WODC Repository
Not a member yet
3500 research outputs found
Sort by
Onderzoek naar de werking van de Wet tegengaan huwelijksdwang in de praktijk
On 5 December 2015 the Act Combatting Forced Marriages (referred to hereafter as: the Act), entered into force in the Netherlands. From June 2019 until November 2019 Maastricht University and the Verwey-Jonker Institute carried out research to investigate how this Act works in practice. The Act aims, on the one hand, to further reduce the number of forced marriages that are celebrated in the Netherlands and, on the other, to limit the recognition of foreign marriages in the Netherlands to those marriages which reflect generally accepted forms of marriage in the Netherlands. Accordingly, the Act has produced a number of changes in Dutch marriage law and in the regulation of the recognition of foreign marriages. Dutch marriage law has been amended to ensure that aspirant spouses must have attained the age of eighteen and stricter requirements have been applied to marriages between blood relatives in the collateral line in the third and fourth degree. Furthermore, mechanisms to combat forced marriages, child marriages and polygamous marriages have been extended. Two categories of research questions were distinguished: (quantitative) research questions regarding the numbers and characteristics of marriages falling within the scope of the Act and (qualitative) research questions regarding the use and application of the Act. The latter category involved the application of the Act by those persons charged with enforcing the Act (i.e. judges, civil status registrars and officials of the Immigration and Naturalisation Service (IND)), as well as the use of the Act, alongside factors which influence its use by the target groups.Op 5 december 2015 is de Wet tegengaan huwelijksdwang (verder te noemen: de Wet) in werking getreden. Vanaf juni 2019 tot november 2019 is onderzocht hoe de Wet in de praktijk werkt. De Wet beoogt huwelijksdwang in Nederland verder te beteugelen en de erkenning van in het buitenland gesloten huwelijken te beperken tot huwelijken die overeenstemmen met het in Nederland algemeen geaccepteerde karakter van het huwelijk. In het Nederlandse huwelijksrecht is de mogelijkheid afgeschaft om beneden de leeftijd van achttien jaar te trouwen, zijn strengere eisen gesteld aan huwelijken tussen verwanten in de derde en vierde graad, en zijn de voorzieningen uitgebreid om iets te ondernemen tegen gedwongen huwelijken, kindhuwelijken en polygame huwelijken. Verder regelt de Wet dat buitenlandse huwelijken die onder dwang zijn aangegaan, buitenlandse kindhuwelijken en polygame huwelijken die een band met Nederland hebben, in Nederland niet meer kunnen worden erkend. Er worden twee categorieën onderzoeksvragen onderscheiden: (kwantitatieve) onderzoeksvragen naar aantallen en kenmerken van huwelijkssituaties die onder het toepassingsbereik van de Wet vallen, en (kwalitatieve) onderzoeksvragen over het gebruik en de toepassing van de Wet. Bij de laatste categorie gaat het om de toepassing van de Wet door degenen die de Wet moeten uitvoeren (rechters, ambtenaren burgerlijke stand en IND-ambtenaren), en om het gebruik van de Wet, en de factoren die van invloed zijn op dit gebruik, door de doelgroepen. INHOUD: 1. Inleiding 2. Wet tegengaan huwelijksdwang 3. Aantallen en kenmerken 4. Toepassing van de Wet 5. Gebruik van de Wet 6. Conclusi
Evaluatie logeerregeling COA
In this study, the authors examined the possible added value and results of the COA arrangement that enables so called ‘status holders’(refugees with a residence permit) to temporarily stay with their family, friends or a host family. The COA arrangement is aimed at bettering the participation of refugees. The authors researched the arrangement as facilitated by Takecarebnb (TCBnB), a voluntary initiative that matches refugees and host families. They compared status holders who stayed with a TCBnB host family with status holders that stayed with friends or family (without the interference of an intermediary organisation) and status holders who did not make use of the arrangement