Hasselt University

Document Server@UHasselt
Not a member yet
    44197 research outputs found

    In it together? Investigating the impact of organizational identification on chronic stress during change uncertainty

    No full text
    Does perceived change uncertainty in the workplace affect employees' chronic stress levels, and does Organizational Identication (OI)-or: employees' psychological ties to their organization-buffer or exacerbate this biological response to change uncertainty? This study contributes theoretically to the literature on the psychological properties of workplace change by considering chronic stress. Empirically, it introduces hair cortisol concentrations (HCC) as a physiological marker of stress, coupling these to survey data on experienced change uncertainty and OI among employees in local governments in Flanders (Belgium). Compared to traditionally used self-report survey measures of stress, HCC offers an objective, biological indicator of stress exposure over a prolonged period of several months. While short-term stints of acute stress are considered harmless, prolonged exposure to high stress levels is linked to negative effects on health and wellbeing. The results show that high levels of perceived change uncertainty significantly elevate levels of chronic stress. OI serves as a buffer of this reaction and can limit employee stress in situations of high change uncertainty.This article came forth from the research project “Avoiding repetitive reform injury in the public sector. Can leadership behavior reduce the damaging effect of repetitive reforms?”, supported by the University Research Fund of the University of Antwerp (BOF 42338). The research project is ethically cleared by the Committee for Medical Ethics of the University Hospital of Antwerp and the University of Antwerp (CME, project ID: 0647)

    De rol van AI in duurzaamheidsrapportering: een onderzoek naar de opleiding van toekomstige accountants.

    No full text
    De snelle opkomst van artificiële intelligentie (AI) en de toenemende regulering rond duurzaamheidsrapportering, zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), hebben een grote impact op het takenpakket van accountants. Deze masterproef onderzoekt in welke mate accountingopleidingen op hogescholen afgestudeerden voorbereiden op AI-vaardigheden binnen de context van duurzaamheidsrapportering. Door middel van een literatuurstudie en kwalitatief empirisch onderzoek bij zowel het onderwijsveld als de professionele accountancypraktijk, worden knelpunten en opportuniteiten in kaart gebracht. De resultaten tonen aan dat AI geleidelijk aan geïntegreerd wordt in het curriculum, voornamelijk via praktijkgerichte toepassingen. Duurzaamheidsrapportering krijgt echter nog weinig praktische invulling, enkel theoretische kennis. Het werkveld benadrukt de nood aan basiskennis, kritisch denkvermogen en digitale weerbaarheid boven technische expertise. Op basis van deze inzichten formuleert de studie aanbevelingen om curricula te hervormen op een geïntegreerde en toekomstgerichte manier. Zo kunnen accountingopleidingen beter inspelen op de evoluerende verwachtingen van de sector en bijdragen aan betrouwbare, ethische en technologische duurzame verslaggeving. Trefwoorden: artificiële intelligentie, duurzaamheidsrapportering, accountingonderwijs, curricula, CSRD, AI-vaardigheden, hogescholen, constructive alignmen

    Bepalen de bedrijfsprestaties de keuze voor externe verkoop versus familiale overdracht van het familiebedrijf?

    No full text
    Doel en methodologie: Familiebedrijven vormen het grootste aandeel van het Belgische ondernemingslandschap, maar steeds meer 55-plussers overwegen een externe verkoop. Dit onderzoek analyseert of financiële prestaties die beslissing beïnvloeden. Centraal staat de vraag: bepalen prestaties de keuze voor familiale overdracht of externe verkoop? Daarnaast wordt onderzocht of financiële afhankelijkheid van de familie beïnvloed wordt door prestaties. Drie hypothesen werden getest op basis van enquête- en financiële data van Vlaamse familiebedrijven (n=240 en n=110), met logistische regressie op basis van ROA-veranderingen (2016–2019). Resultaten: Recente financiële prestaties hebben een positieve invloed op de keuze voor familiale overdracht (hypothese 1). Daarnaast blijkt ook dat latere generaties eerder geneigd zijn tot familiale overdracht. Hypothese 2 (moderatie door historische prestaties) en hypothese 3 (effect op financiële afhankelijkheid) werden niet bevestigd. Wel blijkt eigendomsspreiding binnen de familie sterk gerelateerd aan financiële afhankelijkheid. Kritische beschouwing: Beperkingen zijn onder meer het gebruik van secundaire data, beperkte meetbaarheid van financiële afhankelijkheid en mogelijke bias. Toekomstig onderzoek zou percepties en emoties moeten integreren en longitudinaal worden opgezet

