Electronic Archiving System
Not a member yet
    318455 research outputs found

    Sint-Maartensdijk Hogeweg Sint-Maartensdijk Hogeweg (MTD03M1674, 1694, 1696 en 1697). Gemeente Tholen. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

    No full text
    Het voornemen is om aan de Hogeweg te Sint-Maartensdijk (gemeente Tholen) tijdelijke huisvesting te realiseren, die op termijn mogelijk plaatsmaakt voor reguliere woonontwikkeling. In het kader van de benodigde omgevingsvergunning voor een Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit (BOPA) heeft Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. In het kader van het bureauonderzoek werd een groot aantal bronnen bestudeerd, hetgeen heeft geleid tot een gespecificeerd verwachtingsmodel voor het plangebied. Dit model is vervolgens getoetst door het uitvoeren van een verkennend booronderzoek. Op basis van de resultaten van beide onderzoeken kan het volgende gesteld worden: - In het plangebied is het Laagpakket van Wormer vanaf 1,93 m -mv/ circa 3 m -NAP intact aanwezig in de vorm van wadafzettingen met rietresten in de top. Hier wordt de archeologische verwachting voor het Neolithicum laag geacht. - In het plangebied is het Hollandveen Laagpakket, of restanten ervan, aanwezig. Binnen het Hollandveen Laagpakket is plaatselijk veraard rietveen en/of een kleiig niveautje van de Kreekrak Formatie aangetroffen. Hier geldt vanaf 1,65 m -mv/ 2,70 m -NAP een middelhoge archeologische verwachting voor de periode Bronstijd t/m Midden-IJzertijd. - Plaatselijk is het Hollandveen Laagpakket intact of goeddeels intact aanwezig vanaf 0,70 m -mv/ 1,73 m -NAP, en/of wordt het afgedekt door afzettingen van de Kreekrak Formatie vanaf 0,80 m -mv/ circa 2 m -NAP. Binnen laatstgenoemde is in twee boringen een cultuurlaag aangetroffen; dit is een aanwijzing voor een vindplaats. Daar waar het Hollandveen Laagpakket (goeddeels) intact is en/of wordt afgedekt door de Kreekrak Formatie, geldt een hoge verwachting voor de Late IJzertijd en Romeinse tijd voor diepten vanaf 0,70 m -mv/ 1,73 m -NAP. - In andere delen van het plangebied is middeleeuwse veenwinning vastgesteld. - Het Laagpakket van Walcheren vormt vrijwel overal de bovenzijde van de natuurlijke ondergrond; dit betreft relatief jonge kwelderafzettingen op plaatselijk nog aanwezige oudere afzettingen. Aanwijzingen voor middeleeuwse vindplaatsen zijn niet aangetroffen, waardoor de verwachting voor deze perioden op basis van het booronderzoek naar laag is bijgesteld. - Voor de Nieuwe Tijd geldt voor het hele plangebied een lage verwachting op basis van de bestudeerde historische gegevens; het booronderzoek gaf geen aanleiding om deze verwachting bij te stellen. In een deel van het plangebied kon geen booronderzoek plaatsvinden wegens dichte begroeiing en ontoegankelijkheid. Zolang hier geen verder onderzoek is gepleegd, wordt hier vooralsnog uitgegaan van (middel)hoge verwachtingen voor het Neolithicum t/m Late Middeleeuwen

    Haps-Laarakker Haps-Laarakker, een bijzonder rijk bodemarchief

    No full text
    ADC onderzoek 2001 op 46C-001, Onderzoek in het kader van AMR (oorspronkelijk geen onderzoeksmelding, maar is betrokken bij het onderzoek van 2007 en in dezelfde rapportage gerapporteerd)

    Borghlocatie Zuidhorn proefsleuven Archeologisch proefsleuvenonderzoek Borghlocatie aan de Hanckemalaan en Boslaan te Zuidhorn, gemeente Westerkwartier (GR)

