University of Groningen

Theologische Universiteiten: Repository
Not a member yet
    726 research outputs found

    'Uw schoonheid hoog te loven'

    Get PDF
    Dit onderzoek naar schoonheid als theologisch concept is bedoeld als bijdrage aan de godsdienstige vorming van leerlingen binnen het reformatorisch voortgezet onderwijs in een postmoderne samenleving. Er is gekozen voor Jonathan Edwards omdat er binnen de eigen traditie geen vergelijkbare theoloog is die schoonheid zo diepgaand heeft beschreven. De zes reformatorische scholen in het voortgezet onderwijs hebben de Statenvertaling als bron en norm, en nemen voor de onderwijsvisie hun uitgangspunt in de Drie formulieren van enigheid. Jezus’ dubbelgebod stellen de scholen als doel voor (godsdienstige) vorming. Vorming staat in het grotere kader van een leven tot Gods eer en de zaligheid van hun leerlingen. Godsdienstige vorming is voorbereiding op en vindt plaats in een samenleving die zich kenmerkt door autonoom denken. Met een overvloed aan informatie, contacten en media is alles vluchtig en oppervlakkig. Het ‘ik’ staat centraal voor waarheid en beleven. Wat goed voelt, is goed en wat dat is mag iedereen zelf bepalen. In zo’n samenleving ontbreekt een overkoepelende betekenis voor het leven en bijbehorende normen en waarden. Net zoals veel andere zaken is schoonheid wat het is in de ogen van de toeschouwer, maar heeft het geen objectieve of transcendente betekenis. In Edwards’ visie op schoonheid, is schoonheid de oorzaak en de structuur van het bestaan. Beauty en excellency zijn synoniemen en true virtue is bij Edwards gelijk aan schoonheid. Schoonheid is being en wordt door de mens ervaren. Het ervaren leidt tot kennis die enkel met het verstand onmogelijk is om te verkrijgen. Dit noemt Edwards sensible knowledge Ed wards differentieërt tussen pr imary en secondary beauty , particular en general beauty, natural en spiritual beauty. God is Being in general en de Ultimate Beauty. God is de grond van het bestaan en de fontein waarvan alle schoonheid overvloedig tot ons afstroomt. Als Edwards spreekt over schoonheid, dan klinken worden als uitnemendheid, heiligheid, liefde en eenheid op de achtergrond mee. Schoonheid is schenkend van aard en daarom is God meervoudig. Gods schoonheid is pure activiteit van liefde, heiligheid en morele uitnemendheid die tot ons komt. Dit wordt zichtbaar in Gods scheppend en reddend handelen. In de Persoon en het werk van Christus krijgt schoonheid op een unieke manier gestalte. De Ultimate Beauty schenkt Zichzelf – tot Zijn glorie – weg, en dat is volgens Edwards de kern van schoonheid. De materiële, immateriële of geestelijke schoonheid hier op aarde, verwijst bij Edwards analogisch en typologisch altijd naar God en de andere geestelijke werkelijkheid. Geschapen naar ‘Gods beeld’, is de mens tot actieve schoonheid geroepen: zich in zelfopofferende liefde weg te schenken aan de ander. Edwards’ visie op schoonheid draagt op een aantal punten bij aan de godsdienstige vorming. Schoonheid kan bijdragen aan de betekenis- en zingeving van het menselijk bestaan en aan de ontwikkeling van het referentiekader van leerlingen. Daarbij biedt schoonheid een eigen perspectief op rentmeesterschap en burgerschap. Schoonheid geeft op een eigen manier oog voor de diversiteit aan talenten die leerlingen bij elkaar kunnen vinden. Schoonheid heeft het in zich om verschillende levensdomeinen met elkaar te verbinden. Schoonheid toont een eigen perspectief op God als Ultimate Beauty. Schoonheid kan een vorm van kennis integreren en een perspectiefwijziging teweeg brengen die de rede alleen niet kan. Schoonheid schenkt andere perspectieven (God is mooi!), en verrijkt bestaande perspectieven (God lief hebben boven alles en je naaste als jezelf), of werkt corrigerend op een negatief imago (‘refo’ zijn is ‘somber’, saai en streng). Tot slot legt schoonheid op een mooie manier verbinding tussen Gods handelen en het menselijk handelen. Ze appelleert om, net zoals God doet, zichzelf in zelfverloochenende liefdadigheid weg te schenken