    Een onderzoek naar genderinclusiviteit binnen het Belgische afstammingsrecht

    No full text
    Te midden van groeiende aandacht voor gendergelijkheid, een toenemende diversiteit aan gezinsvormen en voortdurende innovaties op het vlak van medisch begeleide voortplanting, staat het afstammingsrecht voor een fundamentele heroriëntatie. Voormelde ontwikkelingen zetten het bestaande wettelijke kader onder druk en roepen vragen op over hoe juridische afstammingsbanden (moeten) worden vastgesteld. Tegen deze achtergrond staat in dit proefschrift de volgende vraag centraal: “Is het gerechtvaardigd om het Belgische afstammingsrecht genderinclusief te maken? Zo ja, hoe zou dit in het oud Burgerlijk Wetboek geïmplementeerd moeten worden?”. Het onderzoek wordt gestructureerd rond vier subonderzoeksvragen, elk met een eigen methodologische insteek. De eerste subonderzoeksvraag luidt: “Welke historische evoluties typeren het Belgische afstammingsrecht met betrekking tot genderinclusiviteit en hoe ziet de huidige regelgeving er op dit vlak uit?”. In een eerste afdeling wordt een descriptief-historische analyse uitgevoerd van zowel wetgevende als jurisprudentiële ontwikkelingen sinds 1987 en dit aan de hand van drie specifieke pijlers: (1) het gender van de ouder(s), (2) de seksuele oriëntatie van de ouder(s) en (3) de genderidentiteit van de ouder(s). In een tweede afdeling worden de voornaamste actuele uitdagingen belicht. De analyse toont dat het Belgische afstammingsrecht nog steeds grotendeels gebaseerd is op een binaire moedervader-logica en traditionele aannames over biologische verwekking en heteronormatieve gezinsvorming. De tweede subonderzoeksvraag is evaluatief van aard: “Kan een genderinclusief afstammingsrecht vanuit een sociaalwetenschappelijke invalshoek gerechtvaardigd worden?”. Hiervoor wordt een systematische literatuurstudie uitgevoerd van sociaalwetenschappelijke studies, gepubliceerd sinds 1987 en afkomstig uit Europese en Noord-Amerikaanse contexten. Het onderzoek richt zich op gezinnen met aan het hoofd een bewust alleenstaande moeder of vader, homoseksuele of lesbische ouder(s), of een transgender- of non-binaire ouder. De analyse doet besluiten dat het welzijn en de ontwikkeling van kinderen sterker worden beïnvloed door relationele en omgevingsfactoren dan door de specifieke gezinsstructuur waarin zij opgroeien. De derde subonderzoeksvraag is extern vergelijkend: “(Hoe) kan het Nederlandse afstammingsrecht een bron van inspiratie uitmaken?”. Dit deel omvat eerst een descriptief-historische analyse van het Nederlandse afstammingsrecht, gevolgd door een geïntegreerde vergelijking met het Belgische recht. Hieruit blijken zowel waardevolle inzichten als aandachtspunten voor waakzaamheid. De vierde en laatste subonderzoeksvraag is normatief: “Hoe moet het Belgische afstammingsrecht geherformuleerd worden teneinde genderinclusiviteit te bevorderen?”. Eerst wordt een analytisch toetsingskader ontwikkeld op basis van vijf kwaliteitscriteria: doeltreffendheid en doelmatigheid; rechtmatigheid; coherentie en consistentie; eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid; en sociale bestendigheid. In het licht daarvan worden vervolgens tien concrete aanbevelingen geformuleerd die gezamenlijk de contouren schetsen van een genderinclusieve hertekening van het Belgische afstammingsrecht

