1,720,982 research outputs found
Nieuwe inburgeringswet beter, maar niet goed genoeg
De Eerste Kamer verleende op 1 december haar goedkeuring aan het wetsvoorstel voor een nieuw inburgeringsstelsel. De nieuwe wet, die vanaf 1 januari 2022 van kracht wordt, is, vergeleken met de huidige Wet inburgering, een vooruitgang. Maar het blijft behelpen zolang inburgering een politieke speelbal blijft
Veldonderzoek leesvaardigheid Amsterdam Zuidoost
Laaggeletterdheid is een erkend maatschappelijk probleem en staat de laatste jaren nadrukkelijk op de politiek-bestuurlijke agenda. De cijfers over laaggeletterdheid zijn verontrustend. Volgens het onderzoek van de OESO geldt landelijk 12% procent van de beroepsbevolking als laaggeletterd, voor Amsterdam was al bekend dat 16% behoort tot die categorie (Buisman en Houtkoop, 2014). Uit eerder veldonderzoek van het lectoraat Management van Cultuurverandering komen veel hogere uitkomsten naar voren dan de cijfers die al bekend waren: 27% van de beroepsbevolking in Amsterdam Nieuw-West is hoogstwaarschijnlijk onvoldoende leesvaardig. De hoogste percentages zijn te vinden in Slotermeer Noordoost (41%) en Slotermeer Zuidwest en Geuzenveld (allebei 37%) (Achbab, Fukkink, Straathof & Faddegon, 2015). Leesvaardigheid is een noodzakelijke voorwaarde voor geletterdheid. Dat betekent dus dat het probleem van laaggeletterdheid in een aantal delen van Amsterdam mogelijk groter is dan men denkt. Dat geldt waarschijnlijk ook voor Amsterdam Zuidoost. Veel van die problematiek is verborgen laaggeletterdheid waardoor de populatie moeilijk te bereiken is
Discontinuïteit van discours als de motor van veranderingen
Taal heeft een strategische functie in processen van maatschappelijke verandering en is een sleutel tot het begrijpen en verklaren van cultuurveranderingsprocessen. Aan de hand van een casestudie bij stadsdeel Nieuw-West in Amsterdam toont de auteur aan hoe een narratieve aanpak kan worden gebruikt om de relatie tussen discours en cultuurverandering in organisaties aan te tonen. Bij het stadsdeel is onderzocht hoe veranderende maatschappijopvattingen zich verhouden tot de alledaagse praktijk van medewerkers, managers en teams
Het Toeslagenschandaal toont aan: racisme is in Nederland nog altijd een ongemakkelijk onderwerp
In de Ban van Cultuur: De wens van een Culturele Revolutie en de realiteit van een Culturele Evolutie
In deze masterscriptie staat het cultuuronderzoek centraal dat heeft plaats gevonden op het Calvijn met Junior College in de periode maart 2009 tot en met juli 2009. De resultaten van dit onderzoek laten dus een beeld een zien van de organisatie toentertijd. De conclusies hebben dus ook betrekking op de organisatie van toentertijd. Door allerlei ontwikkelingen binnen organisaties kunnen de fundamenten van cultuur veranderd zijn. Cultuur is nou eenmaal dynamisch en springlevend.
Het Calvijn met Junior College was jarenlang een verwaarloosde organisatie. In de zomer van 2006 zijn de eerste plannen gemaakt om van het Calvijn met Junior College een school te creëren die niet alleen het beste onderwijs biedt, maar ook een breed aanbod van activiteiten ontwikkelt. Om die reden is het project West Best gevormd.
Het Calvijn met Junior College is op die manier een experimenteerschool geworden waar grote vernieuwingen in het onderwijs en de onderwijsorganisatie worden gerealiseerd, een proeftuin waarbinnen iedereen met elkaar samenwerkt: de externe partners, de jeugdzorg, de leerplichtambtenaar en de leraren. Het dient uiteindelijk een aantrekkelijke centrale plek in de buurt te worden. De gemeente Amsterdam stelde in november 2007 een gemeentelijke topambtenaar aan als interim-directeur. Deze interim-directeur zou voor een periode van twee jaar de voortrekker van het vernieuwingsproject zijn.
