University of Humanistic Studies

UVH Repository
Not a member yet
    3685 research outputs found

    Gloedvol samenleven in morele diversiteit

    No full text

    Actieonderzoek: de praktijk centraal!

    No full text

    Poëzie en zelfnarratieven. Een theoretisch onderzoek naar de manier waarop het schrijven van poëzie kan bijdragen aan de ontwikkeling van narratieve identiteit.

    Get PDF
    Deze masterscriptie omvat een thematisch literatuuronderzoek naar de manier waarop het schrijven van poëzie kan bijdragen aan de ontwikkeling van zelfnarratieven cq. levensverhalen. In de bestaande literatuur over het onderwerp wordt het gebruik van poëzie ofwel verworpen ten opzichte van het werken met andere genres omdat poëzie onvoldoende coherent zou zijn, ofwel op onovertuigende grond geschikt geacht omdat poëzie bij uitstek persoonlijk en origineel zou zijn. Deze literatuur maakt onvoldoende gebruik van relevant onderzoek over de rol van coherentie, complexiteit en eigenheid (cq. originaliteit) in poëzie en zelfnarratieven. Bovendien richt veel van het onderzoek over poëzie en zelfnarratieven zich op het werken met bestaande, door anderen geschreven gedichten in therapie en counseling, in plaats van het zelf schrijven. Met gebruik van literatuur uit de psychologie, filosofie en literatuurwetenschap wordt beargumenteerd dat het schrijven van poëzie niet minder geschikt is voor de ontwikkeling van zelfnarratieven dan andere genres zoals het dagboek of de autobiografie. Het werken met poëzie sluit bovendien aan bij de ontwikkelingen in de narratieve psychologie, waarbij de nadruk naast coherentie ligt op complexiteit en meerstemmigheid. Hoewel de notie van volstrekte oorspronkelijkheid van poëzie wordt verworpen, wordt de ‘eigenheid’ van poëzie verdedigd aan de hand van theorieën van IJsseling en Duyndam over mimesis en empathisch denken. Tot slot wordt beargumenteerd dat de cruciale rol van het maakproces het schrijven van poëzie wezenlijk geschikter maakt voor de ontwikkeling van zelfnarratieven dan het enkel werken met bestaande poëzie

    De mooiste moeilijke momenten. Een onderzoek naar de existentiële dimensie van het leven na de bevalling.

    Get PDF
    De bevalling wordt in de literatuur gedefinieerd als een grenservaring die ervoor zorgt dat de betekenis die vrouwen aan het leven geven kan veranderen (Crowther, 2017; Lundgren, 2017; Prinds, Hvidt, Mogensen & Buus, 2013). De laatste jaren wordt er in toenemende mate onderzoek gedaan naar de existentiële dimensie rondom de bevalling (zie o.a. Crowther & Hall, 2017b). Echter is er nooit onderzoek gedaan naar veranderingen in de invulling van de existentiële dimensie na de bevalling, terwijl er wel wordt geschreven dat deze plaats kunnen vinden. In deze thesis wordt door middel van kwalitatieve interviews, onderzocht hoe vrouwen de postpartum periode ervaren en welke betekenissen zij geven aan deze ervaringen. Het doel is om inzicht te krijgen in de existentiële dimensie van de postpartum periode. Het model van Park (2010) over zingeving en processen van zingeving staat hierin centraal. Zij stelt dat mensen het leven betekenis geven vanuit het globale zingevingskader. Wanneer mensen een ervaring hebben die voor distress zorgt, wordt er een proces van zingeving aangegaan waardoor er nieuwe betekenissen ontstaan. Deze nieuwe betekenissen kunnen te maken hebben met veranderingen in overtuigingen, doelen en het subjectieve gevoel van doelgerichtheid (Park, 2010) en tevens kunnen deze te maken hebben met verschillende ervaringsaspecten van zingeving (Alma & Smaling, 2010). Om te onderzoeken welke nieuwe betekenissen er naar aanleiding van de bevalling ontstaan, zijn tien diepte interviews uitgevoerd met vrouwen die gemiddeld tien maanden voor het interview bevallen zijn van hun eerste kind. Uit de interviews bleek dat de vrouwen de postpartum periode zowel moeilijk als mooi vonden: ze ervoeren moeilijke momenten, maar het algemene gevoel was gelukkig en vol liefde. De bevalling bleek niet per definitie een ervaring te zijn die voor distress zorgde, maar er werden wel nieuwe en andere betekenissen gevonden in het leven van de vrouwen. De kern van de gehele ervaring was dat er een nieuwe dimensie ontstond in de postpartum periode: de relatie met het kind. In plaats van betekenis te geven aan hun ervaringen en aan het leven vanuit hun eigen, individuele situatie, blijken de vrouwen na de bevalling betekenis te geven vanuit de relatie die zij met het kind hebben. De relationaliteit zorgde tevens voor het moedergevoel en voor een nieuwe invulling van de identiteit van de vrouwen. Overige nieuwe betekenissen werden gevonden rondom verbondenheid, erkenning, motiverende werking, welbevinden, doelen en overtuigingen over het moederschap

