1,720,973 research outputs found
The chemiluminescence of a 6,7-dihydroflavin and some related pteridines
Applied SciencesApplied Science
Synthese en Analyse van Vloeibaarkristallijne Polymeren
In dit verslag wordt de synthese en analyse van een tweetal nieuwe nematisch vloeibaarkristallijne zijketen polymeren behandeld…Applied SciencesScheikundige Technologie en der MateriaalkundeTechnologie van Macromoleculaire Stoffe
Synthese en karakterisering van een polyacrylaat met gekoppelde mesogenen
Het doel van het onderzoek was het synthetiseren en karakteriseren van nieuwe vloeibaar-kristallijne polyacrylaten met gekoppelde mesogenen. Het gaat hier dan om zijketen polyacrylaten waarbij per monomeereenheid twee mesogenen via een vertakte spacer aan verbonden zijn. Een tweetal onderzochte verbindingen zijn 1,3- digesubstitueerde 2-propanol verbindingen. Als substituenten werden een tweetal bifenylverbindingen gebruikt, welke de mesogene groepen zijn. Het bleek goed mogelijk te zijn om dergelijke verbindingen met hoge opbrengst en zuiverheid te synthetiseren. De hydroxylgroep van dergelijke verbindingen is niet reactief t.o.v. methacryloychloride en epichloorhydrine. Gezien de slechte reactiviteit en oplosbaarheid van de onderzochte 2-propanolverbindingen werd overgegaan op een nieuw type uitgangsstof voor acylering welke met goede zuiverheid en redelijke opbrengst (53 %) gesynthetiseerd kon worden uit ethanolamine en een bifenylglycidylether. Het bleek dat een juiste instelling van de reactiecondities van groot belang was voor de zuiverheid van het product. Bij pogingen om de onstane verbinding te acyleren met methacryloylchloride bleek dat N,N-dimethyl-4-aminopyridine (DMAP) beter voldeed als protontrap dan triethylamine (TEA). Bij acylering met acryloylchloride geldt precies het omgekeerde. Zodra de omzetting meer dan ca. 40 % bedroeg bleek dat ook de secundaire hydroxylgroepen van de reactant geacyleerd te worden. Verder bleef er veel reactant over. Er konden geen reactiecondities worden vastgesteld waarbij een goede productie van alleen monoacrylaat het resultaat was. Nadat het diacrylaat en de niet geacyleerde stof waren verwijderd werd een nagenoeg zuiver, niet vloeibaarkristallijn acrylaatmonomeer verkregen. Structuuridentificatie van de monomeren en hun tussenproducten werd gedaan met NMR en FT-IR spectroscopie. Controles op zuiverheid geschiedde met TLC en smeltpuntsbepalingen. Polymerisatie van het zuivere monomeer werd uitgevoerd in THE met AIBN als initiator. De polymerisatie kwam goed op gang, maar naarmate de polymerisatie vorderde sloeg geleidelijk ca. 50 % van de opgeloste stof neer. De onopgeloste stof bleek oligomeer met een polymerisatiegraad van meer dan drie te zijn, en geheel onoplosbaar in THE. Dit oligomeer (geheel vrij van monomeer) werd met DSC en polarisatiemicroscopie gekarakteriseerd, en bleek (zeer vermoedelijk) niet kristallijn te zijn. Concluderend kan gezegd worden dat het gesynthetiseerde polyacrylaat niet vloeibaar-kristallijn is, maar dat dit niets zegt over eventueel vloeibaar-kristallijn gedrag van andere polyacrylaten met gekoppelde mesogenen. Op dit gebied is daarvoor nog meer onderzoek nodig.Applied SciencesVakgroep Technologie van Macromoleculaire Stoffe
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
Synthese van vloeibaar kristallijne zijketen polyethers
In het afstudeeronderzoek zijn met twee soorten katalysatoren (coördinatie initiatoren en kationische initiatoren) vier epoxiden gepolymeriseerd: - (4-(2,3-epoxypropyloxy)-4'-fenylbenzeen (FF), - 4-(2,3-epoxypropyloxy)-4’-methoxy-bifenyl (MEB), - (4-bifenylyl)-4-(2,3-epoxypropyloxy)-benzoaat (BEB) en - (4-methoxyfenyl)-4-(2,3-epoxypropyloxy)-benzoaat (MFEB))…Applied SciencesTechnologie van Macromoleculaire Stoffe
Copolymerisatie van Kooldioxide en Zwaveldioxide met Epoxiden tot Polycarbonaten en Polysulfieten