    Charbonnage: een spel van GRONDstof

    No full text
    Deze scriptie onderzoekt de rol van materiaal als betekenisgevend en atmosferisch element binnen de architectuur, met bijzondere aandacht voor de herbestemming van Schacht 2 van de voormalige steenkoolmijn in Eisden. Vertrekkend vanuit de architectuurfilosofie van Peter Zumthor en Juliaan Lampens, wordt materiaal niet enkel benaderd als bouwtechnisch gegeven, maar als drager van herinnering, emotie en contextuele verbondenheid. Via thema’s als licht, leegte, akoestiek en tactiliteit wordt aangetoond hoe materialen een zintuiglijke en spirituele beleving van ruimte kunnen oproepen. Het ontwerpvoorstel voor Schacht 2 focust op het versterken van de bestaande structuur door het inzetten van lokaal verankerde materialen zoals beton, grove den en Maaskeien, en benadrukt de interactie tussen verleden en heden. Een experimenteel luik van de scriptie onderzoekt hoe steenkool, het symbool van de industriële geschiedenis van Eisden, kan worden omgezet in pigment voor grafische blokdruk. Deze artistieke benadering verbindt ambacht met herdenking en opent een nieuw discours over materiaalgebruik in erfgoedarchitectuur. De scriptie pleit voor een holistische architectuurpraktijk waarin materiaalkeuze, lichtinval, akoestiek en atmosfeer samenkomen in een Gesamtkunstwerk. Zo draagt dit onderzoek bij aan de ontwikkeling van contextgevoelige, zintuiglijk rijke en maatschappelijk bewuste architectuur

    Ambacht als Dorpshart - een hommage aan lokale creativiteit

    No full text
    Mijn fascinatie voor ambacht en creativiteit vindt zijn oorsprong in mijn jeugd in Mol, waar ik opgroeide in een gezin dat leefde van en voor het maken. Mijn ouders, beiden actief in de creatieve sector, leerden me het belang van vakmanschap, liefde voor het detail en respect voor de omgeving. Deze waarden vormden de basis voor mijn professionele keuzes en mijn kijk op de rol van ambacht in onze samenleving. De coronapandemie confronteerde me bovendien met de achteruitgang van de dorpskern in Mol, en versterkte mijn besef dat er veel onbenut potentieel schuilt in de lokale gemeenschap. Vanuit deze persoonlijke betrokkenheid ontstond mijn masterscriptie en het bijhorende concept: Ambacht als Stadshart. Dit idee stelt een hybride ruimte voor waar retail, hospitality en creativiteit samenkomen: een makersmarkt, een craft beer café en workshopruimtes, allemaal verweven tot een ontmoetingsplek waar vakmanschap en verhalen centraal staan. Het doel is om Mol nieuw leven in te blazen door lokale tradities, producten en gemeenschapszin te versterken. De scriptie onderzoekt of dit concept realistisch en relevant is binnen de huidige maatschappelijke en economische context. In een tijdperk van digitalisering, globalisering en veranderend consumentengedrag, lijkt er ook een tegenbeweging te ontstaan: een groeiende behoefte aan authenticiteit, beleving en lokale verbinding. Deze trend – zichtbaar in de opmars van ambachtelijke producten en initiatieven – vormt een belangrijk uitgangspunt in mijn onderzoek

    Modeling the impact of strain on Group-IV color centers in diamond: A first principles study of the ZPL position.

    No full text
    Color centers in diamond have a long history of interest, evolving from the quality of a prized gemstone to current day high-tech applications such as quantum information technology and nano-sensing.[1] Over time, hundreds of color centers have experimentally been identified, however, only few have been fully and decisively structurally characterized.[2] For high-tech applications, the group-IV color centers have gained interest in recent years due to their excellent Debye-Waller factor, making them suitable for optically based quantum applications. In this work, we present a quantum mechanical study of the group-IV color centers in diamond. We investigate the impact of strain and defect concentration on the ZPL as these will help to elucidate the experimental observation of these ZPL in nanocrystalline diamond (NDC) films. Although the structure of these centers is well established (split-vacancy), the impact of strain and concentration is less clear. Color centers with concentrations of 1.5% down to 0.1% (64-1000 atom conventional cells) were modeled using Density Functional Theory using hybrid functionals.[3] At different concentrations the supercells are strained both isotropic and anisotropic to mimic the possible conditions in reality experienced in NDC films. The evolution of the color center related bands is traced as function of the strain, and ZPL and defect formation energy were determined for neutral and charged color centers. Combining all these results provides a clear picture of the relationship between the ZPL-position and lattice strain, which is essential for understanding the behavior under experimental conditions in NDC thin films. These results are then used to elucidate the experimentally observed distributions of ZPL lines for GeV and SnV systems.[3] [1] V. Damle, et al., Carbon 162, 1-12 (2020), [2] D.E.P. Vanpoucke, et al. Diam. Relat. Mater. 94, 233-241 (2019). [3] T.G.I. van Wijk, et al., Carbon 234, 119928 (2025

    0

    full texts

    44,197

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Document Server@UHasselt
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