6161 research outputs found
Sort by
Hoogboschveld - Herderen (Riemst). Eindverslag van een toevalsvondst
Op 11 maart 2024 werd een archeologische toevalsvondst gedaan op het Hoogboschveld in Herderen. Na gunning door het agentschap Onroerend Erfgoed werd van 14 tot en met 20 maart 2024 een opgraving uitgevoerd.
Bij het onderzoek werden 22 sporen geregistreerd en honderden vondsten gedaan, quasi allemaal Romeins. Daarnaast werden ook enkele vondsten gedaan die wijzen op activiteit in de onmiddellijke omgeving van het onderzoeksgebied in de ijzertijd en in de steentijd
Een midden-Romeinse rurale site in de Sigma zone Wijmeers 2 (Schellebelle, Oost-Vlaanderen)
Dit rapport bespreekt de resultaten van het archeologisch onderzoek op de site Wijmeers C (opgravingsvergunning 2012/327) in het Sigma-gebied Wijmeers 2. De opgraving werd uitgevoerd van 3-09-2012 tot 15-11-2012 door het agentschap Onroerend Erfgoed, gefinancierd door Waterwegen en Zeekanaal nv (ondertussen hervormd tot de Vlaamse Waterweg).
Hoewel beperkt in oppervlakte heeft de site van de Wijmeers, mede dankzij de goede bewaringscondities, zeer veel informatie opgeleverd over de aard van de Romeinse bewoning en diens economie, en de impact van de bewoners op het landschap.
Qua chronologie kunnen we aan de hand van het culturele materiaal deze bewoning situeren vanaf de late 1ste eeuw of het begin van de 2de eeuw n. Chr., tot in het begin van de 3de eeuw n. Chr.
De afvalpakketten, en vooral dan dit bij het volledig opgegraven erf in het oosten van de site, bieden
een voor de Scheldevallei en de regio in het algemeen een bijzonder en vooralsnog unieke inkijk in het
levensonderhoud van de bewoners van een rurale Romeinse site
Geen zuivere koffie. Het erfgoed van de cichoreinijverheid in Vlaanderen (1800 - 1960)
In een verstedelijkt gebied als Vlaanderen zijn de maatschappelijke noden inzake ruimtegebruik groot. De erfgoedsector staat dan ook voor de ultieme uitdaging om bij de invulling van deze noden het onroerend erfgoed in te zetten als een meerwaarde. Weinig sectoren zijn immers in die mate synoniem voor duurzame ontwikkeling als de zorg voor ons bouwkundig erfgoed. Een geleide(lijke) ontwikkeling van ons collectief materieel geheugen consolideert niet alleen de aanwezige cultuurwaarden, maar hanteert deze bovendien als hefbomen voor meer leefkwaliteit in een herkenbare omgeving. Deze maatschappelijke bijdrage van de erfgoedzorg kan niet genoeg benadrukt worden.
Door ons erfgoed te valoriseren wordt tegemoetgekomen aan een verlangen naar eigenheid en diversiteit, naar zuurstof om zich in een wereld van algemene globalisering en uniformering te kunnen handhaven. Om daarbij de inzetbaarheid van ons industrieel erfgoed te vergroten zonder zijn erfgoedwaarden te strippen is meer inzicht vereist in de ontwikkelingsgeschiedenis van onze industrieel-archeologische relicten.
Eén van de branches van ons industrieel erfgoed waarvoor tot op vandaag de kennis ontbreekt is de cichoreinijverheid. Lange tijd waren de cichoreiasten, net als de hopasten en de tabaksasten, kenmerkend voor een deel van Vlaanderen.
Wordt met cichorei geen zuivere koffie geserveerd, met deze studie hopen wij alvast helderheid te brengen in het materiële en immateriële verhaal van de cichoreibereiding en zo het erfgoed van de cichoreinijverheid een plek te geven in het behouds- en herbestemmingsdebat
Koolstofarm verwarmen en koelen van woningen met erfgoedwaarde. Rapport met toelichting van de methodiek, het onderzoeksproces en de resultaten
Dit rapport bij de studie koolstofarm verwarmen (en koelen) van woningen met erfgoedwaarde omvat een duiding van de stappen gevolgd om tot de methode te komen voor de integratie van koolstofarme klimaatsystemen (opwekkingssystemen, afgiftesystemen en ventilatiesystemen) met respect voor het behoud van de erfgoedwaarde van de woning. De methodologie kan door erfgoedconsulenten en
ontwerpers worden toegepast, rekening houdend met historische en technische overwegingen. De methode is gericht op individuele woningen, variërend van vrijstaande villa\u27s tot rijhuizen
Restanten van een kerkhof langs de Lange Gasthuisstraat 41 (Antwerpen). Eindverslag van een toevalsvondst
Bij graafwerken voor het steken van een citerne in het park den Botaniek te Antwerpen werden menselijke resten aangetroffen. Dit gaf aanleiding tot de melding van een toevalsvondst.
