1,024 research outputs found
Njáls saga and its Christian background : a study of narrative method
Njáls saga, een van de twee belangrijkste saga’s van de IJslanders, bevat bijbelse verwijzingen, verwijzingen naar het kerkelijk jaar en christelijke metaforen. Dat concludeert Andrew Hamer in zijn proefschrift ‘Njáls saga and its Christian Background: a Study of Narrative Method’.
Volgens Hamer vormen deze christelijke elementen een ethisch raamwerk voor zowel Njáls saga, als de bekende Laxdœla saga, waarmee personages en hun handelen beoordeeld kunnen worden. Veel van het narratieve materiaal van de twee saga’s zou gebaseerd zijn op geschreven bronnen en niet, zoals vaak verondersteld, op mondelinge. Hamer suggereert dat de auteur van Njáls saga waarschijnlijk de Laxdœla saga als narratief model heeft gebruikt. De aanwezigheid van dezelfde christelijke narratieve elementen in Laxdœla saga doet sterk vermoeden dat die model heeft gestaan voor de auteur van Njáls saga. Omdat de bronnen van dergelijke elementen per definitie schriftelijk zijn, pleit Hamer voor een bredere discussie over de rol van ‘oral tradition’ en schriftelijke bronnen in het ontstaan van de geschreven IJslandse sagen.
Source-identification and manuscript recovery : The British Library Wulfstan Ms Cotton Nero A i, 131v-132r
Cross J.-E., Hamer Andrew. Source-identification and manuscript recovery : The British Library Wulfstan Ms Cotton Nero A i, 131v-132r. In: Scriptorium, Tome 50 n°1, 1996. pp. 132-137
Andrew Hamer, Njáls saga and its Christian Background. A Study of Narrative Method (Mediaevalia Groningana New Series, 20). Peeters. Leuven/Paris/Walpole, MA 2014
A critical review of three scholarly books about Njáls saga by Alois Wolf (Germany), William Ian Miller (USA) and Andrew Hamer (Great Britain)
Njáls saga and its Christian background:a study of narrative method
Njáls saga, een van de twee belangrijkste saga’s van de IJslanders, bevat bijbelse verwijzingen, verwijzingen naar het kerkelijk jaar en christelijke metaforen. Dat concludeert Andrew Hamer in zijn proefschrift ‘Njáls saga and its Christian Background: a Study of Narrative Method’. Volgens Hamer vormen deze christelijke elementen een ethisch raamwerk voor zowel Njáls saga, als de bekende Laxdœla saga, waarmee personages en hun handelen beoordeeld kunnen worden. Veel van het narratieve materiaal van de twee saga’s zou gebaseerd zijn op geschreven bronnen en niet, zoals vaak verondersteld, op mondelinge. Hamer suggereert dat de auteur van Njáls saga waarschijnlijk de Laxdœla saga als narratief model heeft gebruikt. De aanwezigheid van dezelfde christelijke narratieve elementen in Laxdœla saga doet sterk vermoeden dat die model heeft gestaan voor de auteur van Njáls saga. Omdat de bronnen van dergelijke elementen per definitie schriftelijk zijn, pleit Hamer voor een bredere discussie over de rol van ‘oral tradition’ en schriftelijke bronnen in het ontstaan van de geschreven IJslandse sagen
Njáls saga and its Christian background:a study of narrative method
Njáls saga, een van de twee belangrijkste saga’s van de IJslanders, bevat bijbelse verwijzingen, verwijzingen naar het kerkelijk jaar en christelijke metaforen. Dat concludeert Andrew Hamer in zijn proefschrift ‘Njáls saga and its Christian Background: a Study of Narrative Method’. Volgens Hamer vormen deze christelijke elementen een ethisch raamwerk voor zowel Njáls saga, als de bekende Laxdœla saga, waarmee personages en hun handelen beoordeeld kunnen worden. Veel van het narratieve materiaal van de twee saga’s zou gebaseerd zijn op geschreven bronnen en niet, zoals vaak verondersteld, op mondelinge. Hamer suggereert dat de auteur van Njáls saga waarschijnlijk de Laxdœla saga als narratief model heeft gebruikt. De aanwezigheid van dezelfde christelijke narratieve elementen in Laxdœla saga doet sterk vermoeden dat die model heeft gestaan voor de auteur van Njáls saga. Omdat de bronnen van dergelijke elementen per definitie schriftelijk zijn, pleit Hamer voor een bredere discussie over de rol van ‘oral tradition’ en schriftelijke bronnen in het ontstaan van de geschreven IJslandse sagen
Njáls saga and its Christian background:a study of narrative method
Njáls saga, een van de twee belangrijkste saga’s van de IJslanders, bevat bijbelse verwijzingen, verwijzingen naar het kerkelijk jaar en christelijke metaforen. Dat concludeert Andrew Hamer in zijn proefschrift ‘Njáls saga and its Christian Background: a Study of Narrative Method’. Volgens Hamer vormen deze christelijke elementen een ethisch raamwerk voor zowel Njáls saga, als de bekende Laxdœla saga, waarmee personages en hun handelen beoordeeld kunnen worden. Veel van het narratieve materiaal van de twee saga’s zou gebaseerd zijn op geschreven bronnen en niet, zoals vaak verondersteld, op mondelinge. Hamer suggereert dat de auteur van Njáls saga waarschijnlijk de Laxdœla saga als narratief model heeft gebruikt. De aanwezigheid van dezelfde christelijke narratieve elementen in Laxdœla saga doet sterk vermoeden dat die model heeft gestaan voor de auteur van Njáls saga. Omdat de bronnen van dergelijke elementen per definitie schriftelijk zijn, pleit Hamer voor een bredere discussie over de rol van ‘oral tradition’ en schriftelijke bronnen in het ontstaan van de geschreven IJslandse sagen
