3685 research outputs found
Sort by
Menselijk, al te menselijk: een historisch, filosofisch literatuuronderzoek naar de transformatieve werking van kunst
Binnen de humanistiek wordt kunst gezien als iets wezenlijks; volgens Alma en Smaling verbreedt kunst de wereld van een individu en stimuleert zij reflectie op wat vanzelfsprekend lijkt. Deze uitspraak bevindt zich op een macroniveau en zegt weinig over de daadwerkelijke werkzame relatie tussen een individu en een kunstwerk. In dit onderzoek wordt duidelijk hoe de antropoloog Gell, de kunsthistoricus Freedberg en de neuroloog Zeki naar de transformatieve werking van kunst kijken op een micro- en mesoniveau. Gell beschrijft de relatie tussen mens en kunstwerk als een soort dialoog, Freedberg stelt dat mensen op afbeeldingen reageren alsof ze echt zijn en ze een volwaardige rol in het leven spelen, en Zeki begrijpt de ervaring van kunst als een zoektocht naar kennis. Uit dit onderzoek blijkt dat afbeeldingen onderdeel zijn van de werkelijkheid en dat een mens er in eerste instantie ook zo op reageert. Kunst maakt het onzichtbare zichtbaar en speelt daarom een belangrijke rol in de ontwikkeling van de mens als geheel
‘Eigenlijk is mijn hele vak daar gewoon voor.’ Een empirische studie naar motivatie van professionals in de ambulante GGZ om al dan niet aandacht te geven aan spiritualiteit/zingeving in hun zorg.
Mensen die worden geconfronteerd met een psychiatrische aandoening hebben vaak zingevingsvragen. In psychiatrische klinieken kunnen patiënten terecht bij geestelijk verzorgers voor begeleiding op het gebied van spiritualiteit/zingeving. Geestelijke gezondheidszorg (GGZ) wordt echter steeds vaker in de thuissituatie aangeboden. Omdat geestelijk verzorgers er niet voor alle thuiswonende patiënten kunnen zijn, is het belangrijk dat ook ambulante GGZ-professionals aandacht voor spiritualiteit/zingeving hebben. Inzicht in motivaties van ambulante GGZ-professionals om al dan niet aandacht aan spiritualiteit/zingeving te geven draagt bij aan deskundigheidsbevordering aan hen. Het gaat om zowel professionele als persoonlijke motivaties. De persoonlijke spiritualiteit/zingeving van de professionals speelt namelijk een rol. Daarnaast worden motivaties naast een competentieprofiel over spiritualiteit/zingeving gelegd. In dit onderzoek worden voor- en diepte-interviews met en observaties van ambulante professionals op kwalitatief-interpretatieve wijze geanalyseerd. Uit de resultaten blijkt dat aandacht voor spiritualiteit/zingeving volgens de onderzochte professionals een (heel) belangrijk onderdeel is van hun beroep. Wat professionals hieronder verstaan, hangt samen met hun persoonlijke spiritualiteit/zingeving. Naast competentie is er ook handelingsverlegenheid zichtbaar. Bevordering van structurele aandacht voor spiritualiteit/zingeving in de behandeling is nodig. Nu hangt het namelijk af van de persoonlijke affiniteit van de professional of spiritualiteit/zingeving in de volle breedte aan bod komt bij patiënten die psychiatrische zorg thuis ontvangen
De shit uit je verleden als mest voor je toekomst: Een zorgethisch onderzoek naar betekenisgeving aan herstel in forensische zorg
Door middel van deze masterthesis is onderzocht hoe cliënten van een forensisch psychiatrische kliniek de zorg ervaren die hen geboden wordt op basis van de hersteldefinitie van William Anthony (1993). Hiermee wordt beoogd inzichten te bieden in wat nodig is om goede herstelondersteunende forensische zorg te bieden. De onderzoeksvraag die hiervoor opgesteld is luidt: ‘hoe ervaren FPK-cliënten herstel en wat betekent dit voor goede forensisch psychiatrische zorg?’