    Haptonomy and Resilience: A Literature Overview

    No full text

    Do we have a leader

    No full text

    Social Isolation and Resilience

    No full text

    Over persoonsgerichte zorg. Een kwalitatieve studie naar de ontwikkeling van competenties bij Verpleegkunde studenten.

    Get PDF
    De gezondheidszorg in Nederland is aan sterke veranderingen onderhevig. De eigen regie van patiënten en cliënten komt meer op de voorgrond te staan, intramurale zorg verschuift naar meer extramurale -en eerstelijnszorg en een brede opvatting van gezondheid komt centraal te staan. Dit perspectief op gezondheid benaderd het vermogen van mensen om zich te kunnen verhouden tot wat er zich in hun leven voordoet. Door deze ontwikkelingen is er vraag ontstaan naar een ander type zorg verlenende relatie. Persoonsgerichte zorg biedt antwoordt op het humaniseren van de gezondheidszorg en het verbeteren van de kwaliteit van zorg. Door de relatie centraal te stellen, ontstaat er een partnerschap tussen de zorgprofessional en zorgvrager, waarbij de unieke behoeftes en overtuigingen van de zorgvrager uitgangspunt zijn in het verlenen van zorg. Deze ontwikkelingen geven ook richting aan een nieuwe visie op de rol van (toekomstige) zorgprofessionals. Het Hoger Gezondheidszorg Onderwijs in Nederland die deze zorgprofessionals opleiden gaan mee in deze transitie en proberen koers te bepalen ten midden van deze complexe dynamiek. Voor het opleiden van persoonsgerichte zorgprofessionals bestaat alleen nog geen opleidingsmodel. In het kader van deze thesis is het raamwerk ‘Person Centred Nursing’ (McCormack & McCance, 2010) voor dit doeleinde als leidraad gebruikt. In deze kwalitatieve studie is door middel van een casestudy van 1e jaars Verpleegkunde studenten aan Fontys Hogescholen Eindhoven onderzocht welke competenties deze studenten op het terrein van persoonsgerichte zorg ontwikkelen door het volgen van een module ‘persoonsgerichte zorg’. Daar de transitie naar het humaniseren van de gezondheidszorg nog in de beginfase staat, is er weinig bekend of de veranderingen in het opleidingsaanbod ook daadwerkelijk resulteren in een ander type zorgprofessional. Uit de onderzoeksresultaten komt naar voren dat studenten interpersoonlijke vaardigheden ontwikkelen. In interactie met medestudenten worden ze zich bewust van verschillen en in reactie hierop worden ze zich gewaar van hun eigen aanwezigheid in die relatie. Wanneer er direct wordt gericht intrapersoonlijke vaardigheden laten de studenten weerstand of ontwijkend gedrag zien. Door de focus op de ander in de relatie blijft de eigen betekenisgeving dun. De studenten hebben theoretische kennis opgedaan over persoonsgerichte zorg. Ook herkennen ze in persoonsgerichte zorg de tendens tot humanisering van de gezondheidszorg en willen een actieve bijdrage leveren aan deze transitie. Hiermee erkennen ze hun eigen verandervermogen. Naast de ontwikkeling in competenties is er ook gekeken naar de invloed van het leerproces van deze studenten en de hierbij bevorderende en belemmerende factoren. Hieruit komt naar voren dat studenten in deze fase van hun opleiding behoefte hebben aan zekerheid en duidelijkheid. In reactie hierop richten ze zich op de functionele afrondingscriteria en de eindstukken laten een kennistheoretische interpretatie van de module en reproductief karakter zien. De bevorderende factoren die hierbij opspelen zijn het leren door interactie met medestudenten en het integreren van praktijkervaring. De belemmerende factoren worden gevonden in een mis-match tussen de inhoud van de module en het verwachtingspatroon van studenten over het toekomstige beroep, het gebrek aan reflectievaardigheden en de situering van de module. In deze thesis worden de onderwijstheorieën ‘deep learning’ (fullan & Langworthy, 2014) en ‘subjectificatie en socialisatie’ in het onderwijs (Biesta, 2012) opgevoerd om aanknopingspunten te vinden voor het persoonsgericht opleiden van zorgprofessionals. In dit verlengde worden aanbevelingen gedaan waarvoor de wenselijke leerprocessen en wenselijke uitkomsten van onderwijs, een relationeel perspectief op onderwijs, ervaringsgericht onderwijs en verbreding van de opleidingscontext verder worden uitgelicht. Ook wordt een eerste aanzet tot een persoonsgericht opleidingsmodel gedaan

