1,721,012 research outputs found
Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven
Tussen november 2014 en april 2015 heeft ADC ArcheoProjecten een Inventariserend Veld Onderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd binnen het tracé van de toekomstig aan te leggen infiltratieleiding tussen de kruising A50/N309 en Ossenweg - Dellenweg te Epe. Doel van het onderzoek was het vaststellen van de mogelijke aanwezigheid en conservering van archeologische resten in de ondergrond om zo tot een advies voor vervolg te kunnen komen.
Hiertoe zijn binnen vijf geselecteerde tracédelen14 proefsleuven van variabele lengte aangelegd die samen ca. 10% van het plangebied beslaan. Op één niet nader te dateren paalkuil na zijn in de proefsleuven geen archeologisch antropogene sporen aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats.
Derhalve adviseert ADC ArcheoProjecten om de onderzochte gebieden vrij te geven voor verder ontwikkeling
Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven
ADC ArcheoProjecten een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd binnen deelgebied 2 van het tracé van de nieuw te verbreden N222. Hierbij zijn vijf proefsleuven met een totale omvang van 504 m2 aangelegd. Helaas zijn hierbij geen archeologische sporen aangetroffen. Wel zijn er in een verspoelde laag 29 fragmenten aardewerk uit de Late Ijzertijd/Romeinse tijd aangetroffen. De vindplaats waar deze van afkomstig zijn ligt echter buiten het plangebied.
Wegens het ontbreken van een duidelijke vindplaats heeft deze een niet behoudenswaardige waardering. ADC ArcheoProjecten derhalve geen verder archeologisch onderzoek binnen het deelgebied uit te laten voeren
Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek
ADC ArcheoProjecten heeft in juni 2013 ten behoeve van de voorgenomen herinrichting van de Thamerlaan en Prins Bernardlaan te Uithoorn een bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd.
Op basis van het bureauonderzoek kan gesteld worden dat de ondergrond binnen het plangebied uit wad- en kwelderafzettingen bestaat. Deze zijn afgezet in het Neolithicum en/of de Bronstijd. In theorie kunnen hier in of aan de top hiervan resten uit deze perioden aanwezig zijn. In het onderzoeksgebied zijn echter geen vondsten bekend. Mogelijk waren geen bewoonbare kreekruggen aanwezig. De kans op het aantreffen van vindplaatsen is dan ook klein.
In de periode Bronstijd/IJzertijd t/m de Vroege Middeleeuwen bevonden zich ter plaatse van het onderzoeksgebied uitgestrekte veenmoerassen. In de Late Middeleeuwen werd het gebied ontgonnen en ontstond Uithoorn. In of aan het maaiveld kunnen archeologische resten voorkomen vanaf de Late Middeleeuwen, gelieerd aan de historische kern van Uithoorn. Deze worden met name verwacht in het westelijke deel.
Teneinde deze verwachting te toetsen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd.
Conform verwachting bestaat de ondergrond tot op een diepte van tenminste 300 cm – mv uit een pakket Hollandveen. De top hiervan reikt in principe tot net onder het huidig maaiveld (boring 3, 25 cm – mv), maar op de meeste plaatsen is deze tot op grotere diepte, 75 cm of meer, vergraven.
Aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden uit de Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd aan of in de top van het veen zijn niet waargenomen.Aanwijzingen voor de aanwezigheid van een kreekrug binnen het plangebied zijn evenmin aangetroffen. Het profiel bestaat tot op een diepte van tenminste 300 cm – mv uit veen.
Op basis van bovengenoemd resultaat adviseert ADC ArcheoProjecten om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.
Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een besluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit besluit afwijkt van het door ons opgestelde advies
Een archeologische opgraving
ADC ArcheoProjecten heeft tussen 3 en 6 juni 2014 een opgraving uitgevoerd op een toekomstig weg/fietspad benedendijks de Gouderaksedijk ter hoogte van nummer 77. Het project valt enerzijds binnen het kader van de ontsluiting van landbouwgronden welke door de inmiddels aangelegde N207 niet meer via de Tiendweg bereikbaar zijn. Tevens is aansluiting op een fietsroute voorzien welke onder de N207 door loopt.
Het archeologisch onderzoek behelst het in kaart brengen van eventuele aanwezige resten ter hoogte van de aansluiting met het dijklichaam bij nummer 77. Uitgangspunt van het onderzoek was toetsing van zeer nabij gelegen in context aangetroffen Romeinse vondsten. Hoofdzakelijk bestond de vraag of er sprake is van een Romeinse nederzetting of bewoningsactiviteit. In tweede instantie diende ook de aanwezigheid te worden getoetst en geïnterpreteerd van de boven het Romeinse niveau aangetroffen niveaus uit de 10-13e eeuw en de Nieuwe Tijd (14e-16e eeuw).
