Xios Theses
Not a member yet
1062 research outputs found
Sort by
Slim denken in de schilderswereld
Titel: Slim denken in de schilderswereld
Door: Gwen Timmers
Promotoren: Bedrijfsleider Rob Vandezande Kreapaint nv
Projectleider Piet Wyckmans Kreapaint nv
Externe coach Peter Van Hout Xios Hogeschool Diepenbeek
Het behandelen van probleemgevallen die je tegenkomt in de schilderswereld:
- slecht uitgevoerd voorbereidend werk
- vochtschade
- mechanische schade
- houden aan een strikte planning
- afschilferen van verf
Voor elk van deze gevallen sta je als projectleider voor verschillende keuzes. Deze keuzes worden in het eindwerk besproken en ten opzicht van elkaar afgewogen tot men tot de meest geschikte oplossing komt voor beide partijen.
Andere valkuilen waar je als onervaren projectleider zeker rekening mee moet houden zijn onvoorziene kosten:
- wegvallen verwachte vrije zones
- onverwacht bezoek van een veiligheidscoördinator
- wegvallen van water en elektriciteit op de werf
- slechte weersomstandigheden
- niet ingecalculeerd kitwerk
- onervaren personeel
- faalkost
Voor al deze onvoorziene kosten zijn er oplossingen maar waar het tenslotte echt om zal gaan in deze gevallen is:
- het uitbouwen van een goede relatie met de opdrachtgevers, architecten, werfleiders en zelfs de arbeiders.
- het goed organiseren van de werven.
Ten slotte zal ik het hebben over een aantal kostenbesparende methodes:
- Het maken van kostenvergelijkingen.
- Het optimaliseren van planningen in de uitvoeringsfase waardoor alle onderaannemers op elkaar zijn afgestemd binnen een redelijk tijdschema.
Deze methodes worden allemaal aan de hand van een uitgewerkt voorbeeld verduidelijkt
Collectieve energievoorzieningen in renovatie-projecten: stappenplan voor wijkrenovatie
Door de stijgende energieprijzen en de opwarming van het klimaat wordt er steeds meer aandacht besteed aan duurzame alternatieven voor stookolie. Eén van die alternatieven is het aanleggen van warmtenetten. In veel landen worden deze al jaren toegepast, maar in België is dit systeem nog relatief onbekend. Het principe van een warmtenet bestaat erin zoveel mogelijk verbruikers via een goed geïsoleerd leidingentraject aan te sluiten op een gemeenschappelijke warmtebron. Er zijn verschillende mogelijkheden, met elk hun specifieke eigenschappen en voor- en nadelen. Als hulpmiddel bij het kiezen van een goede bron voor een warmtenet in een te renoveren wijk, wordt er een stappenplan opgesteld.
In deze masterproef worden als opties geothermie, zonnecollectoren, restwarmtevalorisatie en warmtekrachtkoppeling besproken bij verschillende bestaande wijken en situaties. Bij het toepassen van geothermie wordt er geboord naar aardwarmte. Dit systeem vergt een grote investering en is niet op alle plaatsen mogelijk, maar het levert wel een constante toevoer van warmte. Er kan ook gekozen worden om het net met zonne-energie op te warmen. In dit geval worden grote velden met zonnecollectoren aangelegd. De volgende mogelijkheid is restwarmtevalorisatie. Dit systeem houdt in dat de warmte die overblijft bij verschillende industriële processen, toegepast wordt als warmtebron. Het grote voordeel van deze techniek is dat energie die anders verloren gaat, een nuttige toepassing krijgt. De laatste bron is warmtekrachtkoppeling. Voor het opwekken van thermische energie en elektrische energie is er brandstof nodig. Maar bij het produceren van elektriciteit komt ook een grote hoeveelheid warmte vrij. Door beide processen met elkaar te combineren wordt de brandstof op een veel efficiëntere manier gebruikt. Naast deze warmtebronnen wordt er ook gekeken naar verschillende opslagmethoden voor de opgewekte warmte. Warmteopslag kan zowel boven- als ondergronds gebeuren. Bovengrondse opslag gebeurt in tanks of putten, ondergronds bestaat er een onderscheid tussen open en gesloten systemen. Aan de hand van al deze gegevens kan er voor een bepaalde wijk het meest optimale systeem gekozen worde
Grondmechanische herkenning en eigenschappen van glauconietzanden
In een tijd waarbij de bouwgrond schaarser wordt en de sondeergegevens digitaal beschikbaar zijn, is een juiste interpretatie van deze gegevens meer dan essentieel. Deze interpretatie van de ondergrond heeft namelijk belangrijke gevolgen naar de keuze van funderingtechnieken toe en het welslagen van het bouwproces.