Tijdens het intakegesprek dat heeft plaats gevonden met de interim-directeur van het Calvijn met Junior College werd duidelijk welke waarden het MT in de gewenste cultuur sterk terug wilt zien. Om de nieuwe visie van de school tot een succes te maken dient men volgens de interim-directeur de volgende nieuwe waarden te bereiken: resultaatgerichtheid, gemeenschappelijkheidsgevoel en leerling centraal.
Om het vernieuwingsproject tot een succes te maken is er door het nieuw gevormde MT op tal van verschillende interventies ingezet.
Een doel van het vernieuwingsproject is om onder andere een cultuuromslag te bewerkstellingen en die cultuurverandering te bestendigen. Om dit doel te bereiken dient er eerst een cultuuronderzoek te worden verricht. Interventies dienen namelijk op de fundamenten van de organisatiecultuur te zijn gebaseerd.
Het Arena Cultuur Model van Alex Straathof zal als uitgangspunt worden genomen voor dit onderzoek. Dit model is ontleend aan het drie-lagenmodel van Edgar Schein maar het is een veel dynamischer model met aandacht voor de groepsdynamica, dat ook veranderingen kan beschrijven en mogelijkheden tot meten biedt. Scheins driedeling in artefacten, beleden waarden en basisassumpties is in het nieuwe cultuurmodel van Alex Straathof veranderd in een driedeling bestaande uit gedrag, mindset en arena. Organisatiecultuur is dus een samenstel van deze drie afzonderlijke delen waarbij de mindset wordt gezien als de kern van cultuur. Een gewenste cultuurverandering wordt dan ook gezien als een verandering in gedrag, mindset en arena.
In dit onderzoek is collectiviteit een indicator voor cultuur. Cultuur gaat over groepsgedrag. Collectieve gedragingen, waarden en overtuigingen zijn indicatoren voor groepsgedrag. Wanneer er een onderling verwantschap ontstaat tussen groepsleden en de veelheid van mogelijke individuele uitingen wordt beperkt tot meer collectieve gedragingen spreken we van collectiviteit.
Effectieve cultuurverandering ontstaat door het gebruik van interventies op de drie niveaus van mindset, de groepsarena en het gedrag. De sleutel tot succes is het lussen van de cultuurniveaus. Interventies dienen hierbij op elkaar aan te sluiten.
Om tot resultaten te komen zijn er verschillende onderzoekstechnieken gebruikt. Door middel van een intakegesprek, documentanalyses, observaties en een quickscan-vragenlijst is een algemeen beeld gecreëerd van de bestaande en gewenste cultuur. Het meetinstrumentarium is gebouwd op de drie fundamentele lagen van het Arena Cultuur Model. Door middel van laddering-interviews ontstaat er een beeld van de gedeelde mindset. Er ontstaat een beeld van collectief gedrag door middel van oplossingsrepertoires. De onderlinge betrekkingen in de groepsarena worden gemeten aan de hand van de arena-analyse.
De resultaten laten op een aantal vlakken een paradoxaal beeld zien maar ze laten ook zien dat het Calvijn met Junior College een geringe collectiviteit kent. Een ander resultaat van dit onderzoek is dat het empirisch is bewezen dat er meerdere relevante breuklijnen zijn aan te wijzen in de cultuur van een organisatie.
Dankzij het cultuuronderzoek is er genoeg informatie over de organisatie verzameld om een aanbevelingenplan naar voren te brengen. Dit aanbevelingenplan bestaat uit een interventiemix die aangrijpen op de cultuurlagen mindset, groepsarena en gedrag. Deze interventies sluiten op elkaar aan zodat er een maximaal effect wordt gerealiseerd op de bestaande cultuurproblemen.
