Sciensano Publications Repository
Not a member yet
    11597 research outputs found

    Development and implementation of novel liquid biopsy NGS panels via the OncNGS precommercial procurement (PCP) initiative

    No full text
    Background Circulating tumor DNA (ctDNA) analysis is transforming oncology, but challenges such as insufficient analytical sensitivity, difficult variant interpretation, suboptimal turnaround time, limited deployment flexibility, and high costs hinder its broader adoption and raise concerns about reimbursement sustainability across European health care&nbsp;systems. Materials and&nbsp;methods To address these challenges, we created the OncNGS consortium, comprising academic, public, and private hospitals (buyers’ group) and several supporting entities, to run a European precommercial procurement (PCP) initiative. The consortium defined ctDNA diagnostic testing requirements, conducted an open market consultation, and launched a call for tender. Suppliers were invited to develop an end-to-end, Conformité Européenne&nbsp;In Vitro&nbsp;Diagnostic (CE-IVD)-compliant solution integrating wet laboratory, dry laboratory, and reporting workflow in a single procedure, offering short turnaround time and reasonable&nbsp;cost. Results The OncNGS consortium defined criteria for a versatile, modular, cost-effective solution, deployable centrally or on-site, and adaptable to advancements in precision oncology. Launched in July 2022, the tender attracted seven companies, with four selected for phase I—OncNGS solution(s) design. From these, three advanced to phase II—prototyping. Ultimately, two contractors were awarded contracts for phase III to assess the clinical performance of their&nbsp;prototypes. Conclusions By leveraging the PCP approach, OncNGS aims to deliver innovative, affordable solutions to standardize ctDNA testing and reporting across European Union countries, improving diagnostic and therapeutic strategies for oncology&nbsp;patients.</p

    Accuracy of Liferiver HarmoniaHPV and VenusHPV Assays on Urine and Vaginal Self-Samples.

    No full text
    In this report, the clinical performance of Liferiver HarmoniaHPV and Liferiver VenusHPV was evaluated under the VALHUDES framework. Five hundred and twenty-three&nbsp;women collected first-void urine (FVU) with Colli-Pee and vaginal samples with Evalyn Brush or Qvintip. Cervical samples were taken with the Cervex Brush by a clinician. Both vaginal and cervical samples were resuspended in 20 mL ThinPrep. Triplet samples from 499 women were tested with HarmoniaHPV and VenusHPV tests. The clinical accuracy of HarmoniaHPV did not differ in FVU and vaginal self-samples versus cervical samples. The relative sensitivity for CIN2+ on FVU and vaginal samples was 0.95 [95% CI 0.89-1.02] and 0.95 [95% CI 0.88-1.02], respectively. Relative specificity for &lt; CIN2 was 0.95 [0.86-1.04] on FVU and 0.93 [0.86-1.01] on vaginal samples. VenusHPV demonstrated lower sensitivity on both self-sample types, whereas the specificity was similar to cervical samples. Post-hoc adjustment of the VenusHPV C-values improved sensitivity (ratio FVU/cervical = 0.94 [95% CI 0.88-1.00]; ratio vaginal/cervical = 0.96 [95% CI 0.92-1.01]) without compromising specificity (ratio FVU/cervical = 1.00 [0.92-1.09]; ratio vaginal/cervical = 0.95 [95% CI 0.88-1.02]) on both self-samples. In conclusion, HarmoniaHPV and VenusHPV tests demonstrated similar clinical accuracy on FVU and vaginal self- versus cervical samples, although VenusHPV test required cut-off&nbsp;optimization.</p

    Surveillance épidémiologique de la coqueluche: Bordetella pertussis - 2024

    No full text
    Messages&nbsp;clés: • Jusqu’à la mi-2024, on a observé en Belgique une forte augmentation du nombre de cas de coqueluche dans toutes les régions. Cette augmentation se manifeste dans toutes les catégories d’âge mais principalement dans les groupes d’âge jusqu’à 14 ans (avec l&#8217;incidence la plus élevée chez les enfants de moins d’un an, les enfants âgés de 4-5 ans et ceux de 11 ans). • Une grande partie des hospitalisations concerne les nourrissons les plus jeunes, qui constituent le groupe à risque le plus important en termes de gravité de la maladie après une infection. • Il est important de vacciner contre la coqueluche toutes les femmes enceintes entre 24 et 32 semaines de grossesse et également d’effectuer les vaccinations de base à temps, afin d’améliorer la protection de ces nourrissons les plus&nbsp;jeunes.</p

    Impact van nirsevimab op pediatrische RSV-infecties in België in 2024-2025. Een analyse van de routine sentinel-surveillancegegevens van Sciensano