    No full text
    Aanleiding tot het onderzoek zijn de nieuwbouwplannen van opdrachtgever binnen het plangebied. Uit het proefsleuvenonderzoek blijkt dat er binnen het onderzoeksgebied sporen van verkavelingen van vóór de aanleg van de es aanwezig zijn. Deze sporen bestaan uit greppels en sloten. Daarnaast is een aantal kuilen en paalkuilen gevonden onder het esdek. Slechts één spoor, sloot S37, is jonger dan het esdek. Deze sloot is door het esdek heen gegraven en dateert op basis van het erin aangetroffen vondstmateriaal uit de 16e/17e eeuw (circa 1500-1700). Dit geeft tevens aan dat het esdek in de late middeleeuwen moet zijn ontstaan (terminus ante quem). Het rijke vondstmateriaal dat in deze sloot is gevonden geeft aan dat sloot S37 bij de ten oosten ervan gelegen Hanckemaborg moet hebben gelegen. De precieze ouderdom van de onder het esdek liggende sloten, greppels en (paal)kuilen is niet goed duidelijk. In de sporen is materiaal aanwezig dat dateert uit de Romeinse tijd en de vroege en late middeleeuwen. Gezien de oriëntatie van de sloten in de werkputten, die gelijk is aan de oriëntatie van de verkaveling die nog aan het begin van de 19e eeuw zichtbaar is, zullen de sloten dateren uit de late middeleeuwen, (vlak) voor het gebied als bouwland of es in gebruik werd genomen. De greppels en de (paal)kuilen kunnen wel een oudere datering hebben, Romeins of vroegmiddeleeuws. De greppels lijken relatief kleine percelen te omgrenzen

    Borghlocatie Zuidhorn DO Archeologische opgraving Borghlocatie te Zuidhorn, gemeente Westerkwartier (GR)

    No full text
    Het onderzoeksgebied, waarin woningcorporatie Wold & Waard van plan is woningen te bouwen, ligt op de westelijke flank van de keileemrug waar Zuid- en Noordhorn op gesitueerd zijn. Direct ten oosten van het onder-zoeksgebied heeft de Hanckemaborg gelegen, die in 1877 is afgebroken. Bij het archeologische onderzoek is in de werkputten een groot aantal sporen aangetroffen, die minimaal vijf verschillende bewoningsperioden vertegen-woordigen: neolithicum/bronstijd, Romeinse tijd, vroege middeleeuwen (6e-9e eeuw), late middeleeuwen (10e-13e eeuw) en late middeleeuwen/nieuwe tijd (14e/15e-18e eeuw). De vroegmiddeleeuwse en de laatmiddeleeuwse periode zijn beide ook weer in twee gebruiksfasen onder te verdelen. De sporen bestaan uit sloten/grachten, greppels, kuilen, paalkuilen, waterputten en diergraven. Op basis van het aangetroffen vondst-materiaal dateren de sporen vooral uit de middeleeuwen. Twee sloten/grachten en een waterput hebben bij de vermoedelijke voorhof van de Hanckemaborg gehoord, die dateert uit de periode late middeleeuwen/nieuwe tijd. De aanwezigheid van enkele vondsten uit het neolithicum/de bronstijd en de Romeinse tijd geeft aan dat het onderzoeksgebied ook in deze periode gebruikt moet zijn. Uit deze periode zijn geen specifieke sporen of structuren aanwezig; de vondsten zijn ofwel afkomstig uit het cultuurdek en/of andere, jongere sporen ofwel uit een laag die als oud oppervlak is geïnterpreteerd. Uit de paalkuilen is een aantal structuren gereconstrueerd die dateren uit de vroege middeleeuwen. Het gaat om een deel van een huisplattegrond (vermoedelijk van het type Odoorn B of C), een spieker en een (veld)schuur. Uit de late middeleeuwen zijn vooral greppels en sloten gevonden, die deel uitmaakten van de percelering. Bij het onderzoek is veel vondstmateriaal verzameld. Het vondstmateriaal bestaat uit handgevormd en draaischijf-aardewerk, keramisch bouwmateriaal, glas, dierlijk bot, metaal en slak, natuur- en vuursteen, hout en botanische macroresten. De vondsten dateren uit de periode vanaf het neolithicum/de bronstijd (vuursteen) tot en met de 18e eeuw, met een nadruk op de vroege en late middeleeuwen. De vondsten zijn afkomstig uit zowel het cultuurdek als uit de sporen en hebben doorgaans een redelijke tot goede conservering. Het onderzoek heeft bijzonder veel archeologische informatie opgeleverd. Uit het onderzoek is duidelijk geworden dat het gebied een lange bewoningsgeschiedenis kent. Het onderzoek heeft wezenlijk bijgedragen aan de kennis van het gebruik van de keileemrug van Zuid- en Noordhorn in vooral de vroege middeleeuwen, een archeologische periode waarvan tot nu toe niet veel informatie voorhanden was. Het gebied moet in ieder geval vanaf de vroege middeleeuwen continu in gebruik zijn geweest als, afwisselend, nederzettingsterrein en akker/weiland, totdat aan het eind van de late middeleeuwen de bewoning opschoof naar -vermoedelijk- de locatie van de huidige dorpskern van Zuidhorn en hier de Hanckemaborg werd gebouwd. Het huidige onderzoek laat zien dat de Hanckemaborg ouder is dan tot nu toe werd aangenomen en mogelijk al in de 14e of 15e eeuw is gebouwd als een verdedigbaar huis. Ook zijn er door het huidige onderzoek aanwijzingen dat de borg oorspronkelijk een voorhof heeft gehad

