1,747,211 research outputs found
Argo 86
In februari 2016 is door Archeologenbureau Argo een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied Grote Sloot 14 te Burgerbrug, gemeente Schagen. Bij het onderzoek zijn vier boringen geplaatst tot een diepte van maximaal 1,85 meter onder maaiveld. Het plangebied is ten dele tot een diepte van 75 tot 95 cm onder maaiveld recentelijk verstoord (boring 3 en 4). Onder en buiten de verstoring (boring 1 en 2) bevinden zich natuurlijke afzettingen die wijzen op een nat milieu ter plaatse, waardoor de aanwezigheid van archeologische resten onwaarschijnlijk is. Er wordt dan ook geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te voeren
Argo 15
In juli 2011 is in opdracht van Architectenbureau Piet Wierenga BV door Archeologenbureau Argo een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven (IVOp) verricht op het perceel Duinweg 125 te Bakkum, gemeente Castricum. Bij het onderzoek is een akkerlaag met aardewerkfragmenten uit de Late IJzertijdRomeinse Tijd aangetroffen. In dezelfde laag bevonden zich twee fragmenten kogelpotaardewerk en waren enkele middeleeuwse greppels ingegraven. Direct onder de bouwvoor bevond zich een akkerlaag uit de periode 1600-1950. Vanwege de lage informatieen zeldzaamheidswaarde van de vindplaats is tijdens het onderzoek, in overleg met de archeologisch adviseur van de gemeente Castricum, besloten niet het gehele plangebied op te graven, maar het onderzoek te beëindigen na het onderzoek van de proefsleuf
Argo 141
In september 2017 en januari 2019 is door Archeologenbureau Argo een archeologische begeleiding
uitgevoerd in het plangebied Rustenburg te Zaandam. De aanleiding tot de begeleiding werd gevormd
door werkzaamheden aan de riolering (vernieuwing huisaansluitingen) en het graven van gaten om
bomen te planten. Gebleken is dat in het gehele plangebied een recent zandpakket met een dikte van 50
tot 60 cm aanwezig is. Direct hieronder ligt een ophogingslaag uit de 17e of 18e eeuw. De bovenste ca.
10 cm van deze laag zijn geroerd maar daaronder is deze intact en kunnen dan ook archeologische sporen
en/of vondsten verwacht worden.
Geadviseerd wordt daarom voor grondverzet tot 50 cm onder het huidige maaiveld af te zien van
vervolgonderzoek of maatregelen tot behoud. Bij grondverzet dieper dan deze 50 cm kunnen
archeologische sporen en/of vondsten verwacht worden en wordt dan ook een archeologisch onderzoek
geadviseerd
Argo 156
In februari 2018 is door Archeologenbureau Argo een verkennend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied ter plaatse van het nieuw te bouwen Bastion hotel aan de Rijksweg Zuid te Geleen. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke bodem uit pleistocene eolische lössleem bestaat waarin zich gedurende het Holoceen een leembrikgrond met kenmerkende Bt-horizont heeft gevormd. Binnen het oostelijke en zuidelijke deel van het onderzochte plangebied is deze oorspronkelijke bodem nog vrijwel intact. De hoge verwachtingswaarde dient voor dit deel van het plangebied te worden gehandhaafd. De ontgravingsdiepte van de geplande bouwwerkzaamheden bedraagt maximaal 120 centimeter onder het huidige maaiveld. Bij handhaving van deze diepte zullen eventuele archeologische overblijfselen direct onder de moderne bouwvoor worden aangetast vernietigd. Er wordt daarom vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. Voornaamste doel hiervan zal zijn het controleren of er (nog) archeologische overblijfselen aanwezig zijn en of deze behoudenswaardig zijn.
Binnen het centraalwestelijke deel van het middels grondboringen onderzochte plangebied is sprake van een verstoring van het oorspronkelijke bodemarchief, mogelijk gedeeltelijk als gevolg van het ontstaan van een vroegere holle weg. Eventuele archeologische resten zullen hier zijn aangetast dan wel vernietigd. De archeologische verwachting met betrekking tot behoudenswaardige archeologische resten kan voor dit deel van het plangebied worden bijgesteld naar laag. Een archeologisch vervolgonderzoek wordt hier niet aanbevolen. Enkel de mogelijke resten van de voormalige holle weg kunnen als een archeologisch off site fenomeen uit de Middeleeuwen of Nieuwe Tijd worden beschouwd
Argo 51
In juni 2014 is, in opdracht van Van Riezen & Partners, door Archeologenbureau Argo een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Laan van Albert's Hoeve - Dorcamp te Castricum. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de richtlijnen van de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA 3.3). De aanleiding tot het bureauonderzoek werd gevormd door geplande bodemverstorende werkzaamheden die een bedreiging vormden voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderhavige onderzoek was het verwerven van informatie aan de hand van bestaande bronnen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen het plangebied. Uit het onderzoek is gebleken dat in het plangebied een kans bestaat op het aantreffen van archeologische resten uit de Late IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd. Er wordt dan ook geadviseerd een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek. Er moet hier wel rekening worden gehouden met de beperkingen van archeologische booronderzoeken op zandgronden en in het kustgebied in het bijzonder. Archeologische resten in zulke gebieden kunnen erg moeilijk zijn op te sporen aan de hand van deze methode; de afwezigheid van archeologische indicatoren in de boorkernen hoeft niet te betekenen
dat er geen archeologische resten aanwezig zijn. Een proefsleuvenonderzoek zal daarvoor een betrouwbaarder resultaat opleveren. Omdat nu nog onduidelijk is in hoeverre het bodemprofiel intact is is het adviseren van een proefsleuvenonderzoek in dit stadium echter te voorbarig en wordt nu een verkennend booronderzoek geadviseerd.