    Ik krijg nog meer terug dan dat ik geef. Een kwalitatief onderzoek over de betekenis van het doen van vrijwilligerswerk in de palliatieve terminale zorg voor vrijwilligers.

    No full text
    Het doel van het onderzoek is generen van kennis en inzicht over de betekenis van het doen van vrijwilligerswerk in de palliatieve terminale zorg voor vrijwilligers. Hierdoor kunnen vrijwilligers en de vereniging VPTZ-Nederland keuzes maken die de zorg aan vrijwilligers en de zorg aan stervenden en naasten ten goede komen en kunnen zij in samenspraak scholings- en trainingsprogramma’s op maat ontwikkelen. Geestelijk begeleiders kunnen deze kennis gebruiken voor de verdere ontwikkeling van hun competenties. Palliatieve terminale zorg is een patiëntgerichte, holistische zorgverlening waarbij de stervende en zijn naaste(n) zorg geboden wordt. Uit onderzoek is gebleken dat in deze benadering een gerichtheid op de zorgverlener als persoon ontbreekt, terwijl wie de zorgverlener is wél van invloed zou zijn op de kwaliteit van de zorg (Giebner, 2015; Papadatou, 2006). Bovendien zou de zorgrelatie gekenmerkt worden door wederzijdse beïnvloeding, dat betekent ondermeer dat er een wisselwerking plaatsvindt waarin de zorggever naast geven ook ontvangt (Beach & Inui, 2006, p. 1). Daarom is het van belang om de ervaringen en betekenissen van het doen van vrijwilligerswerk voor vrijwilligers nader te onderzoeken. De hoofdvraag van het onderzoek is: Wat is de betekenis van het doen van vrijwilligerswerk in de palliatieve terminale zorg voor vrijwilligers? Het onderzoek bestaat uit een kwalitatief onderzoek, het onderzoeksmateriaal zijn brieven - honderd in het totaal - van VPTZvrijwilligers waarin zij delen over hun ervaringen met het doen van vrijwilligerswerk en over de betekenis van deze ervaringen voor henzelf als zorgverlener en als persoon. Terwijl in de literatuur en het publiek debat veel aandacht is voor motieven laat het onderzoek zien dat de betekenis voor vrijwilligers meer omvat dan alleen motieven die vervuld worden. De resultaten uit het onderzoek maken duidelijk dat vrijwilligers betekenisvolle en waardevolle ervaringen opdoen die voor hen van persoonlijk belang en van professioneel belang zijn. In de praktijk van ‘er zijn’ leren zij ten gunste van een goede zorgverlening. Zij ervaren dat zij daadwerkelijk bij kunnen dragen aan de opgaven waar palliatieve terminale zorg voor staat en dat geeft hen positieve gevoelens. Daarnaast leren vrijwilligers ook ten gunste van hun persoonlijk leven; zij leren zichzelf en het leven beter kennen. De band die vrijwilligers opbouwen met stervenden en naasten is voor hen betekenisvol. Vrijwilligers ervaren dat zij bij het team horen en dat ze er toedoen

    662

    full texts

    3,685

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    UVH Repository
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Open Research Online? Become a CORE Member to access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard! 👇