3685 research outputs found
Sort by
Zingeving op de zorgboerderij. Een casestudy bij drie zorgboerderijen naar de mogelijke invloed van de zorgboerderijen op de zingeving bij deelnemers met een psychische hulpvraag
Dit kwalitatieve sociaalwetenschappelijke onderzoek beschrijft of er een mogelijke invloed is van zorgboerderijen op de zingeving van deelnemers met een psychische hulpvraag. Aanleiding van dit onderzoek vormt de kennislacune op het gebied van (de mogelijke invloed van) zingeving binnen de gezondheidszorg en specifiek bij deelnemers aan zorgboerderijen. Zorgboerderijen vormen een groeiend zorgsegment. Daarbij streven zorgboerderijen naar professionalisering van de zorg. De aanname geldt dat zingeving mogelijk van belang is voor het welzijn en functioneren van mensen. Met het oog op de zorgkwaliteit bij zorgboerderijen is onderzoek naar zingeving bij zorgboerderijen daarom van belang.
Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een multiple casestudy bij drie zorgboerderijen in Nederland. Onderzoek vond plaats middels observatiedagen en interviews met vijf hulpverleners en zeven deelnemers. Omdat een psychische hulpvraag aanleiding kan zijn tot zingevingsvraagstukken, richt deze studie zich op deelnemers met een psychische hulpvraag. Vanuit de bestaande beschrijvingen van zingeving is een tijdelijke werkdefinitie van zingeving gevormd, met aandacht voor de alledaagse zinbeleving. Zingeving is geoperationaliseerd via de zogenaamde ‘oervragen’ van Anbeek.
Het blijkt dat de zorgboerderijen een zogenaamde (tijdelijke) ‘gebroken gemeenschap’ vormen voor (kwetsbare) deelnemers met een zorgvraag. Binnen deze context geven diverse elementen kans op beïnvloeding van de zingeving bij de deelnemers. De dieren op de zorgboerderij bieden afleiding en troost bij ervaringen van kwetsbaarheid. Andere mogelijk zingevende elementen zijn niet-natuur gerelateerde activiteiten, omgang met andere kwetsbare deelnemers, de sfeer van veiligheid en acceptatie voor ieders kwetsbaarheid die gemotiveerde hulpverleners scheppen en de mogelijkheid tot persoonlijke ontwikkeling.
Bij dit onderzoek dient in het vizier gehouden te worden wanneer sprake is van zingeving of van een psychologische invloed die kan leiden tot zingeving. Tevens spelen de culturele en economische kenmerken van de onderzoeksgroep een mogelijke rol bij de manier van denken en spreken over zingeving.
Trefwoorden: zingeving, levensvragen, zorgboerderij, zorglandbouw, herstelbeweging, psychische hulpvraa
Goed ouder worden en creatief lezen. Het kunstje van Hendrik Groen
Wat kan literatuur betekenen voor “goed” ouder worden als een morele levensstijl? Die vraag belicht Prof. dr. Aagje M.C. Swinnen aan de hand van het fenomeen Hendrik Groen, twee fictieve dagboeken van een man boven de tachtig die zijn uitgegroeid tot bestsellers. Swinnen bestudeert wat recensenten over de dagboeken hebben geschreven, presenteert een interpretatie van Pogingen iets van het leven te maken vanuit het perspectief van de humanistische en literaire gerontologie en onderzoekt hoe 60-plussers in een leesclub
zich tot dat boek verhouden. Door die drie leespraktijken samen te nemen krijgen we een beeld van de mate waarin en de wijze waarop Hendrik Groen tot levenskunst kan inspireren
Verwachtingsvol ervaren op de kraamafdeling. Fenomenologisch onderzoek naar de geleefde ervaring van kraamvrouwen op de kraamafdeling en wat dit betekent voor Zorg met Ziel in het Rijnstate ziekenhuis.
Projectgroep Zorg met Ziel van het Rijnstate ziekenhuis stelt zich de vraag wat goede zorg
betekent voor alle betrokkenen en hoe daar invulling aan gegeven kan worden. In samenspraak
tussen de projectgroep, de UvH en de onderzoekers is dit kwalitatieve onderzoek tot stand
gekomen.
