940 research outputs found

    H.H. Beltman: Natuursteencollecties deel 7

    No full text
    Deel 6 over natuursteencollecties ging over de collectie ir. J.H. Beltman bij het Mineralogisch-Geologisch Museum (MGM) van de TU Delft en hoe deze collectie met 222 marmers terug te voeren valt op de steenhouwerij en machinale fabriek van marmerwerken H.H. Beltman uit Deventer. In deel 7 gaat universitair docent Heritage & Technology en natuursteenspecialist Wido Quist van de TU Delft dieper in op dit bedrijf aan de hand van een in 1907 opgemaakte inventaris van het hele bedrijf en ook op het tweede deel van de inventaris van de collectie.Heritage & Technolog

    Archeologische Rapporten Oranjewoud 2010/10

    No full text
    In opdracht van de Nederlandse Aardolie Maatschappij BV heeft Ingenieursbureau Oranjewoud eind 2009 een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd op drie locaties ter plaatse van een geplande leiding tussen Norg en Sappemeer. Het betrof hier de essen van Donderen, Tynaarlo en Zuidlaren. Op basis van het bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek zouden zich ter plaatse resten kunnen bevinden daterend vanaf het Laat-Neolithicum tot in de Nieuwe Tijd. Een verkennend booronderzoek was echter niet geschikt om vindplaatsen vast te stellen. Daarom is aanbevolen om door middel van proefsleuven (karterende fase) eventuele vindplaatsen op te sporen. Hierbij zijn er op de es van Tynaarlo en Zuidlaren enkele vindplaatsen aangetoond. Uit het onderzoek volgt dat er in de proefsleuven binnen de werkstrook ter plaatse van de es van Donderen geen vindplaatsen aanwezig zijn. Binnen de werkstrook op de es van Tynaarlo is één vindplaats aanwezig. Binnen het plangebied op de es van Zuidlaren zijn twee vindplaatsen vastgesteld. Op basis van het proefsleuvenonderzoek wordt geen bezwaar gezien voor de aanleg van een leiding ter plaatse van de es van Donderen. Wel wordt aanbevolen om het volledige tracé over de es van Donderen door middel van een archeologische begeleiding (protocol opgraven) te onderzoeken. Ook voor de es van Tynaarlo bestaan geen bezwaren voor de aanleg van de leiding. Op de es is een niet behoudenswaardige vindplaats (1) aangetroffen. Aanbevolen wordt om ook hier het volledige tracé over de es van Tynaarlo door middel van een archeologische begeleiding te onderzoeken. Op de es van Zuidlaren is een niet-behoudenswaardige vindplaats (2) en behoudenswaardige vindplaats (3) aangetroffen. In overleg met A. Mars, senior adviseur provinciale archeologie van de provincie Drenthe is afgesproken het volledige tracé over de es van Zuidlaren inclusief de behoudenswaardige vindplaats 3 door middel van een archeologische begeleiding te onderzoeken. Vindplaats 3 wordt meegenomen in de archeologische begeleiding omdat plan in- en aanpassing hier niet mogelijk is en een opgraving van de vindplaats als een te zwaar onderzoek wordt gezien

    Aardewerk uit de IJzertijd en Romeinse tijd van de Eemspoort te Groningen

    No full text
    In verband met de aanleg van ontwateringsloten en wegcunetten ten behoeve van Eemspoort, een nieuw bedrijventerrein aan de zuidoostrand van de stad Groningen werden diverse onderzoeken uitgevoerd. De gevonden IJzertijd sporen zijn van vier-, zes-, en achtpalige spiekers en van lange smalle greppels en kringgreppels. Ook werden er ploegkrassen onder een circa 5 tot 10 cm dikke bouwvoor aangetroffen. Op grond van afwezigheid van sporen van woonstalhuizen, waterputten en afvalkuilen acht men het mogelijk dat de aangetroffen sporen duiden op een seizoensgebonden agrarisch gebruik van het gebied