In juni 2014 is door Archeologenbureau Argo een verkennend booronderzoek uitgevoerd op een terrein aan de Laan van Albert's Hoeve / Dorcamp te Castricum. Bij het onderzoek zijn acht boringen geplaatst. Het voornaamste doel van dit onderzoek was het controleren van de intactheid van de ondergrond. De ondergrond bleek grotendeels onverstoord, mede door het (sub)recente gebuik als grasveld. Daarbij zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische resten uit in ieder geval de Middeleeuwen en mogelijk ook de Romeinse Tijd.
Omdat deze resten waarschijnlijk (deels) aangetast zullen worden door de voorgenomen bouwplannen wordt geadviseerd vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren. Aan de hand daarvan kunnen archeologische resten worden gewaardeerd
Argo 23
In maart 2012 is, in opdracht van v.o.f. K. Bark, door Archeologenbureau Argo een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd ter plaatse van een perceel tegenover huisnummer 1d aan de Overleek te Monnickendam. De aanleiding tot het onderzoek werd gevormd door de geplande bodemverstorende werkzaamheden, die een bedreiging konden vormen voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderhavige onderzoek was naast het vaststellen van de intactheid van de ondergrond het zo mogelijk aanvullen en toetsen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting. Uit het booronderzoek blijkt dat het bodemprofiel tot een diepte van ca. 0,75 m onder maaiveld is verstoord, vermoedelijk door diepploegen. Daaronder bevindt zich de ongestoorde (veen)bodem. Aanwijzingen voor de de aanwezigheid van archeologische overblijfselen zijn bij het onderzoek niet aangetroffen. Het advies luidt dan ook dat de voorgenomen bouwplannen zonder archeologisch vervolgonderzoek of beperkingen kunnen worden gerealiseerd. De beslissing om bovenstaand advies al dan niet over te nemen (een selectie-besluit) dient door de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Waterland, te worden genomen.
Tot slot dient te worden vermeld dat, ongeacht dit advies en het selectiebesluit, er een wettelijke meldingsplicht bestaat (Monumentenwet 1988) mochten er onverhoopt toch archeologische overblijfselen worden aangetroffen
Argo 134
In juli 2017 is door Archeologenbureau Argo een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd in het plangebied Polderdijk 69 te Maasdam. Bij het onderzoek zijn zeven boringen geplaatst tot een diepte van maximaal 4,0 meter onder maaiveld.
Ter plekke van boring 1 is de bodem tot een diepte van 60 cm -mv in (sub)recente tijd verstoord. Hieronder bevinden zich tot 220 cm -mv diverse kleiige ophogingslagen. Op 75 cm diepte werd hierin een fragment grijsbakkend aardewerk aangetroffen (V1). Mogelijk horen de ophogingslagen bij het dijklichaam van de Polderdijk of bij een woonheuvel. Vanaf 220 cm tot minimaal 400 cm diepte zijn op natuurlijke wijze afgezette humeuze kleilagen aanwezig. In boring 2 is de bodem verstoord tot 75 cm
diepte. De boor stuikte hier op dezelfde diepte op gele bakstenen. Het lijkt hier te gaan om een oude fundering. Ter plaatse van boring 3 is de bodem verstoord tot 95 cm -mv. Daaronder werd een 15 cm dikke laag gevlekte zandige klei met as en houtskool aangetroffen. Het is niet duidelijk of dit een ophogingslaag of een spoor betreft. In deze laag werd een fragment bijna-steengoed aangetroffen (V2). Onder de laag bevindt een tien cm dik pakket zandige klei en vervolgens, tot minimaal 200 cm diepte
humeuze klei. In boring 4 en 5 is tot respectievelijk 115 en 100 cm -mv een verstoorde bovenlaag aanwezig. Daaronder bevinden zich natuurlijke humeuze kleilagen. De boringen 6 en 7 stuikten op respectievelijk 75 en 80 cm diepte op een recente kiezellaag
Argo 108
Bureau- en booronderzoek
-Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het plangebied een kans bestaat op het aantreffen van archeologische resten uit de Late IJzertijd tot en met de Nieuwe Tijd. Er wordt dan ook geadviseerd een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een verkennend booronderzoek. Er moet hier wel rekening worden gehouden met de beperkingen van archeologische booronderzoeken op zandgronden en in het kustgebied in het bijzonder. Archeologische resten in zulke gebieden kunnen erg moeilijk zijn op te sporen aan de hand van deze methode; de afwezigheid van archeologische indicatoren in de boorkernen hoeft niet te betekenen dat er geen archeologische resten aanwezig zijn. Een proefsleuvenonderzoek zal daarvoor een betrouwbaarder resultaat opleveren. Omdat nu nog onduidelijk is in hoeverre het bodemprofiel intact is is het adviseren van een proefsleuvenonderzoek in dit stadium echter te voorbarig en wordt nu een verkennend booronderzoek geadviseerd.
