Xios Theses
Not a member yet
1062 research outputs found
Sort by
Impact voor de praktische uitvoering voor bouwknopen op het totale warmteverlies
Titel : Impact van de praktische uitvoering van bouwknopen op het totale warmteverlies
Auteur: Tom Claes
Interne promotor: ing. Pascal Vannitsen
Externe promotor: Yves Dupont
Door de constant stijgende energieprijzen moet in het bouwproces aandacht worden besteed aan de bouwdetails van de gebouwschil. Hierbij spelen bouwknopen, die de oude term \u27koudebruggen\u27 vervangt, een belangrijke rol. Hierdoor ontstaan extra warmteverliezen en is het dus belangrijk om deze bouwknopen zo correct mogelijk uit te voeren in de praktijk. In ontwerpfase moeten de bouwknopen correct gedimensioneerd worden opdat de nodige maatregelen tijdens de uitvoering getroffen kunnen worden.
Aan de hand van twee typewoningen worden alle aanwezige bouwknopen correct geïnventariseerd en gedimensioneerd. Alvorens van start te gaan met berekeningen moet elke bouwknoop dus geïnventariseerd worden. Door gebruik te maken van één van de basisregels of de limietwaarden kan elke bouwknoop beschouwd worden als EPB-aanvaard of niet EPB-aanvaard. De gecontroleerde bouwknopen worden in het eindige elementenprogramma Comsol ingevoerd en op deze manier kan het exacte warmteverlies van iedere bouwknoop berekend worden.
Dit is uiteraard in theorie zo, maar in de praktijk zijn hier risico\u27s aan verbonden en dit door verscheidene zaken die kunnen misgaan tijdens de uitvoering. Door een vergelijking te maken tussen de \u27in theorie goed gedimensioneerde\u27 bouwknopen en de in \u27praktijk slecht uitgevoerde\u27 bouwknopen met hun bijhorende warmteverliezen wordt er getracht een inzicht te geven in wat er allemaal kan misgaan tijdens de praktische uitvoering van bouwknopen en de werkelijke impact van de bouwknopen op het K-peil en het E-peil van een woning
Modern industrieel beleid benchmark
Abstract (Nederlands)
In deze thesis wordt een vergelijkende studie gemaakt tussen kleine en middelgrote verpakkingsproducenten (drukkerijen, golfkartonproducenten, flexibele verpakkingen, inkten, etc.) in België over de inzet van modern industrieel beleid (Lean, Six Sigma, energiemanagement, etc.) en gezond verstand. Dit modern industrieel beleid is in theorie de best mogelijke manier om bepaalde handelingen uit te voeren.
Benchmarken om te leren is het doel. Aan de hand van deze thesis en exclusieve rapporten voor de betrokken bedrijven, krijgt de verpakkingsproducent bevestiging van waar men al goed bezig is en waar er nog potentieel tot verbetering is.
De studie is uitgevoerd met behulp van een zelf gecreëerde vragenlijst die gebaseerd is op basis van wetenschappelijke literatuur en professionele studies. In totaal zijn tien bedrijven gebenchmarkt omtrent volgende vier thema\u27s:
Sturende processen;
Productie ondersteunende processen;
Personeelsbeleid;
Energie en milieu.
Deze vier thema\u27s omvatten samen 28 onderwerpen die elk nog eens opgedeeld zijn in vijf niveaus (1-laagst, 5-hoogst). Het zwaartepunt van de studie ligt voornamelijk op de \u27productie ondersteunende processen\u27 en het \u27personeelsbeleid\u27, met beide 10 onderwerpen.
Op onderwerpen waarbij korte en lange termijn denken (bedrijfsstrategie en plannen en organiseren), het inspelen op klantenwensen (klachtenmanagement) en kostenbesparende maatregelen (voorraadbeheer en nauwkeurig verbruik grondstoffen) belangrijk zijn, wordt het beste gescoord. Afgaande op het gemiddelde resultaat en de relevantie van het onderwerp, kwamen volgende items als zwakste uit de studie: Productie, het meten van variabelen (\u27overall equipment effectiveness\u27 en prestatiemanagement) en het trainen van werknemers (management rol en leiderschap en training).