Tijdens de opgraving is echter een sloot aangetroffen met meerfasige beschoeiingen, daterend uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd. Slechts kleine delen binnen de werkput bleken relatief intact qua bodemopbouw. Hierin zijn evenmin Romeinse vondsten aangetroffen. In het zuiden van de werkput zijn vermoedelijk twee veenwinningskuilen aangetroffen in doorgeslipte klei
Een archeologische begeleiding op de Kerkbrink te Ermelo
Op 11 december 2012 heeft ADC ArcheoProjecten een archeologisch onderzoek uitgevoerd op de locatie Kerkbrink te Ermelo. Dit onderzoek betrof het begeleiden van de uitgraving van drie boomgaten in opdracht van de Gemeente Ermelo. Indien archeologische resten tijdens het grondverzet tevoorschijn zouden komen, dienden deze te worden gedocumenteerd.
Op het onderzochte terrein, dat vóór de werkzaamheden in gebruik was als grasveld, werden drie bomen geplant, waar uiteindelijk nog twee extra gaten bij zijn gekomen. De bevoegde overheid, de gemeente Ermelo, heeft gesteld dat deze werkzaamheden alleen mochten worden verricht onder archeologische begeleiding. Uitgevoerd door een erkend en daartoe gemachtigd archeologisch bedrijf. In totaal is ca. 63 m² begeleid.
Tijdens het onderzoek zijn geen sporen waargenomen. Wel is in sommige delen van het onderzoeksgebied veel puin aangetroffen. De herkomst hiervan is onduidelijk. Er is geen vondstmateriaal aangetroffen in de door het ADC begeleide boomgaten
Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven en een Begemann-boring
Tussen 11 en 20 maart 2013 is door ADC ArcheoProjecten een Inventariserend Veldonderzoek uitgevoerd op 5 locaties binnen het nieuwe te realiseren verlengde traject van de A4 tussen Delft en Schiedam. Op 13 mei 2013 volgde een mechanische diepteboring om de gevolgen van het opbrengen van een zandlichaam in de jaren 70 van de vorige eeuw vast te stellen op de ondergrond en de daarin mogelijk aanwezige archeologische waarden.
De profielen toonde aan dat er door ploegen in het verleden en het aanbrengen van verharding voor landbouwvoertuigen in het (recente) verleden delen van de toplagen van het gebied ernstig zijn verstoord.
Tijdens het onderzoek is op één locatie, Archeologisch Tracévak 3 een gering aantal sporen aangetroffen. Deze konden aan de hand van vondstmateriaal in de Vroege Middeleeuwen worden geplaatst. Op basis van de aangetroffen sporen en hun kwaliteit is de vindplaats als `niet behoudenswaardig´ gewaardeerd.
Binnen de overige Tracévakken zijn geen samenhangende antropogene sporen aangetroffen. Door het ontbreken van antropogene sporen zijn ook deze locaties als ´niet behoudenswaardig´ aangemerkt.
Er wordt voor dit plangebied geen verder archeologisch onderzoek aangeraden
Een aanvullend en karterend inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven
Tussen 14 en 19 oktober 2013 is door ADC ArcheoProjecten een aanvullend en karterend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in Abbenbroek, Zuidland en Geervliet, in de gemeente Bernisse in het kader van de aanleg van een 150kV elektriciteitskabel. Bij dit onderzoek werden zes locaties door middel van proefsleuven onderzocht. Het onderzoek had als doel te achterhalen of er vindplaatsen op deze locaties aanwezig waren, wat de conservering hiervan was en eventueel een doorstart te maken naar een Definitief Archeologisch Onderzoek.
In twee van de zes proefsleuven, proefsleuf 2 en 5, werden buiten een smal kreekje geen archeologisch antropogene sporen aangetroffen. In de overige proefsleuven werden een klein aantal sporen aangetroffen. Echter was de omvang hiervan niet voldoende om op deze onderzoeksgebieden eenduidig vindplaatsen aan te wijzen.
Het ontbreken van deze duidelijke vindplaatsen binnen de onderzochte gebieden betekend dat deze locaties als niet behoudenswaardig aangemerkt kunnen worden waarvoor wordt aanbevolen om geen verder archeologisch onderzoek te laten uitvoeren
Een archeologische begeleiding
ADC ArcheoProjecten heeft een Archeologische Begeleiding (conform protocol Opgraven) uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van een hemelwaterafvoer op de Valburgseweg in Elst. De Archeologische Begeleiding behelsde het toezicht houden op het uitgraven van de sleuf en het documenteren van eventueel aanwezige archeologische resten.
