1,721,268 research outputs found

    Transect-rapport 1981: Een eerste archeologische blik op het Franse Kamp Austerlitz. Austerlitz, Gramserweg 109, Gemeente Zeist (UT)

    No full text
    In september 2017 is een archeologische opgraving uitgevoerd in een plangebied aan de Gramserweg 109 in Austerlitz, in verband met bouwplannen van de opdrachtgever. Het plangebied is gelegen binnen het zogenoemde Franse Kamp (1804/1805-1808), het grootste militaire kampement in Nederland uit de Napoleontische tijd. Het plangebied ligt in de noordelijke zone van het Franse legerkamp, op de plek waar troepen van de tweede Franse divisie (Seconde Division Troupes Françaises) waren gelegerd. Volgens een kaart, gemaakt in opdracht van toenmalig opperbevelhebber van het Frans-Bataafse leger, generaal Auguste Frédéric Louis Viesse de Marmont (1774-1852), bevindt het plangebied zich in een zone waar verblijven van militairen (barakken of tenten) en keukens en/of waterputten te verwachten zijn. Doelstelling Voor dit definitieve onderzoek zijn in een Plan van Aanpak (PvA) op basis van het Programma van Eisen (PvE) de onderzoeksdoelen geformuleerd. Het algemene onderzoeksdoel was de inrichting van het Franse Kamp te achterhalen en inzicht te krijgen in het dagelijkse leven in een legerkamp in de vroege 19e eeuw. Daarnaast diende te worden aangetoond of de in de historisch bronnen genoemde militaire eenheden ook daadwerkelijk in het kamp gelegerd waren. Verder moest er uitgegaan worden van de onderzoeksvragen en resultaten in de directe omgeving van het onderzoeksgebied. Onderzoeksmethode De opgraving bestond uit één werkput, waarin twee archeologisch leesbare vlakken zijn aangelegd. Het eerste archeologisch vlak lag in een akkerpakket, dat volgens het vooronderzoek Post-Frans moest zijn. Het tweede archeologisch relevante niveau is aangelegd in de top van de pleistocene ondergrond (C-horizont, het moedermateriaal), dat hier uit glaciofluviale afzettingen (grof zand en grind) bestaat. De documentatie van de bodemprofielen vond alleen plaats ter hoogte van de onverstoorde delen. Met name het noordwestprofiel en het noordoostprofiel bleken voor het grootste gedeelte verstoord. Gekozen is het gehele lengteprofiel te documenteren aan de zuidwestkant en de zuidoostkant van de werkput. De interpretatie van de bodemprofielen is verricht door een fysisch geograaf (dhr. T. Nales). Ten behoeve van pollenonderzoek en/of micromorfologisch onderzoek is de bodemopbouw bemonsterd door het slaan van twee pollenbakken. Tijdens de uitwerking zijn de keramiek- en metaalvondsten, alsmede botanisch materiaal en dierlijk botmateriaal specialistisch onderzocht. De vondstcategorieën keramiek (aardewerk, pijp en bouwmateriaal) en metaal zeggen veel over het gebruik van het plangebied in het verleden en het dagelijks leven van de gebruikers van dit gedeelte van het kamp. Hiertoe zijn deze door materiaalspecialisten gedetermineerd, beschreven, gedateerd en gerapporteerd. Een monster uit de oude bouwvoor is palynologisch onderzocht om een pollenbeeld c.q. vegetatiereconstructie te maken. Drie macrobotanische monsters zijn alleen gewaardeerd, maar kwamen niet in aanmerking voor analyse. Ook het dierlijk botmateriaal is door een specialist gedetermineerd, beschreven en gerapporteerd. Bij de uitwerking zijn van de verschillende vondstcategorieën verspreidingskaarten gemaakt, om tot een interpretatie te komen van vermeende structuren en/of activiteitenzones. Resultaten Nagenoeg alle aangetroffen sporen en vondsten zijn in verband te brengen met het Franse Kamp. Tot de belangrijkste sporen behoort een greppelachtige structuur, die qua verschijningsvorm en oriëntatie overeenstemt met een greppelstructuur die in ander onderzoek op een nabijgelegen terrein is aangetroffen. Ook is de oriëntatie in overeenstemming met die van de ‘linies’ op de kaart van Marmont ter hoogte van het plangebied. De greppelstructuur kan een plek zijn waar werd gekookt en/of kan een afscheiding zijn geweest. Daarnaast werden diverse diepe kuilen aangetroffen die zijn geïnterpreteerd als zandwinningskuilen en, aan de randen van de werkput, drie rechthoekige tent- of gebouwstructuren. Het vondstmateriaal bestond uit gebruiksaardewerk, rookgerei, bouwkeramiek, metaal, dierlijk botmateriaal, glas en natuursteen. Onder het aardewerk waren opvallend veel fragmenten van zogenoemde kachelpannen aanwezig, waarmee werd gekookt. Dit bevestigt het vermoeden dat het plangebied zich bevindt ter hoogte van de keukenzone. Onder de metaalvondsten bevonden zich drie regimentsknopen, die konden worden toegewezen aan het 84e régiment d’infanterie de Ligne, dat deel uitmaakte van de Seconde Division Troupes Françaises