Op een beperkte oppervlakte (16,60 m²) werden 23 individuele graven en 9 collectieve grafkuilen geregistreerd. Uit een totaal van 71 geregistreerde individuen werden er 51 onderworpen aan verder fysisch-antropologisch onderzoek.
De begravingen die bij het onderzoek in den Botaniek werden aangetroffen wijken sterk af van de typisch christelijke begravingen die men zou verwachten in de nieuwe tijd.
Verschillende mogelijke oorzaken zoals de tweede pestpandemie, dysenterie, pokken en hongersnood werden als verklaring naar voor geschoven en onderzocht
Grenzen verleggen. Automatische correcties van geografische afbakeningen op verschuivende onderlagen
In dit onderzoeksrapport wordt een methodiek beschreven voor het aligneren van thematische informatielagen op referentielagen, met als doel de (geometrische) datakwaliteit van de thematische lagen te verbeteren en hoog te houden.
De voorgestelde methodiek is gebaseerd op een algoritme dat gebruik maakt van relevante afstand en relevante zones om een aangepaste gealigneerde geometrie te bekomen. Het is een efficiënte en nauwkeurige methode voor het corrigeren van thematische grenzen op basis van referentiegrenzen.
Omdat het algoritme een bredere toepassing kan kennen dan enkel voor het agentschap Onroerend Erfgoed, werd er software ontwikkeld die het algoritme toepast. Er werd een Python-bibliotheek ontwikkeld voor GIS-experts met kennis van software engineering en Python zodat ze de bibliotheek kunnen inbouwen in hun eigen toepassingen en processen. Daarnaast werd er een User Interface ontwikkeld voor QGIS die het algoritme gebruiksvriendelijk ter beschikking stelt aan alle QGIS-gebruikers, ook voor hen met beperktere technische ervaring. Beide tools zijn open-source en vrij toegankelijk, waardoor ze breed inzetbaar zijn voor alle mogelijke gebruikers
Vermist aan het IJzerfront. Twee Franse gesneuvelden in Diksmuide (W.-Vl.). Eindverslag van twee toevalsvondsten
In de lente van 2019 kwamen op de Tuinwijksite in Diksmuide twee gesneuvelde militairen uit het Franse leger aan het licht. Ze werden telkens naar aanleiding van een toevalsvondstmelding door het agentschap Onroerend Erfgoed onderzocht.
De stoffelijke resten werden aangesneden tijdens de voorbereidende werken in functie van de ontwikkeling van de Tuinwijksite.
Aangezien deze twee toevalsvondsten zich op geringe afstand van elkaar bevonden, ze binnen hetzelfde verkavelingsproject plaatsvonden, de vondstomstandigheden dezelfde waren, en het hier bovendien in beide gevallen om gesneuvelden van het Franse leger gaat, worden ze in dit eindverslag samen behandeld.
De twee gesneuvelden illustreren een weinig bekende maar zeer zware episode van de IJzerslag van oktober-november 1914: de Slag om Diksmuide tussen eind oktober en 10 november 1914
Molenmeers 29 Brugge (West-Vlaanderen). Eindverslag van een toevalsvondst
Bij het onderzoek van de toevalsvondst ter hoogte van het perceel Molenmeers 29, werden 11
archeologische sporen geregistreerd in twee niveaus. De sporen bevinden zich allen op een historisch
stuk achtererf dat al op het eerste beschikbare kaartmateriaal van de stad uit 1562 als dusdanig staat
weergegeven. Kijkend naar de archeologische resultaten kunnen deze onderverdeeld worden in ruwweg 2 perioden.
De meest recente fase, waartoe de beerputten (S3) en (S4) behoren, situeren zich in de late 17de tot
en met 19de eeuw. De sporen uit deze fase zijn te linken aan het gebruik van het terrein als
onbebouwde zone waarin zich achtererfstructuren bevonden.
De tweede fase bestaat opnieuw uit sporen te linken aan achtererfstructuren, maar kunnen gedateerd
worden in de late middeleeuwen