Met een gemiddelde score van 2,2 op 5,0 mag geconcludeerd worden dat het allemaal nog wel wat beter kan, maar dat de bedrijven zeker op de goede weg zijn. Belangrijk is te onthouden dat, indien verbeteringen worden doorgevoerd, dit over de gehele lijn gebeurt. Suboptimalisatie vraagt immers veel energie maar levert nooit zulke goede resultaten op als gestage algemene verbeteringen.
Abstract (Engels)
This thesis is a comparative study between small and medium packaging manufacturers (printers, cardboard, flexible packaging, inks, etc.) in Belgium on the use of world class manufacturing and common sense. This world class manufacturing is theoretically the best possible way to perform certain actions.
Benchmarking to learn is the goal. On the basis of this thesis and exclusive reports for the companies involved, the packaging manufacturers receives confirmation about the subjects where they are already doing well, and those where is still room for improvement.
The study was conducted using a self-created questionnaire, which was based on scientific literature and professional studies. In total, ten companies were benchmarked on four themes:
Management processes;
Supporting processes;
Personnel policy;
Energy and environment.
These four themes together include 28 topics, each one subdivided into five levels (1-lowest, 5-highest). The focus of the benchmark is primarily on the \u27supporting processes\u27 and \u27personnel policy\u27, both with 10 topics.
The topics where short and long time thinking (business strategy and planning and organizing), responding to customer requests (complaints management) and cost-saving measures (inventory management and accurate consumption commodities) are important, come out on top of the study. Based on average results and the relevance of the subject, following items were the weakest of the study: Production, measuring variables (OEE and performance management) and training of employees (management and leadership roles and training).
With an overall score of 2.2 out of 5, we can conclude that there is still a long way to go implementing world class manufacturing. But the companies are certainly on the right track. Important to remember is the fact that steady general improvement is more important than suboptimization, which require more energy and never yield the same good results
Biologische effecten van straling van 90sr op de modelplant ARABIDOPSIS THALIANA
Abstract (Nederlands)
Het is belangrijk om te weten wat de effecten van beta-straling op planten zijn omdat zo achterhaald wordt hoe planten reageren op bijvoorbeeld routinelozingen of accidentele lozingen van kerncentrales of de NORM-producerende industrie. Deze studie werd uitgevoerd omwille van gaten in de literatuur in verband met dit onderwerp. In deze studie werden de effecten van beta-straling van het radioactieve strontium-90 (90Sr) op de modelplant Arabidopsis thaliana bestudeerd aan de hand van de morfologische parameters groei, bladoppervlakte en biomassa en de fysiologische parameters DNA-schade (aan de hand van GUS-activiteit, concentratie 8-OHdG, DNA-fragmentatie en gamma-H2AX) en chlorofyl, door de planten bloot te stellen aan een reeks activiteitsconcentraties van 90Sr (250 Bq/l, 2500 Bq/l, 25000 Bq/l en 250000 Bq/l).
Vastgesteld wordt dat beta-straling een effect heeft op de groei van de plant. Planten vertonen een toenemende groei bij besmetting met hogere activiteitsconcentratie. Een hypothese is dat de groei veroorzaakt wordt door toename van celelongatie. Het is mogelijk dat toenemende celelongatie veroorzaakt wordt door rechtstreekse interactie van straling op de plant of onrechtstreeks door een systeem dat te maken heeft met de energiehuishouding van de plant. 90Sr kan mogelijks de celwanden van de plant aantasten als gevolg van rechtstreekse interactie van straling op de cellulosefibrillen en de pectinefractie van de celwand, wat leidt tot toename van celelongatie. Een andere mogelijkheid is dat de bladeren groter worden via toename van celelongatie door een signaal van de plant, om zo de energiehuishouding door fotosynthese in stand te houden, ondanks DNA-schade. Het is ook mogelijk dat beide oorzaken voor de toenemende celelongatie samen voorkomen.