Njáls saga and its Christian background:a study of narrative method
Njáls saga, een van de twee belangrijkste saga’s van de IJslanders, bevat bijbelse verwijzingen, verwijzingen naar het kerkelijk jaar en christelijke metaforen. Dat concludeert Andrew Hamer in zijn proefschrift ‘Njáls saga and its Christian Background: a Study of Narrative Method’. Volgens Hamer vormen deze christelijke elementen een ethisch raamwerk voor zowel Njáls saga, als de bekende Laxdœla saga, waarmee personages en hun handelen beoordeeld kunnen worden. Veel van het narratieve materiaal van de twee saga’s zou gebaseerd zijn op geschreven bronnen en niet, zoals vaak verondersteld, op mondelinge. Hamer suggereert dat de auteur van Njáls saga waarschijnlijk de Laxdœla saga als narratief model heeft gebruikt. De aanwezigheid van dezelfde christelijke narratieve elementen in Laxdœla saga doet sterk vermoeden dat die model heeft gestaan voor de auteur van Njáls saga. Omdat de bronnen van dergelijke elementen per definitie schriftelijk zijn, pleit Hamer voor een bredere discussie over de rol van ‘oral tradition’ en schriftelijke bronnen in het ontstaan van de geschreven IJslandse sagen
A predictive model of habitat suitability for the marbled murrelet and habitat rating strategy for the Elliott State Forest
This archived document is maintained by the Oregon State Library as part of the Oregon Documents Depository Program. It is for informational purposes and may not be suitable for legal purposes.Includes bibliographical references (pages 39-40)Mode of access: Internet from the Oregon Government Publications Collection.Text in Englis
Positive emotional style and subjective, cardiovascular and cortisol responses to acute laboratory stress
The relationships between positive emotional style and acute salivary cortisol and cardiovascular responses to laboratory stress tasks were examined in 40 young women (mean age = 28.8 years). Positive emotional style (PES) was measured by aggregating daily positive mood rating scales over one week. Negative affect was assessed with the short form Profile of Mood States. Salivary cortisol was measured in response to two behavioural tasks, a 5 min speech task and a 5 min mirror tracing task. Blood pressure (BP) and heart rate responses were monitored using a Finometer during baseline, tasks and recovery. Higher PES was associated with more complete diastolic BP recovery ( p = 0.027) and lower acute cortisol response to stress ( p = 0.018), after adjusting for baseline measures, age, BMI and negative affect. Individuals with higher PES reported lower subjective tension during the tasks and perceived the tasks as more controllable. There were no differences in ratings of task involvement or in objective measures of task performance. A retrospective measure of positive affect (POMS vigour) was associated with diastolic BP recovery but not cortisol responses or subjective tension. The findings suggest that positive affective traits, assessed using repeated assessments of daily mood, are related to adaptive recovery from acute psychological stress. Our results reinforce evidence linking positive affect with adaptive diastolic BP recovery, while extending the results to cortisol. Investigations into the biological correlates of affective traits should consider utilising repeated measures of experienced affect
Objectively assessed sedentary time and type 2 diabetes mellitus: a case-control study.
There is some evidence to suggest detrimental, linear associations between objectively assessed sedentary time and various metabolic risk factors [1, 2], although it remains unclear if these associations are independent of moderate to vigorous physical activity [3, 4]. The effects of sedentary behaviour on health might be more apparent in clinical populations and the elderly, although the majority of research in this area has been conducted in healthy participants, which might partly explain inconsistencies in the findings. Thus, translation into specific clinical populations is needed. If a reduction in risk of type 2 diabetes mellitus can be achieved by rectifying the imbalance between sitting time and light-intensity (‘lifestyle’) activity, this would have important implications for early intervention and treatment. The aim of this study was to compare objectively assessed levels of sedentary and physical activity in type 2 diabetic patients and age matched healthy controls
- …
