1,720,952 research outputs found
Opening van vier nieuwe laboratoria van de Afdeling der Werktuigbouwkunde van de Technische Hogeschool Delft
Samenvatting van de toespraak door Prof.ir, R. van Hasselt bij de officiele opening van vier nieuwe laboratoriavan de Afdeling der Werktuigbouwkunde Boon, E.F. en Boot, J.: het Laboratorium voor Chemische Werktuigen Vahl, L.: het Laboratorium voor Koudetechniek Van Eldik Thieme, H.C.A.: het Laboratorium voor Voertuigtechniek Blok, H.: het Laboratorium voor WerktuigonderdelenWerktuigbouwkundeMechanical, Maritime and Materials Engineerin
Westerdokseiland Amsterdam
Het Westerdokseiland ligt in Amsterdam, ingeklemd tussen het Westerdok en het IJ. Het gebied wordt grotendeels in beslag genomen door een dijklichaam met daarop een in onbruik geraakt rangeerterrein van de NS. Aan de IJ-zijde bevinden zich enkele bedrijfjes, waaronder de voormalige Y-markt en een drijvende parkeergarage. Als uitgangspunt voor het programma heb ik de startnotitie Westerdokseiland genomen. In deze startnotitie gaat men uit van de ontwikkeling van de zgn. IJ-weg. Dit is een vierbaans stadsweg die de ring en het centrum moet kortsluiten. Verder gaat men uit van de ontwikkeling van de IJ-rail, een metro-ringlijn. Het gebied zal voornamelijk een woonfunctie krijgen. Plan: Het woningbouwprogramma is in twee delen gesplitst: een gedeelte gestapelde bouw aan de rand van het water, in het verlengde van de graansilo en een verdiepingshoge plaat van patiowoningen op het dijklichaam. Het doel van dit plan is het gebied op maaiveldniveau zo veel mogelijk open te houden. Dit maaiveldniveau wordt gedeeltelijk boven de weg aan de IJ-zijde opgetild zodat deze geen barri vormt voor het erachter gelegen woongebied. Om vrij zicht te houden op de horizon wordt aan de ene kant het blok opgelicht boven het maaiveld, terwijl aan de andere kant de patiowoningen in het maaiveld worden verzonken. Onder het maaiveld bevinden zich verder een 2-lagige parkeergarage en een supermarkt. De metro is vanwege het attractieve uitzicht gedeeltelijk bovengronds. Het is een rollercoaster; de stad is een pretpark. De rail slingert vanaf het centraal station met een bocht dwars door de balk: op de intersectie bevindt zich een station. Hij vervolgt zijn weg met een sierlijke kromming om in het IJ een tunnelbak in te duiken. De patiowoningen: de opzet is hier een plaat aaneengeschakelde woningen gelegen op het dijklichaam die aan de IJ-zijde aansluit op het nieuwe maaiveld. Een grid verdeelt het veld in privedeeltes. Elke eenheid is bereikbaar vanuit de onderliggende parkeergarage en vanaf steigers die eroverheen liggen. De tussenliggende woonlaag kan hierdoor een continu veld vormen. Elke eenheid wordt georganiseerd door de plaatsing van een uitzichttoren met daarin een concentratie van functies. Het accent ligt binnen deze woningen op het introverte. Een woning in de stad met een relatief grote privuitenruimte. De plaat wordt slechts doorsneden door een aantal corridors die het maaiveld met het Westerdok verbinden. Het woningblok: de basis voor het woningblok is een homogene betonstructuur binnen een stalen huid. Tussen de kern en de huid bevindt zich een tussenzone met buitenruimtes. De betonnen kern en de huid worden op een aantal plaatsen opengesneden. Deze snedes delen het volume op en geven op verschillende wijze identiteit aan het eronder gelegen maaiveld. Op deze plaatsen komt het binnenste, de kern van de balk, te voorschijn. Door het gebouw op te tillen wordt een extra gevel zichtbaar. Deze vormt samen met de zijgevels en het dak een continu geheel; de stalen huid die als een koker het gehele gebouw omvat. De woningen in het uitgewerkte deel worden bereikt door een binnen-/bovenstraat. Het midden van het gebouwdeel wordt opengebroken door vides die ruimte maken voor de liften, en door kleinere vides die licht in het hart van de woning brengen. De neutrale tunnelstructuur die zich aan beide zijden richt op het uitzicht, wordt ingedeeld door het plaatsen van een aantal doosjes met keuken/natte cel/toilet. Binnen de stalen roostergevel zijn banen aangebracht waarbinnen de roosters te openen zijn. Hierdoor ontstaat in de gevel een steeds wisselend patroon van open en gesloten delen. Door het gebied op bovenstaande wijze in te delen, wordt optimaal gebruik gemaakt van de prachtige omgeving aan het IJ. Eveneens wordt het gebied door een dynamische interpretatie van de infrastructuur een onderdeel van Amsterdam als metropool.Architectur