    Transect-rapport 1978: Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven, Karterende en Waarderende Fase. Bodegraven, Plangebied Doorticht 1, Gemeente Bodegraven-Reeuwijk (ZH)

    No full text
    In oktober 2018 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Doortocht 1 in Bodegraven, in verband met bouwplannen van de initiatiefnemer die het plangebied zullen verstoren. Het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting vanwege de ligging op de zuidoever van de Oude Rijn, die vanaf de eerste eeuw na Chr. de Romeinse rijksgrens, de Limes, vormde. De oeverafzettingen van de Oude Rijn waren ook al in de IJzertijd en later in de Middeleeuwen en Nieuwe tijd gunstige vestigingsgronden. Vooral vanwege de hoge verwachting op de Romeinse weg in het plangebied en mogelijke nederzettingsresten uit de periode van de IJzertijd tot en met de Middeleeuwen is onderhavig Inventariserend Veldonderzoek – Proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd. Hierbij zijn voornamelijk komafzettingen aangetroffen, en nauwelijks archeologische sporen en/of vondsten. Het geringe aantal sporen en vondsten dat wel is aangetroffen, is te dateren in de Nieuwe tijd. Er zijn geen sporen en/of vondsten aangetroffen die verband houden met de verwachte Romeinse weg. Ook zijn er geen indicatoren aangetroffen dat deze weg of limes wellicht in de buurt moet liggen of gelegen heeft. Sporen en/of vondsten van nederzettingen uit de Late IJzertijd, Romeinse tijd en Middeleeuwen zijn evenmin aangetroffen. De hoge archeologische verwachting op behoudenswaardige archeologische resten, zoals omschreven in het Programma van Eisen, niet is bevestigd met het proefsleuvenonderzoek. Wij adviseren dan ook om het plangebied archeologisch vrij te geven

    Transect-rapport 2038: Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Valkenswaard, Kromstraat 75-77. Gemeente Valkenswaard (NB).