Glauconiet is een mineraal wat vaak voorkomt in zanden die zijn afgezet door de zee. Hierdoor is het mineraal in vele zandgronden aanwezig in de ondergrond van Noord- en Midden-België.
Het probleem met dit mineraal is dat het andere eigenschappen heeft dan de kwartsmineralen, die veelvuldig voorkomen in zand. Één van zijn eigenschappen is zijn lage hardheid. Dit heeft tot gevolg dat het gemakkelijk te verbrijzelen is. Hierdoor kunnen zowel de fysische als mechanische eigenschappen veranderen. Dit leidt tot problemen bij o.a. het voorspellen van de glauconiethoudende lagen aan de hand van sondeergegevens, het verdichten van de grond, inheien van heipalen etc.
De conclusie van deze masterproef geeft een samenvatting van de belangrijkste kenmerken van glauconiethoudend zand weer en hoe deze zanden kunnen herkend worden op een elektrisch sonderingsdiagram
Toepasbaarheid prefab beton binnen passiefbouw
Titel : Toepasbaarheid prefab beton binnen passiefbouw
Auteur: Mattheus Hermans
Interne promotor: ing. Koen Heyens
Externe promotor: Dhr. Yves Dupont
Innovaties zijn in elke tak van de industrie noodzakelijk om aan de voortdurend evoluerende technologie en daarmee samenhangende nieuwe standaarden te kunnen voldoen. Ook in de bouwwereld is dit niet anders. Men is voortdurend op zoek naar verbeteringen om zo te kunnen voldoen aan de hedendaagse eisen.
Dit onderzoek gaat dieper in op de combinatie van twee ontwikkelingen in de bouw. Enerzijds worden aan gebouwen steeds strengere eisen gesteld inzake energieverbruik. Energiezuinige gebouwen, met als streefdoel het passief gebouw, zijn hier de oplossing voor. Anderzijds streeft men ernaar de arbeidsintensiteit op de werf te verlagen door het toepassen van prefabricatie.
Wanneer hier gesproken wordt over de combinatie van deze twee ontwikkelingen bedoelt men bijgevolg het optrekken van passieve gebouwen met behulp van prefab elementen, in dit geval elementen opgebouwd uit beton.
Dit onderzoek stelt enerzijds de vraag of het mogelijk is om met prefab beton passieve gebouwen te construeren. Anderzijds wordt hier onderzocht of de mogelijkheden van prefabricatie kunnen geoptimaliseerd worden om zo tegemoet te komen aan de intensivering van de bouwindustrie
Invloed van het kruispuntontwerp op het snelheidsgedrag en het effect van speed adaptation bij overgang van autosnelwegen naar landelijke, secundaire wegen: een rijsimulatorstudie
Verkeersonveiligheid vormt tot op heden een van de meest besproken problematieken binnen het (inter)nationale wegbeleid. Ongevallenstatistieken gebaseerd op de Belgische databank van de FOD Economie, AD SEI en het BIVV-rapport tonen aan dat een belangrijk percentage van de verkeersongevallen plaatsvindt op autosnelwegen, in de nabijheid van op- en uitritten. Uit het BIVV-rapport volgt dat in 2008 129 dodelijke verkeersongevallen werden vastgesteld op de Belgische autosnelwegen op basis van de processen verbaal van de federale politie. Van deze 129 verkeersongevallen gebeurden er 6 ongevallen op een oprit, 14 op een uitrit en respectievelijk 8 en 9 ongevallen nabij een op- en uitrit.
De slechte statistieken in België kunnen mogelijk veroorzaakt zijn door typische kenmerken van het Belgische autosnelwegnetwerk (hoog aantal op- en uitritten per kilometer autosnelweg, hoge verkeersdensiteit en hoog aantal vrachtwagens met België als transitland), maar ook door het rijgedrag, de aard van ordehandhaving,...
Een van de belangrijkste mensgerelateerde factoren die (mede) een verkeersongeval veroorzaakt, is een onaangepaste rijsnelheid. De subjectieve snelheidsperceptie van automobilisten leidt vaak tot een onder- of overschatting van de werkelijke snelheid. Meerdere studies tonen aan dat een onderschatting van de rijsnelheid ondermeer optreedt wanneer bestuurders gedurende langere periode tegen hoge snelheid rijden, zoals op een autosnelweg. Ook bij overgangssituaties met een grote snelheidsdaling, zoals bij het verlaten van een autosnelweg, remmen bestuurders vaak te weinig af. Deze effecten van "speed adaptation" duren relatief lang en tot op enige afstand na de uitrit van de autosnelweg voort. Bestuurders dienen eveneens de juiste verwachtingen te hebben bij de overgang van een autosnelweg naar een landelijke, secundaire weg. Niet alleen de vormgeving van de wegvakken, maar voornamelijk de inrichting van het kruispunt tussen beide wegtypes zou zeer belangrijk kunnen zijn.