but, instead, remained in an Asylum Seeker’ Centre until they were given permanent accommodations. In addition, they researched the conditions under which the added value of the arrangement could be ensured.In dit onderzoek inventariseren we de meerwaarde en opbrengsten van de vernieuwde aanpak van logeren voor de participatie en integratie van statushouders. Met de resultaten van het onderzoek wil de aanvrager, het COA, inzicht krijgen in de meerwaarde van de logeerregeling voor statushouders die via TCBnB logeren vergeleken met verblijf in een AZC of bij familie en vrienden. Daarmee wil het COA een onderbouwde beslissing maken of en hoe zij de logeerregeling willen voortzetten.De probleemstelling luidt: Wat zijn de (mogelijke) opbrengsten van de logeerregeling voor de participatie en integratie van statushouders die via TakeCareBnB (TCBnB) logeren, vergeleken met statushouders die in een AZC, of bij familie en vrienden verblijven, en onder welke condities wordt deze meerwaarde bereikt? INHOUD: 1. Inleiding 2. Het onderzoek 3. Beleidscontext en de logeerregeling 4. De logeerregeling en kansen voor participatie en integratie 5. De uitvoering van de logeerregeling 6. Ervaringen van logés en gastgezinnen met de logeerregeling 7. Opbrengsten van de logeerregeling 8. Conclusie
Een quickscan openbare orde en veiligheid op gemeentelijk niveau
Tweede Kamerstukken, vergaderjaar 2017–2018, 28684, nr. 532 De impact van de maatschappelijke schade van de jaarwisseling is mede terug te zien in het terugkerend karakter van dit onderwerp in de Tweede Kamer. Meer in het bijzonder is een motie van de leden Den Boer en Dik-Faber (Tweede Kamerstukken, vergaderjaar 2017–2018, 28684, nr. 532) in deze noemenswaardig. Een uitvloeisel van deze motie is om in beeld te brengen hoe de jaarwisseling 2018-2019 is voorbereid, welke lokale maatregelen en initiatieven zijn genomen en met welk resultaat. Het voorgaande leidt tot de volgende probleemstelling: ‘Hoe heeft de voorbereiding van de laatste nieuwjaarsviering plaatsgevonden, welke initiatieven en maatregelen zijn er genomen en hoe pakten deze uit? Zijn er juridische, praktische of andersoortige belemmeringen die een optimale organi-satie van de nieuwjaarsviering in de weg staan en wat kunnen andere gemeenten leren van de aanpak van andere gemeenten?
Procedurele waarborgen en een goede toegang tot het recht als randvoorwaarden voor een data-gedreven samenleving
Big Data and data-driven applications are increasingly used in both the public and private sector. This study looks at which adjustments could ensure a better and more robust embedding of Big Data in the public sector, whereby general and social interests are safeguarded, stakeholders can effectively assert their rights and the principles of procedural justice are respected.Big Data en data-gedreven toepassingen vormen een steeds structureler onderdeel van zowel de publieke als de private sector. Als steeds meer processen binnen de overheid data-gedreven worden, dan is het belangrijk een aantal aanpassingen te doen in recht en beleid. In deze studie is bekeken welke aanpassingen voor een betere en stevigere inbedding van Big Data in de Nederlandse publieke sector kunnen zorgen, waarbij algemene en maatschappelijke belangen zijn gewaarborgd, belanghebbenden op een effectieve wijze hun recht kunnen halen en de principes van procedurele rechtvaardigheid en procesrechtelijke randvoorwaarden een volwassen positie innemen. De kernvraag die beantwoord moest worden is: Hoe zouden de mogelijkheden voor burgers en belangenorganisaties om besluitvorming op basis van Big Data-toepassingen te laten toetsen door de rechter desgewenst kunnen worden uitgebreid? De kernopdracht was dus het verkennen van diverse mogelijke rechtsvormen die in het Nederlandse rechtsstelsel zouden kunnen worden geïntroduceerd, niet of dit wenselijk of noodzakelijk is. Daarbij is gekozen voor nadruk op een analyse van de rechtsvormen die in de Nederland omringende landen beschikbaar zijn. INHOUD: 1. Inleiding 2. Het Nederlandse rechtsstelsel 3. Internationale vergelijking 4. Reguleringsopties 5. Conclusies en aanbevelingen 6. Bijlage