    Acedia : Een onderzoek naar de zondeleer bij Karl Barth in KD IV/2 §65.1-2

    Get PDF
    In deze scriptie wordt onderzocht hoe de zondeleer van Karl Barth zoals beschreven in KD IV/2 en dan in het bijzonder paragraaf 65.1 en 2 ons helpt bij het spreken over de zonde. In het eerste hoofdstuk komen de relevantie, motivatie, methode en de vraagstelling aan de orde. In het eerste deel van de scriptie wordt nagegaan welke methode Barth kiest en wordt uiteengezet hoe hij dit toepast. In paragraaf 65.1 laat hij zien hoe Jezus Christus, de openbaring van God Zich verhoudt tot de mens. Vervolgens wordt nader onderzocht in paragraaf 65.2 wie Jezus Christus is ten opzichte van de mensen. In hoofdstuk 3 wordt nagegaan tegen welke achtergrond Barth zijn vrijheidsbegrip heeft ontwikkeld. Zijn stelling is dat alleen God werkelijk vrij is. Barth stelt dat de mens de zonde doet en wil, maar tegelijkertijd camoufleert zij de zonde. Nadat het contrast tussen Christus en de mens geschetst is wordt aansluitend de zonde van de traagheid behandeld. In paragraaf 65.2 werkt Barth de zonde van de traagheid uit. Traagheid is volgens hem weigeren te geloven in Jezus, omdat je Hem niet wilt volgen en niet wil worden vernieuwd. De zonde van de traagheid wordt daarin zichtbaar, dat wij niet in relatie met God willen leven,maar alleen willen zijn zonder God. De trage mens weigert om in de gemeenschap met zijn medemensen te leven. Voordat de balans wordt opgemaakt tussen de hoofdstukken over Christus en de mens wordt er eerst nog gekeken naar Barths Bijbelse Exkurse. In deze Exkurse laat hij zien hoe de zonde weergegeven wordt in de Bijbel. In hoofdstuk 6 wordt de balans opgemaakt. Barth begint zijn zondeleer met de christologie als zijn uitgangspunt. Vanuit de christologie brengt hij de dogma’s van de triniteit, incarnatie en de soteriologie ter sprake. In Jezus wordt zichtbaar wie God is, hoe Hij verschijnt op aarde en wat Hij doet om mensen te redden. Hij laat zien wat de mens is zonder God – namelijk een zondaar – en wat de mens wordt gegeven als hij gelooft in Jezus Christus, de ware Mens. Deze benadering gaat radicaal in tegen het idee dat de zelfstandige mens het uitgangspunt is. Barth laat in de behandelde paragrafen ook zien dat de mens niet zelf God tegen kan komen. Het is juist andersom volgens hem, de mensen wordt door God gezocht en aan zijn zonde ontdekt. Maar dat betekent niet dat de mens volledig passief is, integendeel. Barth laat zien dat de mens geacht wordt te reageren op Gods genadegave in Jezus Christus. Hij kan gelovig amen zeggen op wat God geeft of Jezus afwijzen. Dit eerste is Gods doel en het tweede is de zonde van traagheid. Tenslotte wordt afgesloten met de conclusies en evaluatie. De zondeleer van Barth is voor de kerk en prediking van vandaag relevant om de volgende vier punten: 1. In zijn zondeleer stelt Barth Jezus Christus centraal. Hij is de maatstaf en door Hem wordt zichtbaar hoe zondig wij zijn. 2. Hij laat ons zien hoe diep de zonde werkelijk zit. Zij is niet slechts daad, maar zij bepaalt ons zijn. De zonde zit dus in ons DNA. 3. Hij neemt alle initiatief bij de mens weg en laat zo zien dat zonde ons alleen kan worden geopenbaard door Christus. 4. Naast een stevige zondeleer die confronterend is, laat Barth ook zien dat Degene die ons de zonde laat zien tegelijk onze Redder en Heiland is

    Bund und Erwählung bei Johannes Coccejus und Caspar Olevian im historischen Kontext