In deze masterproef wordt een rijsimulatoronderzoek uitgevoerd naar de invloed van het kruispuntontwerp op het snelheidsgedrag en naar het effect van speed adaptation bij overgang van een autosnelweg naar een landelijke, secundaire weg. Zesenvijftig proefpersonen hebben succesvol deelgenomen aan het experiment, opgebouwd uit een baseline (7,21 km) en twee autosnelwegritten (21,75 km). In de autosnelwegritten werden twee routes (Aalbeke of Beveren) en twee van de vier kruispunttypes (rotonde, verkeerslichtenregeling, voorrangskruispunt en invoegstrook) random aan elke proefpersoon toegewezen.
De resultaten tonen geen significante invloed van het kruispuntontwerp aan. Tussen de baseline en de eerste (wegens statistische beperkingen) autosnelwegrit treedt wel een significant effect van speed adaptation op, waarbij de gemiddelde snelheid in de eerste autosnelwegrit hoger is dan in de baseline.
Verder onderzoek naar de invloed van het kruispunttype is noodzakelijk, aangezien een veilig en herkenbaar kruispuntontwerp het aantal verkeersongevallen in de nabijheid van op- en uitritten mogelijk kan verminderen. Praktische ontwerprichtlijnen zouden de optimale en meest veilige keuze van het kruispunttype voor elke wegcategorieovergang kunnen voorschrijven. Mogelijk onderzoek kan bovendien uitgevoerd worden naar de invloed van het uitrittype van een autosnelweg op het effect van speed adaptation
Voegvullingsproblemen bij natuurstraatstenen
Volgens een oud gezegde leiden alle wegen naar Rome. In die tijd verplaatsten de mensen zich met paard en kar. Tegenwoordig beschikt (bijna) elk gezin over een of meerdere auto\u27s waarmee men van punt A naar punt B reist. Het merendeel van de Belgische wegen bestaat uit asfalt of beton maar in sommige gevallen is de weg vervaardigd uit natuurstraatstenen.
Dagelijks stelt men in België en in het buitenland vast dat onze bestrating niet meer voldoet aan de krachten van het moderne verkeer. De uitvoeringstechnieken kenden de laatste 100 jaar weinig evolutie. Nochtans wijzigden over dezelfde periode de krachtinwerkingen op de bereden zones (rijwegen, maar ook in voetgangerszones) fundamenteel. Begin 20ste eeuw kon men spreken van een zeer geconcentreerde verticale belasting (> 100 MPa) terwijl de horizontale belasting quasi nihil was, er was geen wrijving. Een eeuw later spreekt men van een verwaarloosbare verticale belasting (< 1 MPa) en belangrijke horizontale belastingen.
Hoe komt het dat ondanks de vooropgestelde eisen en uitvoeringstechnieken schadegevallen bij wegen (vervaardigd uit natuurstraatstenen) kans maken? Dit is het onderwerp van mijn eindwerk. Ik ga op zoek naar de oorzaak van deze schadegevallen en zoek naar eventuele oplossingen. Hiervoor spits ik mij vooral toe op de aanhechting tussen het voegvullingsmateriaal en de natuursteen.
Ik hoop met dit onderzoek tot een oplossing te komen zodat in de toekomst herstellingswerken uitgesteld of vermeden kunnen worden. 
Optimalisatie verluchting area en L-hal
De stage die verbonden is aan deze bachelorproef vond plaats bij Ford Genk. Dit bedrijf is erg bekend aangezien het één van de grootste autoproducenten van de omgeving is. Onze stage heeft echter niets met de productie van auto\u27s te maken, wel met de verluchting in de C-hal en de L-hal.
Een eerste taak is het in kaart brengen van alle installaties. Dit wil zeggen alle toevoerinstallaties, alle dakextracties en industriële afzuigingen. Dit omvat ook het zoeken van verschillende gegevens, zoals het debiet, vermogen, type motor e.d. en deze samenbrengen in overzichtstabellen.
Als alle gegevens compleet zijn kan de luchtbalans worden opgemaakt om zo te bepalen of de hal in onder- of overdruk staat, dit al naargelang de stand van de binnen- en buitenkleppen. De luchtbalans is een belangrijk punt, want een slechte balans kan leiden tot problemen met tocht, een slechte luchtkwaliteit en energieverspiling.
Een laatste punt is het meten van de tocht, luchtvochtigheid en temperatuur op plaatsen waar veel klachten zijn. Dit gebeurt met twee verschillende toestellen waarmee in de hallen wordt gemeten. Deze metingen worden ook weer gedaan bij verschillende kleppenstanden en snelheden.
