44227 research outputs found
Sort by
Optimization of ex vivo human brain models to study remyelination and neuroregenerative therapies
Aandoeningen van het centrale zenuwstelsel, zoals een beroerte of multiple sclerose (MS), veroorzaken onomkeerbaar verlies van neurale cellen (zoals neuronen en oligodendrocyten), wat leidt tot ernstige neurologische beperkingen. Spijtig genoeg slagen de huidige behandelingen er niet in om dit beschadigd hersenweefsel te herstellen. Dit probleem is grotendeels te wijten aan de beperkte gelijkenissen tussen diermodellen en het complexe menselijke brein. In deze studie, maken we daarom gebruik van menselijk corticaal weefsel dat we vergkrijgen van epilepsiepatiënten die een chirurgische ingreep ondergingen, om twee klinisch relevante ex vivo-modellen te ontwikkelen. Ten eerste creëerden we een demyelinisatiemodel met lysolecithine om mogelijke therapieën voor MS te onderzoeken. Ten tweede onderzochten we de transplantatie van dorsale organoïden op dit menselijk hersenweefsel, waarna we de integratie evalueerden via immunohistochemie. In het demyelinisatiemodel veroorzaakte 1 mg/mL lysolecithine overmatige gliale activatie, terwijl 0,5 mg/mL gunstigere resultaten gaf. Lagere doseringen moeten nog worden getest. In de organoïde getransplanteerde plakjes werd vroege axonale uitgroei waargenomen vanaf dag 8, met uitgebreidere projecties tegen week 2 en 4, wat wijst op overleving en structurele integratie. Deze modellen zijn veelbelovend voor onderzoek naar regeneratieve therapieën in een menselijk relevantere context
De overschrijving van een akte van erfopvolging: zakenrechtelijke gevolgen
Deze masterscriptie evalueert de twee specifieke zakenrechtelijke gevolgen van een overschrijving van een akte van erfopvolging in het licht van rechtszekerheid. In het nieuwe Belgische goederenrecht is in artikel 3.30 §1 7° BW de overschrijving van de akte van erfopvolging vastgelegd en artikel 3.30 §2, tweede lid BW zet de twee specifieke rechtsgevolgen uiteen. Het eerste rechtsgevolg is de bijzondere (niet-)tegenstelbaarheid. Het tweede rechtsgevolg is de weigering van toegang tot publiciteit. Zijn de wetsartikelen voldoende afgebakend om de rechtszekerheid optimaal te garanderen voor de overschrijving van de akte van erfopvolging en haar zakenrechtelijke gevolgen? Naast haar doelstelling om de lacune in de onroerende publiciteit aan te pakken, moeten de wetsartikelen ook verschillende fundamentele rechtsprincipes kunnen blijven waarborgen. De doelstelling van de wetgever is bereikt, maar er blijven elementen besproken in de rechtsleer die de rechtszekerheid blijven onderdrukken
Using Read Promotion and Mixed Isolation Levels for Performant Yet Serializable Execution of Transaction Programs
We propose a theory that can determine the lowest isolation level that can be allocated to each transaction program in an application in a mixed-isolation-level setting, to guarantee that all executions will be serializable and thus preserve all integrity constraints, even those that are not explicitly declared. This extends prior work applied to completely known transactions, to deal with the realistic situation where transactions are generated by running programs with parameters that are not known in advance. Using our theory, we propose an optimization method that allows for high throughput while ensuring that all executions are serializable. Our method is based on searching for application code modifications that are semantics-preserving while improving the isolation level allocation. We illustrate our approach to the SmallBank benchmark.This work was partly funded by FWO-grant G019921. Stijn Vansummeren was partially supported by the Bijzonder Onderzoeksfonds (BOF) of Hasselt University (Belgium) under Grant No. BOF20ZAP02. The resources and services used in this work were provided by the VSC (Flemish Supercomputer Center), funded by the Research Foundation - Flanders (FWO) and the Flemish Government
Ultrasound shear wave elastography for detection of myocardial fibrosis