    IVO proefsleuven met doorstart naar een opgraving Berghuizensestraat te Esch, gemeente Haaren 34137810-afm-1493394622809-NO5456_ESHBE2

    No full text
    In opdracht van de heer H. van Waayenburg heeft RAAP op 1 oktober 2015 een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uitgevoerd in verband met de bouw van een landhuis en een zwembad in de gemeente Haaren. Het onderzoek heeft aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van archeologische resten in het onderzoeksgebied. Deze resten zijn, voor zover deze zich binnen het plangebied bevinden, opgegraven. Het onderzoek leverde een cluster van negen paalkuilen op, twee kuilen en een greppel. Gezien het ontbreken van vondstmateriaal uit de paalkuilen bestaat over de ouderdom daarvan geen duidelijkheid

    Proefsleuvenonderzoek Reuver Keulseweg 187 Proefsleuvenonderzoek aan de Keulseweg 187 te Reuver in de Gemeente Beesel

    No full text
    In het plangebied zijn geen archeologische resten aangetroffen. Aangezien er geen vindplaats in het plangebied is aangetroffen, is vervolgonderzoek niet noodzakelijk en het selectieadvies daarom om het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door de bevoegde overheid, de gemeente Beesel

    Archeologische begeleiding Maasbracht Kalverstraat, Nieuwstraat en Europlein Archeologische begeleiding aan de Kalverstraat, Nieuwstraat en Europlein te Maasbracht in de gemeente Maasgouw (Econsultancy rapport 15061519)

    No full text
    Ter plaatse van de wegcunetten aan de Nieuwstraat en de Kalverstraat is de ondergrond verstoord tot 65 à 70 cm onder maaiveld. De intensieve archeologische begeleiding ter plaatse van de Nieuwstraat en de Kalverstraat is daarom gestaakt. Tijdens de verdere extensieve begeleiding van de werkzaamheden, zijn er geen archeologische fenomenen waargenomen. In het plangebied, het Europlein, de Nieuwstraat en de Kalverstraat, zijn geen sporen aangetroffen die duiden op een vindplaats. Ter plaatse van de graafwerkzaamheden in het plangebied, aan het Europlein, de Nieuwstraat en de Kalverstraat zijn geen archeologische resten meer in situ aanwezig. Het AMZ-proces is voor deze gebieden beëindigd. Verder kan de archeologische verwachting voor het hele wegcunet van de Nieuwstraat en de Kalverstraat in verband met de aangetroffen verstoring worden bijgesteld naar laag. Het advies van Econsultancy is dat het hele plangebied (Het Europlein en de wegcunetten van de Nieuwstraat en de Kalverstraat) wordt vrijgegeven

