24,658 research outputs found

    Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven 'Plangebied De Smidshof', Stationstraat 12 en 16, Alphen, Gemeente Alphen-Chaam

    No full text
    Ter plaatse van Plangebied De Smidshof, aan de Stationstraat 12 en 16 te Alphen (Gemeente Alphen-Chaam) is een Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven uitgevoerd

    Partial baldness in relation to reproduction in pond bats in the Netherlands

    No full text
    Meervleermuizen (Myotis dasycneme) vertonen vaak opvallende kale plekken op de rug. Aan de hand van data van meer dan 2200 gevangen meervleermuizen tussen 2003 en 2008 hebben we de mogelijke sociale, eologische en fysiologische oorzaken achter dit fenomeen onderzocht. De aanwezigheid van kale plekken is duidelijk gerelateerd aan de zoogperiode van vrouwtjes. We hebben onderzocht hoe recent het door ons waargenomen patroon i

    Plangebied defensielocatie MMC Kamp Alphen bij Alphen, gemeente Alphen-Chaam; een archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek.

    No full text
    Aanleiding In opdracht van Rijksvastgoed Sectie Natuur heeft RAAP in juli 2019 een archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied defensielocatie MMC Kamp Alphen bij Alphen, in de gemeente Alphen-Chaam. Het onderzoek vond plaats in het kader van een nieuw bestemmingsplan. Landschap Op de geomorfologische kaart is het grootste, centrale deel van het plangebied gekarteerd als een terrasafzettingswelving. Hieromheen bevindt zich in het noordoosten en zuidwesten een zone met landduinen met bijbehorende vlakten en laagten. In het uiterste zuidoosten bevinden zich de uitlopers van gebieden met landduinen en een dekzandplateau. Op het Actueel Hoogtemodel Nederland (AHN: www.ahn.nl) is het stuifzandgebied in het noordoosten en oosten van het plangebied duidelijk zichtbaar in de vorm van lage landduinen met laagtes daartussen. Het duinen reliëf schemert vaag door in het noordwesten van het plangebied, maar het lijkt er op dat het plangebied hier grotendeels is afgegraven. Op de bodemkaart ligt het plangebied vrijwel helemaal in een zone met duinvaaggronden (stuifzand). In het noordoosten is er een smalle strook met vlakvaaggronden, en in het westen met een veldpodzol. Al deze bodems komen voor in leemarm en zwak lemig fijn zand. Alle bodems zijn droog. Op basis van milieukundige boringen in het noorden van het plangebied wordt verondersteld dat het hier om grotendeels onverstoord fijn stuifzand gaat. Vanaf het oppervlak komen er mogelijk regelmatig podzolbodems voor, gekenmerkt door een bruine laag (B-horizont). Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor in het stuifzand begraven podzolen. Vanaf ca. 2,5 m kan leem voorkomen, en vanaf ca. 5,5 m klei. Archeologie Er zijn slechts drie archeologische vindplaatsen in of nabij het plangebied bekend. Het betreft de vondst van transversale vuursteen spits uit het Late Neolithicum. Een andere vindplaats bestaat uit mesolithische vuurstenen artefacten en een vuurstenen spits met schachtdoorn en weerhaken ("denneboompje") uit de periode Midden Neolithicum - Midden Bronstijd. Bij de derde vindplaats gaat het om een terrein met resten van een wal. Het betreft een uit plaggen opgebouwde (zeer) hoge wal. Het gaat waarschijnlijk om een "stuifzandvanger" , en/of versterking uit mogelijk de Late Middeleeuwen. Deze vindplaats is aangeduid als een archeologisch monument van hoge waarde. De schaarste aan vindplaatsen direct rondom (afstand 250 m) het plangebied houd mogelijk samen met het beperkt aantal onderzoeken rondom Alphen. Het vrijwel ontbreken van vindplaatsen in het plangebied zelf hangt mogelijk samen met de ontoegankelijkheid voor amateurarcheologen en/of de afdekkende stuifzandlaag. Vindplaatsen in de iets ruimere omgeving (afstand 500 m) wijzen op bewoning en gebruik in het Mesolithicum, Neolithicum, IJzertijd en de Middeleeuwen. Er geldt de volgende archeologische verwachting: veldpodzol middelhoge verwachting voor begravingen van landbouwers stuifzand/duinvaaggrond onbekende verwachting voor nederzettingen van jagerverzamelaars en landbouwers en begravingen van landbouwers wsch. afgegraven/vlakvaaggrond lage verwachting In principe kunnen ingrepen onder het maaiveld resulteren in de aantasting van eventuele archeologische resten. Cultuurhistorie Aan de hand van het cultuurhistorisch onderzoek zijn er ten aanzien van het plangebied drie fasen onderscheiden. Fase 1 betreft het heide- en stuifzandgebied van vóór de bebossing in de tweede helft 19e eeuw. Fase 2 is die van de bebossing door Hendriks en Van Bael (vanaf 1864). We vinden hier we nog een aantal wegen (bospaden) terug die later hergebruikt zijn voor de aanleg van de smalspoorlijn. Een deel van het opgaand bos, dat niet als zodanig op de kaart is