    No full text
    In december 2018 is een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Kromstraat 75-77 in Valkenswaard. De aanleiding voor het onderzoek is de sanering van twee woningen, en het oprichten van twee vrijstaande woningen en aan aantal kleine logiesaccommodaties. Het plangebied wordt in het noordwesten begrensd door de Kromstraat, een straat waarvan bekend is dat er in de Middeleeuwen en Nieuwe tijd is gewoond en geleefd. Op basis van de resultaten van bureauonderzoek was aan het plangebied een verwachting toegekend op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Resultaten De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit een circa 40 cm dikke bouwvoor (S.1000). Hieronder ligt een circa 40 cm dik (restant van een) oud bouwlanddek (S.2000). Op basis van vondstmateriaal ziet het ernaar uit dat het oude bouwlanddek zich heeft opgebouwd vanaf de Late-Middeleeuwen tot in de Nieuwe tijd. Hieronder ligt het pleistocene zand (S.3000). Het pleistocene zand bestaat doorgaans uit zwak siltig tot matig siltig, matig fijn zand, en bevat af en toe grind en is doorgaans tot in de C-horizont afgetopt i.c. omgezet. In een enkel geval is nog sprake van een Bhs. In totaal zijn 71 grondsporen aangetroffen. Van deze grondsporen behoort in het westen van het plangebied een groot deel tot eenzelfde structuur, te weten een huisplattegrond die waarschijnlijk parallel aan de Kromstraat ligt. Het betreft grotendeels paalsporen van een houten constructie, op dezelfde locatie als waar op het Kadastrale Minuutplan (1811-1832) ook bebouwing staat afgebeeld. Mogelijk betreft het een voorganger van dit afgebeelde gebouw. Direct ten westen van de huisplattegrond lijkt een greppel of een voorganger van de Kromstraat te liggen, dan wel een deel van een potstal. Direct oostelijk van dit cluster lag een waterput/waterkuil. Er lijkt al met al sprake van een erf. Daterende vondsten zijn hier niet gedaan; afgaande op de textuur en het uiterlijk van de grondsporen dateren ze uit de Nieuwe tijd. Verder zijn in het plangebied diverse sporen van landgebruik aangetroffen uit de Nieuwe tijd en de Recente periode. Het vondstmateriaal betrof voornamelijk huishoudelijk keramiek en was afkomstig uit het oude bouwlanddek (S.2000) en enkele sporen. Archeologische resten uit eventuele eerdere periodes dan de (Late-)Middeleeuwen zijn niet aangetroffen

    Transect-rapport 2233: Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Hei en Boeicop, Hei en Boeicopseweg 103-103a Gemeente Vijfheerenlanden (UT).

    No full text
    In april 2019 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Hei en Boeicopseweg 103-103a in Hei en Boeicop (gemeente Vijfheerenlanden). De aanleiding voor het onderzoek was de aanvraag van een omgevingsvergunning met betrekking tot de sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van een nieuwe woning. Als gevolg van grondverzet ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden zouden de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied worden verstoord. In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming Waarde Archeologie 1. Gezien de omvang en diepte van voorgenomen bodemingrepen was archeologisch onderzoek noodzakelijk. Op basis van vooronderzoek werd gold voor het noordelijke deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting op de aanwezigheid van nederzettingsresten uit de periode Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd. Deze verwachting was met name gebaseerd op de aanwezigheid van een oude cultuurlaag en een terpachtige verhoging. Resten vielen in ieder geval minimaal vanaf een diepte van 50 cm -Mv te verwachten. In de rest van het plangebied en voor de overige archeologische perioden gold een lage archeologische verwachting. Door de bevoegde overheid is besloten om voorafgaand aan de sloop van de huidige bebouwing een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. In geval van behoudenswaardige archeologische resten kon eventueel een doorstart naar een opgraving plaatsvinden na een selectiebesluit van de bevoegde overheid; naar aanleiding van de resultaten van het veldwerk is dit laatste echter niet gebeurd. Methode Conform PvE zijn twee werkputten uitgezet. De ligging van de werkputten is te velde iets aangepast vanwege de werkelijke veldsituatie (kabels en leidingen). In de werkputten zijn met behulp van een graafmachine met gesloten gladde bak twee vlakken aangelegd, waarvan één vlak (vlak 1; diepte ca 0,3 m -NAP) direct onder de subrecente ophoging in de top van de vermeende oude woonheuvel en één eindvlak (vlak 2; diepte ca 0,7 - 0,8 m -NAP) in de top van het veen. Vlakken, sporen, vondsten en profielen zijn conform PvE gedocumenteerd. Resultaten Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn twee historische ophogingslagen en twee sporen aangetroffen uit de periode vanaf de Middeleeuwse ontginning, alsmede aardewerk, bouwkeramiek en glas. De jongste ophogingslaag valt op zijn vroegst te dateren in de late zestiende eeuw (zeventiende of achttiende eeuw lijkt ons echter waarschijnlijker), de oudste ophogingslaag was wegens gebrek aan vondstmateriaal niet nader te dateren. Ondanks het voorkomen van deze twee lagen is een middeleeuwse woonheuvel en/of terpzool niet als zodanig aangetroffen. De enige twee grondsporen waren een sloot en een muurtje uit de negentiende en/of twintigste eeuw. Hiermee is de verwachting vanuit het vooronderzoek niet bevestigd. De resten zijn ons inziens te schaars en inhoudelijk niet voldoende informatief om te spreken van een behoudenswaardige vindplaats