Verkenning pluralisering van de politiefunctie (Plural policing)
This study is not only about gaining an insight into the current state of affairs with regard to the pluralization of the police function in the Netherlands at national and local level, but also to consider the Dutch situation in a comparison with other European variants and developments. Various issues were analyzed. In the first place, the legal context in which duties and competencies are exercised by the police, was explored. A distinction was been made between tasks and competencies that may legally be performed exclusively by the police, and tasks and authorities that may be performed by the police and other actors.De algemene onderzoeksvraag voor dit onderzoek luidt: “Hoe beïnvloedt de pluralisering van de politiefunctie het huidige en toekomstige functioneren van de Nederlandse politie?” Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden, is gekeken naar de huidige wet- en regelgeving in Nederland, naar de algemene praktische context in Nederland en in Europa (om van daaruit te extrapoleren hoe het toekomstige functioneren van de politie beïnvloed kan worden), en naar het lokale niveau. De vragen zijn samengebracht in de onderstaande hoofdvragen.Wet- en regelgeving 1. Wat is de huidige wettelijke context inzake de pluralisering van de politiefunctie in Nederland? Nederlandse en Europese varianten en trends 2. Welke varianten en ontwikkelingen kunnen in de afgelopen jaren in Nederland worden geobserveerd inzake de pluralisering van de politiefunctie? 3. Welke varianten en ontwikkelingen kunnen in de afgelopen jaren in Europa en in het bijzonder in de buurlanden (België, Duitsland, Engeland) worden geobserveerd inzake de pluralisering van de politiefunctie? Lokale praktijken 4. Wat is de rol van lokale overheden (Rotterdam, Ede en Maastricht) wat betreft de pluralisering van de politiefunctie? 5. Hoe verloopt de samenwerking tussen de politie en deze andere veiligheidsactoren op het lokale niveau
Doorontwikkeling van de vragenlijst Slachtoffermonitor: een mixed-methods benadering
The treatment and support of crime victims during criminal proceedings is considered crucial in the Netherlands. Various improvements and extensions have been undertaken in this domain, such as the implementation of a European guideline that determines the minimal requirements to secure the rights, support and protection of crime victims. These innovations have added value for victims in terms of coping with the crime and the manner in which they feel judicial organizations approach and treat them.The goal of the Victim Monitor is to follow the developments in the perceived quality of the victim support offered over the years. This monitor function facilitates the detection of gaps and deficits in the support offered as well as offers indications about the impact of policy changes on victim support practices.The Ministry of Justice and Security has asked to screen the Victim Monitor thoroughly before the start of the third measurement (around 2021). In this way, the critical questions can be answered, and the monitor can be adjusted where necessary. The goal of this project therefore was to conduct this developmental assignment; it aimed to deliver a revised survey along with a description of the research process underlying the revision.De bejegening en ondersteuning van slachtoffers van misdrijven tijdens het strafproces is een groot goed in Nederland. Er zijn in de laatste decennia verschillende verbeteringen en uitbreidingen gedaan op dit vlak, zoals de implementatie van een Europese richtlijn inzake de vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten. Deze vernieuwingen hebben toegevoegde waarde voor de verwerking van het misdrijf en de wijze waarop slachtoffers zich bejegend voelen door justitiële instanties.Het doel van de Slachtoffermonitor is om de ontwikkelingen in de waargenomen kwaliteit van de slachtofferondersteuning te kunnen volgen over de jaren. Deze monitorfunctie maakt het mogelijk om lacunes en gebreken in de slachtofferondersteuning te kunnen opsporen en biedt indicaties over de impact van