3685 research outputs found
Sort by
De betekenis van mindfulness. Humanistisch geestelijk verzorgers en uithouden van lijden in hun begeleidingswerk.
Geestelijk verzorgers krijgen in hun werk op een zeker moment onvermijdelijk met
onoplosbaar lijden te maken. Om bij de ander aanwezig te kunnen blijven op zo’n
moment, is het van belang dat geestelijk verzorgers het met dat lijden uit kunnen
houden. In dit kwalitatieve onderzoek staat mindfulness centraal als een beoefening
die hierin van betekenis kan zijn binnen humanistisch geestelijk werk. Hiervoor zijn
acht humanistisch geestelijk verzorgers geïnterviewd die mindfulness beoefenen.
Binnen het levensbeschouwelijk kader van humanistisch geestelijk werk wordt er
vanuit gegaan dat zich vanuit het aanwenden van de humuslaag de mogelijkheid
voordoet op nieuwe betekenissen of perspectieven op momenten van onoplosbaar
lijden. Wanneer we kijken naar de verschillende wijzen waarop mindfulness als
betekenisvol naar voren is gekomen bij ‘uithouden van lijden’ in humanistisch
geestelijk werk, zouden we overkoepelend kunnen concluderen dat de mindfulness
beoefening onderdeel kan worden van deze humuslaag. Klaar om uit te putten indien
nodig.
De wijze waarop hieruit geput kan worden is drievoudig te noemen:
1) Het mindfulness taalveld kan inspiratie bieden bij het spreken over wat ‘uithouden
van lijden’ betekent in humanistisch begeleidingswerk.
2) De concrete mindfulness praxis kan van betekenis zijn bij het leren uithouden van
het eigen lijden, in het maken van onderscheid tussen hun eigen lijden en dat van de
ander, om zelfzorg te stimuleren, en om gemakkelijker toegang te krijgen tot de
humuslaag.
3) Mindfulness kan van betekenis zijn om het perspectief op ‘uithouden van lijden’ te
verbreden. Zo kan er een alternatief perspectief geboden worden op de ervaring van
onmacht, die vaak aan lijden verbonden is. En kan mindfulness inzichten bieden die
behulpzaam zijn om voorbij het lijden van de ander te kijken
Believable visions of the good: An exploration of the role of pastoral counselors in promoting resilience
Partnergeweld voor en na een echtscheiding. Ervaringen van mishandelde vrouwen met de omgangsregeling
Dit onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van een vraag van Stichting Zijweg naar ervaringen van vrouwen met ex-partnergeweld. Stichting Zijweg is een informatiepunt voor vrouwen die met huiselijk geweld te maken hebben. De stichting geeft informatie, verwijst naar advocaten en kan vrouwen eventueel doorverwijzen naar vrouwenopvangcentra. De stichting wordt onder andere benaderd door vrouwen die tijdens hun relatie geweld hebben ervaren en aangeven hebben dat het geweld na het verbreken van de relatie niet gestopt is. Het geweld kan doorgaan omdat zij kinderen hebben met hun ex-partner en daarom met hem in contact blijven staan vanwege omgangsregelingen. Volgens de stichting is het mogelijk dat het rechtssysteem de mannen de mogelijkheid geeft geweld te blijven gebruiken tegen hun ex-vrouw. Deze scriptie heeft inzichtelijk gemaakt hoe het geweld er uit ziet dat de vrouwen ervaren hebben tijdens en na hun relatie en welke rol het rechtssysteem hier in heeft en andere betrokken instanties.
Er zijn vijftien vrouwen geïnterviewd over hun ervaringen met partnergeweld en ex-partnergeweld. In dit onderzoek is naar voren gekomen dat veel vrouwen niet alleen in de theorie bekende vormen van geweld hebben ervaren, maar dat vrouwen bijvoorbeeld het gebrek aan steun van hun partner ook als geweld aanmerken. Binnen instanties en binnen het rechtssysteem wordt een dergelijke vorm van geweld niet direct als geweld herkend en wordt daar dus ook geen rekening mee gehouden in de beslissingen rondom omgangsregelingen. Vrouwen zijn steeds verplicht de confrontatie met hun ex-partner aan te gaan en voelen zich hierbij onbeschermd tegen geweld
Emulatie en concretisering: over de moreelgeoriënteerde verhouding van jongeren tot hun voorbeeldfiguren.
In deze scriptie staan emulatie en concretisering als moreelgeoriënteerde verhoudingen tot voorbeeldfiguren centraal. Na een theoretische verkenning is onderzocht of kenmerken van emulatie en concretisering een rol spelen in de verhouding van leerlingen tot hun voorbeeldfiguren. De resultaten wijzen onder meer uit dat meerdere kenmerken van emulatie en concretisering een rol spelen in de verhouding van leerlingen tot hun voorbeeldfiguren. De leerlingen oriënteren zich voor een deel gevoelsmatig met betrekking tot karaktereigenschappen/waarden, maar dit gebeurt eerder vanuit een positief dan vanuit een negatief gevoel. Zodoende lijkt inspiratie als aantrekkingskracht en onderdeel van concretisering aan te sluiten bij de beleving van leerlingen in de verhouding tot hun voorbeeldfiguren. Tevens blijken leerlingen zich aangetrokken te voelen tot voorbeeldfiguren die een positieve transformatie hebben doorgemaakt. De leerlingen die beter uit konden leggen waarom een bepaalde karaktereigenschap/waarde voor hen belangrijk is, kenden ook een meer uitgebreid en divers repertoire aan mogelijkheden om de karaktereigenschap/waarde in hun eigen leven tot uiting te brengen. Het onderzoek biedt een vertrekpunt voor reflectie aangaande de rol van de leraar als voorbeeldfiguur binnen morele educatie