167 research outputs found
Wealth and Power: Philosophical Perspectives, Michael Bennett, Huub Brouwer, and Rutger Claassen, eds. Routledge, 2023, x + 356 pages.
Michael Bennett, Huub Brouwer, and Rutger Claassen, eds. Routledge, 2023, x + 356 page
Introduction: The Wealth-Power Nexus
This introductory chapter provides a general framework for thinking about the relationship between wealth and power. It begins by situating the topic in the history of political thought, modern social science, and recent political philosophy, before putting forward an analytical framework. This has three elements: first, the idea of liberalism's public/private divide: a division between a power-wielding state from which wealth should be absent, and a market economy from which power should be absent; second, the two ways the division can be transgressed by the power of the wealthy: by the wealthy subverting the power of the state and by directly exercising power within the economy; and third, the four different approaches to responding to the transgression, either aiming to reassert the public/private divide or to move beyond it
Automation, Desert, and the Case for a Capital Grant
In debates about solutions to growing wealth inequality, two prominent proposals include a basic income and a capital grant. In this chapter, I examine the choice between a basic income and a capital grant from the perspective of automation. Automation can lead to technological unemployment if machines carry out similar work at much lower costs than humans. Some economists, philosophers, and tech billionaires think that the implementation of a basic income would be the appropriate policy response to technological unemployment. I defend two main claims in this paper. First, I argue that a universal and a conditional basic income do not provide a good solution to the problem of technological unemployment. Second, I defend the claim that technological unemployment strengthens the case for a capital grant, supplemented with a generous system of contribution benefits, which is to replace the unemployment benefit scheme. My argument builds on the notion of desert, which is often invoked in critiquing the implementation of a universal basic income
Introduction: The Wealth-Power Nexus
This introductory chapter provides a general framework for thinking about the relationship between wealth and power. It begins by situating the topic in the history of political thought, modern social science, and recent political philosophy, before putting forward an analytical framework. This has three elements: first, the idea of liberalism's public/private divide: a division between a power-wielding state from which wealth should be absent, and a market economy from which power should be absent; second, the two ways the division can be transgressed by the power of the wealthy: by the wealthy subverting the power of the state and by directly exercising power within the economy; and third, the four different approaches to responding to the transgression, either aiming to reassert the public/private divide or to move beyond it
Verdienste, toeval, en rechtvaardigheid
Op 7 januari 2020 promoveerde Huub Brouwer aan Tilburg University met zijn proefschrift ‘Verdienste, Toeval, en Rechtvaardigheid’. In deze bijdrage vertelt hij over zijn onderzoek
Desert, Luck, and Justice
Verdienste, toeval, en rechtvaardigheidPleidooi voor de herwaardering van verdienste Gebaseerd op: http://www.theyoungphilosophers.org/interview/huub-brouwer-1989/.Met de publicatie van Een theorie van rechtvaardigheid (1971) van John Rawls verdween het begrip ‘verdienste’ naar de marges van de filosofie. Daarmee ging een belangrijk instrument verloren om de sociale waarde van onder andere – onbetaalde – zorg voor ouderen, schilderkunst of muziek te beoordelen en daar de juiste beloning tegenover te zetten. In mijn proefschrift pleit ik daarom voor een herwaardering van verdienste.In filosofische discussies over een rechtvaardige verdeling van inkomen en vermogen speelt verdienste nauwelijks een rol. Dat vind ik intrigerend. Uit onderzoek blijkt dat dit wel het geval is als ‘gewone’ mensen daarover nadenken. Ook in het huidige filosofische debat over straf speelt verdienste een centrale rol. Waarom dan niet in de discussie over verdeling van goederen?Eeuwenlang speelde verdienste overigens wél een cruciale rol in het filosofische denken over een rechtvaardige verdeling. Dat was bijvoorbeeld zo bij Plato, Gottfried Wilhelm Leibniz en John Stuart Mill. Sinds de jaren zeventig is het concept echter in diskrediet geraakt. Dat is mijns inziens in grote mate het gevolg van de kritiek van John Rawls op het begrip verdienste in zijn beroemde en invloedrijke boek Een theorie van rechtvaardigheid (1971). Door de alomtegenwoordigheid van toeval kun je volgens hem niet verdedigen dat mensen