    Proefsleuvenonderzoek Geysteren Heiveld II Proefsleuvenonderzoek aan de Heiveld II te Geysteren in de gemeente Venray

    No full text
    In 4 van de 6 proefsleuven zijn sporen aangetroffen die dateren uit de Late IJzertijd, (paal)kuilen en een greppel en sporen die dateren uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd, greppel/sloot. In het gehele plangebied is vondstmateriaal uit voornamelijk de Late IJzertijd aangetroffen met een klein component materiaal uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. In de paalsporen is geen structuur te herkennen, het zijn mogelijk de resten van gebouwen. Hoogstwaarschijnlijk bevinden we ons hier op een erf uit de Late IJzertijd en liggen in de directe omgeving van de proefsleuven nog meer sporen van het hoofd- en bijgebouw en van andere structuren zoals waterputten en greppels op geringe afstand. Aanvullend onderzoek zou meer inzicht kunnen geven over de exacte omvang en samenstelling van het erf en de structuren daarbinnen. Naast de sporen uit de Late IJzertijd zijn ook twee sporen uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd blootgelegd. Het gaat hier om twee greppels/sloten die in elkaars verlengde liggen en waarschijnlijk een structuur vormen. Deze structuur zal te maken hebben met het agrarisch gebruik van het plangebied. Verder is in bijna het gehele plangebied een esdek aangetroffen. In dit esdek is aardewerk uit de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd aangetroffen die met de bemesting op het land terecht is gekomen. De datering van dit aardewerk geeft aan dat het esdek met enige zekerheid in de 13e-14e eeuw ontstaan is en tot in de 19e eeuw is doorgegaan

    Plangebied Oud-Ravensteinseweg, gemeente Wijchen; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) PLangebied Oud-Ravensteinseweg, gemeente Wijchen; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

    No full text
    In opdracht van de gemeente Wijchen heeft RAAP Archeologisch Adviesbureau op 15 februari 2012 een bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in verband met de geplande herinrichting van de Oud-Ravensteinseweg in de gemeente Wijchen. Dit onderzoek diende te worden uitgevoerd omdat realisatie van de plannen zou kunnen leiden tot aantasting of vernietiging van mogelijk aanwezige archeologische resten. Doel van het bureauonderzoek was het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische waarden teneinde een gespecificeerde verwachting op te stellen. Het doel van het veldonderzoek (verkennende fase) was het in kaart brengen van de geo(morfo)logische en/of bodemkundige opbouw evenals eventuele bodemverstoringen. Het onderzoek had niet specifiek tot doel eventuele archeologische vindplaatsen in kaart te brengen. Dit neemt niet weg dat er, bij toeval, archeologische resten kunnen worden aangetroffen tijdens het veldwerk. Op basis van de onderzoeksresultaten en de aard en omvang van de voorgenomen bodemingrepen is vervolgens in hoofdstuk 4 een advies geformuleerd met betrekking tot eventueel archeologisch vervolgonderzoek. In overeenstemming met wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek (hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Steentijd t/m Late Middeleeuwen; zie § 2.2) zijn in het plangebied intacte bodems aangetroffen waarin archeologische indicatoren (zoals aardewerk, houtskool, verbrande leem en steen) aanwezig zijn. Ondanks het verkennende karakter van het onderzoek, lijkt sprake te zijn van een vindplaats uit de Prehistorie (waarschijnlijk Late Bronstijd t/m Late IJzertijd) en Romeinse tijd t/m Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd. De vindplaats betreft een nederzettingsterrein met bijbehorend akkerareaal, waarbij in ieder geval kan worden vastgesteld dat de begrenzing ervan buiten het plangebied ligt. Met zekerheid is in een grondspoor geboord. De aard van dit grondspoor betreft mogelijk een waterput of diepe greppel. Ondanks het feit dat op de vindplaats bodemverstoringen tot maximaal 120 cm -Mv zijn waargenomen, lijken de gaafheid en conservering van de vindplaats toch redelijk tot goed. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er archeologische resten in de ondergrond van het plangebied aanwezig zijn. Geadviseerd wordt de vindplaats in situ te behouden. Om verstoring van de vindplaats te voorkomen, zijn graafwerkzaamheden dieper dan 0,5 m -Mv in principe onwenselijk. Bij de herinrichting van de straat en de aanleg van het riool onder de huidige bestrating zijn echter bodemverstoringen gepland tot 3 m -Mv (zoals beschreven in § 1.3). Normaal gesproken zou conform de AMZ-cyclus een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek plaats dienen te vinden. Gezien het huidige gebruik (straat) en de aanwezigheid van reeds gewaardeerde (en opgegraven) vindplaatsen in de directe omgeving, lijkt het zinvol en praktisch om de waarderende fase over te slaan en direct over te gaan tot een opgraving. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de uitvoering van een opgraving zal worden bemoeilijkt door huisaansluitingen (m.n. gasleidingen) die de straat op diverse plekken kruisen. Tevens dient rekening gehouden te worden met een middelhoge complexiteit en de aanleg van meerdere vlakken. Een archeologische opgraving behoort conform de KNA versie 3.2 plaats te vinden op basis van een Programma van Eisen (PvE). Dit PvE dient voor aanvang van het onderzoek te worden opgesteld door een senior-archeoloog. In dit specifieke geval dient in het PvE tevens rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van kabels/leidingen. Let wel: bovenstaande vormt een advies. Het is aan de bevoegde overheid (gemeente Wijchen) om op grond van de bevindingen van dit onderzoek een (selectie)besluit te nemen

