1,720,956 research outputs found

    Reologische eigenschappen van Ultrax

    No full text
    In dit verslag worden enkele ondersteunende onderzoeken van het promotieonderzoek van F. Beekmans beschreven. Er is gekeken naar enkele reologische eigenschappen van het vloeibaar kristallijne polymeer Ultrax. De experimenten zijn uitgevoerd met behulp van een capillair viscosimeter. Aangetoond is dat drukmeters nauwelijks invloed hebben op de ligging van de vloeicurven van dit materiaal (In een vloeicurve staat de viscositeit uitgezet tegen de afschuifsnelheid. Een vloeicurve is dus een maat voor het reologische gedrag.) Er is een duidelijk verband gevonden tussen de ligging van de vloeicurven en de droogtoestand van het materiaal Tijdens metingen bij langdurig verblijf van de stof in de barrel blijkt de viscositeit toe te nemen. Deze invloed van de tijd is in een grafiek uitgezet De invloed van de temperatuur is bepaald met metingen bij 310°C, 320°C en 330°C. Dit gaf bij 310°C een onverwachte onevenredige toename van de viscositeit De invloed van de rabinowitschcorrectie is onderzocht, deze is verwaarloosbaar gebleken. De met de computer berekende rabinowitschcorrectie kan vreemde resultaten opleveren als gevolg van een verkeerde aanname. Er is geprobeerd Ultrax op te lossen en uit deze oplossing een Ultrax-filmpje aan de brengen op de een glasplaatje. De structuur van dit laagje werd optisch onderzocht Het oplossen lukte erg goed, het aangebrachte laagje voldeed nog niet aan de verwachtingen.Applied SciencesTechnologie van Macromoleculaire Stoffe

    Richten van VECTRA

    No full text
    Dit praktikum is uitgevoerd in Materiaalkundig Praktikum materiaalkundestudenten. het kader van het voor derdejaars De doelstelling van dit praktikum is de kennismaking met fundamenteel materiaa1onderzoek. Dit is gedaan door onderzoek te doen naar de mogelijkheid om van het materiaal VECTRA de ketens te richten. VECTRA is een zogeheten thermotroop L.C.P., Liquid Crystal Polymer, een vloeibaar kristallijn polymeer. LCP’s hebben een aantal bijzondere eigenschappen: - In vloeibare fase is een korteafstandsordening aanwezig als in een kristal;-Goede mechanische eigenschappen, Vooral in de ketenrichting is de breeksterkte groot; -Het LCP kan in elke gewenste vormspuit gegoten worden. Dit in tegenstelling tot een materiaal als kevlar wat heel moeilijk verwerkbaar is…Applied SciencesMateriaalkund

    Vloeibaar kristallijne polymeren Ultrax KR 4002 en KR 4003: "Een verkennend onderzoek"

    No full text
    Applied SciencesTechnologie van Macromoleculaire Stoffe

    Ontwikkelingen in de interpretatie van kleine hoek lichtverstrooiings-patronen

    No full text
    De supramolekulaire struktuur van polyrneren is van invloed op de fysische eigenscbappen. Met behulp van de optische techniek 'kleine hoek lichtverstrooiing' (SALS) kan de morfologie met dimensies van 500 tot 10.000 A onderzocht worden. Als kristalvorm wordt meestal de staaf-achtige of de sferulietvorm aangenomen. Bij lyotrope en thermotrope vloeibaar kristallijne polymeren (LCP's) komen vaak de schlieren- en bandentextuur voor. Dit hangt sterk samen met domeinen, wat gebieden zijn met gerniddeld dezelfde molekulaire orientatie. De domeinwanden warden gevormd door disklinaties...Applied SciencesScheikundige Technologie en der Materiaalkund

    Compatibilizers voor polymeermengsels: Literatuur scriptie

    No full text
    Onmengbare systemen van twee of meer polymeren warden compatibel gemaakt met behulp van macromoleculaire compatibilizers. Er zijn twee algemene wegen om compatibiliteit te bereiken. De eerste is het toevoegen van een derde component, welke mengbaar is met of specifieke interacties kan aangaan met de homopolymeren. Hieronder vallen de veel gebruikte blokcopolymeren en de reactieve copolymeren. De tweede route om compatibiliteit te bereiken is het mengen van reactieve polymeren, welke functionele groepen bevatten die een reactie of interactie met elkaar kunnen aangaan. Het toevoegen van een copolymeer (blok of graft) aan een mengsel van twee onmengbare polymeren blijkt een makkelijke en effectieve manier van compatibiliseren: het copolymeer kan tijdens het "meltblending-proces" warden ingebracht. Het blijkt dat volgens de beschreven theorie er vooral bij de eerste procenten toegevoegd copolymeer een exponentiele daling plaatsvindt in de deeltjesgrootte ten gevolge van een daling in de grensvlakspanning. Dat dit inderdaad in de praktijk gebeurt, is met een aantal voorbeelden aangetoond. Verder wordt er, wanneer een compatibilizer wordt toegevoegd, ook vaak een bi-continue structuur gevonden. De invloed van het copolymeer manifesteert zich tevens in de mechanische eigenschappen. Het blijkt dat vooral de rek bij breuk, maar ook de treksterkte, toeneemt onder invloed van een compatibilizer. De verklaring wordt toegeschreven aan een combinatie van een goede verankering van de blokken in de homopolymeren en een juiste morfologie (zeer fijne dispersie of bi-continue structuur). De beste resultaten warden bereikt met een copolymeer, waarvan de blokken lang zijn (> lengte homopolymeer) of met een zogenaamd tapered diblokcopolymeer. Bij het toevoegen van een reactief copolymeer of het mengen van twee reactieve polymeren wordt de hechting tussen de twee fasen veroorzaakt door een interactie tussen de functionele groepen. De resultaten ten aanzien van de morfologie en de mechanische eigenschappen zijn vrijwel hetzelfde als bij de blok- en graftcopolymeren. Ook dit is in beide gevallen aangetoond met behulp van voorbeelden.Applied SciencesScheikundige Technologie en der Materiaalkund

    Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis

    Get PDF
    The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed

    Variations on the Author

    Get PDF
    “Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship

    Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis

    Get PDF
    We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
    corecore