Na het vaststellen van mogelijke problemen is het de bedoeling om met een aantal voorstellen te komen om deze zaken eventueel op te lossen
Dimensioneren van een HVAC-installatie voor ziekenhuis in Lanaken
LPS Klimatechniek is een bedrijf dat zich bezig houdt met het installeren van industriële HVAC-installaties. Daarnaast is er ook een productie-eenheid voor het maken van rechthoekige kanalen, geluidsdempers, buitenroosters en kleine constructies voor derden.
De stage binnen het bedrijf gaat over verdieping -1 van het nieuwbouwgedeelte in het Ziekenhuis Oost-Limburg in Lanaken. Deze verdieping wordt hoofdzakelijk gebruikt voor de revalidatie van de patiënten. De opdracht bestaat erin een HVAC-installatie te ontwerpen en te dimensioneren. Hiervoor moeten de volgende berekeningen uitgevoerd worden.
Een warmteverliesberekening: Berekenen hoeveel warmte er in watt per uur
uit de ruimte verloren gaat.
Een koellastberekening: Berekenen van het benodigde koelvermogen
om de ontwikkelde warmte te verwijderen.
Een ventilatieberekening: Bepalen hoeveel lucht er moet worden
toegevoerd en afgevoerd uit een ruimte.
Aan de hand van deze berekeningen wordt er een ventilatiegroep samengesteld.
Naast het maken van de berekeningen moet ook de gehele installatie uitgetekend worden, hiervoor wordt er gebruik gemaakt van het tekenprogramma AutoCAD.
Tot slot wordt er een meetstaat opgesteld van de gehele installatie
Fabriceren van een pneumatische persinstallatie
De opdracht bestaat erin om een machine, met name een persinstallatie, te ontwerpen voor de Firma Narviflex Belting nv, die bedrijven voorziet in hun behoefte aan transportbanden en hierop onderhoud uitvoert. Deze machine dient om rubberen ringen om de meelooprollen te persen die op hun beurt de taak hebben om de transportband te sturen en te ondersteunen.
Deze machine zal er voor moeten zorgen dat de productie vlotter verloopt en het werk verlicht. Daarmee wordt bedoeld dat de productietijd vermindert en de product nauwkeurigheid verhoogd wordt.
Bij deze ontworpen machine moet een handleiding, onderhoudsschema en risicoanalyse worden opgesteld. De machine zal ook moeten voldoen aan alle veiligheidsvoorzieningen zodat het gekeurd kan worden en zo volwaardig in de productie kan worden opgenomen
Moving forward mobile - iPhone
Het stageproject waar wij voor gekozen hebben is het "porten" van een bestaande Android- naar een iPhoneapp. MoFor Moving Forward is een programma dat op basis van een ingebouwde GPS de route van een gebruiker opslaat en deze doorstuurt naar een webservice, die door IMOB beheerd wordt. Samen met de mogelijkheid tot het maken van foto\u27s en films worden deze gegevens verzameld en gebruikt om bereikbaarheidskaarten te maken voor scholen, bedrijven en gemeenten.
Objective-C is de programmeertaal die gebruikt wordt voor het ontwikkelen van applicaties voor iPhone, iPad, iPod en Mac computers. De bedoeling van onze stage is dat we een bestaande Androidapplicatie omzetten zodat deze bruikbaar is voor de iPhone. Het is immers niet mogelijk om een Androidprogramma op Appleproducten te gebruiken.
De iPhoneapp wordt opgesplitst in verschillende modules die onafhankelijk van elkaar kunnen werken, namelijk de camera-, tracker-, database-, upload- en downloadmodule. Op deze manier is de herbruikbaarheid van de code optimaal en kunnen de verschillende modules eenvoudig aangepast, verwijderd of toegevoegd worden zonder dat de hele applicatie daaronder zou lijden.
De cameramodule zorgt voor het nemen en het lokaal opslaan van een foto waarna deze wordt weggeschreven in de intern geïnstalleerde SQLite-database, samen met de huidige locatie van de gebruiker. Dezelfde procedure wordt gehanteerd bij het verwerken van video\u27s.
De trackermodule volgt dan weer de verplaatsingen van de gebruiker op basis van het CLLocations-framework dat Apple beschikbaar stelt in iOS, het besturingssysteem geïnstalleerd op mobiele toestellen.
De databasemodule die nauw samenwerkt met de up- en downloadmodule zorgt voor een lokale opslag van de verzamelde gegevens. Dit vermijdt dat data verloren zou gaan wanneer de applicatie op onverwachte wijze afsluit of de telefoon uitvalt