Kooldioxide en epoxiden kunnen gecopolymeriseerd worden tot alifatische polycarbonaten. De copolymerisatie vindt plaats onder invloed van verschillende organometaal-katalysatoren. De meest toegepaste katalysatoren zijn aluminiumporphyrines en katalysatoren op basis van diëthylzink met water of resorcinol. Onder invloed van de organozink katalysatoren kunnen veel verschillende epoxiden met kooldioxide worden gecopolymeriseerd tot volkomen alternerende copolymeren met molgewichten oplopend tot 150.000 in een rendement van maximaal circa 60%. Deze katalysatoren zijn zeer gevoelig voor zuurstof, water en stoffen met reactieve waterstofatomen. De polymerisatie vindt plaats in oplossing ender hoge druk van kooldioxide. De beste oplosmiddelen zijn 1,4-dioxaan en diethylcarbonaat; de copolymerisatie verloopt nauwelijks in inerte apolaire oplosmiddelen zoals chloroform en tolueen. Bij de copolymerisatie van optisch actieve epoxiden treedt geen stereoselectiviteit op. Onder invloed van aluminiumporphyrines treedt in aanwezigheid van tertiaire ammonium- of fosfoniumzouten levende polymerisatie op. Polyester-polycarbonaat en polyether-polycarbonaat blokcopolymeren kunnen worden gemaakt met goed gedeflnieerde samenstelling en een zeer smalle molgewichtsverdeling. De polymerisatie kan niet worden gedood met zuren of alcoholen. Een bijprodukt van de copolymerisatie is cyclisch alkyleencarbonaat. Omstandigheden waaronder cyclische carbonaten worden gevormd zijn hoge temperaturen en lage monomeerconcentraties. De cyclisatie is afhankelijk van vele andere factoren die nauwelijks te voorspellen zijn. Zwaveldioxide en epoxlden kunnen worden gecopolymeriseerd tot allfatische polysulfieten. Met succes gecopolymeriseerde epoxiden zijn etheenoxide, propeenoxide en cyclohexeenoxide. De polymerlsatie verloopt via een anionisch mechanisme onder invloed van organische en anorganische Lewis-zure initiators. Aromatische aminen zijn de beste initiators. Deze leveren een nagenoeg alternerend copolymeer op met een aantal gemiddeld molgewicht van circa 7000. De reactie kan plaatsvinden onder atmosferische en verhoogde S02-druk. In principe zijn alle mesogene epoxiden geschikt om te worden gecopolymeriseerd tot zijketen vloeibaar-kristallijne polycarbonaten of polysulfieten. Het succes van de polymerisatie is sterk afhankelijk van de oplosbaarheid van het epoxide in het te gebruiken oplosmiddel. Mesogene epoxiden kunnen worden gemaakt door aan een bijna willekeurig mesogeen molecule een glycidylgroep te bevestigen.Applied SciencesScheikundige Technologie en der MateriaalkundeTechnologie van Macromoleculaire Stoffe
Synthese en analyse van enige nieuwe blokpolymeren, bestaande uit 2 mesogene groepen en een flexibele spacer
In het afstudeeronderzoek werden een aantal reacties uitgevoerd tussen di- of triaminen en mesogene groepen met een epoxidefunctie om nieuwe verbindingen te synthetiseren en deze te onderzoeken op vloeibaarkristallijne eigenschappen.Applied SciencesTechnologie van Macromoleculaire Stoffe
Copolymerisatie van kooldioxide en mesogene epoxiden tot vloeibaar-kristallijne polycarbonaten
Het doel van het onderzoek was het synthetiseren en karakteriseren van nieuwe vloeibaar-kristallijne polycarbonaten door copolymerisatie van kooldioxide en mesogene epoxiden. Het gestelde doel is in zoverre bereikt dat de polymerisatiereactie is gelukt en dat inderdaad vloeibaar-kristallijne produkten zijn verkregen, maar een minpunt was dat de meeste polymeren slechts een zeer laag molgewicht hadden. De polymerisatie is uitgevoerd in een verwarmde autoclaaf bij een kooldioxide-druk van 60 tot 130 atmosfeer. Als katalysator voor de reactie werden organometaalverbindingen op basis van diethylzink en resorcinol of op basis van diethylzink en pyrogallol gebruikt. De minimaal benodigde reactietemperatuur voor een redelijke conversie van de epoxiden was 50 a 100‘C. Analyse van de Produkten werd uitgevoerd met behulp van Fourier Transform IR, 1H NMR, DSC, GPC en temperatuur- afhankelijke polarisatiemicroscopie…Applied SciencesTechnologie van Macromoleculaire Stoffe
Variations on the Author
“Variations on the Author” discusses two of Eduardo Coutinho’s recent films (Um Dia na Vida, from 2010, and Últimas Conversas, posthumously released in 2015) and their contribution to the general question of documentary authorship. The director’s filmography is characterized by a consistent yet self-effacing form of authorial self-inscription: Coutinho often features as an interviewer that rather than express opinions propels discourses; an interviewer that is good at listening. This mode of self-inscription characterizes him as an author who is not expressive but who is nonetheless markedly present on the screen. In Um Dia na Vida, however, Coutinho is completely absent form the image, while Últimas Conversas, on the contrary, includes a confessional prologue that moves the director from the margins to the center of his films. This article examines the ways in which these works stand out in the filmography of a director who offers new insights into the notion of cinematic authorship
- …
