3685 research outputs found
Sort by
De kunst van het verplegen. Een zorgethisch onderzoek naar de ontwikkeling van een visie van jonge oncologieverpleegkundigen op de morele dimensie in de kunst van het verplegen.
De aandacht voor de ontwikkeling bij jonge oncologieverpleegkundigen ligt met name op het technisch handelen en blijft het morele aspect onderbelicht. Er is weinig bekend over hoe de morele ontwikkeling van jonge oncologieverpleegkundigen eruit ziet. Dit is problematisch, omdat juist de zorgpraktijk van verplegen moreel is en morele kennis wordt opgedaan in de praktijk. Daarom is een zorgethisch onderzoek uitgevoerd door middel van Grounded Theory naar hoe jonge oncologieverpleegkundigen in het ziekenhuis hun visie op de morele dimensie in de kunst van verplegen vormen. De volgende morele dimensie is geconstrueerd: de verpleegkundige gaat een relatie aan met de mens achter de patiënt. Ze stelt zich open voor het verhaal van de patiënt waarbij ze opmerkzaam is voor wat op dat moment belangrijk is hem/haar. De verpleegkundige realiseert zich dat deze patiënt een individu is, die zich in een ziekenhuis bevindt dat is ingericht op de patiënten als collectief. Hierbij is de verpleegkundige zich bewust van haar verantwoordelijkheid voor de kwetsbare positie waarin de patiënt zich bevindt en houdt ze in deze complexe situatie het overzicht met en voor de patiënt. In het ontwikkelen van een visie op de morele dimensie spelen zowel de collega’s, patiënt als de verpleegkundige zelf een rol. Het is van belang dat er een taal wordt ontwikkeld om de morele dimensie van de kunst van het verplegen weer te geven. Hierbij gaan taal en praktijk samen op omdat (non)verbale taal betekenis krijgt in het verplegen en het verplegen een (non)verbale taal nodig heeft om deze betekenis te ontvouwen
Wachten als zorgpraktijk. Een zorgethische conceptuele analyse naar de betekenis van wachten voor goede zorg .
Wachten wordt meestal gezien als een fenomeen dat indien mogelijk vermeden moet worden. Leidend was mijn vraag of wachten niet meer dan dat zou kunnen zijn. De bestudering van het werk van Hartmut Rosa (2013) en Lisa Baraitser (2017) leiden tot de conceptualisering van wachten als synchronisatie en een transformatieve antwoordrelatie. De betekenis hiervan voor goede zorg werd geanalyseerd in het licht van zorgethici Joan Tronto (1993; 2013) en Annelies Van Heijst (2005).
De relatie tussen wachten en goede zorg is doordacht op vijf terreinen. Ten eerste de sociaal-politieke, economische context waarin tijd geld is. In de institutionele context zoals een ziekenhuis verliest men hierdoor het oorspronkelijke doel uit het oog. Ten tweede wordt dieper ingegaan op het mensbeeld waarin onevenredig afhankelijke en kwetsbare of volgens Van Heijst beter gezegd: behoeftige mensen, geen of weinig stem hebben. Daarnaast wordt er op collectief als op individueel niveau geen plek toegekend aan het lijden. Dit maakt wachten of verduren schaamtevol en onzichtbaar. Als derde punt wordt getoond hoe wachten machtsverhoudingen binnen een institutionele context bloot legt. Wie bepaalt hoe lang wie moet wachten? Ook wordt de vraag naar de realiteit van de onoplosbaarheid van wachten gesteld. Wachten kan ook een zorgpraktijk zijn als mogelijkheid tot synchronisatie. De heilzaamheid van tijd wordt als vierde item besproken. Als laatste wordt aandacht besteed aan de onontbeerlijkheid van de relatie tijdens het verduren van de tijd.
Conclusie is dat wachten de cesuur kan zijn waardoor de rijm kan klinken. Wachten als synchronisatie is ook het bewust afzien van interventie door het nemen van verantwoordelijkheid. Wachten kan de niet-wordende temporaliteit van verduren zijn. Zorg kan dan kleine transformaties veroorzaken waardoor men zijn historisch sociaal gegroeide situatie kan transformeren. Wonderbaarlijk genoeg lijkt juist hier ‘iets nieuws’ te kunnen aanvange
Convivial encounters: conditions for the urban social inclusion of people with intellectual and psychiatric disabilities.
De dialoog in Theatre of the Oppressed. Een empirisch kwalitatief onderzoek naar de toepassing van het dialoogbegrip van Freire door de facilitator in forumtheater in Nederland en België .
Deze Masterscriptie gaat over de toepassing van het dialoogbegrip van Freire door facilitators van huidige toepassingen van Theatre of the Oppressed (TO) in Nederland en België. De dialoog van Freire is enerzijds gericht op het bevorderen van een kritisch bewustwordingsproces van gemarginaliseerde mensen van de oorzaken van deze onderdrukking en wat zij zelf kunnen doen om agency te vergroten in hun situatie. Anderzijds is de dialoog nadrukkelijk gericht op het bewerkstelligen van maatschappelijke verandering om het welzijn van individuen te verbeteren. Sinds de ontstaanscontext van TO heeft er echter een verschuiving plaats gevonden van een focus op TO als instrument voor sociale verandering naar een instrument voor persoonlijke verandering. Critici waarschuwen dat een focus op persoonlijke verandering kan resulteren in individualistische oplossingen en sociale aanpassing, in plaats van tot de strategieën die agency bevorderen. Individualistische oplossingen en sociale aanpassing zijn vanuit het ideaal van humanisering onwenselijk. Tegelijkertijd vraagt de veranderde context om het doordenken van de waarde van het dialoogbegrip in de huidige context. Dit vraagt om reflectie van facilitators op de samenhang tussen hun doelen, werkwijze en onderliggende opvattingen en hoe dit zich verhoudt tot het dialoogbegrip van Freire