-In juli 2016 is door Archeologenbureau Argo een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd aan de Hoogevoort 8-36 te Castricum. In het plangebied blijkt de recentelijk verstoorde bovenlaag een dikte te hebben van 0,5 tot 0,95 meter, met een gemiddelde van 0,7 meter. Direct hieronder bevinden zich natuurlijke onverstoorde afzettingen waarin archeologische overblijfselen aanwezig kunnen zijn. Een post)middeleeuwse akkerlaag is niet aangetroffen, als deze al aanwezig is geweest dan is deze opgenomen in de verstoorde bovenlaag. Mogelijk geldt dat ook voor ondiepe archeologische sporen. Dieper ingegraven sporen als waterkuilen en waterputten kunnen echter wel aanwezig zijn. Ook met inachtneming van de gebruikelijke veiligheidsmarge van 0,2 meter zullen eventuele archeologische resten bij de geplande ontgravingsdiepte van 0,45 meter onder het huidige maaiveld maaiveld niet worden aangetast. Voor het onderhavige plangebied wordt daarom geen vervolgonderzoek geadviseerd
Thematische collectie: ARGO rapporten
Overzicht van de gearchiveerde rapporten van Archeologenbureau ARGO
Argo 17
In juli 2011 is in opdracht van Van Wijnen Projectontwikkeling Noord BV door Archeologenbureau Argo een Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. proefsleuven (IVOp) verricht op een perceel aan de Westerweg 252 te Heiloo (locatie Monique) (afbeelding 1 en 2). De aanleiding tot het onderzoek werd gevormd door de geplande nieuwbouw die reikt tot ca. 75 cm onder het huidige maaiveld.
De bodemopbouw ter plaatse bestaat uit een ca. 50 tot 90 cm dik pakket bruingrijs zand; een akkerlaag met plaggenophoging, dat bij de sloop van de tot voor kort aanwezige bebouwing flink is omgezet. Aan de onderkant van dit zandpakket zijn in afbeelding 10 moesbedden zichtbaar (zie ook afbeelding 9). Waarschijnlijk is dit pakket vanaf de 19de eeuw tot de eerste helft van de 20ste eeuw gebruikt als akker- of tuinbouwgrond. Direct hieronder bevindt zich het schone strandwalzand. Nabij de kruising van werkput 1 en 2 is machinaal een verdieping gemaakt tot 1,5 m NAP. Tot op deze diepte zijn geen archeologische lagen of geologisch afwijkende lagen waargenomen.
Fasering
Op basis van geassocieerd vondstmateriaal en stratigrafische positie kunnen vier fasen worden
onderscheiden:
1. circa 2300 v. Chr. tot circa 1900 v. Chr.
De vorming van de strandwal van Heiloo. Uit deze fase zijn geen resten van menselijke activiteiten aangetroffen.
2. circa 1550 tot circa 1800
Spaarzaam gebruik van het plangebied. Vermoedelijk als bouwland of weide.
3. circa 1800 tot circa 1950
Intensivering van het agrarisch gebruik binnen het gedeelte van het plangebied dat in bezit is van de Rooms-Katholieke Kerk. De vele moesbedden wijzen op akkers. In het ten noorden belendende perceel vinden we uit deze periode slechts vele wortelgaten van een houtwal. Dit is in lijn met de ontwikkeling van het terrein in historisch kaartmateriaal. Ook momenteel nog staat de omgeving van het plangebied bekend als de Akkerbuurt. Een verwijzing naar het historisch gebruik van dit deel van Heiloo.
4. circa 1950 tot heden
In deze periode raakt het plangebied bebouwd. De grote verstoringen uit deze fase hangen samen met het intensiever gebruik van het terrein
- …