    Get PDF
    „Bund und Erwählung bei Johannes Coccejus und Caspar Olevian im historischenKontext.“ beleuchtet die Frage, die der reformierte Theologe Johannes Coccejus (1603-1669) in derEinleitung zu seinem Werk „Summa Doctrinae de Feodere et Testamento Dei“ aufwarf: Warum nennt Coccejus hier den Trierer Theologen Caspar Olevian als einen jener „gelehrten Männer“ auf deren Schultern seine Arbeit letztlich ruhe?Gemeinsamkeiten zwischen Coccejus und Olevian wurden bisher nur in dem Sinne gesucht, als dass man sie in eine lange Entwicklung der Bundestheologie einordnete.Das Coccejus die Werke Olevians kannte und dass Parallelen, da beide der Bundestheologie zuzuordnen sind, zwischen den beiden Theologen existieren müssen, ist unstrittig.Bisher existieren aber keine Untersuchungen darüber, wie diese Verbindungen sich manifestieren. Der Umstand, dass Coccejus seine Quellen nicht namentlich Zitiert stellt eine weitere Hürde für eine entsprechende Untersuchung dar.Um eine Untersuchung dennoch möglich zu machen werden zwei grundlegende Fragen bzw.Annahmen der Arbeit zugrunde gelegt:1. Falls er für seine eigenen Arbeiten Olevians Schriften herangezogen hat: Welche Begriffe zur Charakterisierung des Bundes verwendet Coccejus?2. Da Coccejus auf die Heilsgeschichte hinweist und diese auch Teil der Bundestheologie ist, wäre zu ermitteln, ob im Geschichtsbild beider Theologen Gemeinsamkeiten auszumachen sind.Die Arbeit wird, um Spekulationen möglichst ausschließen zu können, vollständig auf Archivalien gestützt. Das bedeutet konkret, dass neben den Werken Olevians und Coccejus' und die vorhandene Korrespondenz auch weitere Schriften herangezogen werden, die beide Theologen in ihrer Sicht aufdie Heilsgeschichte und auf die heilsgeschichtliche Relevanz ihrer Zeit beeinflusst haben könnten, also Schriften historiographischer Natur welche beiden Theologen bekannt gewesen sein müssen, im besonderen solche Werke, die gleichermaßen „Heilsgeschichte“ schreiben, wie dies in der von Philipp Melanchthon überarbeiteten Chronicon Carrionis geschehen ist.Die Arbeit will letztlich die Arbeiten der beiden Theologen auf stichhaltige Hinweise nach einer Rezeption von Begriffen und (im Falle des Geschichtsbildes) Ansichten untersuchen und damit die zu Eingangs genannte Bemerkung des Johannes Coccejus klären helfen

    Wilhelm Busch : de visie van Wilhelm Busch op het predikantswerk in het Derde Rijk en hoe hij daar praktisch gestalte aan geeft, met name bezien vanuit zijn piëtische achtergrond.

    Get PDF
    Het onderwerp van deze scriptie is: het predikantswerk van Wilhelm Busch in het Derde Rijk, met name bezien vanuit zijn piëtistische achtergrond. En de hoofdvraag waarop een antwoord wordt gezocht is: ‘Welke visie heeft hij en hoe geeft hij hier, met name bezien vanuit zijn piëtistische achtergrond, gestalte aan?’ Om deze vraag te kunnen beantwoorden, wordt in hoofdstuk 1 eerst een globaal tijdsbeeld geschetst van het Interbellum en van de tijd van het Derde Rijk, en worden de belangrijkste kenmerken van het Piëtisme kort besproken. In hoofdstuk 2 volgt een beschrijving van de levensloop van Busch: zijn kinderjaren en jeugd in het ouderlijk huis, zijn ervaringen als soldaat in de Eerste Wereldoorlog, zijn studententijd, de eerste jaren van zijn predikantschap, en daarna zijn predikantschap in de bewogen tijd van het Derde Rijk. Bij dit biografisch onderzoek wordt duidelijk dat zijn periode als soldaat aan het front, waar hij een duidelijk persoonlijke bekering meemaakte, van grote invloed is geweest. Ook wordt duidelijk dat Busch sterk beïnvloed werd door het Piëtisme, daar zelf ook uit putte, en deze traditie in zijn werk als predikant ook vruchtbaar maakte voor een breed publiek. Hoofdstuk 3 vormt de kern van deze scriptie: een onderzoek naar Busch’ visie op- en zijn praktijk van prediking, pastoraat, jeugdwerk en evangelisatiewerk, met name bezien vanuit zijn piëtistische achtergrond. Hoe klinkt deze achtergrond in zijn predikantschap door? Hij geeft in zijn kerkelijke werk de prediking de belangrijkste plaats. De centrale boodschap daarin is de rechtvaardiging van de goddeloze. Zijn pastoraat heeft vaak een evangeliserend karakter, waarin hij, in de tijd van het alles voor zich opeisende nationaalsocialisme, wijst op de enige ware Leidsman: niet Adolf Hitler maar Jezus Christus. Het grootste gedeelte van zijn werkzame leven is Busch jeugdpredikant. Hij organiseert voor jongeren een levendig en aantrekkelijk, piëtistisch gezelschapsleven. Hierin wordt de Bijbel aan jongeren uitgelegd door Busch zelf en door gelovige leeftijdsgenoten. Busch is ervan overtuigd dat juist in de tijd van het Derde Rijk evangelisatie van levensbelang is voor het heil van zijn volk. Hij kiest ervoor om enkel en alleen over het Evangelie zelf te spreken en niet over de politiek, in de hoop dat in de duistere jaren van het Derde Rijk nog zoveel mogelijk mensen met God zullen worden verzoend