Gender and technology in the East Midlands boot and shoe industry : 1850-1911
Many scholars now consider that gender is an important category in historical study,
but unfortunately many do not practice what they preach. Feminists have recognised
for some time the importance of some form of historical analysis to feminism, or at
least what Judith Allen calls 'a historically grounded feminism'. The protagonists in
the debate disagree considerably, however, over the methodology which feminist
historians should adopt. The various positions taken up have led to a schism between
those who believe the feminist challenge to mainstream, or what Elizabeth Fox-
Genovese calls 'official' history, should be mounted from within the discipline of
history or from outside it. Judith Allen claims that the work which has been done in
women's history to date serves to raise considerable doubt that accepting the
discipline of history as presently constituted is a viable option for feminism. She sees
the phallocentric characteristics of history as an obstacle to feminists using history.
Allen feels that 'no less than Marxism, feminism is opposed by professional historians
as an ahistorical grid of abstraction and prescription, threatening the integrity of the
historical evidence.
Near-field verspreiding van het overvloeiverlies van een sleephopperzuiger
In opdracht van Directie Noordzee is onderzoek gedaan naar de verspreiding van het overvloeiverlies bij sleephopperzuigers. Dit onderzoek is gericht op de vraag: wanneer treedt er menging van het overvloeiverlies met de waterkolom op en wanneer gedraagt het overvloeiverlies zich a1s een dichtheidsstroom. In geval van een dichtheidsstroom komt slechts een zeer geringe hoeveelheid sediment in de waterkolom terecht. Het onderzoek is uitgevoerd in het Laboratorium voor. Er is een modelopstelling gebouwd, bestaande uit een stroomgoot waarin een model van een schip (schaal I:60) in gemonteerd is. In deze goot stroomt water langs het schip met snelheden die berekend zin aan de hand van vaarsnelheden van het prototype. De stroomsnelheden zijn volgens Froude geschaald. In het schip is een overvloei aangebracht. Deze overvloei bestaat uit een pijp die centraal in het voorste gedeelte van het schip verticaal is geplaatst. Deze pijp loopt dwars door de bodem van het schip en is met de bodem gelijkgemaakt. Door deze pijp wordt een mengsel van water met kaoliniet geloosd, waarvan de dichtheid groter is dan de dichtheid van het omgevingswater in de goot. De snelheid waarmee het mengsel in de overvloei geloosd wordt is geregeld door middel van een hevel. Deze uitstroomsnelheid is ook door middel van schaling volgens Froude bepaald. In deze opstelling worden drie parameters gevarieerd: de stroomsnelheid in de goot, de uitstroomsnelheid van het mengsel uit de overvloei en het dichtheidsverschil tussen het mengsel en het omgevingswater in de goot. Aan de hand van het prototype is voor het model een gemiddelde verticale uitstroomsnelheid van 0.1 m/s bepaald. Door deze snelheid te halveren en te verdubbelen zijn voor het onderzoek de uitstroomsnelheden 0.05 m/s en 0.2 m/s daar aan toegevoegd. Tevens zijn er aan de hand van het prototype drie dichtheidsverschillen bepaald tussen het overvloeiverlies en het omgevingswater. Deze verschillen bedragen 16,33 en 49 kg/m3. Voor iedere stroomsnelheid in de goot zijn vervolgens negen experimenten uitgevoerd, waarbij a1le combinaties van uitstroomsnelheid en dichtheidsverschil zijn toegepast. Het resultaat van elk van deze experimenten is een pluim die zich na het verlaten van de uitstroomopening van de overvloei in het omgevingswater verspreidt. De wijze waarop