    No full text
    We schatten dat 35 tot 45% van de ziekenhuisopnames is voorkomen door de introductie van nirsevimab. We schatten dat de introductie van nirsevimab heeft geleid tot 35-45% minder ziekenhuisopnames voor een RSV-infectie bij kinderen jonger dan 5 jaar. Dit komt overeen met naar schatting 4000 gevallen en heeft de druk op de pediatrische gezondheidsdiensten aanzienlijk verminderd. RSV infecties leggen een grote druk op de gezondheidszorg RSV is een belangrijke oorzaak van ziekenhuisopnames bij jonge kinderen, wat een aanzienlijke druk legt op de gezondheidszorg tijdens het RSV-seizoen. Baby&#8217;s jonger dan 1 jaar die hun eerste seizoen ingaan, de belangrijkste risicogroep, kwamen in aanmerking voor immunisatie vanaf oktober 2024. Nirsevimab helpt de druk op de gezondheidszorg te verminderen De effectiviteit van de immunisatie tegen ziekenhuisopnames door RSV wordt geschat op 85,63%. We schatten dat 35 tot 45% van de ziekenhuisopnames in kinderen jonger dan 5 jaar werd vermeden dankzij de introductie van nirsevimab, waardoor de druk op de gezondheidszorg aanzienlijk verminderde. De druk op de gezondheidszorg kan verder worden verlaagd door de immunisatiegraad te verhogen Voor het afgelopen seizoen schatten we de immunisatiegraad op 62-74%. Een verhoging van de immunisatiegraad tot 90% zou het aantal ziekenhuisopnames met nog eens 10-15% verminderen. Dit zou neerkomen op 1500 extra vermeden&nbsp;gevallen.</p

    Epidemiologische surveillance van het rotavirus 2024

    No full text
    Hoofdpunten • In 2024 werd een toename in aantal rotavirusinfecties waargenomen, met 2903 gerapporteerde gevallen, ten opzichte van 1826 in 2023. Deze toename werd gezien in alle leeftijdsgroepen. • De seizoenspiek trad op in april (week 17). Zowel in 2023 als 2024 trad het rotavirusseizoen later op dan gemiddeld in de post-vaccinatieperiode, waar de piek doorgaans in maart (week 13) viel. • De jaren 2021-2024 werden volledig gedomineerd door genotype G3P[8], dat in 2024 verantwoordelijk was voor 68% van de getypeerde gevallen. • Sinds de introductie van vaccinatie tegen rotavirus in 2006, met gedeeltelijke terugbetaling van deze vaccins, is een significante daling van het aantal bevestigde infecties vastgesteld, voornamelijk bij kinderen onder 2&nbsp;jaar.</p

    Epidemiologische surveillance van invasieve meningokokkeninfecties, Neisseria Meningitidis - 2024

    No full text
    In 2024 werden 77 gevallen geregistreerd door het NRC, wat minder is dan voor de covid-19-pandemie (toen er ongeveer honderd gevallen per jaar werden geregistreerd). Via de verplichte melding werden er in 2024 89 gevallen van invasieve meningokokkeninfecties in België&nbsp;geregistreerd. Kinderen jonger dan 5 jaar werden het vaakst getroffen door deze ziekte, in het bijzonder kinderen jonger dan 1 jaar, in lijn met voorgaande jaren. Daarnaast was er een toename van het aantal gevallen bij personen van 70 jaar en ouder in 2024 in verhouding tot voorgaande jaren, met 37,6% van de gevallen (29/77&nbsp;gevallen). In 2024 waren, net als in 2023, de serogroepen W en Y samen dominant, met 55,8% van de gevallen (43/77 gevallen) gevolgd door serogroep B met 39,0% van de gevallen (30/77&nbsp;gevallen) Serogroep B overheerste in de leeftijdsgroep &lt;5 jaar, terwijl serogroepen W en Y overheersten in de leeftijdsgroep 15-24 jaar, de leeftijdsgroep 50-64 jaar en vooral in de leeftijdsgroep 65 jaar en&nbsp;ouder. De verdeling van de serogroepen verschilde tussen de 3 gewesten. De toename van de serogroepen W en Y is het duidelijkst in Wallonië (61,8% van de stammen, 2&#8531;4 stammen). In Vlaanderen was het aantal gevallen gelinkt aan de serogroepen B en W en Y gelijkwaardig (9 stammen, 47,4% van de stammen). In Brussel werden slechts 5 gevallen geregistreerd (4 W en 1&nbsp;B). In 2024 werden 8 sterfgevallen gemeld (5 in Wallonië, 2 in Vlaanderen en 1 in Brussel). Vier sterfgevallen betroffen serogroep B, 3 serogroepen W en Y en één sterfgeval betrof een niet-capsulaire&nbsp;stam. </ul

    Epidemiologische surveillance van Giardia in België, 2019-2024

    No full text
    - Het aantal gemelde gevallen van Giardia-infecties in België daalde tussen 2019 en 2021, steeg vervolgens in 2022 en 2023 en bleef stabiel in&nbsp;2024. - Tussen 2019 en 2024 waren, net als in voorgaande jaren, de leeftijdsgroepen onder de 10 jaar het meest getroffen, met een tweede piek in de leeftijdsgroep 30-39&nbsp;jaar.</p

    Bulletin n°8 - BELHEALTH

    No full text

    0

    full texts

    11,597

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Sciensano Publications Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