Planten kunnen mogelijks vanaf een bepaalde 90Sr activiteitsconcentratie een herstelmechanisme activeren voor DNA-schade en bij een hogere 90Sr activiteitsconcentraties het antioxidatief systeem optimaliseren, waardoor minder ROS wordt geproduceerd na interactie met straling. Deze systemen beschermen de planten tegen DNA-schade en sterfte.
Abstract (Engels)
It is important to know the effects of beta-radiation on plants. Therefore, plants are analysed to determine the reactions on routine or accidental discharge of nuclear plants or the NORM-producing industry. Because few is written in literature around this subject, this study is accomplished. The effects of beta-radiation of the radioactive strontium-90 (90Sr) on the modelplant Arabidopsis thaliana are analyzed with the morphological parameters growth, leaf area and biomass; and with the fysiological parameters DNA-damage (with GUS-activity, concentration 8-OHdG and gamma-H2AX) and chlorofyl, by exposing the plants to different 90Sr activity concentrations (250 Bq/l, 2500 Bq/l, 25000 Bq/l en 250000 Bq/l).
Beta-radiation does have an effect on the growth of the plants. Plants show an increased growth when contaminated with higher activity concentration. A hypothesis is that the growth is caused by increased cell elongation. It is possible that increased cell elongation is caused directly by radiation of 90Sr on the plants or indirectly by a system that deals with the energy management of the plants. 90Sr can possibly affect the cell wall of the plants due to direct interaction of radiation on the cellulose fibrilles and the pectin fractions of these cell walls, which leads to an increased cell elongation. Another possibility is that leafs become bigger due to increased cell elongation as result of plant signaling. Due to this increased cell elongation, the energy management is maintained with the aid of photosynthesis, in spite of DNA damage. It is also possible that both causes of increased cell elongation appears together.
Plants activate possibly a DNA damage repair system when contaminated with a specific 90Sr activity concentration. At a higher activity concentration, plants probably optimize the anti oxidative system, as a result of radiation. These systems protect the plants against DNA damage and plant death
Extraction of electron density and effective atomic number using dual energy computed tomography wth kV-kV and kV-MV scenarios
Abstract (English)
Background and purpose: To fully exploit the potential of advanced dose calculation algorithms, accurate data on tissue composition and density is required, which is currently provided by single energy computed tomography (SECT). SECT cannot differentiate between all tissues in the human body, thus leading to dose calculation errors, which might compromise accuracy in brachytherapy. When a dual energy CT (DECT) scanner is used for scanning a phantom or a patient at two different energies the material or tissue properties can be better differentiated, thus providing an improved input to dose calculation algorithms, potentially enhancing treatment accuracy. This is because DECT provides the effective atomic number (Zeff) in addition to the electron density (ρe). Since clinical DECT systems are becoming available for diagnostic purposes, there is a need to quantify their potential to identify tissues properly. A code was created within Maastro Clinic for the use of two particular energies in DECT: respectively 80 kV and 140 kV. kV kV imaging can only be done at a CT scanner, which is not used for treatment. That means that the patient may move between imaging and treatment, and consequently may cause errors. With kV MV imaging, images can be obtained with the treatment beam, at the treatment machine. Hence, no movement and potentially better treatment accuracy.
Method and materials: The task was to modify an existing DECT code to make it compatible with energies in the megavoltage-range. A phantom with different tissue-type inserts was used. The program had to be fast and user friendly, and calculate with a sufficiently high accuracy to compare simulated results with theoretical values of Zeff and ρe. Furthermore, two other alternative codes were written to calculate ρe with different approaches based on DECT (ΔHU) and SECT (HU- ρe). These developed programs include a graphical user interface (GUI) to make utilization user friendly. The code was used to analyze kV kV images from both simulations and measurements, as well as kV MV images from simulations.