beleidsveranderingen op de praktijk van de slachtofferondersteuning.Het Ministerie van Justitie en Veiligheid wil de Slachtoffermonitor grondig laten doorlichten voordat de derde meting van start gaat (rond 2021). Het doel van het project was om deze ontwikkelopdracht uit te voeren met als eindproduct een herziene vragenlijst en bijbehorende onderbouwing (d.w.z. een beschrijving van het onderzoeksproces dat daaraan ten grondslag lag). INHOUD: 1. Inleiding 2. Methoden van onderzoek: insteek en gevolgde procedure 3. Bevindingen doorontwikkelproces van de Slachtoffermonitor 4. Slotbeschouwing 5. Referenties 6. Bijlagen (zie pdf's bij: View more files
Aantallen coffeeshops en gemeentelijk beleid 1999-2018
This report discusses the results of the thirteenth measurement of the number of tolerated soft drugs points of sale (coffee shops) in the Netherlands and the municipal coffee shop policy. The developments concerning coffee shops since 1999 is followed. For this measurement, a questionnaire has been carried out among the responsible civil servants of all Dutch municipalities in the period of April 2019 to June 2019. As in previous measurements, the response in municipalities with coffee shops is 100%. The monitor has three topics: number of coffee shops; municipal policy; enforcement and sanctions policy. The previous measurement was in 2017 (See link at: More informatieon).Dit rapport bespreekt de resultaten van de veertiende meting van het aantal gedoogde verkooppunten van cannabis (coffeeshops) in Nederland en het gemeentelijk coffeeshopbeleid. In opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Justitie en Veiligheid volgt onderzoeks- en adviesbureau Breuer&Intraval sinds 1999 de ontwikkelingen rond coffeeshops nauwgezet met behulp van deze monitor. Voor deze meting is in de periode april 2019 tot en met juni 2019 aan de verantwoordelijke ambtenaren van alle Nederlandse gemeenten een vragenlijst voorgelegd. De respons onder de gemeenten met minimaal één coffeeshop (coffeeshopgemeenten) en de gemeenten zonder coffeeshopbeleid bedraagt wederom 100%. De monitor kent vier onderwerpen: aantallen coffeeshops; gemeentelijk beleid; handhavingsbeleid; en sanctiebeleid. De vorige meting is in 2017 uitgekomen (Zie link hiernaast). INHOUD: 1. Inleiding 2. Aantallen coffeeshops in Nederland 3. Gemeentelijk beleid 4. Handhavingsbeleid 5. Conclusie
Procesevaluatie pilot Halt-interventie sexting
The purpose of this research is to determine whether the newly developed Halt-intervention sexting is carried out as intended and whether the right target group is being reached. A Halt-settlement is a punishment for youngsters aged 12 to 18 who have committed a minor offense according to the public prosecution service. Every Halt-settlement consists of fixed components and the same principles apply to every Halt-settlement. This process evaluation answers the following questions:How does the referral of youngsters to the Halt-intervention sexting take place?How does the implementation of the intervention take place?How do youngsters, parents/carers and relevant authorities experience the intervention?De Halt-interventie sexting: Respect online (hierna: Halt-interventie sexting) is in 2017 door Stichting Halt (hierna Halt) en Rutgers ontwikkeld voor jongeren die zich schuldig hebben gemaakt aan lichte vormen van online seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hieronder worden twee vormen verstaan:Sexting tussen jongeren onderling waarbij het beeldmateriaal ongewenst vervaardigd en/of verspreid is;Profielmisbruik en seksuele pesterijen of beledigingen.Het doel van dit onderzoek is na te gaan of de nieuw ontwikkelde Halt-interventie sexting wordt uitgevoerd zoals bedoeld en of de juiste doelgroep wordt bereikt. Deze procesevaluatie beantwoordt de volgende vragen: Hoe verloopt de verwijzing van jongeren naar de Halt-interventie sexting? Hoe verloopt de uitvoering van de interventie? Hoe ervaren jongeren, ouders/verzorgers en betrokken instanties de interventie? INHOUD: 1. Inleiding en onderzoeksvragen 2. Onderzoeksverantwoording 3. Verwijzing en instroom 4. De uitvoering van de pilot-interventie 5. De ervaringen 6. Conclusies en aanbevelinge
