6161 research outputs found
Sort by
Diksmuide- Blankaart uitvoeringsfase 4B: Zone 1 & 2 - Merkenbroek en Stenensluisvaart
Dit rapport werd ingediend bij het agentschap samen met een aantal afzonderlijke digitale bijlagen. Een aantal van deze bijlagen zijn niet inbegrepen in dit pdf document en zijn niet online beschikbaar. Sommige bijlagen (grondplannen, fotos, spoorbeschrijvingen, enz.) kunnen van belang zijn voor een betere lezing en interpretatie van dit rapport. Indien u deze bijlagen wenst te raadplegen kan u daarvoor contact opnemen met: [email protected]
Archeologische opgraving Kontich Groeningenlei 47-53
Dit rapport werd ingediend bij het agentschap samen met een aantal afzonderlijke digitale bijlagen. Een aantal van deze bijlagen zijn niet inbegrepen in dit pdf document en zijn niet online beschikbaar. Sommige bijlagen (grondplannen, fotos, spoorbeschrijvingen, enz.) kunnen van belang zijn voor een betere lezing en interpretatie van dit rapport. Indien u deze bijlagen wenst te raadplegen kan u daarvoor contact opnemen met: [email protected]
Mol-Postel Ecoduct: archeologisch proefsleuvenonderzoek. Rapportage van het archeologische proefsleuvenonderzoek 26 februari - 7 maart 2018
Dit rapport werd ingediend bij het agentschap samen met een aantal afzonderlijke digitale bijlagen. Een aantal van deze bijlagen zijn niet inbegrepen in dit pdf document en zijn niet online beschikbaar. Sommige bijlagen (grondplannen, fotos, spoorbeschrijvingen, enz.) kunnen van belang zijn voor een betere lezing en interpretatie van dit rapport. Indien u deze bijlagen wenst te raadplegen kan u daarvoor contact opnemen met: [email protected]
Archeologische prospectie Ekeren Dorpstraat DCA
Dit rapport werd ingediend bij het agentschap samen met een aantal afzonderlijke digitale bijlagen. Een aantal van deze bijlagen zijn niet inbegrepen in dit pdf document en zijn niet online beschikbaar. Sommige bijlagen (grondplannen, fotos, spoorbeschrijvingen, enz.) kunnen van belang zijn voor een betere lezing en interpretatie van dit rapport. Indien u deze bijlagen wenst te raadplegen kan u daarvoor contact opnemen met: [email protected]
De archeologische opgraving aan de August Cuppensstraat te Beringen
Dit rapport werd ingediend bij het agentschap samen met een aantal afzonderlijke digitale bijlagen. Een aantal van deze bijlagen zijn niet inbegrepen in dit pdf document en zijn niet online beschikbaar. Sommige bijlagen (grondplannen, fotos, spoorbeschrijvingen, enz.) kunnen van belang zijn voor een betere lezing en interpretatie van dit rapport. Indien u deze bijlagen wenst te raadplegen kan u daarvoor contact opnemen met: [email protected]
Hoelang gaat dit duren? Archeologisch onderzoek bij de ontwikkeling van ondergrondse leidingen cijfers en ervaringen
Hoe lang gaat dit duren?, Dat is vaak de eerste vraag die archeologen te horen krijgen over het archeologisch onderzoek. Een vraag die vervolgens zelden naar voldoening beantwoord kan worden, omdat ze meteen de complexiteit van het archeologisch onderzoek samenvat: archeologisch erfgoed is per definitie verscholen in de grond en ongekend. Het is dan ook niet verrassend dat de meeste initiatiefnemers, wiens missie het tenslotte is om leidingen aan te leggen, niet geheel enthousiast zijn over het archeologisch traject. Maar, de ervaringen groeien bij alle belanghebbenden, waardoor men het archeologisch onderzoek steeds beter integreert in de geplande werken.
Het archeologisch onderzoek op lijntracés wijkt niet significant af van het archeologisch onderzoek bij andere projecten/ontwikkelingen in Vlaanderen.
Een archeologisch onderzoek bij de ontwikkeling van lijninfrastructuur is geslaagd als het vlot en efficiënt verloopt. Eén van de sleutels hierbij is een planmatige en uitvoerige communicatie tussen de verschillende partijen
Een toevalsvondst in het Sint-Angela-instituut in de Kruineikenstraat 5b te Tildonk-Haacht (Vlaams-Brabant). Eindverslag van een toevalsvondst.
In het Sint-Angela-instituut te Tildonk, deelgemeente van Haacht, werden tijdens restauratiewerken
van de Art Nouveau zaal (het uitgraven van de ondergrond om een nieuwe geïsoleerde vloerplaat en
nieuwe ventilatie kanalen aan te leggen) bakstenen funderingen aangetroffe
Laat- en postmiddeleeuwse sporen aan de Klapstraat te Aalst (Oost-Vlaanderen) Eindverslag van een toevalsvondst
Bij graafwerken voor de uitbreiding van het Sint-Jozefscollege werden verschillende archeologische sporen en vondsten opgemerkt. Een evaluatie op het terrein door de verantwoordelijke archeoloog van het agentschap maakte duidelijk dat het om een grote hoeveelheid waardevolle sporen en vondsten ging, die een registratie noodzakelijk maakte.
De doorgedreven analyse van de verschillende materiaalcategorieën heeft tot meer en nieuwe inzichten geleid en zal op termijn toelaten om verfijningen door te voeren wat betreft de bewoningsgeschiedenis van dit specifiek stadsdeel en de kennis van de laatmiddeleeuwse stad in het algemeen
Functioneel onderzoek van Laat-Paleolithische en Vroeg-Mesolithische sites in Vlaanderen.
Lithische artefacten zijn de meest voorkomende resten die worden teruggevonden op steentijdsites en op basis van een gedetailleerde studie van deze artefacten kan gereconstrueerd worden wat er precies op deze plaats in het landschap gebeurde. Veelal gebeurt dit via een typologische classificatie van het materiaal, vaak gecombineerd met een technologische studie en al dan niet met de integratie van studies van het ruw materiaal zelf. Deze methodes exploiteren echter slechts een deel van de beschikbare gegevens en geven geen inzicht in welke artefacten werkelijk gebruikt werden, waarvoor ze gebruikt werden en hoe. Een gebruikssporenonderzoek is één van de enige manieren om inzicht te verkrijgen in de organische component van de prehistorische technologie, die veelal niet bewaard is gebleven. Een dergelijke analyse laat ook toe om te bepalen wat de functie van een site was (bv. basiskamp, jachtkamp, productie-site) en te onderzoeken wat het verband is met de locatie in het landschap of met andere sites in de omgeving (voor eenzelfde tijdsperiode).
Tot op heden is de functie van de meeste Paleo/Mesolithische sites nog onbekend en is het vaak moeilijk om in te schatten hoe concentraties moeten geïnterpreteerd worden. De mogelijkheden hiervan worden natuurlijk mee bepaald door de gebruikte opgravingsstrategie. Op dit moment is de regel dat het opgegraven sediment moet gezeefd worden, maar de exacte zeefmethode heeft een grote invloed op de bewaring van de gebruikssporen en de eventueel aangehechte residus. Er was tot op heden nog geen systematische studie gebeurd over de invloed van de gebruikte zeeftechniek op de bewaring van functionele resten