Results: Because MV dual energy CT is not yet used clinically, the code provides the option to choose between kV kV spectra or kV MV spectra. When using kV kV spectra, the simulated results can be compared with those achieved when using experimental data sets. The electron density results from three kV kV methods were compared. We can conclude that the measurements and theory agreed well, with the largest difference being 4.0 % for lung for ρe and 10.8 % for bone for Zeff. Simulations and measurements for kV kV were very similar, with the largest difference between the two being 3.0 % for lung for ρe and 2.3 % for lung for Zeff. Because of these findings, we trust that our simulations for kV kV are reliable, assuming that kV MV should also be acceptable. For kV MV simulations, similar results as for kV kV were observed, indicating it is theoretically feasible to perform kV MV measurements. Finaly, the comparison of ρe values obtained by three distinct methods indicated that the standard DECT (HU; ρe, Z) approach had the lowest error, with the largest difference being 6.0 %, compared to 11 % for the ΔHU approach and 8.5 % for the (HU- ρe) approach for lung when compared to theory.
Abstract (Nederlands)
Inleiding en doel: Om de potentiële mogelijkheden van geavanceerde dosisberekeningsalgoritmen ten volle te benutten, zijn accurate gegevens omtrent weefselsamenstelling en densiteit vereist. Deze worden momenteel verkregen door conventionele enkelvoudige energie CT (SECT). SECT kan geen onderscheid maken tussen al de verschillende weefsels binnen het menselijk lichaam, wat leidt tot fouten in dosisberekeningen en ernstige gevolgen kan hebben in brachytherapie. Door een fantoom of een patiënt te scannen met twee verschillende energieën, kunnen weefseleigenschappen beter gedifferentieerd, en inputwaarden voor dosis algoritmen geoptimaliseerd worden. Deze methode kan het potentieel verhogen van de behandelingsnauwkeurigheid. Dit omdat DECT naast elektron densiteiten (ρe) eveneens informatie verschaft over effectieve atoomnummers (Zeff). Aangezien klinische DECT systemen hun intrede maken binnen de diagnostiek, is het wenselijk de mogelijkheid van weefsel-identificatie te kwantificeren. In Maastro Clinic werd een DECT code ontwikkeld voor twee welbepaalde energieën: respectievelijk 80 kV en 140 kV. kV kV beeldvorming kan enkel uitgevoerd worden op een CT scanner, welke uiteraard niet gebruikt wordt voor de behandeling zelf. Dit betekent dat de patiënt kan bewegen tussen het beeldvorminggedeelte en de bestralings-behandeling, met mogelijke fouten tot gevolg. Door gebruik te maken van kV MV beeldvorming, kan men beelden verkrijgen met de fotonbundel op het bestralingstoestel zelf; dus geen patiënt-beweging, en mogelijk betere nauwkeurigheid.
Methode en materialen: De taak bestond uit het modificeren van een bestaande DECT code zodat deze toepasbaar werd binnen het megavolt-bereik. Een fantoom met verschillende weefselequivalente inzetstukken werd gebruikt. Het programma vereist, naast snelheid en gebruiksvriendelijkheid, een voldoende hoge nauwkeurigheid om gesimuleerde waarden te kunnen vergelijken met theoretische waarden van Zeff en ρe. Hiernaast werden twee alternatieve codes geschreven voor het berekenen van ρe met benaderingsmethoden gebaseerd op DECT (ΔHU) en SECT (HUρe). De ontwikkelde programma\u27s werden voorzien van een graphical user interface, wat de gebruiksvriendelijkheid verhoogt. De ontwikkelde code werd gebruikt om zowel kV kV beelden afkomstig van simulaties en experimentele metingen, als kV MV beelden zuiver afkomstig van simulaties, te analyseren.