    Transect-rapport 2217: Een Opgraving, variant Archeologische Begeleiding. Panningen, Parklaan Gemeente Peel en Maas (LB).

    No full text
    In maart 2019 is een archeologische opgraving, variant Archeologische Begeleiding uitgevoerd in een park aan de Parklaan in Panningen (gemeente Peel en Maas). Het plangebied wordt heringericht. Binnen het plangebied bevindt zich volgens de archeologische beleidskaart één categorie Waarde-Archeologie 4 (gebied met een hoge archeologische verwachting). Deze is op de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan opgenomen als dubbelbestemming archeologie ter bescherming van de archeologische waarden. Hiervoor geldt dat een archeologisch (voor-)onderzoek nodig is als de omvang van het gebied waarbinnen de bodemverstoring plaatsvindt, dieper gaan dan 40 cm -Mv én groter is dan 250 m2 . Uit vooronderzoek was gebleken dat het plangebied een nagenoeg intacte bodemopbouw kent, gekenmerkt door een oude akkerlaag (plaggendek) met daaronder sporadisch nog een oudere akkerlaag (cultuurlaag) die uit de Middeleeuwen of zelfs vroeger kan dateren. De dikte van het (laatmiddeleeuwse) akkerdek bedraagt minimaal 85 centimeter en vormt daarmee een dikke beschermende buffer bovenop het archeologisch relevante (sporen-)niveau. De meeste voorgenomen bodemingrepen zouden die diepte niet overtreffen. Uitzondering hierop vormde de aanleg van de infiltratiekoffer. Omdat de grondwerkzaamheden ten behoeve van de realisatie van de infiltratiekoffer zouden leiden tot verstoring van archeologische resten, is gekozen voor een Opgraving, variant Archeologische Begeleiding. Methode Er is één werkput aangelegd op het gehele vlak van het toekomstige infiltratiebassin, waarbij aan alle kanten van het bassin 3 meter extra is aangehouden. Vanaf 40 cm onder maaiveld (i.e., onder de moderne bouwvoor) vonden de graafwerkzaamheden plaats onder regie van een KNA-archeoloog. Eerst is op ca 20 cm boven het archeologisch leesbare vlak, oftewel de C-horizont, een ‘tussenvlak’ aangelegd, dat visueel en met metaaldetector is afgezocht op aanlegvondsten en ook op eventuele sporen. Vervolgens is laagsgewijs verdiept totdat het leesbare vlak was bereikt, waarbij ook telkens op dezelfde manier is gezocht naar aanlegvondsten. Het vlak is met de schep opgeschaafd en gedocumenteerd, waarna sporen, vondsten en profielen zijn gedocumenteerd conform PvE. Nadat alle archeologische resten gedocumenteerd en geborgen waren, is het terrein vrijgegeven voor de civieltechnische werkzaamheden. Resultaten In het onderzoeksgebied zijn twee elkaar kruisende karresporen, een greppel en een kuil of paalkuil aangetroffen, alsmede een oud bouwlanddek. Het vondstmateriaal bestond uit 11 fragmenten keramiek, 1 fragment natuursteen en 1 fragment vuursteen. Op basis van de datering van het aardewerk dateren de karresporen en greppel uit de periode van de 10e tot en met 14e eeuw. Op basis van stratigrafie en datering van aardewerk is het oude bouwlanddek te dateren in de periode vanaf de Late-Middeleeuwen. Ten opzichte van bestaande kennis over de Middeleeuwen in Panningen heeft het onderzoek het bestaan aangetoond van twee elkaar kruisende routes (noord-zuid en oost-west) die tegelijkertijd of na elkaar in gebruik zijn geweest in de periode van de 10e tot en met 14e eeuw. De fragmenten vuursteen en natuursteen (V.3 en V.4) zijn mogelijk oudere archeologische resten; een context hiervoor ontbrak echter. Met deze resultaten is de archeologische verwachting ten dele uitgekomen

    Transect-rapport 2033: Een Opgraving, variant Archeologische Begeleiding. Castricum, De Nieuwe Loet. Gemeente Castricum (NH).

