1,721,072 research outputs found
Arrangementen van interventies
Bij een onderzoek naar het ontwerpen van een leeromgeving heeft de onderzoeker te maken met een complex geheel van interventies. Omdat deze interventies in samenhang ontworpen en geïmplementeerd moeten worden, kunnen ze worden beschouwd als een arrangement van interventies. Bij een complex arrangement van interventies is het onmogelijk en ook niet zinvol te werken met gedetailleerde ontwerpstellingen voor elke interventie. In dat geval is het beter te werken met ontwerpprincipes, die richting geven aan het ontwerp van concrete handelingen of interventies in de praktijk. In dit hoofdstuk wordt aan de hand van een casus beschreven hoe een leeromgeving is ontworpen en geëvalueerd aan de hand van ontwerpprincipes.<br/
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Variations on the Author
“Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship
Appropriate Similarity Measures for Author Cocitation Analysis
We provide a number of new insights into the methodological discussion about author cocitation analysis. We first argue that the use of the Pearson correlation for measuring the similarity between authors’ cocitation profiles is not very satisfactory. We then discuss what kind of similarity measures may be used as an alternative to the Pearson correlation. We consider three similarity measures in particular. One is the well-known cosine. The other two similarity measures have not been used before in the bibliometric literature. Finally, we show by means of an example that our findings have a high practical relevance.information science;Pearson correlation;cosine;similarity measure;author cocitation analysis
Via een andere methodologie naar een grotere relevantie van onderzoek
DOI 10.5553/JV/016758502016042001009
Stand van zaken methodologie van Nederlands politiegerelateerd onderzoek
Doorwerking van onderzoek in complexe vraagstukken
Het lectoraat Methodologie van Praktijkgericht Onderzoek bestudeert het praktijkgerichte onderzoek aan hogescholen en het onderwijs in onderzoek. Hiermee probeert het een bijdrage te leveren aan de verdere professionalisering daarvan. Een belangrijk aspect hierbij
is het in kaart brengen van de meerwaarde van praktijkgericht onderzoek. In de politieke discussie over wetenschapsbeoefening in Nederland en de rol van het hbo daarin is het van belang dat we laten zien op welke manieren ons onderzoek bijdraagt aan de samen -
leving. Als we in acht nemen dat praktijkgericht onderzoek altijd plaatsvindt midden in de complexiteit van maatschappelijke kwesties en dat dit via allerlei wegen waarde kan hebben, rijst de vraag: hoe breng je die meerwaarde op een zinvolle manier in kaart? In deze
bijdrage laat ik zien dat praktijkgericht onderzoek voornamelijk plaatsvindt middenin complexe maatschappelijke vraagstukken en dat daarom traditionele manieren om meerwaarde aan te tonen, zoals het tellen van het aantal publicaties, niet werkt. Ik introduceer
het begrip ‘doorwerking’ om de maatschappelijke meerwaarde te duiden en geef een manier om deze doorwerking in kaart te brengen zoals wij die binnen het Kenniscentrum Leren en Innoveren van Hogeschool Utrecht toepassen
Drie misverstanden over onderzoek in het hbo weggenomen
Inleiding
In zijn column “De rampzalige neiging tot na-apen” in Hoger Onderwijs Management van mei 2016
betoogt In ’t Veld dat hogescholen moeten stoppen met het na-apen van universiteiten op het
gebied van onderzoek. Hij noemt dit ‘academic drift’. Er is vaker kritiek te horen op het onderzoek in
het hbo zoals door emeritus-hoogleraar Verschuren in zijn opiniestuk van 31 juli 2015 in De
Volkskrant waarin hij stelt dat studenten in het hbo bij lange na niet genoeg getrained worden in
onderzoek. Recent nog stelde Peter Kwikkers in Science Guide 18 augustus: “Niet zelden is hboonderzoek
gewoon opiniepeiling, feitencollectie of gesubsidieerde consultancy.”
Een groot deel van die kritiek is naar mijn mening gebaseerd op een drietal hardnekkige
misverstanden over onderzoek in het hbo. Zo wordt niet goed onderscheid gemaakt tussen het
praktijkgerichte onderzoek binnen lectoraten en het uitvoeren van onderzoek door studenten. En
soms lijkt men er onterecht vanuit te gaan dat het hbo studenten opleidt tot onderzoeker en dat
deze altijd moeten afstuderen op een onderzoekscriptie.
Dat deze misverstanden er zijn is overigens niet vreemd. Over onderzoek in lectoraten en
onderzoeksactiviteiten van studenten heerst buiten maar helaas ook nog steeds binnen het hbo veel
verwarring. Hierdoor kunnen critici roepen dat het slecht gaat met onderzoek in het hbo. Het
tegendeel is het geval. Recent liet het Rathenau Instituut in een uitgebreid overzicht zien hoe
indrukwekkend het is wat er de afgelopen vijftien jaar is ontwikkeld. De misverstanden zijn echter
zo hardnekkig dat er nog steeds opleidingen zijn die hier naar handelen. In mijn bijdrage zal ik eerst
ingaan op de oorsprong van de drie misverstanden en daarna zal ik een visie presenteren op hoe ze
weg te nemen zijn
- …