Resultaten: Omdat MV duale energie CT klinisch nog niet in gebruik is, biedt de code zowel de mogelijkheid voor een kV kV als voor een kV MV simulatie. Door middel van de kV kV optie, kunnen gesimuleerde resultaten vergeleken worden met experimentele datasets. Resulterende elektron densiteiten gebaseerd op drie kV kV berekeningsmethoden werden vergeleken. Wij kunnen besluiten dat de experimentele metingen en theoretische waarden goed overeenkomen, met een grootste afwijking van 4.0 % op ρe voor long, en 10.8 % op Zeff voor bot. De kV kV simulaties en experimentele kV kV metingen vertoonden zeer gelijkaardig resultaten, met een grootste tussen-afwijking van 3.0 % op ρe voor long, en 2.3 % op Zeff voor bot. Deze bevindingen scheppen een groot vertrouwen in kV kV simulaties en maken deze techniek acceptabel voor kV MV toepassingen. Vergelijkbare resultaten werden bekomen voor kV MV simulaties waaruit wij kunnen opmaken dat kV MV metingen als theoretisch haalbaarheid beschouwd kunnen worden. Tenslotte werd vastgesteld dat de standaard DECT (HU; ρe, Z) methode de kleinste afwijking vertoont met een maximale afwijking van 6.0 %, vergeleken met 11 % voor de ΔHU methode en 8.5 % voor de (HUρe) methode ten opzichte van de theorie
Evaluation and validation of perfusion software for analysis of tumor angionesis
Abstract (English)
Evaluation and validation of perfusion software for analysis of tumor angiogenesis
Vangelabbeek T.1, Lelie S.13, Sharafi H.2, Verhaegen F.2, Van Elmpt W.2
1 XIOS Hogeschool Limburg, Agoralaan - Building H, B-3590 Diepenbeek, Belgium
2 MAASTRO CLINIC, Dr. Tanslaan 12, 6229 ET Maastricht, The Netherlands
3 Vrije Universiteit Brussel, Laarbeeklaan 102, B-1090 Jette, Belgium
Introduction: The dynamic nature of CT perfusion imaging allows quantification of multiple physiological parameters of the primary tumor such as blood flow, blood volume, and vessel permeability. Kinetic analysis techniques need to be implemented and a thorough assessment of the kinetic analysis of dynamic contrast-enhanced CT images is necessary. Various software packages (e.g. Siemens VPCT, in-house methods) are currently available and should be evaluated. The main topic of the research is to compare the values from the software packages and the values from the kinetic analysis techniques with a self-made virtual phantom.
Methods and materials: Validation and evaluation was performed using a self-programmed virtual phantom in MATLAB. The virtual phantom converts a pharmacokinetic model to perfusion CT images. The Tofts model yields 3 parameters, i.e. the leakage rate (Ktrans), the fractional volume of the EES (ve) and the blood plasma volume (vp) and is used as pharmacokinetic model for the virtual phantom. The calculated images are used as a test bench for the in-house perfusion tool and the Syngo volume perfusion CT body from SIEMENS. Perfusion CT images where evaluated and tumor angiogenesis was quantified using the perfusion tool. The images are validated on breath hold gaps, different time settings and noise levels. Two main factors are of importance: the sample time and the wash-out of the iodine tracer (the leakage rate Ktrans). A low leakage rate is associated with a gradually diminishing wash-out of iodine tracer. A higher leakage rate has a steeper wash-out. The Patlak plot is used as a reference to compare with the results from the perfusion tool.
Results: Perfusion CT images created by the virtual phantom were tested with different sample times, acquisition times, breath hold gaps and noise levels. High sample times result in many time points, which give better accuracy on the results for the perfusion parameters. An acquisition time of 120s and a high sample frequency will give the most accurate results. Breath hold gaps cause an increase for the first gap in the fitted concentration curve. This results in an overestimation of the perfusion parameters. Noise levels on the input signals cause a margin of deviations relative to the theoretical input value. The higher the noise level, the larger the margin, and the greater the distribution is on the results. Overall normal image settings, i.e. sample time of 0.3s-0.9s, acquisition time of 120s, breath hold gap and noise level < 5%, will have little influence on the perfusion software.