Een meta-analytisch literatuur- en expertonderzoek naar de relatie tussen huiselijk geweld, kindermishandeling en geweld in de publieke ruimte
This report describes a research-based exploration into the relationship between violence within family settings and violence in the (semi)-public domain. It is based on a study of the literature concerning the relationship between violence in both settings with a focus on the perpetrator and on conversations with experts, including a meeting of such experts. The central question addressed by this research is:To what extent is there a relationship between domestic violence, child abuse, and violent criminal behaviour in the public domain, and what is known about the underlying causality?To what extent can this knowledge contribute to interagency cooperation and interventions to achieve greater justice and safety?Dit rapport bevat een verkennend onderzoek naar de relatie tussen geweld binnen families en buiten in de (semi)publieke sfeer. Het is gebaseerd op een literatuuronderzoek naar de relatie tussen geweld binnen en buiten met een focus op daderschap en op gesprekken met experts en een expertmeeting. De centrale vraagstelling van dit onderzoek naar de relatie tussen geweld binnen families en buiten in de publieke sfeer luidde: In hoeverre is er een relatie tussen huiselijk geweld, kindermishandeling en gewelds(-criminaliteit) in de publieke ruimte en wat is bekend over een eventuele causaliteit? In hoeverre kan deze kennis een bijdrage leveren aan de toekomstige inzet en interventies binnen de justitie en veiligheidsketens? Dit is een verkennend onderzoek, een eerste stap om na te gaan of er structureel meer aandacht nodig is voor de relatie tussen geweld binnen en buiten. Een complex en groot vraagstuk, dat zeker om langdurige inspanningen en continue aandacht vraagt. INHOUD: 1. Inleiding 2. Methodologische verantwoording 3. Literatuuronderzoek 4. Onderzoeks- en praktijkperspectieven op (de aanpak van) geweld binnen en buiten 5. Conclusies en aanbevelinge
Cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit
In this study, a machine learning (ML) model was developed to classify police records in the Basis Voorziening Handhaving (BVH; the policy database that contains information on incidents reported to the police) that relate to cyber- or digitized crime. With that ML-model the extent of online crime in the BVH registration of 2016 is estimated. The background characteristics of linked suspects in these registrations of cyber and digitized crime have also been described. The research focused on registrations of three types of cybercrime (hacking, ransomware and DDoS attacks) and five types of digitized crime (online threats, stalking, online libel / slander / insult, online identity fraud and online buying and selling fraud).In deze studie is onderzocht of het mogelijk was een machine learning (ML-)model te ontwikkelen om politieregistraties in de Basisvoorziening Handhaving (BVH) die betrekking hebben op cyber- of gedigitaliseerde criminaliteit te classificeren. Het doel is om met dat model de omvang van deze online criminaliteit in de BVH-registratie van 2016 te schatten. Tevens zijn de achtergrondkenmerken beschreven van bekende verdachten bij deze registraties van cyber- en gedigitaliseerde criminaliteit. Het onderzoek richt zich op registraties van drie typen cybercriminaliteit (hacken, ransomware en DDoS-aanvallen) en vijf typen gedigitaliseerde criminaliteit (online bedreiging, online stalken, online smaad/laster/belediging, online identiteitsfraude en online aan- en verkoopfraude).Het onderzoek maakt deel uit van de Monitor Jeugdcriminaliteit (MJC). De MJC betreft een periodieke rapportage waarin op basis van politie- en justitieregistraties de trends in jeugdcriminaliteit op geaggregeerd niveau worden onderzocht. INHOUD: 1. Inleiding 2. ML voor geautomatiseerde documentclassificatie 3. Ontwikkeling van een classificatiemodel 4. Resultaten modellering cyber- en gedigitaliseerde delicten in politieregistraties 5. Omvangschatting en verdachtenkenmerken 6. Slotbeschouwin