    Pekelderdijk, dijkversterking Opgraven, variant begeleiden kadeversterking Pekel Aa tussen Winschoten en Oude Pekela, gemeente Oldambt (GR)

    No full text
    Bij de archeologische opgraving, variant begeleiden zijn oude meanders van de pleistocene voorganger van de Pekel Aa aangetroffen. De vulling van de oude geul bestaat uit gelaagd matig siltig zand en veen; de geul heeft zich ingesleten in de dekzand C-horizont. In de geulvulling is een aangepunt stuk rondhout en een tonderzwam aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van de bever in het voormalige stroomgebied van de oude geul en dat er nabij de geul dode bomen hebben gestaan, vermoedelijk berken. De geulvullingen zijn afgedekt door de bouwvoor. In deze bouwvoor zijn verschillende vondsten gedaan die dateren uit de periode 1500-1900. De aangetroffen objecten zijn vermoedelijk via huisafval verspreid geraakt over de ter plaatse gelegen weilanden. Een zich onder het vondstmateriaal bevindende pistoletkogel is mogelijk te associëren met de noordelijk van het onderzoeksgebied gelegen redoute. De aanleiding tot het onderzoek is de versterking van de kaden van de Pekel Aa door het waterschap Hunze en Aa’s. Naar aanleiding van de vooronderzoeken werden in het onderzoeksgebied oude meanders van de pleistocene voor-ganger van de Pekel Aa verwacht, waarin zich watergerelateerde vondsten kunnen bevinden. Daarnaast moest rekening gehouden worden met rituele deposities, objecten die bewust zijn achtergelaten in het veen. In het dekzand moet ook rekening worden gehouden met archeologische resten die dateren uit de tijd voordat het dekzand met veen overgroeide, vanaf het neolithicum. Eventuele resten in het dekzand dateren naar verwachting uit de steentijd en de bronstijd. Aangrenzend aan het onderzoeksgebied liggen een redoute en een retranchement of borstwering die onderdeel uitmaakten van de vesting Winschoten. De archeologische verwachting die op basis van de vooronderzoeken is opgesteld, komt slechts deels overeen met de resultaten van het onderzoek

    1

    full texts

    318,455

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Electronic Archiving System
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