Het doel in dit onderzoek is om inzicht te verkrijgen in geleefde ervaringen van kraamvrouwen
met de opname op de kraamafdeling en wat dit betekent voor goede zorg vanuit Zorg met Ziel.
Er is een theoretische verkenning gedaan naar zorgethische concepten zoals ‘goede zorg’ en
‘belichaamde geleefde ervaring’. Het type onderzoek betreft een empirisch fenomenologisch
onderzoek met als methode de hermeneutische interpretatieve analyse volgens Van Manen
(2014; 2016). Via de Lokale Haalbaarheidscommissie is toestemming verkregen voor een
dataset van in totaal acht respondenten. Iedere onderzoeker heeft zich gericht op een
deelonderzoek met vier respondenten. Door middel van diepgaande gesprekken, observaties
en shadowing is voor dit deelonderzoek data verzameld. Aan de hand van de ervaringen is
inzicht verkregen in de essentie van de opname ervaring op de kraamafdeling. De gesprekken,
data-analyse en interpretaties hebben thema’s inzichtelijk gemaakt. De essentiële gevonden
thema’s zijn ‘erkenning’ en ‘lichamelijkheid’. Onder erkenning wordt verstaan het gezien en
gehoord worden, wat voor kraamvrouwen tijdens de opname op de kraamafdeling een
belangrijk aspect voor goede zorg bleek te zijn. Onder lichamelijkheid wordt verstaan de kennis
van het lichaam. Kraamvrouwen volgen lichamelijke impulsen en erkenning voor deze bron van
kennis kan een belangrijk aspect zijn voor betere afstemming in de zorg. De thema’s
ERKENNING en GELEEFDE ERVARING zijn de thema’s die verdere aandacht vragen binnen
Zorg met Ziel.
Dit onderzoek kan richting geven in het verder verbeteren van de zorg. De resultaten bieden
inzichten en aanbevelingen voor vervolgonderzoek
Een leven zonder kapitein. Een zorgethische studie naar machteloosheid bij cliënten met een verslaving gedurende hun herstel.
In deze studie is vanuit het zorgethisch perspectief met de interpretatieve fenomenologische onderzoeksmethode (§3.1-3.5) onderzoek gedaan naar de volgende onderzoeksvraag: ‘Wat is de geleefde ervaring van machteloosheid bij cliënten met een verslaving gedurende hun herstel en hoe kan deze ervaring bijdragen aan goede zorg?’
Uit de empirische resultaten zijn vier hoofdthema’s ofwel dimensies voortgekomen waarbinnen de respondenten machteloosheid ervaren (§4.2.). Dit zijn de dimensies relationele machteloosheid, lichamelijke machteloosheid, emotionele machteloosheid en existentiële machteloosheid. Concluderend kan worden gesteld dat de cliënten zowel gemeenschappelijke als individuele ervaringen van machteloosheid hebben. Dit is afhankelijk van de persoonlijke levensgeschiedenis. Om goede zorg te kunnen leveren is het cruciaal voor het zorgproces om persoonlijk af te stemmen gedurende het herstel van de cliënten. Dit betekent dat er sensitieve aandacht geschonken moet worden aan de persoonlijke leefwereld van de cliënt. Zo is er in de discussie een kritische vergelijking uitgevoerd tussen de empirische resultaten over de ervaring machteloosheid en de psychiatrische huidige opvattingen over herstel. Hieruit blijkt dat de herstelvisies eenzijdig zijn en de complexiteit van de mens vergeten wordt. Er worden daarom voorstellen voor verbreding van de herstelopvattingen gegeven, zoals het concept kwetsbaarheid dat niet los van genezing moet worden gezien en erkend. Eveneens dient men bewust te worden van en compassie schenken aan de verschillende lagen van kwetsbaarheid en mate van precariteit waarmee een cliënt gedurende zijn of haar herstel te maken krijgt. Ten slotte dient binnen de opvattingen van herstel het zinsgevingsaspect toegevoegd te worden. Niet alle ervaringen kunnen met psychologische handelingen verholpen worden