Aims Diffuse interstitial or replacement fibrosis is a common feature of a large variety of cardiomyopathies. These alterations contribute to increased myocardial stiffness (MS). Echocardiographic shear wave (SW) elastography is an emerging approach for measuring MS in vivo. SWs occur after mechanical excitation of the myocardium, e.g. after mitral valve closure, and their propagation velocity is directly related to MS. The objective of this study was to investigate whether SW velocities (SWVs) can distinguish between interstitial and replacement fibrosis. Methods and results Fifty-two patients [30 heart transplanted patients (52.6 +/- 16.0 years, 80% male) and 22 hypertrophic cardiomyopathy patients (54.4 +/- 15.6 years, 85% male)] and 37 healthy volunteers (47.2 +/- 16.6 years, 76% male) were included. SW elastography was performed using an experimental scanner at 1172 +/- 302 frames per second. Patients were classified according to T-1 mapping, extracellular volume (ECV) mapping, and late gadolinium enhancement measured by cardiac magnetic resonance into three groups: no fibrosis, interstitial fibrosis (MIF), and replacement fibrosis (MRF). SWVs differed among groups (P < 0.001), with a significant post hoc test between MIF and MRF and subjects without fibrosis (6.5 +/- 1.1 m/s and 8.7 +/- 1.2 m/s, respectively). Significant correlations were noted between SWVs and ECV values (r = 0.70, P < 0.0001) and native T-1 values (r = 0.48, P = 0.0004). SWVs below 6.0 m/s showed the highest accuracy to identify patients without fibrosis [sensitivity 90%, specificity 90%, area under the curve (AUC) = 0.95]. A cut-off of 8.1 m/s could distinguish MRF from MIF (sensitivity 69%, specificity 100%, AUC = 0.92). Conclusion Natural SWVs can distinguish between normal and pathological myocardium and depend on the fibrosis burden of the myocardium.European Research Council [ERC/281748]; Research Foundation Flanders (FWO) [G002617N, G092318N]; German Society of Cardiology Research grant; European Association of Cardiovascular Imaging Research grant; Egyptian Ministry of Research and High Education scholarship; Belgian Fund for Cardiac Surgery; FWO [12ZZN22N, 1832922N
De invloed van de regionalisering van de successierechten op de rechtszekerheid van ouders en kinderen bij een gesplitste aankoop van onroerend goed
Deze masterproef onderzoekt de fiscale gevolgen van de gesplitste aankoop van een onroerend goed door ouders (vruchtgebruik) en kinderen (blote eigendom), met bijzondere aandacht voor de impact van de regionalisering van de successierechten op de rechtszekerheid van beide partijen. Artikelen 2.7.1.0.7 VCF en 9 W.Succ. bepalen dat een goed tot de nalatenschap wordt gerekend indien ouders het vruchtgebruik verwerven en kinderen met door hen geschonken middelen de blote eigendom, tenzij tegenbewijs wordt geleverd. De wijze waarop dit tegenbewijs moet worden geleverd, en hoe deze bepalingen worden toegepast, verschilt op cruciale punten tussen Vlabel en de federale belastingadministratie, onder meer inzake het tijdstip waarop het tegenbewijs moet zijn geleverd en de behandeling van later opgerichte constructies op een gesplitst aangekocht bouwgrond. Indien deze artikelen niet van toepassing zijn, blijft het risico bestaan dat de schenking alsnog belast wordt op grond van de verdachte periode uit artikel 2.7.1.0.5 VCF en artikel 7 W.Succ. Deze thesis brengt niet alleen knelpunten in kaart, maar doet ook enkele aanbevelingen om de rechtszekerheid te verhogen
Prediction of Left Ventricular Filling Pressures Using Natural Shear Waves
Background
Increased myocardial stiffness can lead to diastolic dysfunction, resulting eventually in increased left ventricular filling pressures (LVFPs). The clinical assessment of left ventricular (LV) diastolic function is challenging. Shear wave elastography is a novel method based on tracking shear waves, such as those induced by mitral valve closure (MVC), using high frame rate (HFR) echocardiography. The propagation velocity of shear waves is directly related to myocardial stiffness.
