor de weginrichting meegegeven. Deze zijn echter eerder beperkt in aantal en vaak ook enkel kwalitatief. Bovendien worden ze vaak bekomen vanuit andere overwegingen zoals comfort. Over sommige elementen bestaat vrij grote eensgezindheid in de literatuur, voor andere kenmerken is het veel minder duidelijk wat de meest veilige oplossing is. Bovendien is het onderzoek vaak fragmentarisch en exemplarisch en wordt het elders niet herhaald. Weg- en omgevingskenmerken met een (mogelijk) belangrijke impact op de verkeersveiligheid zijn de kruispuntdichtheid en het aantal (particuliere) inritten. Daarnaast is de ook de parkeersituatie van belang. Enkel langsparkeren wordt mogelijk geacht langs wegen waar meer dan 30 km/h gereden wordt. Ook een uitbreiding van het parkeerverbod nabij kruispunten en oversteekplaatsen is gunstig voor de verkeersveiligheid. Bijzondere aandacht verdienen de zachte weggebruikers. Een groot aantal studies houdt zich bezig met deze groep weggebruikers. Positief voor de veiligheid zijn een verbeterde zichtbaarheid en een verhoogd attentieniveau (van alle weggebruikers). Hiervoor bestaan diverse oplossingen. Uit deze studies leren we ook dat er zelden zoiets als de beste oplossing bestaat. De beste oplossing is immers sterk afhankelijk van de omstandigheden (omgeving, weggebruikers). Zo blijft de vraag of fietsers in de bebouwde kom nu al dan niet gemengd moeten worden met het gemotoriseerde verkeer onopgelost. Dit hangt o.a. af van de aard van de fietser. Een geoefende fietser gedraagt zich hierbij anders dan de onervaren jonge fietser of de oudere fietser met meer beperkte mogelijkheden. Wel is duidelijk dat ze best in het gezichtsveld van de automobilist blijven. Dubbelrichtingsfietspaden in een bebouwde omgeving zijn uit den boze. Voetpaden daarentegen zijn (bijna) steeds aangewezen. Ook een middenberm verhoogt de veiligheid bij het oversteken. Er bestaat een groot aantal oversteekoplossingen voor voetgangers. De beste keuze is afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Zichtbaarheid en attentie zijn ook hier de codewoorden. Zebrapaden nabij kruispunten worden best zo kort mogelijk bij de kruisende straat gelegd

    Risicoanalyse van doortochten: Verkeersveiligheid in de bebouwde omgeving – een literatuurstudie

    No full text
    Dit rapport is het eerste deel van een risico-analyse van de Vlaamse gewestwegen binnen de bebouwde kom. Eerst schetsen we kort de toestand van de verkeersveiligheid op de Vlaamse gewestwegen binnen de bebouwde kom. De bebouwde kom wordt gekenmerkt door een groot wegrisico (ongevallen per km weglengte). Gelukkig is de ernst laag in vergelijking tot wegtypen buiten de bebouwde kom. Vervolgens gaan we na welke elementen de bebouwde omgeving omschrijven. Deze kunnen in een aantal schaalniveaus gegroepeerd worden: de doortocht in een ruimere omgeving, de doortocht als geheel, het dwarsprofiel van de doortocht en de doortocht als aaneenschakeling van puntlocaties. Daarnaast zijn er nog een aantal kenmerken die moeilijk kunnen worden gevat in deze indeling. Deze indeling vormt de basis voor de indeling van het rapport. Per schaalniveau wordt een hoofdstuk besteed aan de verkeersveiligheideffecten van de verschillende kenmerken en ingrepen. Hiertoe wordt de internationale literatuur geraadpleegd. Waar mogelijk worden ook richtcijfers voor de weginrichting meegegeven. Deze zijn echter eerder beperkt in aantal en vaak ook enkel kwalitatief. Bovendien worden ze vaak bekomen vanuit andere overwegingen zoals comfort. Over sommige elementen bestaat vrij grote eensgezindheid in de literatuur, voor andere kenmerken is het veel minder duidelijk wat de meest veilige oplossing is. Bovendien is het onderzoek vaak fragmentarisch en exemplarisch en wordt het elders niet herhaald. Weg- en omgevingskenmerken met een (mogelijk) belangrijke impact op de verkeersveiligheid zijn de kruispuntdichtheid en het aantal (particuliere) inritten. Daarnaast is de ook de parkeersituatie van belang. Enkel langsparkeren wordt mogelijk geacht langs wegen waar meer dan 30 km/h gereden wordt. Ook een uitbreiding van het parkeerverbod nabij kruispunten en oversteekplaatsen is gunstig voor de verkeersveiligheid. Bijzondere aandacht verdienen de zachte weggebruikers. Een groot aantal studies houdt zich bezig met deze groep weggebruikers. Positief voor de veiligheid zijn een verbeterde zichtbaarheid en een verhoogd attentieniveau (van alle weggebruikers). Hiervoor bestaan diverse oplossingen. Uit deze studies leren we ook dat er zelden zoiets als de beste oplossing bestaat. De beste oplossing is immers sterk afhankelijk van de omstandigheden (omgeving, weggebruikers). Zo blijft de vraag of fietsers in de bebouwde kom nu al dan niet gemengd moeten worden met het gemotoriseerde verkeer onopgelost. Dit hangt o.a. af van de aard van de fietser. Een geoefende fietser gedraagt zich hierbij anders dan de onervaren jonge fietser of de oudere fietser met meer beperkte mogelijkheden. Wel is duidelijk dat ze best in het gezichtsveld van de automobilist blijven. Dubbelrichtingsfietspaden in een bebouwde omgeving zijn uit den boze. Voetpaden daarentegen zijn (bijna) steeds aangewezen. Ook een middenberm verhoogt de veiligheid bij het oversteken. Er bestaat een groot aantal oversteekoplossingen voor voetgangers. De beste keuze is afhankelijk van de specifieke omstandigheden. Zichtbaarheid en attentie zijn ook hier de codewoorden. Zebrapaden nabij kruispunten worden best zo kort mogelijk bij de kruisende straat gelegd

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Full text link
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Variations on the Author

    Full text link
    “Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    Full text link
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis

    Dispelling the Myths Behind First-author Citation Counts

    Full text link
    We conducted a full-scale evaluative citation analysis study of scholars in the XML research field to explore just how different from each other author rankings resulting from different citation counting methods actually are, and to demonstrate the capability of emerging data and tools on the Web in supporting more realistic citation counting methods. Our results contest some common arguments for the continued use of first-author citation counts in the evaluation of scholars, such as high correlations between author rankings by first-author citation counts and other citation counting methods, and high costs of using more realistic citation counting methods that are not well-supported by the ISI databases. It is argued that increasingly available digital full text research papers make it possible for citation analysis studies to go beyond what the ISI databases have directly supported and to employ more sophisticated methods

    Author Index

    No full text
    Nao informado
    corecore