inkomen en vermogen kunnen verdienen. Hoe intelligent je bent of hoe hard je werkt, is in grote mate afhankelijk van genen en opvoeding. Dat zijn factoren waar je geen controle over hebt. Misschien kun je leren om harder te werken, maar ook het vermogen om te leren is volgens Rawls van diezelfde factoren afhankelijk.Rawls probeert in zijn rechtsvaardigheidstheorie dat toeval zo veel mogelijk uit te sluiten. Hij formuleert onder meer het zogeheten ‘difference principle’, het verschilprincipe: sociale en economische ongelijkheid tussen mensen is alleen te verdedigen als die betrekking heeft op posities die voor iedereen openstaan, of waar de minstbedeelden op z’n minst beter van worden. Op die manier kun je bijvoorbeeld het verschil in inkomen tussen een vakkenvuller en een CEO legitimeren. Volgens mij denken veel politici zoals toevalsegalitaristen. Neem iemand als de Franse president Macron. Hij noemt zich schatplichtig aan de sociaaldemocratie, maar in een profiel in The New Yorker (juli 2019) worden zijn denkbeelden over rechtvaardigheid geheel in lijn met het toevalsegalitarisme omschreven: verschillen in inkomen zijn gerechtvaardigd wanneer ze terug te voeren zijn op vrije keuzes. Op die manier zijn enorme inkomensverschillen goed te praten.Door verdienste in je theorie te introduceren, kun je grote inkomensverschillen niet makkelijk wegwuiven. Aan verdienste koppel ik behalve keuzevrijheid, ook de sociale waarde die een bepaalde keuze oplevert. De filosofische discussie gaat dan niet alleen over de verantwoordelijkheid voor een bepaalde keuze, zoals bij het toevalsegalitarisme. Het debat gaat ook over de vraag: wat is sociaal waardevol en wat is dat niet?Bijna iedereen vindt dat sommige mensen meer verdienen dan anderen en dat het goed is als zij krijgen wat ze verdienen. Suzanne verdient een mooi salaris omdat ze hard werkt. Rozemarijn verdient op z’n minst erkenning, omdat ze de buurvrouw uit haar brandend huis heeft gered. En Mark verdient straf omdat hij een winkeldiefstal heeft gepleegd. Wat hebben al die claims met elkaar gemeen? Ze komen er allemaal op neer dat een morele balans verstoord zou zijn als iemand niet krijgt wat hij of zij verdient. Verdienste vereist dat een handeling of eigenschap van iemand – hoe hard Suzanne werkt, hoe heldhaftig Rozemarijn is, wat voor strafbare feiten Mark pleegt – in proportie staat tot hoeveel die persoon krijgt.Met het begrip ‘verdienste’ kun je een nieuwe wending geven aan de maatschappelijke discussie over topsalarissen. Vaak worden die salarissen gerechtvaardigd met het argument dat die verdiend zijn, omdat iemand een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd. Kijk naar de voormalige topman van Unilever, wiens inkomen in het jaar voor zijn aftreden 283 keer zoveel bedroeg als een doorsnee werknemer – om maar te zwijgen over de baas van de Weight Watchers bij wie die verhouding 1 op 5900 was. Volgens het principe van proportionaliteit betekent dit dat de topman van Unilever gemiddeld 283 keer harder werkt, meer talent of verantwoordelijkheid heeft. Maar die vlieger gaat niet op: als je een gemiddelde werknemer van Unilever op zijn positie zou zetten, is het onwaarschijnlijk dat die het 283 keer slechter zou doen dan de CEO!<br/
Tú que dices ser nuestro Dios: Reflexiones sobre imágenes de Dios en tiempos de crisis. Inspirado por textos de Huub Oosterhuis
The author explores God images that can be credible in times of crisis, through the translation and interpretation of three songs of the Dutch theologian and poet Huub Oosterhuis. Starting from the position of negative theology, the author presents a phenomenological study of the sorrows, longings and yearnings that resonate when people call on God in everyday life. She suggests contemplating God in the clamour for His absence, in positive experiences of contrast and in moments when light erupts in the darkness, when unexpectedly future possibilities open upLa autora explora imágenes de Dios que pueden ser creíbles en tiempos de crisis, mediante la traducción e interpretación crítica de tres canciones del teólogo y poeta holandés Huub Oosterhuis. Partiendo desde la teología negativa, el artículo explora una mirada fenomenológica a los gritos, suspiros y anhelos que resuenan cuando las personas llaman a Dios en la cotidianidad. Propone contemplar a Dios en el clamor por su ausencia, en experiencias de contraste positivas, y en momentos de irrupción de luz frente a la oscuridad, cuando inesperadamente se vislumbran posibilidades de futuro
Thinking by Drawing: An Interview with Shelly Kagan
The Erasmus Journal for Philosophy and Economics (EJPE) interviewed Kagan about his formative years; his work on death, the moral status of animals, and desert; his views on changing one’s mind and convergence in philosophy; and his advice for graduate students in moral philosophy
- …