Objectives
This study investigated whether shear wave velocity at MVC is related to invasively measured LVFP.
Methods
Eighty-five patients were prospectively enrolled. Left ventricular mid-diastolic pressure (LVMDP) and left ventricular end-diastolic pressure (LVEDP) were invasively measured. HFR (average frame rate: 1,050 ± 220 Hz) and conventional echocardiography were performed immediately after catheterization. Shear wave velocity at MVC was measured in the anteroseptal wall. The findings were compared with conventional echocardiographic parameters and the multiparametric 2021 guideline-recommended algorithm for the estimation of LVFP. The direct response of shear wave velocity at MVC on changing LV filling pressures was tested in a group of 16 patients with acutely decompensated heart failure (DHF) on admission and after diuretic therapy.
Results
Single conventional echocardiographic parameters correlated moderately with LVFP (Pearson r between 0.39 and 0.58) and had a moderate ability to detect elevated LVFP (AUC between 0.66 and 0.79). This was similar for the multiparametric guideline algorithm (LVMDP AUC: 0.78; LVEDP AUC: 0.60). In comparison, shear wave velocities at MVC as a single measure correlated strongly with LVEDP (r = 0.71; P < 0.001) and had an similar ability to predict elevated LVMDP (AUC: 0.79; sensitivity: 87%; specificity: 65%) and an excellent ability to predict elevated LVEDP (AUC: 0.95; sensitivity: 92%; specificity: 94%) when a cutoff value of 4.8 m/s was used. In DHF patients, we observed a significant decrease in shear wave velocity after diuretic therapy (7.1 ± 1.7 m/s vs 5.3 ± 1.3 m/s; P < 0.002).
Conclusions
In comparison with the multivariable guideline approach, end-diastolic shear wave velocity as a single measure had similar accuracy in detecting elevated LVMDP and a higher accuracy for LVEDP. Shear wave elastography might therefore be a promising new tool for the noninvasive assessment of diastolic function
De kracht van ervaringsdeskundigheid binnen de kinderrevalidatie: een kwalitatieve verkenning van de percepties van zorgprofessionals
Achtergrond: Ervaringsdeskundigheid krijgt meer erkenning in de zorg, maar ontbreekt vaak
in de kinderrevalidatie. Ervaringskennis, gevormd door eigen beleving en gedeeld met
anderen, kan tot deskundigheid leiden. Het integreren van deze kennis naast
wetenschappelijke en professionele inzichten verrijkt het revalidatieproces en erkent de
waarde van persoonlijke ervaringen in de zorg. Er is nauwelijks literatuur over het gebruik van
ervaringskennis en -deskundigheid en er zijn tot nu toe geen studies gedaan in de Belgische
context. Deze studie onderzoekt hoe zorgprofessionals de inzet van ex-patiënten als ervaringsdeskundigen binnen kinderrevalidatieteams duiden.
Methode: Beschrijvend kwalitatief onderzoek via semigestructureerde interviews met acht zorgprofessionals in de kinderrevalidatie.
Resultaten: Twee hoofdthema’s kwamen naar voren: voorwaarden voor succesvolle inzet (zoals een passende match en ondersteuning) en uitdagingen (zoals impact op betrokkenen en onbekendheid met het concept).
Conclusie: De ervaringsdeskundige vormt een brug tussen patiënt en zorgverlener met unieke inzichten die de zorg verrijken. Ondanks beperkte ervaring zien zorgprofessionals een duidelijke meerwaarde, mits goede begeleiding en ondersteuning worden voorzien