aangeduid, dateert ook nog uit deze periode, maar een groot deel zal ook jongere opslag zijn. Ook uit de periode vóór 1954 dateren wellicht relicten van hakhout her en der in het terrein (stoven met meerdere stammen), alsmede mogelijk enkele grotere eiken die aan de groeivorm te zien ooit solitair stonden. Fase 3 betreft de gebruiksfase van Defensie, met name de periode van de inrichting van het terrein uit 1954. Het gaat om de infrastructuur (voorheen smalspoorlijnen, nu onverharde en verharde wegen), de parallel daaraan verlopende structuur van brandgangen (ouderdom onbekend), de opslagplaatsen in de openlucht (met scherfwerende wallen en nog aanwezige ‘inrichting’ in de vorm van sets van steeds twee betonnen banden, afgedekt met hout, haaks op de smalspoorlijn), een groot deel van de oorspronkelijke opslaggebouwen (magazijnen; drie typen), een groot deel van de centrale gebouwen bij de entree en de daarbij gelegen locomotiefloods, de heuvel waarop de brandtoren stond met herkenbare communicatie infrastructuur, en een groot aantal oude blusvijvers (soms wel, soms niet watervoerend). In de jaren 70 lijkt er een kleine moderniseringsslag te hebben plaatsgevonden, gevolgd door een grotere in de vroege jaren 90. Advies Archeologie Aanbevolen wordt om voorafgaand aan graafwerkzaamheden groter dan 750 m² in de zones met een middelhoge verwachting een verkennend booronderzoek uit te voeren tot een diepte van ca. 30 cm onder de beoogde verstoringsdiepte, met als doel inzicht te krijgen in de bodemopbouw en daarmee de archeologische potentie.1 In geval van een voldoende gave bodem kunnen vervolgens proefsleuven gegraven worden om resten op te sporen. Ook in de zone met een lage verwachting dient een dergelijk onderzoek uitgevoerd te worden om na te gaan in hoeverre dit gebied daadwerkelijk is afgegraven. Op basis daarvan kan de verwachting en h et eventuele vervolgonderzoek nader worden bepaald. Cultuurhistorie Voor het aspect cultuurhistorie gelden adviezen in een tweetal richtingen. Allereerst is het voor de toekomst raadzaam om vervolgonderzoek ten aanzien van een aantal aspecten uit te voere n: Een vergelijkend onderzoek tussen de munitieopslagplaatsen in Nederland, ten einde meer inzicht te krijgen in de specifieke positie van de waarden in Alphen ten opzichte van andere munitieopslagplaatsen; Verdiepend archiefonderzoek naar de exacte ontwikkeling van bebouwing en terreininrichting; Een nadere verkenning naar cultuurhistorische waarden in de interieurs van de opgenomen panden en een meer gedetailleerdere waardenstelling van de gebouwen; Een verdiepend onderzoek naar historisch bosbeheer in het terrein, met name op basis van veldonderzoek. Dergelijk onderzoek is evenwel vooral nodig bij herontwikkelingen, en nog niet in het kader van een beschrijving van de aanwezige waarden voor het bestemmingsplan. De tweede adviesrichting heeft betrekking op eventuele toekomstige herinrichtingen van het terrein, maar ook op het beheer. We bevelen aan om bij beheer en eventuele toekomstige terrein(her)inrichting rekening te houden met de kwaliteiten uit de drie genoemde tijdsperioden (heide & stuifzand, heidebebossing, militair gebruik), en zaken die waardevol zijn en niet ‘in de weg staan’ zoveel mogelijk te behouden. Op die manier blijft de geschiedenis afleesbaar en het gebied een bepaalde kwaliteit behouden. Het kan zowel om grotere kwesties gaan (herinrichting van deelgebieden, sloop van gebouwen) als om kleinere (wat doen we met kleine relicten als het smalspoorrelict in het noorden?). Het is wenselijk om bij (ingrijpende) inrichtingsmaatregelen op het terrein een cultuurhistoricus mee te laten denken met de ontwerper en/of een meer in detail uitgewerkte waardenstelling van de betreffende aspecten waaraan gewerkt gaat worden, te laten opstellen. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Alphen-Chaam, deze al dan niet over te nemen in de vorm van een (selectie)besluit

    Baarlesebaan, Alphen, gemeente Alphen-Chaam: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen

    No full text
    Bureau voor Archeologie heeft een een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor een voorgenomen grondverbetering op een perceel aan de Baarlesebaan te Alphen

    Chin-spot as an indicator of age in pond bats

    No full text
    Tijdens ecologisch veldonderzoek is het vaak nuttig om de leeftijd van een dier te kunnen bepalen. Bij de watervleermuis (Myotis daubentonii) kan de verkleuring van de kinvlek gebruikt worden om de leeftijd van het individu te bepalen. In dit artikel onderzoeken we in hoeverre de verkleuring van de kinvlek ook toepasbaar is voor leeftijdsbepaling bij meervleermuizen (Myotis dasyneme). We concluderen dat de kleur van de kinvlek een betrouwbaar kenmerk is om de leeftijd van de meervleermuis te bepale