ABSTRACT (DUTCH)
Evaluatie en validatie van perfusie software voor de analyse van tumor ontwikkelingen
Vangelabbeek T.1, Lelie S.13, Sharafi H.2, Verhaegen F.2, Van Elmpt W.2
1 XIOS Hogeschool Limburg, Agoralaan - Gebouw H, B-3590 Diepenbeek, België
2 MAASTRO CLINIC, Dr. Tanslaan 12, 6229 ET Maastricht, Nederland
3 Vrije Universiteit Brussel, Laarbeeklaan 102, B-1090 Jette, België
Introductie: Het dynamische karakter van perfusie CT beeldvorming maakt het mogelijk om meerdere fysiologische parameters omtrent de primaire tumor, zoals de bloedstroom, het bloed volume en de permeabiliteit, te kwantificeren. Door middel van analytische technieken kan een grondige beoordeling van het angiogenetisch vermogen van de tumor onderzocht worden. Diverse software pakketten (bv. Siemens VPCT en Maastro CLINIC software) bevatten deze analytische technieken en dienen hiervoor gevalideerd te worden. Het hoofddoel van dit onderzoek is om de praktische waarden voor de fysiologische parameters van de software pakketten te gaan vergelijken met theoretische waarden die gegenereerd werden door een zelfgebouwd virtueel fantoom.
Materialen en methoden: De validatie en evaluatie studies werden uitgevoerd met behulp van een zelf geprogrammeerd virtueel fantoom in MATLAB. Door middel van dit virtueel fantoom kunnen farmacokinetische modellen geconverteerd worden naar perfusie CT beelden. Het gebruikte farmacokinetisch Tofts model omsluit 3 belangrijke parameters: De mate van contrast uitstroom (Ktrans), het fractioneel volume van de EES (ve) en het bloed plasma volume (vp). De berekende beelden dienen als waardemeter gebruikt te worden voor de Maastro CLINIC software en de Syngo volume perfusion CT body van SIEMENS. De perfusie tool, Maastro CLINIC software, wordt gebruikt voor de validatiestudie voor de perfusie CT beelden en voor de kwantificatie van het angiogenetische vermogen van de tumor. De beelden worden gevalideerd op adempauzes, verschillende tijd instellingen en ruis niveaus. Er zijn twee belangrijke invloed parameters, namelijk de bemonsteringsfrequency en de mate voor de contrast uitstroom (Ktrans). Een kleine maat van contrast uitstroom resulteert in een geleidelijke daling in de concentratie curve. Een grote contrast uitstroom heeft een steile daling in de concentratie curve. De Patlak plot wordt gebruikt als referentie om te vergelijken met de resultaten van de perfusie tool.
Resultaten: Perfusie CT beelden, gecreëerd d.m.v. het virtueel fantoom, worden getest met verschillende scan tijden, acquisitie tijden, adempauzes en ruis niveaus. Snelle scan tijden samen met lange acquisitie tijden resulteren in veel tijdspunten en geven de beste resultaten. Adempauzes veroorzaken een lichte stijging in de concentratie curve voor de eerste pauze waardoor er een overschatting gebeurt van het resultaat. Ruis niveaus op het detector signaal zorgen ervoor dat er een marge van spreiding op de resultaten komt. Hoe hoger het ruis niveau, hoe groter de marge, hoe groter de spreiding. Algemeen, normale beeldinstellingen zoals een scan tijd tussen 0.3-0.9s, een acquisitie tijd van 120s, adempauzes en een ruis niveau < 5% hebben weinig invloed op de prestaties van de perfusie software
Workshops rond de PIC24FJ128
Als onderdeel van het laatste jaar Professionel Bachelor Elektronica-ICT hebben we ervoor gekozen om een stage te voltooien op de Belgium Campus in Zuid-Afrika. De Belgium Campus is een Belgische privé universiteit zonder winstoogmerk.