    No full text
    In november 2018 is een archeologische begeleiding uitgevoerd in plangebied De Nieuwe Loet in Castricum. Ten behoeve van de herontwikkeling van het mannenpaviljoen de Loet op het terrein van het voormalig psychiatrisch ziekenhuis Duin en Bosch, wordt onder andere een ondergrondse parkeergarage (ca. 1584 m²) gerealiseerd. Uit vooronderzoek was gebleken dat in de ondergrond resten aanwezig kunnen zijn uit de periode van de Late-IJzertijd tot de Vroege-Middeleeuwen. Resultaten Tijdens de archeologische begeleiding zijn tot op de maximale ontgravingsdiepte (ca 0,75 m + NAP) uitsluitend afzettingen aangesneden die zijn geïnterpreteerd als afzettingen van de Jonge Duinen, die werden gevormd vanaf de Vroege-Middeleeuwen. Ook zijn vegetatiehorizonten aangetroffen op een diepte van tussen 1.50 en 2 m + NAP, die zijn gedateerd in de Nieuwe tijd, en één kuil of natuurlijk spoor, dat eveneens in de Nieuwe tijd gedateerd kan worden. Vondsten zijn niet aangetroffen. Dit betekent dat in onderhavig onderzoek, in tegenstelling tot wat werd verwacht op basis van vooronderzoek, eventuele resten uit vroegere periodes niet zijn bereikt. Het is evenwel mogelijk dat deze zich bevinden op een niveau onder de ontgravingsdiepte die is bereikt tijdens onderhavig onderzoek

    Transect-rapport 1995: Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Mierlo, Oudvensestraat 16-18 Gemeente Geldrop-Mierlo (NB)

    No full text
    In november 2018 is een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P) uitgevoerd in een plangebied aan de Oudvensestraat 16-18 in Mierlo (gemeente Geldrop-Mierlo). De aanleiding van het onderzoek was een omgevingsprocedure voor de bouw van een bedrijfswoning in het plangebied. Uit het archeologisch vooronderzoek (Rap 2018), dat uit een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek bestond, is gebleken dat het plangebied een hoge verwachting heeft op het aantreffen van intacte archeologische waarden uit de periode Neolithicum – Nieuwe tijd, specifiek LateMiddeleeuwen – Vroege Nieuwe tijd. Op basis van de hoge archeologische verwachting is vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend Veldonderzoek-Proefsleuven (IVOP). De bodemopbouw was niet geheel intact te noemen. Duidelijke restanten van podzolering zijn afwezig. Er zijn archeologische resten aanwezig, in de vorm van een (oud) bouwlanddek, dat de indruk wekt in de recente periode geroerd te zijn. Een vermoedelijk middeleeuwse scherf uit deze laag is geïnterpreteerd als opspit. Ook zijn enkele sporen van landgebruik aangetroffen. De meeste van deze sporen dateren waarschijnlijk in de Nieuwe tijd, twee zijn met zekerheid recent. Er zijn tien fragmenten keramiek geborgen, waarvan het grootste deel roodbakkend geglazuurd. Omdat de bodemopbouw niet geheel intact is, het aantal en de afmetingen van de vondsten gering is en de archeologische resten weinig toevoegen aan de bestaande kennis, is de behoudenswaardigheid van deze vindplaats ons inziens laag. Wij adviseren het plangebied archeologisch vrij te geven op basis van de bevindingen van dit proefsleuvenonderzoek

    Transect-rapport 2000: Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Sint Pancras, Benedenweg 280. Gemeente Langedijk (NH).