    The de Haas van Alphen effect near a quantum critical end point in Sr₃Ru₂O₇

    No full text
    Highly correlated electron materials are systems in which many new states of matter can emerge. A particular situation which favours the formation of exotic phases of the electron liquid in complex materials is that where a quantum critical point (QCP) is present in the phase diagram. Neighbouring regions in parameter space reveal unusual physical properties, described as non-Fermi liquid behaviour. One of the important problems in quantum criticality is to find out how the Fermi surface (FS) of a material evolves near a QCP. The traditional method for studying the FS of materials is the de Haas van Alphen effect (dHvA). A quantum critical end point (QCEP) has been reported in the highly correlated metal Sr₃Ru₂O₇, which is tuned using a magnetic field high enough to perform the dHvA experiment. It moreover features a new emergent phase in the vicinity of the QCEP, a nematic type of electron ordering. The subject of this thesis is the study of the FS of Sr₃Ru₂O₇ using the dHvA effect. Three aspects were explored. The first was the determination of the FS at fields both above and below that where the QCEP arises. The second was the search for quantum oscillations inside the nematic phase. The third was a reinvestigation of the behaviour of the quasiparticle effective masses near the FS. In collaboration with angle resolved photoemission spectroscopy experimentalists, a complete robust model for the FS of Sr₃Ru₂O₇ at zero fields was determined. Moreover, the new measurements of the quasiparticle masses revealed that no mass enhancements exist anywhere around the QCEP, in contradiction with previous specific heat data and measurements of the A coefficient of the power law of the resistivity. Finally, we report dHvA oscillations inside the nematic phase, and the temperature dependence of their amplitude suggests strongly that the carriers consist of Landau quasiparticles

    Tolstraat, Alphen aan den Rijn, gemeente Alphen aan den Rijn: een archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek

    No full text
    Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek en een archeologisch booronderzoek uitgevoerd voor de nieuwbouw en herbouw van het schoolcomplex Groene Hart Lyceum aan de Tolstraat te Alphen aan den Rijn

    Op zoek naar de Limesweg in de gemeente Alphen aan den Rijn. Archeologisch proefsleuvenonderzoek in het kader van de renovatie en nieuwbouw van een scholencomplex aan de Tolstraat 11 in Alphen aan den Rijn

    No full text
    Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft in de periode van 10 tot en met 12 juli 2017 een archeologisch inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd voor een plangebied aan de Tolstraat in de gemeente Alphen aan den Rijn

    B&G rapport 1019

    No full text
    Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven in het kader van het Centrumplan in Alphen, gemeente Alphen-Chaam. Graafwerkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling zullen zorgen voor een bodemverstoring tot een diepte van maximaal 2,5 meter beneden maaiveld

    Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen. Tempeliersdreef te Alphen, gemeente Alphen-Chaam: Antea Group Archeologie 2019/82

    No full text
    Antea Group Projectnummer: 454695 In mei 2019 heeft Antea Group in opdracht van Bouwbedrijf Horevoorts B.V. een archeologische onderzoek uitgevoerd in het kader van de herontwikkeling van het plangebied Tempeliersdreef te Alphen, gemeente Alphen-Chaam. De opdrachtgever is voornemens een nieuwe woning te bouwen binnen het plangebied. Het onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek en vervolgens uit een verkennend archeologisch booronderzoek. Het plangebied valt binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Kom Alphen’ d.d. 23 november 2011, waarbij voor gedeelten een dubbelbestemming waarde – archeologie is opgenomen. Bij deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het plangebied ligt in een zone waarvoor geen dubbelbestemming is opgenomen. Echter, vanwege de ligging van het plangebied in de bebouwde kom van Alphen, is, conform het vigerende gemeentelijk beleid, archeologisch onderzoek wel noodzakelijk. Bureauonderzoek Op basis van het archeologisch bureauonderzoek geldt een brede archeologische verwachting. Er kunnen in het plangebied in theorie archeologische resten vanaf het laat paleolithicum tot en met de late middeleeuwen worden aangetroffen. Booronderzoek De bodemopbouw bestaat uit een bouwvoor van 0,4 tot 0,55 m dik. Hieronder een lichtbruine laag zand, in eerste instantie gezien als mogelijke top van de C-horizont, maar uiteindelijk geïnterpreteerd als een oude akkerlaag. Daaronder een geelbeige pakket, dat naar onder toe lichter wordt: een moderpodzol B die geleidelijk overgaat naar de C. Tijdens het booronderzoek is een bodemopbouw aangetroffen die redelijk intact aanwezig is. Op basis van de aangetroffen bodemopbouw kan de aanwezigheid van archeologische resten/sporen niet worden uitgesloten
    corecore