Het doel van het project is aan de hand van een aantal workshops de mogelijkheden van een controllerbord te onderzoeken. Dit microcontrollerbord is ontwikkeld door een oud leerkracht, Dhr Mike Brink. Het controllerbord bestaat uit een PIC24F-processor, een Siemens MC55-module en een GPS-module.
Om onderzoek te doen naar de inzetbaarheid en toepassingsmogelijkheden van het controllerbord is gekeken naar de verschillende programmeermogelijkheden. Er ishiervoor in verschillende talen geprogrammeerd zoals in C# en Visual Basic. De verschillende interfacefuncties van het bord zijn tevens onderzocht.
Als implementatie voor deworkshops is een automatisch satelliet tracking systeem gerealiseerd. Dit systeem bestaat uit twee grote delen die ieder bediend worden door een controllerbord. Het eerste deel is een eco-gedeelte dat ervoor zorgt dat het helesysteem gevoed wordt door zonnepanelen. Hettweede gedeelte bestaat uit een trackingsysteem voor desatelliet. De satelliet kan door middel van een sms-commando zijn richtpositie veranderen.
Er is voor het microcontrollerbord tevens een handleiding geschreven die de studenten begeleidt in het leren programmeren van het bord in al zijn faciliteiten
Webpage creation powered by drupal content management system
The aim of this project is creating a dynamic webpage for the research group MoBuild using a content management system. The idea behind this webpage is informing students and companies about this research group.
The webpage uses XAMPP Package, which contains Apache web server, MySQL data base and interpreters for scripts written in PHP. The development of the whole webpage is done with Drupal, a content management system, and written with PHP and HTML programming languages.
The result obtained in this project is a complex and complete webpage which is useful for everyone, with all the features required for the users (MoBuild).
Visitors have access to all kinds of information on the MoBuild webpage such as projects they are involved in, the way they work or in which kind of works they are working at all times. 
Rendementsverlies op HVAC-systemen door slechte waterkwaliteit - studie en realisatie van simulatieopstelling
Spirotech ontwikkelt en produceert innovatieve totaaloplossingen voor het conditioneren van vloeistoffen in HVAC- en procesinstallaties. Vanwege de focus op kwaliteit, productontwikkeling en procesverbetering worden Spirotech-producten aanbevolen door vooraanstaande producenten van verwarmingsketels en andere installatiecomponenten. Dankzij een zeer uitgebreid leveranciersnetwerk profiteren vele gebruikers dagelijks van de voordelen van hun producten en diensten.
Onderzoeken hebben tot op heden vooral focus gelegd op rendementsverliezen in HVAC-systemen door de aanwezigheid van lucht en vuildeeltjes in een installatie. De effecten van slechte waterkwaliteit (zuurstofcorrosie, hardheidsafzettingen, biologische vervuiling, e.d.) op rendementsverliezen en storingen in de HVAC-installaties zijn relatief onbekend.
Tot op heden kan niet met zekerheid worden gezegd hoeveel het rendementsverlies bedraagt door deze effecten van slechte waterkwaliteit
De opdracht die we gekregen hebben bestaat uit het ontwerpen van een simulatieopstelling waar deze factoren apart of in verschillende combinaties gesimuleerd kunnen worden en dus ook het rendementsverlies van deze storingen samen kan bekeken worden.
Bij de opmaak van het ontwerp en de realisatie is bijzondere aandacht besteed om de opstelling multifunctioneel te kunnen inzetten en dient over de volgende functies/mogelijkheden te beschikken:
Het kunnen inbrengen van water met veranderlijke kwaliteit zoals bv. water met verschillende hardheid, alkaliteit, e.d.
Het kunnen inbrengen van parameters met invloed op waterkwaliteit zoals lucht en vuildeeltjes.