    No full text
    In december 2018 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Benedenweg 280 in Sint Pancras. De aanleiding voor het onderzoek is de sloop van een bestaande schuur en de realisatie van een nieuwe woning in de oostelijke helft van het plangebied. Voor het bouwplan is een omgevingsvergunning aangevraagd, in welk kader ook archeologisch onderzoek is vereist. Op basis van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek gold in het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden uit de Bronstijd, IJzertijd, Vroege-Middeleeuwen, en Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Potentieel archeologisch relevante niveaus vielen te verwachten vanaf een diepte van 25-65 cm -Mv (oude bouwvoor of akkerlaag, waarschijnlijk daterend uit de Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd) en in de top van de natuurlijke afzettingen in het plangebied, op een diepte van 100-105 cm -Mv (ouder overstoven niveau, waarschijnlijk daterend uit de Bronstijd, IJzertijd of de Vroege-Middeleeuwen). Tijdens het veldonderzoek bleek de bodemopbouw in overeenstemming te zijn met resultaten van vooronderzoek. Het plangebied bevindt zich op de flank van een strandwal. Er is centraal in de noordelijke helft van het onderzoeksgebied één archeologisch spoor aangetroffen met hierin vondstmateriaal dat dateert uit de periode vanaf de (Late-)Middeleeuwen. Niettemin is dit spoor op basis van kleur en scherpte als (sub-)recente afvalkuil geïnterpreteerd. Ook recentere verstoringen aangetroffen: een grote recente kuil in het zuidwesten van het onderzoeksgebied en een boomkuil aan de oostzijde van het onderzoeksgebied

    Transect-rapport 2000: Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P). Sint Pancras, Benedenweg 280. Gemeente Langedijk (NH).

    No full text
    In december 2018 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Benedenweg 280 in Sint Pancras. De aanleiding voor het onderzoek is de sloop van een bestaande schuur en de realisatie van een nieuwe woning in de oostelijke helft van het plangebied. Voor het bouwplan is een omgevingsvergunning aangevraagd, in welk kader ook archeologisch onderzoek is vereist. Op basis van de resultaten van het archeologisch vooronderzoek gold in het plangebied een hoge verwachting op het aantreffen van intacte archeologische waarden uit de Bronstijd, IJzertijd, Vroege-Middeleeuwen, en Late-Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Potentieel archeologisch relevante niveaus vielen te verwachten vanaf een diepte van 25-65 cm -Mv (oude bouwvoor of akkerlaag, waarschijnlijk daterend uit de Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd) en in de top van de natuurlijke afzettingen in het plangebied, op een diepte van 100-105 cm -Mv (ouder overstoven niveau, waarschijnlijk daterend uit de Bronstijd, IJzertijd of de Vroege-Middeleeuwen). Tijdens het veldonderzoek bleek de bodemopbouw in overeenstemming te zijn met resultaten van vooronderzoek. Het plangebied bevindt zich op de flank van een strandwal. Er is centraal in de noordelijke helft van het onderzoeksgebied één archeologisch spoor aangetroffen met hierin vondstmateriaal dat dateert uit de periode vanaf de (Late-)Middeleeuwen. Niettemin is dit spoor op basis van kleur en scherpte als (sub-)recente afvalkuil geïnterpreteerd. Ook recentere verstoringen aangetroffen: een grote recente kuil in het zuidwesten van het onderzoeksgebied en een boomkuil aan de oostzijde van het onderzoeksgebied

    Transect-rapport 2079: Een archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P). Tilburg, Rugdijk 2, gemeente Tilburg (NB)

    No full text
    In oktober 2018 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Rugdijk 2 in Tilburg (gemeente Tilburg). In het kader van de wijziging van het bestemmingsplan en de toekomstige bouw van een bouwmarkt en tuincentrum waarbij bodemverstorende werkzaamheden zullen plaatsvinden, diende archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd, om de archeologische verwachting nader te toetsen en eventueel aan te treffen archeologische sporen en vondsten in kaart te brengen
    corecore