3685 research outputs found
Sort by
Autonomie en sociale betrokkenheid. Een onderzoek naar de visies op autonomie in het voltooid leven debat.
In dit onderzoek wordt met behulp van een combinatie van sociaalwetenschappelijke en filosofische bronnen autonomie in relatie tot het voltooid leven debat onderzocht. Onderzocht is wat de hedendaagse humanistische visies op autonomie van Todorov, Manschot, Dohmen en Kunneman bij kunnen dragen aan verheldering en nuancering van de manier waarop het concept autonomie in het voltooid leven debat wordt gehanteerd. In het voltooid leven debat worden pure of relationele visies op autonomie gehanteerd of een combinatie van aspecten van beiden. Verder blijkt uit de analyse dat er twee soorten relationele visies te onderscheiden zijn. Er zijn relationele visies die het primaat aan de individuele morele actor geven en er zijn relationele visies die het primaat aan de relaties en de (zorgende) gemeenschap geven.
Todorov hanteert autonomie als één van de drie pijlers waar hedendaags humanisme aan behoort te voldoen om van humanisme te spreken. De pijlers autonomie, de ander (als) doel en gelijkwaardigheid zijn altijd aanwezig en interactief. Manschot bepleit sociale levenskunst en socratische autonomie door vriendschappelijke (zorg)relaties. Dohmen hanteert autonomie door levenskunst als zelfzorg. Kunneman hanteert een diepe autonomie die voortkomt uit de verwikkelingen met en begrenzingen door anderen. De vier hedendaagse humanistische visies op autonomie leveren een bijdrage aan het voltooid leven debat omdat ze het belang van zowel de morele actor als het relationele benadrukken en deze elk op hun eigen wijze met elkaar verbinden
Zonder verbinding geen verbetering. Fenomenologisch onderzoek naar de geleefde ervaring van zorgverleners wat betreft een onderdeel zijn van een lerende verpleeghuisorganisatie.
In dit onderzoek is door middel van kwalitatief fenomenologisch onderzoek, inzicht verkregen in de geleefde ervaring van zorgverleners wat betreft het fenomeen onderdeel zijn van een lerende verpleeghuisorganisatie. Dit is gebeurt door een interpretatief onderzoek via de IPA-methode. Aanvullend is de vraag gesteld welke inzichten een zorgethische reflectie op de geleefde ervaringen oplevert, en wat deze kunnen bijdragen aan goede zorg voor zorgverleners?
De geleefde ervaring van de zorgverleners vertoont pluriformiteit en ambivalentie. Daarbinnen openbaren zich overeenkomsten en verbindende factoren. Uiteindelijk kan de geleefde ervaring beschreven worden aan de hand van drie belangrijke elementen: relationaliteit, verwachtingen en behoefte hebben. Binnen het thema relationaliteit staan de concepten en begrippen betrokkenheid, relaties, verbondenheid, macht, machteloosheid en moedeloosheid op de voorgrond. Het thema verwachtingen kenmerkt zich door negatieve gevoelens. In het laatste thema, behoefte hebben, toonde zich het spanningsveld tussen zelfstandigheid en sturing krijgen. Tot slot bleek waardering een tekortkoming, en daarmee behoefte van de zorgverleners.
In de zorgethische reflectie is notie verkregen van een aantal spanningsvelden. Ook is opgemerkt dat de context van verantwoordelijkheid van de zorgverleners klein is. En dat het erkennen van de kwetsbaarheid van de zorgverleners om verschillende reden van belang is. De prominente rol van het begrip ´verbondenheid´ is hier aan het licht gebracht.
De essentie van goede zorg voor de zorgverleners is het tot stand brengen van verbinding. Afsluitend zijn een aantal aanbevelingen gedaan voor de zorgpraktijk, en voor de wetenschap
Een half woord is genoeg. Relationele afstemming binnen de ambulante GGZ.
Dit onderzoek gaat over de ervaring van ambulante zorg door mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA). De afgelopen periode is de ambulantisering van de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) voortvarend ingezet. Dit onderzoek poogt inzicht te geven in ervaringen en de ervaren opbrengst van mensen met EPA betreffende de ambulante hulpverlening. In hoeverre sluit de hulpverlening aan bij de wensen en behoeften van cliënten en wordt deze geboden op een manier die recht doet aan de positie en betekenisgeving van de hulpvrager? De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe ervaren mensen met ernstige psychische aandoeningen ambulante zorg en wat betekent dit voor het verlenen van goede zorg? De bevindingen van dit onderzoek tonen dat het cliënten om verschillende redenen niet voldoende lukt een zinvol leven te leiden in de maatschappij. Ambulante hulpverlening heeft daarom een cruciale functie. Dit onderzoek toont dat de kwaliteit van de relatie en de relationele afstemming de belangrijkste elementen hiervan zijn. Daarnaast is een vrije ruimte waar cliënten als mens in al hun kwetsbaarheid kunnen verschijnen van groot belang. Dit vraagt om een relatiegerichte benadering van zorg, waarbinnen ruimte is voor kwetsbaarheid en tragiek