Het onderzoeksgebied heeft een oppervlakte van ca. 1980 m² en is in gebruik als weg. Het gebied betreft de Valburgseweg en een deel van de Dorpsstraat.
Tijdens de begeleiding zijn sporen aangetroffen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Het betreft een laatmiddeleeuwse sloot en sporen uit de Tweede Wereldoorlog. In dit gebied komen sporen uit de Tweede Wereldoorlog veel voor gezien de oorlogshandelingen in het gebied rondom Elst, met name operatie Market Garden in 1944. De Valburgseweg was het toneel waar veel schermutselingen hebben plaatsgevonden
Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van proefsleuven en een karterend booronderzoek
ADC ArcheoProjecten heeft tussen 8 en 13 januari 2014 een inventariserend proefsleuvenonderzoek (locatie A en B) en een karterend booronderzoek (locatie C) uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de uitbreiding van de Pijnackerse Vaart. Locaties A en B zijn gelegen binnen gebieden waar aan de hand van eerder uitgevoerde onderzoeken een hoge verwachting bestaat. Volgens het vooronderzoek bevinden zich binnen deze locaties kreekafzettingen, die aantrekkelijke bewoningslocaties waren.
Op basis van het bureauonderzoek bevindt locatie C zich op een getij-inversierug, die vanwege haar relatief hoge ligging een aantrekkelijke plaats voor bewoning geweest kan zijn.
Op basis van archeologische waarnemingen uit de directe omgeving kunnen op bovenstaande locaties (A, B en C) met name vondsten en sporen worden verwacht uit de Romeinse tijd, Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Eventuele sporen en vondsten van locatie A zouden kunnen aansluiten bij een Romeinse nederzetting.1 Voor locatie C kon bijvoorbeeld gedacht worden aan sporen van een huisterp en bewoningssporen die te relateren zijn aan de nabijgelegen 17e-19e eeuwse boerderij Overgauw. Deze zouden zich in en direct onder maaiveldniveau kunnen bevinden.
Op locatie A werden enkele smalle greppeltjes gevonden, die onderdeel uitmaken van een verkavelingssysteem van een nederzetting uit de Romeinse tijd die bij een voorgaand onderzoek werd aangetroffen. Ook werden hier twee fragmenten aardewerk daterend tussen de 1e en 3e eeuw n. Chr. Aangetroffen. Deze vondsten werden echter niet in verband gedaan met de aangetroffen sporen. Op locatie B werd in een kreekafrugafzetting een nagenoeg compleet paardenskelet aangetroffen maar lagen verder geen antropogene sporen. Op basis van de boringen op locatie C kon de aanwezigheid van de getij-inversierug worden bevestigd. De begrenzing van de inversierug kon tijdens het booronderzoek niet worden bepaald, doordat aan de noordzijde van het terrein een brede sloot aanwezig is. Tijdens het booronderzoek zijn geen archeologische vondsten gedaan en is geen archeologische (lak)laag aangetroffen.
De kans op de aanwezigheid van archeologische sporen is dan nog wel aanwezig, maar door het ontbreken van vondsten en of een laklaag lijkt de kans op het aantreffen van archeologische sporen klein.
ADC ArcheoProjecten adviseert daarom om het terrein vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling
Een archeologische opgraving bij de begraafplaats aan het Stichts End 57 te Ankeveen (gemeente Wijdemeren)
Tussen 19 augustus en 20 september 2013 werd door ADC ArcheoProjecten, samen met locale vrijwilligers en studenten van de Universiteit Leiden een deel van de voormalige begraafplaats naast de huidige Hervormde Kerk aan het Stichts End 57.
Lange tijd werd binnen de gemeenschap in Ankeveen gedacht dat bij de oude kerk alleen aan de noordzijde werd begraven, op de plek waar tegenwoordig ook nog een kleine begraafplaats ligt.
Tijdens een eerder dat jaar uitgevoerd proefsleuvenonderzoek werd hier echter een relatief hoog aantal begravingen aangetroffen waarvan een groot deel van kinderen. Tijdens de opgraving werden in totaal ruim 265 begravingen gedocumenteerd waarvan ruim 50% van onvolwassenen. Tevens werden resten van de laatmiddeleeuwse kerk aangetroffen. Deze ligt grotendeels onder het huidige kerkgebouw maar heeft een iets richting het zuiden afwijkende oriëntatie. Vondstmateriaal en 14C-dateringen plaatsen het gebruik van de begraafplaats tussen de 13e en vroege 19e eeuw
- …