In deze masterscriptie staat het cultuuronderzoek centraal dat heeft plaats gevonden op het Calvijn met Junior College in de periode maart 2009 tot en met juli 2009. De resultaten van dit onderzoek laten dus een beeld een zien van de organisatie toentertijd. De conclusies hebben dus ook betrekking op de organisatie van toentertijd. Door allerlei ontwikkelingen binnen organisaties kunnen de fundamenten van cultuur veranderd zijn. Cultuur is nou eenmaal dynamisch en springlevend.
Het Calvijn met Junior College was jarenlang een verwaarloosde organisatie. In de zomer van 2006 zijn de eerste plannen gemaakt om van het Calvijn met Junior College een school te creëren die niet alleen het beste onderwijs biedt, maar ook een breed aanbod van activiteiten ontwikkelt. Om die reden is het project West Best gevormd.
Het Calvijn met Junior College is op die manier een experimenteerschool geworden waar grote vernieuwingen in het onderwijs en de onderwijsorganisatie worden gerealiseerd, een proeftuin waarbinnen iedereen met elkaar samenwerkt: de externe partners, de jeugdzorg, de leerplichtambtenaar en de leraren. Het dient uiteindelijk een aantrekkelijke centrale plek in de buurt te worden. De gemeente Amsterdam stelde in november 2007 een gemeentelijke topambtenaar aan als interim-directeur. Deze interim-directeur zou voor een periode van twee jaar de voortrekker van het vernieuwingsproject zijn.
Tijdens het intakegesprek dat heeft plaats gevonden met de interim-directeur van het Calvijn met Junior College werd duidelijk welke waarden het MT in de gewenste cultuur sterk terug wilt zien. Om de nieuwe visie van de school tot een succes te maken dient men volgens de interim-directeur de volgende nieuwe waarden te bereiken: resultaatgerichtheid, gemeenschappelijkheidsgevoel en leerling centraal.
Om het vernieuwingsproject tot een succes te maken is er door het nieuw gevormde MT op tal van verschillende interventies ingezet.
Een doel van het vernieuwingsproject is om onder andere een cultuuromslag te bewerkstellingen en die cultuurverandering te bestendigen. Om dit doel te bereiken dient er eerst een cultuuronderzoek te worden verricht. Interventies dienen namelijk op de fundamenten van de organisatiecultuur te zijn gebaseerd.
Het Arena Cultuur Model van Alex Straathof zal als uitgangspunt worden genomen voor dit onderzoek. Dit model is ontleend aan het drie-lagenmodel van Edgar Schein maar het is een veel dynamischer model met aandacht voor de groepsdynamica, dat ook veranderingen kan beschrijven en mogelijkheden tot meten biedt. Scheins driedeling in artefacten, beleden waarden en basisassumpties is in het nieuwe cultuurmodel van Alex Straathof veranderd in een driedeling bestaande uit gedrag, mindset en arena. Organisatiecultuur is dus een samenstel van deze drie afzonderlijke delen waarbij de mindset wordt gezien als de kern van cultuur. Een gewenste cultuurverandering wordt dan ook gezien als een verandering in gedrag, mindset en arena.
In dit onderzoek is collectiviteit een indicator voor cultuur. Cultuur gaat over groepsgedrag. Collectieve gedragingen, waarden en overtuigingen zijn indicatoren voor groepsgedrag. Wanneer er een onderling verwantschap ontstaat tussen groepsleden en de veelheid van mogelijke individuele uitingen wordt beperkt tot meer collectieve gedragingen spreken we van collectiviteit.
Effectieve cultuurverandering ontstaat door het gebruik van interventies op de drie niveaus van mindset, de groepsarena en het gedrag. De sleutel tot succes is het lussen van de cultuurniveaus. Interventies dienen hierbij op elkaar aan te sluiten.
Om tot resultaten te komen zijn er verschillende onderzoekstechnieken gebruikt. Door middel van een intakegesprek, documentanalyses, observaties en een quickscan-vragenlijst is een algemeen beeld gecreëerd van de bestaande en gewenste cultuur. Het meetinstrumentarium is gebouwd op de drie fundamentele lagen van het Arena Cultuur Model. Door middel van laddering-interviews ontstaat er een beeld van de gedeelde mindset. Er ontstaat een beeld van collectief gedrag door middel van oplossingsrepertoires. De onderlinge betrekkingen in de groepsarena worden gemeten aan de hand van de arena-analyse.