deze verspreidt is vastgelegd op video. Aan de hand van deze videobeelden is en analyse van de verspreiding van het overvloeiverlies gedaan. Aanvankelijk is getracht op basis van deze beelden direct te bepalen of een pluim zich a1s een dichtheidsstroom gedraagt of dat er menging van het overvloeiverlies met het omgevingswater plaatsvond. Vervolgens zijn deze waarnemingen getoetst aan een theorie van Fay. De theorie van Fay is gebaseerd op de veronderstelling dat wanneer de radiale verspreiding van de pluim over de bodem een dichtheidsstroom is, het deel van de pluim tussen de uitstroomopening van de overvloei en de bodem zich ook a1s een dichtheidsstroom gedraagt. Visueel is vastgesteld dat de verspreiding van de pluim in radiale richting over de bodem in stilstaand water een dichtheidsstroom is. Met behulp van deze vaststelling en de theorie van Fay is een criterium opgesteld voor een dichtheidsstroom, waaraan de verspreiding van de pluimen in stromend water is getoetst. In een grafiek zijn de drie parameters stroomsnelheid (vaarsnelheid), uistroomsnelheid en dichtheidsverschil tegen elkaar uitgezet. Het resultaat is een overzicht van verschillende combinaties van de parameters, waarin duidelijk onderscheid gemaakt kan worden tussen een gebied voor menging, een gebied voor dichtheidsstroom en een overgangsgebied daar tussenin. Bij bekende dichtheid van het overvloeiverlies en uitstroomsnelheid (afhankelijk van zuigdebiet en overvloeidiameter) kan nu bijvoorbeeld de maximale vaarsnelheid waarbij nog een dichtheidsstroom optreedt bepaald worden.Hydraulic EngineeringCivil Engineering and Geoscience
Visualisation of Component Alert Data for an Analysis by Machine Learning Algorithms
In recent days, the products and services provided by banks have moved to the digital domain more and more. Since most people rely on these services in their day to day lives, availability and reliability are very important in the success of a bank. In an effort to increase automation in this regard, ING Bank wants to employ machine learning to predict failure and alert a response system which will then try to put the system back into normal operation. To achieve this a better understanding of the intricacies of the interaction between system prior to and during failure is required. By creating an interactive way of visually playing back the event logs that describe the interaction between these systems we provide a first step in this understanding. Currently a lot of ING systems log their events to a database called TracING. These logs include a lot of information which is described in more detail in subsection 4.2. Logs extracted from this database are transformed into a report of metrics in the format of an interactive HTML page, where they can be visualised through time. Furthermore, some static metrics are also generated such as charts that showcase event success and failure for various durations. The initial focus of the project was to implement the machine learning prediction, but due to lack of classifiers in the provided data, the focus shifted towards visualising the data. Because of this, simple feature vector creation and a support vector machine have also been implemented as a basis for future work. Based on our work ING will expand the visualisation and, when additional data with more classifiers has been obtained, finish the machine learning prediction and alert system.Electrical Engineering, Mathematics and Computer ScienceIntelligent System
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Car boots: Layers and drawers
The car boot of practically any car appears to be pretty low on the list of items the manufacturer considers important.The world of glossy, state of the art and high-tech design seems to come to a halt behind the rear seat. Designers at Audi, the German car manufacturers, were well aware that this part of the car had been neglected and that it could be put to much better use. Visique, a team of students at the TU Delft faculty of Industrial Design, were asked to develop an innovative concept
- …
