1M Homes Initiative
Not a member yet
31 research outputs found
Sort by
Nederland op een kantelpunt: Darinka Czischke about the freedom to choose your way of living in collaborative housing
There have been a number of changes going on in recent years, the housing crisis is deepening, demographic changes are underway and the narrative among urban planners and public housing providers has changed.
For a number of years there has been a housing crisis in the housing market in the Netherlands. The reasons for this are different. On the one hand there is the political powerlessness to solve this out of control housing crisis, on the other hand there was also the political will not to solve the problems and for years people relied blindly on solutions from the market. Whether the solution to the housing crisis will come about in the coming period is the question. One of the problems is the gap between the production of houses and the demand.
Already for a number of years, the traditional family unit is gradually fallen into decay as cornerstone of the human society. According to Statistics Netherlands, many people live alone or at most as a couple. Young people, divorced people, the elderly live in small apartments (if they have been able to get hold of them) next to each other. People complain about loneliness. The CBS dataset 'key figures for neighbourhoods and neighbourhoods 2021' shows a shocking picture. In the Netherlands, only 2.1 people are present per household. This household density is somewhat evenly distributed across the country. Furthermore, the average Dutch have 65m2 living space available while in Germany and other parts of Europe this is just 45m2. Many people in the Netherlands living alone or in couples. Individualization seems to have gained the upper hand and people literally live next to each other without knowing each other or even wanting to know each other. Garden fences become impregnable barriers. Towers are built with small units for one person in urban areas. However, ‘living alone together’ become more popular the last years. Many people looking for a home are seeking for more close links with neighbours.
This interview is about project together, collaborative housing and cohousing, what exactly does it mean, does it solve the housing crisis, is cohousing inclusive, is cohousing the successor of mixing-residents-narrative from the neighbourhood-unit-ideas of the past
Wie zijn de Woonpioniers 2021? Snel, betaalbaar, circulair, opschaalbaar, schakelbaar, stapelbaar, aantrekkelijk en straks weer gesloopt
Voor de havenots op de woningmarkt is er de flexwoning. Een tijdelijke oplossing in afwachting van iets beters. Flexwonen wordt geassocieerd met spoedzoekers zoals radeloze studenten, arbeidsmigranten, statushouders, dak- en thuislozen, jongeren uit hotel mama, mensen in een echtscheiding, uitstroom van zorginstellingen en ouderen die de eenzaamheid willen ontvluchten. Van alles kan flex zijn, bewoners, woningen of locatie. Het gaat hier gewoonlijk om tijdelijk gebruik van de locatie die de eigenaar voor ‘echte woningen’ heeft bestemd. Twee van de drie kandidaat Woonpionier 2021 categorie ‘bouwen, bouwen, bouwen’ van VPRO Tegenlicht staan er slechts tijdelijk! Terwijl de woningen snel te bouwen, circulair, betaalbaar, biobased, opschaalbaar een levensduur hebben van misschien wel 100 jaar en aantrekkelijk zijn. Waarom dan toch slopen? Is het niet beter om deze in een hoog tempo bij te bouwen
Open Building Academy - Video Lectures: A fascinating perspective on Open Building, given by (at least) five generations of architects
Open Building is a more than ever necessary instrument for city planning, building development and design processes. The building industry faces the task of drastically lowering its carbon and ecological footprint, by extending the lifespan of buildings, through adaptability. Open Building supports the transition to a society based on co-creation, participation, involvement and inclusion. The so-called supports or base-buildings form the ‘infrastructure’ for home-owners and users to inhabit and co-produce their environment.
Open Building offers possibilities for new real estate development models and forms of co-ownership and co-making. The process of Open Building engages future users and residents in the early stages of a project, to foster a strong sense of ownership and belonging and contribute to community development. Open Building is a process open for ideas, for interpretation and participation, whilst at the same taking into account the challenges we are facing with climate adaptation, energy and material reduction and the transition towards a circular economy.
The Open Building Academy started in September 2019. Students of the University of Applied Sciences in Amsterdam and Delft University of Technology research the Open Buildings, using the themes Open Development, Open Architecture and Open Systems. They will map the similarities and differences, study projects on their level of circularity and compare the various development processes.
In 2020 the Open Building Academy took a different, online direction. Initiated and organized by John Habraken, Thijs Asselbergs and the aE studio students, the workshop and lecture series Open Building NOW! generated a fascinating perspective on Open Building, given by (at least) five generations of architects.