De resultaten laten op een aantal vlakken een paradoxaal beeld zien maar ze laten ook zien dat het Calvijn met Junior College een geringe collectiviteit kent. Een ander resultaat van dit onderzoek is dat het empirisch is bewezen dat er meerdere relevante breuklijnen zijn aan te wijzen in de cultuur van een organisatie.
Dankzij het cultuuronderzoek is er genoeg informatie over de organisatie verzameld om een aanbevelingenplan naar voren te brengen. Dit aanbevelingenplan bestaat uit een interventiemix die aangrijpen op de cultuurlagen mindset, groepsarena en gedrag. Deze interventies sluiten op elkaar aan zodat er een maximaal effect wordt gerealiseerd op de bestaande cultuurproblemen.
In deze masterscriptie staat het cultuuronderzoek centraal dat heeft plaats gevonden op het Calvijn met Junior College in de periode maart 2009 tot en met juli 2009. De resultaten van dit onderzoek laten dus een beeld een zien van de organisatie toentertijd. De conclusies hebben dus ook betrekking op de organisatie van toentertijd. Door allerlei ontwikkelingen binnen organisaties kunnen de fundamenten van cultuur veranderd zijn. Cultuur is nou eenmaal dynamisch en springlevend.
Het Calvijn met Junior College was jarenlang een verwaarloosde organisatie. In de zomer van 2006 zijn de eerste plannen gemaakt om van het Calvijn met Junior College een school te creëren die niet alleen het beste onderwijs biedt, maar ook een breed aanbod van activiteiten ontwikkelt. Om die reden is het project West Best gevormd.
Het Calvijn met Junior College is op die manier een experimenteerschool geworden waar grote vernieuwingen in het onderwijs en de onderwijsorganisatie worden gerealiseerd, een proeftuin waarbinnen iedereen met elkaar samenwerkt: de externe partners, de jeugdzorg, de leerplichtambtenaar en de leraren. Het dient uiteindelijk een aantrekkelijke centrale plek in de buurt te worden. De gemeente Amsterdam stelde in november 2007 een gemeentelijke topambtenaar aan als interim-directeur. Deze interim-directeur zou voor een periode van twee jaar de voortrekker van het vernieuwingsproject zijn.
Tijdens het intakegesprek dat heeft plaats gevonden met de interim-directeur van het Calvijn met Junior College werd duidelijk welke waarden het MT in de gewenste cultuur sterk terug wilt zien. Om de nieuwe visie van de school tot een succes te maken dient men volgens de interim-directeur de volgende nieuwe waarden te bereiken: resultaatgerichtheid, gemeenschappelijkheidsgevoel en leerling centraal.
Om het vernieuwingsproject tot een succes te maken is er door het nieuw gevormde MT op tal van verschillende interventies ingezet.
Een doel van het vernieuwingsproject is om onder andere een cultuuromslag te bewerkstellingen en die cultuurverandering te bestendigen. Om dit doel te bereiken dient er eerst een cultuuronderzoek te worden verricht. Interventies dienen namelijk op de fundamenten van de organisatiecultuur te zijn gebaseerd.
Het Arena Cultuur Model van Alex Straathof zal als uitgangspunt worden genomen voor dit onderzoek. Dit model is ontleend aan het drie-lagenmodel van Edgar Schein maar het is een veel dynamischer model met aandacht voor de groepsdynamica, dat ook veranderingen kan beschrijven en mogelijkheden tot meten biedt. Scheins driedeling in artefacten, beleden waarden en basisassumpties is in het nieuwe cultuurmodel van Alex Straathof veranderd in een driedeling bestaande uit gedrag, mindset en arena. Organisatiecultuur is dus een samenstel van deze drie afzonderlijke delen waarbij de mindset wordt gezien als de kern van cultuur. Een gewenste cultuurverandering wordt dan ook gezien als een verandering in gedrag, mindset en arena.