    Het voorbereidend werk : een onderzoek naar de invloed van een Engels concept op de theologie in Nederland in de zeventiende eeuw

    Get PDF
    Dit proefschrift onderzoekt de invloed van het Engelse concept van het ‘voorbereidend werk’ op de theologie in Nederland in de zeventiende eeuw. Op vrijdagmorgen 15 maart 1619, tijdens de 115e zitting van de Dordtse Synode, spraken de theologen uit Groot-Brittannië zich uit over het derde en vierde artikel van de remonstranten. In hun betoog spraken de Britse theologen over enige werkzaamheden die aan de bekering of wedergeboorte voorafgaan. Deze voorafgaande effecten of werkingen noemen ze het ‘voorbereidend werk’. De mening van de Britse theologen werd met argwaan aangehoord en verworpen. Volgens de Nederlandse theologen was deze visie op de wedergeboorte gevaarlijk. Ze vreesden dat bij handhaving ervan de zojuist verworpen arminiaanse opvattingen via een achterdeur opnieuw zouden worden ingevoerd (vgl. DL III/IV, verwerping 4). Tussen de arminiaanse visie en de visie van de Britse afgevaardigden op het voorbereidend werk bestaat echter een belangrijk verschil: de arminianen ontkennen dat de werking van de inwendige genade noodzakelijk is om bekering en geloof te werken. Dit proefschrift draait om de vraag op welke manier dit Britse theologische concept van het voorbereidend werk, dat op de Dordtse Synode door de Nederlandse theologen met argwaan werd aangehoord, uiteindelijk toch invloed heeft gekregen op de Nederlandse theologie in de zeventiende eeuw. Eerst komt aan de orde wat we onder het ‘voorbereidend werk’ moeten verstaan. Waarop, door wie en waarmee worden we voorbereid? Is dit noodzakelijk of optioneel, hoever moet het voorbereidend werk gaan en wat zijn de kenmerken van het voorbereidend werk? Vervolgens staat de ontwikkeling van het concept van het voorbereidend werk in Engeland centraal: hoe het is ontstaan, welke theologen het leerden en welke filosofie de ontwikkeling van het concept bevorderde. Vervolgens komt de contemporaine kritiek op dit concept naar voren. Het volgende hoofdstuk gaat in op de vraag hoe dit concept in de Republiek der Nederlanden is terechtgekomen. Enerzijds kwam dit door wederzijdse contacten aan beide zijden van de Noordzee, anderzijds door een scala van Nederlandse vertalingen van puriteinse geschriften, geschreven door Engelse auteurs die het ‘voorbereidend werk’ stimuleerden. Het concept van het voorbereidend werk blijkt ook invloed te hebben gehad op Nederlandse dogmatische handboeken en homiletische geschriften. Ook worden een aantal catechismusverklaringen en preken geanalyseerd op kenmerken van het voorbereidend werk. Ten slotte passeren enkele praktisch-theologische verhandelingen en handboeken van ziekenbezoekers de revue. Dit proefschrift geeft niet alleen een beeld van de ontwikkeling van het concept van het voorbereidend werk en de invloed ervan op de Nederlandse theologie in de zeventiende eeuw, maar geeft ook inzicht in bepaalde verschuivingen, bijvoorbeeld in de plaatsing van het voorbereidend werk vóór of ná de inwendige roeping, het aanbod van genade en de prediking van Wet en Evangelie. Bezinning op juist op deze punten is voor predikanten én hoorders in de kerk van de eenentwintigste eeuw van groot belang

    Lutheran and Reformed Ideas about Resistance to Tyrants

    Get PDF
    Masterthesis Historische Theologi

    It’s not all bad about bats

    Get PDF
    Masterthesis Praktische Theologi

    Eén van tweeën

    Get PDF
    Masterthesis Systematische Theologi

    Verborgen en geopenbaarde dingen : spreken over soevereiniteit en verantwoordelijkheid

    Get PDF
    Masterthesis Systematische theologi

    592

    full texts

    726

    metadata records
    Updated in last 30 days.
    Theologische Universiteiten: Repository is based in Netherlands
    Access Repository Dashboard
    Do you manage Theologische Universiteiten: Repository? Access insider analytics, issue reports and manage access to outputs from your repository in the CORE Repository Dashboard!