You can watch all the videos here
Het portiekwoongebouw: vlagschip van de Nederlandse welvaartsstaat: Archtergrondstudie naar portiekwoongebouwen in Nederland voor het Beyond-the-Current research project
Beyond the Current
Het Klimaatakkoord en de ambitie om in 2050 CO2-neutrale woningvoorraad te hebben leidde tot de organisatie Stroomversnelling, een organisatie met leden uit de hele bouwketen die met haar keurmerk nul-op-de-meter NOM-keur een methode ontwikkelde waarbij woongebouwen en woningen op een industriële wijze van de buitenkant worden ingepakt met isolatie en betere installaties. Een methode met veel voordelen maar ook met weinig respect voor de beeldkwaliteit en biodiversiteit van deze woongebouwen.
Om de kwaliteit en de bouwtechniek van woonportiekgebouwen te begrijpen is de TU Delft en de Hogeschool Utrecht gevraagd onderzoek te doen portiekwoongebouwen en de mogelijkheden die er zijn om tot een CO2-neutrale woningvoorraad te komen. Het wordt steeds duidelijker dat de energie-efficiëntie van onze woningvoorraad een van de grootste uitdagingen in verband met de bebouwde omgeving is – een uitdaging die in Nederland en in veel andere landen met beide handen is aangegrepen. Om deze uitdaging het hoofd te bieden, moet energie-efficiënte renovatie niet alleen als een technologisch maar ook als een architectonisch en maatschappelijk vraagstuk worden gezien.
In dit ‘Research through Design’-project (RTD) genaamd ‘Beyond the Current’ zijn ontwerpoplossingen ontwikkeld om de energie-efficiëntie van flatblokken van vier verdiepingen te vergroten. Deze oplossingen zijn getoetst op de voorkeuren van huurders door de huurders virtuele ontwerpmodellen in 3D voor te leggen. De resultaten stelden woningcorporaties en architecten in staat om renovatiemaatregelen te ontwikkelen die niet alleen rekening houden met het milieu en met architectonische waarden, maar ook met de voorkeuren van de huurders van deze woningen.
Dit onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers en ontwerpers van de faculteit Bouwkunde van TU Delft (zie het overzicht met medewerkers), in samenwerking met Hogeschool Utrecht. Het team bestond uit: prof.dr.ir. V.H. Gruis, prof.ir. W. de Jonge, prof.ir. M.F. Asselbergs, dr. C.J. van Oel, ir. L.G.K. Spoormans, dr.ir. T. Konstantinou, ir. S. El Messlaki, ir. T. de Jonge, dr.ir. L.M. Oorschot
De ontwerpoplossingen en huurdersenquêtes zijn in nauwe samenwerking met de volgende architecten, woningcorporaties en brancheorganisaties ontwikkeld: De Alliantie, Mitros, Haag Wonen, Eigen Haard, Stadgenoot, Van Schagen Architecten, INBO, FARO, BNA, NRP en Huren met Energie. Het project is gefinancierd door NWO/STW in het kader van het gezamenlijke onderzoeksprogramma Research through Design
Migratie, stedelijke verdichting en epidemieën in Den Haag, de observaties van geneesheer Schick, 1852
Dit artikel gaat over het onderzoek dat de geneesheer en hygiënist Johannes Wilhelmus Schick (1818-1853) in 1852 deed naar de slachtoffers van de cholera-epidemie van 1849 in Den Haag. De toestand in Den Haag van de afgelopen vijf jaar is vergelijkbaar met die van de periode 1830-1870 (Stokvis, 1987). Door migratie, woningsplitsing en verkamering vond er de afgelopen jaren een forse verdichting van de stad plaats (PBLQ, 2020). Appartementen werden op grote schaal opgekocht en doorverhuurd voor woekerhuren aan nieuwkomers in de stad en op de woningmarkt zonder dat er betaalbaar nieuw werd bijgebouwd.