    ARC-Rapporten 2010-19

    No full text
    Samengevat kan de hier besproken vindplaats worden ge¨ınterpreteerd als een zandrug waarop meerdere vuursteenconcentraties zijn aangetroffen. Deze vormen duidelijk geen onderdeel van een niet-interpreteerbare palimpsest van materiaal. Binnen het opgravingsareaal lijkt het te gaan om vijf duidelijke in tijd en ruimte gescheiden concentraties. Geen van deze vijf concentraties is volledig onderzocht waardoor de omvang ervan niet bekend is. Het niet volledig opgraven van deze concentraties betekent dat er geen inzicht is verkregen in de binnen deze concentraties voorkomende artefactenassemblages en de werktuigenspectra. Deze combinatie maakt het niet mogelijk om te bepalen om wat soort kampementen het hier gaat. Op basis van het huidige beperkte aantal werktuigen, lijkt een interpretatie als diverse extraction camps (jachtkampen) het meest waarschijnlijke en mogelijk een enkel fragment van een basiskamp. Echter uitgaande van de huidige veronderstelde afmetingen zou deze interpretatie niet correct zijn, aangezien vier van de herleide vuursteenconcentraties te groot zijn om als extraction camp te worden geınterpreteerd. De afwezigheid van grondsporen lijkt daarentegen weer te wijzen op een interpretatie als tijdelijke kampementen, maar dit kan (met kanttekeningen) ook verklaard worden vanuit de plaatsgevonden egalisatie en de aangetroffen verstoringen. Hoewel de voorgeschreven opgravingsstrategie zeker debet is aan het onvolledige interpretatie beeld dat hier wordt geschetst, is ook duidelijk dat de aangetroffen verstoringen voor een groot deel van de vindplaats het onmogelijk zou hebben gemaakt tot verdere interpretatie. Het huidige onderzoek is een poging tot het vinden van een balans tussen de veronderstelde informatiewaarden en de aan het onderzoek verbonden kosten. De bepaling in welke mate dit een geslaagde balans is, valt buiten het kader van dit onderzoek. Gezien de resultaten van het onderzoek moet na afloop worden afgevraagd of een andere opgravingsstrategie niet geschikter was geweest. Hoewel een groot deel van de zandrug sterk is verstoord, is binnen het opgravingsareaal aan de westelijke zijde over een groot deel een relatief onverstoorde bodemopbouw aangetroffen. In deze onverstoorde bodem zijn twee vuursteenclusters aangetroffen die waarschijnlijk volledig onderzocht hadden kunnen worden. Op basis van de onderzoeksresultaten kan achteraf worden geconcludeerd dat het wellicht beter was geweest om de opgraving te beginnen (in plaats van te beeindigen) met het verwijderen van de bovengrond om zo de verstoringen in beeld te brengen. Vervolgens dan in het onverstoorde deel volgens de standaard onderzoeksmethode een systematisch grid van 50×50cm vakken uit te zetten en deze handmatig op te graven (en zeven). Zodoende was tijdens het veldwerk inzicht verkregen in aanwezige clusters waarna in het veld via overleg met het bevoegd gezag verdere besluitvorming kon plaatsvinden. De meest belovende locaties zouden dan volledig en secuur kunnen worden opgegraven waardoor het mogelijk zou zijn geweest deze te interpreteren en te dateren, terwijl de rest zou worden vrijgegeven. Aangezien deze conclusie is getrokken op basis van de resultaten van het onderzochte deel, dient dit dan ook als aanbeveling voor verdere archeologische werkzaamheden op deze locatie, aangezien booronderzoek en niet systematisch geplaatste opgravingsputjes niet geschikt bleken te zijn om de verstoringen nauwkeurig genoeg in beeld brengen voor Steentijd vindplaatsen. Zoals vastgesteld op een onderzoeksdag in 2002 op de toenmalige Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (het huidige RCE), vormen Steentijdvindplaatsen binnen Nederland de grootste, maar ook minst onderzochte groep vindplaatsen. Hoewel door deze vindplaats goed te onderzoeken binnen de aanwezige beperkingen geen nieuwe inzichten zouden zijn verkregen, zou het wel hebben geleidt tot een verdere invulling van het volledige beeld van het Mesolithicum in Nederland

    ARC-Rapporten 2010-243

    No full text
    In opdracht van de Dienst RO/EZ van de gemeente Groningen heeft Archaeological Research & Consultancy (ARC bv) tussen 7 september 2009 en 13 november 2009 het leggen van kabels en leidingen rondom de geplande locatie van de nieuwbouw van het Groninger Forum in het centrum van Groningen archeologisch begeleid. Aan de Grote Markt-oostzijde en in de kop van de Oosterstraat en de Poelestraat zijn fundamenten aangetroffen van in oorsprong middeleeuwse huizen. Aan de Grote Markt-oostzijde is bovendien een deel van het souterrain van het Scholtenhuis waargenomen en een plavuisvloer van een ouder pand, het Alberdahuis. In de Oosterstraat en onder de huidige rijbaan aan de Grote Markt-oostzijde lagen resten van een keienplaveisel uit de Middeleeuwen. Aan de Grote Markt-zuidzijde was alleen sprake van ophogingslagen. In de noordoostelijke hoek van het middenplein van de markt zijn geen sporen van vroegmiddeleeuwse graven aangetroffen. Enkele langwerpige kuilen in de uitmonding van het Martinikerkhof op de markt zouden grafkuilen kunnen zijn, al liggen ze buiten de bekende begrenzing van het kerkhof en werden er geen botmateriaal en/of kisten waargenomen. In de Schoolstraat was sprake van het restant van een middeleeuws wal-lichaam en van fundamenten van huizen die hier na de slechting van de wal gebouwd werden. Een enkel bouwdeel heeft mogelijk deel uitgemaakt van een aanbouw aan de binnenzijde van de stadsmuur