In dit onderzoek is collectiviteit een indicator voor cultuur. Cultuur gaat over groepsgedrag. Collectieve gedragingen, waarden en overtuigingen zijn indicatoren voor groepsgedrag. Wanneer er een onderling verwantschap ontstaat tussen groepsleden en de veelheid van mogelijke individuele uitingen wordt beperkt tot meer collectieve gedragingen spreken we van collectiviteit.
Effectieve cultuurverandering ontstaat door het gebruik van interventies op de drie niveaus van mindset, de groepsarena en het gedrag. De sleutel tot succes is het lussen van de cultuurniveaus. Interventies dienen hierbij op elkaar aan te sluiten.
Om tot resultaten te komen zijn er verschillende onderzoekstechnieken gebruikt. Door middel van een intakegesprek, documentanalyses, observaties en een quickscan-vragenlijst is een algemeen beeld gecreëerd van de bestaande en gewenste cultuur. Het meetinstrumentarium is gebouwd op de drie fundamentele lagen van het Arena Cultuur Model. Door middel van laddering-interviews ontstaat er een beeld van de gedeelde mindset. Er ontstaat een beeld van collectief gedrag door middel van oplossingsrepertoires. De onderlinge betrekkingen in de groepsarena worden gemeten aan de hand van de arena-analyse.
De resultaten laten op een aantal vlakken een paradoxaal beeld zien maar ze laten ook zien dat het Calvijn met Junior College een geringe collectiviteit kent. Een ander resultaat van dit onderzoek is dat het empirisch is bewezen dat er meerdere relevante breuklijnen zijn aan te wijzen in de cultuur van een organisatie.
Dankzij het cultuuronderzoek is er genoeg informatie over de organisatie verzameld om een aanbevelingenplan naar voren te brengen. Dit aanbevelingenplan bestaat uit een interventiemix die aangrijpen op de cultuurlagen mindset, groepsarena en gedrag. Deze interventies sluiten op elkaar aan zodat er een maximaal effect wordt gerealiseerd op de bestaande cultuurproblemen.
In deze masterscriptie staat het cultuuronderzoek centraal dat heeft plaats gevonden op het Calvijn met Junior College in de periode maart 2009 tot en met juli 2009. De resultaten van dit onderzoek laten dus een beeld een zien van de organisatie toentertijd. De conclusies hebben dus ook betrekking op de organisatie van toentertijd. Door allerlei ontwikkelingen binnen organisaties kunnen de fundamenten van cultuur veranderd zijn. Cultuur is nou eenmaal dynamisch en springlevend.
Het Calvijn met Junior College was jarenlang een verwaarloosde organisatie. In de zomer van 2006 zijn de eerste plannen gemaakt om van het Calvijn met Junior College een school te creëren die niet alleen het beste onderwijs biedt, maar ook een breed aanbod van activiteiten ontwikkelt. Om die reden is het project West Best gevormd.
Het Calvijn met Junior College is op die manier een experimenteerschool geworden waar grote vernieuwingen in het onderwijs en de onderwijsorganisatie worden gerealiseerd, een proeftuin waarbinnen iedereen met elkaar samenwerkt: de externe partners, de jeugdzorg, de leerplichtambtenaar en de leraren. Het dient uiteindelijk een aantrekkelijke centrale plek in de buurt te worden. De gemeente Amsterdam stelde in november 2007 een gemeentelijke topambtenaar aan als interim-directeur. Deze interim-directeur zou voor een periode van twee jaar de voortrekker van het vernieuwingsproject zijn.
Tijdens het intakegesprek dat heeft plaats gevonden met de interim-directeur van het Calvijn met Junior College werd duidelijk welke waarden het MT in de gewenste cultuur sterk terug wilt zien. Om de nieuwe visie van de school tot een succes te maken dient men volgens de interim-directeur de volgende nieuwe waarden te bereiken: resultaatgerichtheid, gemeenschappelijkheidsgevoel en leerling centraal.