Door inzichten te bieden in particuliere zorgpraktijken, levert deze thesis een bijdrage aan een zorgethisch perspectief Naast een perspectief op goede zorg, kan het beschreven cliëntenperspectief ook een bijdrage leveren aan een maatschappelijke discussie met betrekking tot het inrichten van een zorgzame samenleving. In de huidige maatschappelijke beeldvorming over deze doelgroep, worden deze mensen immers zelden gehoord. Enerzijds worden cliënten van de forensische psychiatrie aangespoord weer deel te nemen aan de samenleving, anderzijds lijkt dit op gespannen voet te staan met een samenleving waarin de nadruk lijkt te liggen op risicobeheersing.
De essentie van de geleefde cliëntenervaringen is doormiddel van een fenomenologische benadering gezocht en beschreven. Hieruit kwam naar voren dat de geïnterviewde cliënten het begrip ‘herstel’ niet omarmden als het hoopvolle begrip dat het beoogd te zijn. Zij gebruiken liever de begrippen ‘groei en ontwikkeling’ voor hun proces. Ook de ondersteunende ander misten zij in de hersteldefinitie. Daarnaast is er aanvullend daarop een relationele auto-etnografische benadering gebruikt om de cliëntervaringen van de onderzoeker te analyseren. Dit verschafte toegang tot de positie van existentiële kwetsbaarheid in herstelprocessen.
In relevante literatuur is vervolgens gezocht naar handvatten voor deze doelgroep om te werken aan een hoopvol toekomstperspectief, het verwerven van een zinvolle positie in de samenleving en het bijstellen van de maatschappelijke beeldvorming
De ‘overlever’ in beeld in de participatiesamenleving: Catastrofaal lijden als venster
Deze thesis zorgt ervoor dat ‘de overlever’ die participeert met een chronische aandoening:
1. ‘in beeld’ komt (lichamelijke kwetsbaarheid, doordoun)
2. ‘heel’ gelaten wordt (precariteit/ relationaliteit)
3. ‘gehoord’ wordt en ‘er mag zijn’ (contextualiteit/ socialiteit)
Met behulp van die Gestalt, als fenomenologische benadering, is de levensvorm van overleven (Vosman, 2018) ingekleurd met deze overlever die catastrofaal lijdt.
Overleven dankzij emotionele voelsprieten
Overlevers leven dagdagelijks met hun beperkingen van het pijnlijke lijf of geest, wat voortdurend emoties oproept die hen duidelijk maken hoe ze er lichamelijk en geestelijk aan toe zijn. Emoties in hun lichaam zijn de voelsprieten van wat ze kunnen op die dag, ze komen boven drijven, beperken of bepalen de mogelijkheden en wijzen de weg hoe om te gaan met de ervaren beperking. Ze kunnen niet anders dan hier naar luisteren, hiermee omgaan, ze kunnen er niet omheen, omdat ze moeten ‘deurdoun’.
De ervaren kwetsbaarheid én veerkracht zijn niet puur individueel van aard. De overlever lijdt onder de verwachtingen van de omgeving. In de cripping [invaliderende] mondiale samenleving die hun ‘anders zijn’ onvoldoende erkent, worden ze ook als groep verdrukt.
Samenvatting
Overleven gaat in mijn eigen tijd en tempo, waarin ik primair geleid wordt door mijn lichaam en mijn emoties en hier zodanig mee om moet gaan dat ik hier zo weinig mogelijk hinder van ondervind … in een ruimte gedeeld met begripvolle anderen …in een samenleving waar ik mag zijn zoals ik ben, betekenisvol kan zijn en gewaardeerd word met een passend loon zodat ik minder hoef te ploeteren om te overleven.
Deze cripping [ongemakkelijke] gastvrijheid vraagt minimaal om twee voorwaarden: 1) ons ethisch durven laten raken en 2) durven kijken wat het voor de overlevers zelf betekent