    Aardewerk uit de Romeinse tijd uit een wierde aan de Friesestraatweg te Groningen

    No full text
    Tijdens het onderzoek zijn de grondsporen doorgespit op zoek naar vondstmateriaal. Het aangetroffen aardewerk is afkomstig uit drie perioden: uit de late IJzertijd, Romeinse tijd, late Middeleeuwen en Postmiddeleeuwen. In 2001 vonden opgravingen plaats aan weerszijden van de Friesestraatweg net ten noorden van de Groninger stadswijk Vinkhuizen. De reden hiervoor was de aanleg van een rotonde in de onmiddellijke nabijheid van een onbeschermde wierde

    H. H. Hall

    No full text
    Photograph - H.H. Hall, school teacher, playing tennis with Revillon Brothers building in the background, Athabasca, Albert

    Archeologische Rapporten Oranjewoud 2009/128

    No full text
    In de periode van augustus tot en met september 2009 is in opdracht van Northern Petroleum Nederland BV een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd ter plaatse van verschillende deellocaties op het gasleidingtracé Grolloo - Westerveld in de gemeente Aa en Hunze. Deelgebied 1 bevindt zich ten noorden van de Soartendijk en doorsnijdt een celtic field. Dit terrein heeft een archeologische status en is geregistreerd als AMK-terrein 14049. Deelgebied 2 ligt parallel ten noorden van een AMK-terrein (celtic fields, AMK terrein 14308) en direct ten westen van de Schoonloërweg. Deelgebied 2-6 betreft het gebied ten oosten van de Schoonloërweg tot aan het Oosterpad en deelgebied 6 betreft het gebied ten oosten van het Oosterpad. Daarnaast is op drie delen, waar het tracé het beekdal van het Grolooërdiep kruist, een inspectie uitgevoerd (deelgebieden 3, 4 en 5). De in deze vondstmelding genoemde omstandigheden hebben betrekking op deellocatie 2, de meeste vondstrijke locatie. In het onderzoek door middel van proefsleuven zijn op drie locaties archeologische vindplaatsen aangetroffen. De eerste vindplaats betreft nederzettingsresten uit de late ijzertijd en Romeinse tijd. De tweede vindplaats betreft verschillende off-site sporen met een datering variërend van vroege ijzertijd tot middeleeuws. De derde vindplaats bevat een diergraf uit de nieuwe tijd maar ook verschillende paalgaten die vroegmiddeleeuws of ouder zijn

    Electronic instabilities and structural fluctuations in self-assembled atom wires

    No full text
    One-dimensional (1D) solid state systems can behave drastically different from their higher dimensional counterparts. Increased interactions can produce electronic and/or structural instabilities. In this respect, the following fundamental questions are important for a proper understanding of the properties of the ultimate 1D systems consisting of atom wires: Are atom wires created by self-assembly on silicon (Si) surfaces actually stable? Do atom wires exist that are metallic (at low temperatures)? What role is played by defects in these atom wires? This Thesis attempts to find an answer to these questions. Atom wires were realized by self-assembly on vicinal Si surfaces. Using Scanning Tunneling Microscopy and Spectroscopy combined with Density Functional Theory calculations, a full analysis of the (thermodynamic) stability of Gallium (Ga) atom wires on Si(112) has been made, including the energetics of fluctuating intrinsic structural defects. It is shown that the stable atom wires fully passivate the surface, and that the spacing between intrinsic quasi-1D meandering vacancy lines can be tuned continuously through experimental adjustment of the Ga chemical potential. Gold atom wires on the Si(553) surface show an incommensurate metallic state at room temperature. Decreasing the temperature, two competing charge density waves (CDW) within single atom wires are observed, accompanied by a third CDW coexisting in between those wires. Defects in the atom wires induce interband charge transfer, resulting in commensurate CDWs at low temperatures. Finally, manipulatable phase slips with fractional charge and spin are observed for the first time in a CDW in real space.Applied Science
    corecore