Ook na de Franse Tijd was er sprake van forse groei van de bevolking en verdichting. Vooral migranten uit de provinciën, Duistland en Zuidelijke Nederlanden. Vervallen herenhuizen werden provisorisch gesplitst in kleine eenheden en binnenterreinen haastig volgebouwd met éénkamerwoningen. Deze nieuwkomers toen werden het hardst getroffen door epidemieën zoals cholera en typus, net zoals de nieuwkomers van nu getroffen worden door COVID-19. Stadsbestuurders van nu staan voor dezelfde uitdagingen als rond 1850 toen verdichting en hygiëne binnen de bestaande stad tot erbarmelijk toestanden leidde met zieken zoals cholera en tyfus. De relevantie van dit onderzoek is de vergelijkbaarheid van de toestand in de stad van toen met nu
Modulair, circulair, opschaalbaar en betaalbaar: So You Think You Can BUILD challenge
Even leek het erop dat de architect verdwenen was uit de bouwketen als het gaat om duurzame betaalbare corporatiewoningen. Grote bouwers maken direct afspraken met woningcorporaties en willen opschalen met hun woningfabrieken. Maar met de So You Think You Can BUILD challenge hebben architecten èn bouwers zichzelf opnieuw uitgevonden binnen de bouwketen en een positie verworven als aanbieders van circulaire bouwconcepten. Niet alleen opschalen in lege weilanden maar ook binnen stedelijke regio’s. Een hele nieuwe generatie van architecten en bouwers houden in samenwerkingsverbanden intensief bezig met circulair en biobased bouwen, materialen en productieprocessen. Het lukt ze om aantrekkelijk producten te maken voor woningcorporaties en andere afnemers. De drie winnaars van de challenge zijn The New Makers met Uuthuuske, Dura Vermeer met Leven Buiten de Lijntjes en In The Middle Of Our Street met MOOS. Allereerst volgt een toelichting op de challenge, presenteren we kandidaten en winnaars, daarna bespreken we de karakteristieken van modulaire units en we eindigen met een aantal dillema’s. De belangrijkste conclusie is dat een werkelijke integratie van de bouwketen een voorwaarde is om circulaire en betaalbare woonproducten te kunnen aanbieden
Nederland op een kantelpunt: Interview met Peter Boelhouwer over 20 jaar woningmarkt in Nederland
Dit jaar bent U 20 jaar hoogleraar Housing Systems aan de TU Delft. U vergelijkt wereldwijd volkshuisvestingssystemen en onderzoekt woningmarktbeleid. Inmiddels zijn we beland in een wooncrisis en is het woonvraagstuk verweven met tal van andere maatschappelijke vraagstukken zoals energietransitie, klimaatadaptatie, zorgtransitie, mobiliteitstransitie en inclusiviteit. Inmiddels buitelen de wildste sectorale ideeën over elkaar heen. Het woontekort en betaalbaarheid staan centraal in verkiezingsdebatten – en programma’s. Men roept om 1 miljoen woningen erbij. Terwijl het aantal bouwvergunningen afneemt. Het ziet er ook niet naar uit dat er de komende jaren een snelle oplossing in zicht is. Hoe is dit toch zover gekomen
Zijn nieuwe woonvormen voor daklozen een optie? Deel 2 - Hoe het aantal daklozen accumuleert in de stedelijke regio’s de komende jaren
Waarom bouwen we niet flexwoningen? Kleine verplaatsbare units, industrieel geproduceerd, stapelbaar en verplaatsbaar. Van biobased materialen zijn ze ook nog een bijdrage aan de circulaire ambities van Nederland en zien er aantrekkelijk uit van hout. Waarom bouwen we niet meer geclusterde woonvormen met deelconcepten? Of desnoods geclusterde woonvormen met deelconcept als flexwoning. De enige die Den Haag had stond in de Laakhavens en was voor arbeidsmigranten en is afgebroken om plaats te maken voor luxe appartementen met een wuivende daktuin (op de renders dan)
Blik van een buitenstaander: Professor dr. ir. Marja Elsinga over oorzaak en oplossing van het woningtekort
Het tekort aan woningen in Nederland groeide het afgelopen jaar tot ruim 300.000. Naast te weinig woningen zijn de beschikbare huizen vaak onbetaalbaar voor de mensen die ze nodig hebben. Toch is nieuwbouw niet de enige oplossing voor het woningtekort, volgens Marja Elsinga, hoogleraar Housing Institutions & Governance aan de TUDelft. “Huizen moeten ook aansluiten op de behoefte van bewoners. Daar is met slimme oplossingen en andere invalshoeken nog een wereld te winnen
Nederland op een kantelpunt: Interview met Wouter Veldhuis over het Stedelijk Netwerk Nederland en het sociaal netwerk van woonwijken
De stedenbouwkundige en architect Wouter Veldhuis en landschapsarchitect Jannemarie de Jonge zijn per 1 december 2020 Rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving. Later in september 2021 komt daar de architect Francesco Veenstra bij als Rijksbouwmeester en dan is het nieuwe trio College van Rijksadviseurs weer compleet. De uitdagingen voor het college zijn groot. De ruimteclaims die er liggen in stad en land, de hooggestemde ambities om klimaatneutraal en circulair te zijn in 2050, de roep om een minister voor de fysieke leefomgeving en of wonen en weer een echt ministerie met budget. Het enorme probleem op de woningmarkt en de druk om één miljoen woningen ergens bij te bouwen. Op 24 april sprak het team van 1M Homes initiative van de TU Delft met de nieuw benoemde rijksadviseur voor de fysieke leefomgeving Wouter Veldhuis over de aanstaande veranderingen