Om het vernieuwingsproject tot een succes te maken is er door het nieuw gevormde MT op tal van verschillende interventies ingezet.
Een doel van het vernieuwingsproject is om onder andere een cultuuromslag te bewerkstellingen en die cultuurverandering te bestendigen. Om dit doel te bereiken dient er eerst een cultuuronderzoek te worden verricht. Interventies dienen namelijk op de fundamenten van de organisatiecultuur te zijn gebaseerd.
Het Arena Cultuur Model van Alex Straathof zal als uitgangspunt worden genomen voor dit onderzoek. Dit model is ontleend aan het drie-lagenmodel van Edgar Schein maar het is een veel dynamischer model met aandacht voor de groepsdynamica, dat ook veranderingen kan beschrijven en mogelijkheden tot meten biedt. Scheins driedeling in artefacten, beleden waarden en basisassumpties is in het nieuwe cultuurmodel van Alex Straathof veranderd in een driedeling bestaande uit gedrag, mindset en arena. Organisatiecultuur is dus een samenstel van deze drie afzonderlijke delen waarbij de mindset wordt gezien als de kern van cultuur. Een gewenste cultuurverandering wordt dan ook gezien als een verandering in gedrag, mindset en arena.
In dit onderzoek is collectiviteit een indicator voor cultuur. Cultuur gaat over groepsgedrag. Collectieve gedragingen, waarden en overtuigingen zijn indicatoren voor groepsgedrag. Wanneer er een onderling verwantschap ontstaat tussen groepsleden en de veelheid van mogelijke individuele uitingen wordt beperkt tot meer collectieve gedragingen spreken we van collectiviteit.
Effectieve cultuurverandering ontstaat door het gebruik van interventies op de drie niveaus van mindset, de groepsarena en het gedrag. De sleutel tot succes is het lussen van de cultuurniveaus. Interventies dienen hierbij op elkaar aan te sluiten.
Om tot resultaten te komen zijn er verschillende onderzoekstechnieken gebruikt. Door middel van een intakegesprek, documentanalyses, observaties en een quickscan-vragenlijst is een algemeen beeld gecreëerd van de bestaande en gewenste cultuur. Het meetinstrumentarium is gebouwd op de drie fundamentele lagen van het Arena Cultuur Model. Door middel van laddering-interviews ontstaat er een beeld van de gedeelde mindset. Er ontstaat een beeld van collectief gedrag door middel van oplossingsrepertoires. De onderlinge betrekkingen in de groepsarena worden gemeten aan de hand van de arena-analyse.
De resultaten laten op een aantal vlakken een paradoxaal beeld zien maar ze laten ook zien dat het Calvijn met Junior College een geringe collectiviteit kent. Een ander resultaat van dit onderzoek is dat het empirisch is bewezen dat er meerdere relevante breuklijnen zijn aan te wijzen in de cultuur van een organisatie.
Dankzij het cultuuronderzoek is er genoeg informatie over de organisatie verzameld om een aanbevelingenplan naar voren te brengen. Dit aanbevelingenplan bestaat uit een interventiemix die aangrijpen op de cultuurlagen mindset, groepsarena en gedrag. Deze interventies sluiten op elkaar aan zodat er een maximaal effect wordt gerealiseerd op de bestaande cultuurproblemen
Going Beyond Counting First Authors in Author Co-citation Analysis
The present study examines one of the fundamental aspects of author co-citation analysis (ACA) - the way co-citation
counts are defined. Co-citation counting provides the data on which all subsequent statistical analyses and mappings
are based, and we compare ACA results based on two different types of co-citation counting - the traditional type that
only counts the first one among a cited work's authors on the one hand and a non-traditional type that takes into
account the first 5 authors of a cited work on the other hand. Results indicate that the picture produced through this non-traditional author co-citation counting contains more coherent author groups and is therefore considerably clearer. However, this picture represents fewer specialties in the research field being studied than that produced through the traditional first-author co-citation counting when the same number of top-ranked authors is selected and analyzed. Reasons for these effects are discussed
- …