Het gemakkelijk demonteerbaar zijn van de warmtewisselaar om eventuele effecten te kunnen controleren in de warmtewisselaar ten gevolge van slechte waterkwaliteit.
Het kunnen meten van temperatuursveranderingen en debietvariaties om rendement te bepalen.
Het kunnen inbrengen van preventieve of correctieve oplossingen zoals bv. chemische additieven ter corrosiebescherming, reinigingsproducten, e.d.
Het paneel heeft als doelstelling om over een duidelijke analyse te beschikken welk het gedrag is van deze factoren en in welke mate de Spirotech-producten voor rendementswinst zorgen.
Ook zal dit paneel tijdens opleidingen aan installateurs gebruikt worden om te kunnen aantonen dat deze factoren wel degelijk een probleem vormen binnen de HVAC-wereld en dat deze dringend aangepakt moeten worden
AVT verwarmingstechnieken
AVT is een bedrijf gelegen in Heusden-Zolder en geeft mij de mogelijkheid om mee te werken, zowel in de praktijk als in het voorbereidende werk. AVT is een bedrijf dat gespecialiseerd is in het installeren van verwarmingsinstallaties, sanitair, thermische zonnesystemen en klimatisatiesystemen. De opdracht bestaat erin twee werven op te volgen: het aanpassen of tekenen van plannen, het bespreken van het materiaal, en het bijwonen van werfvergaderingen.
De plannen worden aangepast via het tekenprogramma AutoCAD. Eerst wordt de werf bekeken en vergeleken met de plannen. Daarna worden de tekeningen aangepast aan de realiteit. Het blijven opvolgen van de aanpassingen op de werf is dus noodzakelijk. Werfvergaderingen bijwonen is zeer belangrijk. Wanneer er nog geen plannen zijn worden de plannen getekend en gaat de arbeider aan de hand van deze plannen te werk. De materialen die op de plannen getekend staan moeten besproken worden met de architect en eigenaar.
De twee werven die het onderwerp vormen van deze bachelorproef zijn beide gelegen in Houthalen. Het gaat enerzijds om een optiekzaak met daarboven drie appartementen en anderzijds een industriebouw. Op deze werven moet er zowel verwarming, sanitair als ventilatie voorzien worden
Opstellen van een onderhoudsplan
TOPLAS NV is een metaalverwerkend bedrijf met 24 jaar ervaring gelegen in Bree. Allerhande metaalbewerkingen, constructies samenstellen, montage ter plaatse en onderhoudswerken aan industriële installaties zijn de specialiteiten van dit bedrijf. Dankzij een uitgebreid en modern machinepark is geen opdracht te moeilijk en kunnen ze kwalitatief hoogstaande producten afleveren binnen een korte levertijd.
Om zo verder te kunnen gaan, moeten de machines betrouwbaar zijn zodat er geen of zo weinig mogelijk onverwachte stilstanden voorkomen. Dit ideaal kan men benaderen door gebruik te maken van een goed preventief onderhoudsplan. Tot nog toe werd er voornamelijk aan storingsafhankelijk onderhoud gedaan. Dit wil zeggen dat een machine onderhoud kreeg of gerepareerd werd wanneer deze defect was of een storing vertoonde.
Dit is geen goede manier van werken omdat het onderhoud hierdoor onvoorspelbaar is, een goed onderhouden machine draait altijd beter. Naar aanleiding hiervan bestaat de stageopdracht erin om een preventief onderhoudsplan op te stellen van het hele machinepark. Het machinepark telt ongeveer 50 machines voor metaalbewerking zoals boor-/zaagstraten, plasmasnijders, plooibanken en lasapparaten plus een tiental voertuigen waaronder heftrucks, een graafmachine enz.
Het doel van een goed onderhoudsplan is om meer gepland onderhoud te gaan uitvoeren waardoor de machines betrouwbaarder worden en het werken ermee aangenamer wordt. Een goed onderhouden machinepark komt het bedrijf altijd ten goede